Insecten kijken: insectenlab (2020-2023)

Vooraf: In dit verslag zijn de gegevens van 2020 tot en met 2023 opgenomen. De eerdere zijn vervallen. Dieren die we op het insectenlab hebben gezien, zijn opgenomen in de tabellen op deze pagina.

We leren graag over hoe de natuurlijke leefomgeving werkt. Het ‘doen en laten’ van de insectenbevolking speelt daarbij een grote rol. We hebben een eenvoudig insectenlab opgezet. Daarmee willen we meer inzicht krijgen in het leven van metselbijen en andere gebruikers van insectenhotels.

Voor we begonnen wisten we niets van deze dieren. Nu kennen we de namen van een paar soorten, we hebben het verloop van het ‘broedseizoen’ vastgelegd en, hoe kan het anders, en hoop nieuwe vragen erbij gekregen. Dit soort onderzoek is een makkelijk begin om inzicht in de insectenwereld te krijgen. Een paar moderne huis-tuin-en-keukenmiddeltjes en wat tijd zijn voldoende om te kunnen zien wat anders verborgen blijft.

Wordt zelf onderzoeker

Wekelijks noteren hoeveel gaten bezet zijn in een houtblok is minutenwerk. Soms is het lastig te beslissen of een gat wel of niet vol is. Vooral wanneer de afdichting beschadigd is. Namen van insecten achterhalen kost meer tijd. Regelmatig bij zonnig weer een uurtje posten is geen vervelend werkje, maar het maken van scherpe foto’s zal vaak mislukken. Scherpe foto’s zijn nodig zodat anderen ook naar je vondst kunnen kijken. Bijvoorbeeld op een gebruikersforum op Waarneming.nl. Een goede foto kan met de Herkenningsapp Obsidentify de juiste naam opleveren of je in ieder geval op het goede spoor zetten om verder te zoeken.

Opstelling

Begin 2021 is de voormalige bijenstal afgebroken. Een deel van het sloopmateriaal is opnieuw gebruikt voor de bouw van het insectenlab. Eigenlijk een flinke weerbestendige stellingkast met een dak en halfdichte zijwanden. In dat insectenlab experimenteren we met nestgelegenheden voor metselbijen en metselwespen. Vanaf 2021 tot en met 2023 hebben we twee experimenten, “lab1” en “lab2” gemonitord (lab1 ook in 2020).

Uitvoering

Lab1 (opgesteld in 2020): Vier hardhouten balken (tropisch). In die balken boorden we 8 keer 50 gaten. Elke keer met een ander boortje uit een standaard boorsetje: Zo kregen we gaten van 1,5 / 2 / 3 / 4 / 4,2 / 4,5 / 5 en 6 mm. Elke diameter overzichtelijke op een rij zodat ze makkelijk geteld konden worden.

Lab2 (opgesteld in 2021): Vijf hardhouten balken (eiken). In die balken boorden we 4 keer 100 gaten. Deze keer met minder verschillende boortjes. Zo kregen we gaten van 2 / 4 / 6 (2 blokken met elk 50 gaten) en 8 mm. Ook hier alle diameters op een rij voor het tellen.

In 2020 is van 15 februari tot en met 26 september wekelijks genoteerd hoeveel gaatjes per serie waren gebruikt. In 2021 is van 1 mei tot en met 9 oktober. In 2022 is van 12 maart tot en met 29 oktober. In 2023 van 25 maart tot en met 30 september. Door omstandigheden zijn de waarnemingen van lab1 en lab2 in 2021 twee keer kort onderbroken. Voor de duidelijkheid zijn de data van de verschillende jaren gelijk getrokken tot: de laatste zaterdag van maart tot en met de laatste zaterdag van september.

Ook zijn we niet altijd op tijd begonnen en soms te vroeg gestopt. Eindstanden van het ene jaar zijn daardoor niet altijd hetzelfde als de beginstanden van het jaar daarna. De gebruikers van de insectenlabs wachtten niet op ons. Het beste lijkt ons om in ieder geval vanaf maart tot en met oktober te tellen. De tellingen werden meteen genoteerd in Google-spreadsheets. Daarmee konden de gegevens in een handomdraai omgezet worden in overzichtelijke grafieken.

De vragen van vorig jaar

Vorige verslagen zijn we uitgebreid ingegaan op het verloop van elke lijn in de grafieken. Dat leverde een aantal vragen op. Vorig jaar schreven we: ‘De drie seizoenen dat insectenlab1 in gebruik is, neemt het aantal gebruikte gaten af. Na de top in het eerste jaar (2020) zijn de “beginstanden” en “eindstanden” van 2021 en 2022 lager dan het voorgaande jaar. Ook de pieken zijn lager. Worden eerder gebruikte gaten minder populair? Zijn er minder metselbijen en metselwespen? Is er meer druk door koekoeksinsecten op de nesten? We hebben veel Gewone knotswespen en verschillende soorten Goudwespen gezien en ook Ephialtes manifestator wist de insectenlabs te vinden. Ook Koolmees, Roodborst, Winterkoning en Grote bonte specht hadden interesse. Net als bij de “metselaars” hebben we nog lang geen compleet beeld van de “belagers”. Na drie seizoenen hebben we nog maar de eerste stappen gezet op deze ontdekkingstocht’.

Seizoensverloop goed zichtbaar

Elk jaar is in het voorjaar te zien dat de nieuwe generatie uitsluipt (dalende grafieklijn) en opnieuw nesten bouwt (stijgende grafieklijn). Ook is de invloed van de belagers van de nesten te zien (dalende lijnen gedurende het seizoen). Dat wordt deels gecompenseerd door nieuwe nestbouw (stijgende lijn verderop in seizoen). De afname van de gebruikte gaten die we vorig jaar zagen blijkt vooral voor de grotere diameters te gelden.

Opdelen in groepen geeft meer overzicht

Wanneer we de gaten in drie groepen verdelen komt een opvallend beeld naar voren. De 8 mm gaten (in een eiken blok) lijken een te grote uitdaging voor de meeste metselaars. Soms worden een paar gaten bezet, maar die worden snel daarna open gebroken. We denken dat vogels dat doen, maar zeker weten we dat niet.

Groep 1, massaal bezet en daarna nauwelijks

De groep grootste gaten (5 en 6 mm) is in het eerste jaar massaal gebruikt. Daarna duikelen de aantallen naar beneden en nu worden de gaten maar mondjesmaat bezet. We hebben hier vooral Rosse en Gehoornde metselbijen gezien. Het zou kunnen dat deze soorten niet graag in gebruikte gangen nestelen. Misschien hebben ze meer last van belagers of zijn er andere oorzaken die we niet kennen? De opvallendste groep zijn de grotere diameters. De 6 mm en 5 mm waren in het begin massaal bezet, doken daarna sterk naar beneden en worden nu maar mondjesmaat bezet.

Groep 2, stabiele bezetting

De middelste groep (3 / 4 / 4,2 / 4,5 mm) is na het eerste jaar relatief stabiel bezet. Hier zagen we vooral Ranonkelbijen en Tronkenbijen. In Gasten van Bijenhotels lezen we dat vooral Ranonkelbijen geen probleem hebben om oude gaten opnieuw te gebruiken. Dat zou het verschil met de grotere gaten kunnen verklaren, maar we weten meer niet dan wel. Oppassen met conclusies dus, want in deze groep valt de 4 mm op met veel minder bezette gaten dan de anderen in dit groepje.

Groep 3, de kleine onbekende …

De kleinste groep (1,5 en 2 mm) is de ‘geheimzinnigste’. De gaten worden niet massaal bezet en lange tijd gebeurt er niets. Pas op het eind van het seizoen, wanneer onze aandacht voor het insectenlab verslapt, slaat een onbekende soort toe en bouwt vlug een aantal nesten.

Conclusies

We hebben een duidelijker beeld gekregen van de bezetting van de verschillende gaten (en dus ook verschillend gedrag van verschillende soorten?). Daarnaast blijven er nog veel vragen.

  • Er zijn buiten de genoemde soorten ook andere nestbouwers gezien waar we geen naam van hebben (onduidelijke foto’s).
  • Sommige nestbouwers (de kleinste gaten) hebben we nog niet gezien.
  • Ook voor de belagers geldt dat door onduidelijke foto’s niet alles op naam is gebracht. En ook hier zijn waarschijnlijk soorten niet gezien.

Allemaal goede redenen om dit leuke onderzoek komend jaar voort te zetten.