onderzoek 2020 metselbijen

Een paar hardhouten balkjes, boormachine, set houtboren, mobiele telefoon en wat tijd ... In 2020 hebben we de eerste stappen gezet om de verborgen wereld wilde bijen in kaart te brengen. Daarvoor hebben we een eenvoudig bijenhotel als meetinstrument gebruikt. Veel mensen hebben een bijenhotel. Leuk om op een zonnige dag metselbijen te bekijken die af en aanvliegen bij de nestholtes. Gevaar om gestoken te worden is er niet. In tegenstelling tot honingbijen zijn wilde bijen nauwelijks agressief en de angels zijn te klein – behalve bij hommels – om door mensenhuid te prikken. Voor een eerste onderzoekje naar de wilde bijen zijn een paar eenvoudige hulpmiddelen en wat tijd genoeg.

De uitvoering: Vier hardhouten balken vormden de basis van ons meetinstrument. In die balken boorden we 8 series van elk 50 gaten. Iedere serie met een andere boordiameter: 1,5 mm – 2 mm – 3 mm – 4 mm – 4,2 mm - 4,5 mm 5 mm – 6 mm. Alle gaten netjes op een rij zodat ze makkelijk geteld konden worden.

Van 22 februari tot en met 26 september is elke week genoteerd hoeveel gaatjes van elke serie door metselbijen waren gebruikt. De tellingen werden ter plekke genoteerd in een spreadsheet-app. Daarmee konden de gegevens in een handomdraai omgezet worden in overzichtelijke grafieken.

Wat wilden we weten: We wilden weten welke boordiameter het meest gebruikt zou worden. Daarnaast waren we benieuwd naar hoe het broedseizoen eigenlijk verloopt. Dus: wanneer beginnen de metselbijen, wanneer is het hoogtepunt en wanneer stopt het broedseizoen? Overigens zijn de wilde bijen die gebruik maken van bijenhotels maar een klein deel van de wilde bijensoorten. De meeste wilde bijensoorten maken hun nestholtes in de grond.

Het verloop van het broedseizoen: Hieronder 2 grafieken die we hebben kunnen maken met onze wekelijkse tellingen. Het gaat om 7 boordiameters (1,5 mm diameter is niet gebruikt door de metselbijen). De eerste grafiek: Het totaal aantal dichtgemetselde gaten per diameter per week. Horizontaal staan de data waarop de bezette gaten geteld zijn.

Verticaal het aantal gaten (elke lijn zijn 10 gaten, maximaal 50):

metselbijenmeter 2020 totalen per week
metselbijenmeter 2020 totalen per week

Vanaf 15 februari is gemonitord. De eerste bezette gaten werden op 4 april genoteerd. Zo nu en dan zakt het totaal aantal bezette gaten een beetje. Nesten van metselbijen worden ook gebruikt door zogenaamde “broedparasieten”. Dat zijn dieren (bijvoorbeeld koekoeksbijen, sluipwespen of bepaalde vliegensoorten) die hun eitjes afzetten in nesten van metselbijen. Hun larven eten de voedselvoorraad en vaak ook de larve van de metselbij op. Nesten van metselbijen blijven meestal tot volgend voorjaar gesloten. We gaan er van uit dat nesten die dit seizoen zijn geopend door “broedparasieten” zijn gebruikt. Door het uitkomen van de “broedparasieten” kan het aantal bezette nesten dalen. Ook hebben we gezien dat vogels proberen de nesten te plunderen.

Een eerste indruk van het metselbijen broedseizoen: De eerste weken, vanaf begin april, werden alleen 6 mm gaten gebruikt (lichtblauwe lijn). Ongeveer 5 weken later (eerste helft van mei) begon het gebruik van de 3 mm (rode lijn), de 4,2 mm (groene lijn) en de 4,5 mm (oranje lijn).

Weer enkele weken later (eerste helft juni) begon het gebruik van 4 mm (gele lijn) en 5 mm (rose lijn).

Tot onze verrassing werden in de eerste helft van augustus nog 9 gaten met 2 mm diameter bezet (donkerblauwe lijn).

De meeste lijnen vertonen vanaf het begin een min of meer constante stijging, stabiliseren dan ergens in juni en zakken langzaam weg, om halverwege juli weer een sprongetje te maken.

Vanaf eind augustus blijven de lijnen gelijk of zakken langzaam weg.

Verschillen per week: De volgende grafiek laat de verschillen per week zien. Hoe hoger de lijn hoe meer activiteit in die week. Waar de lijn onder de basislijn duikt neemt het aantal bezette gaten af. De meeste lijnen laten een beginpiek zien en hobbelen daarna nog wat verder:

metselbijenmeter 2020 verschillen per week
metselbijenmeter 2020 verschillen per week

Ook hier is de vroege start bij de 6 mm gaten duidelijk zichtbaar. Dan volgt een bergje van de 3 mm, 4,2 mm en 4,5 mm. Dan een bergje van 4 mm en 5 mm en ook de 4,2 mm nog een keer. Verderop het sprongetje eind juli.

Wat hier opvalt zijn de 2 periodes waarin de lijnen regelmatig onder nul duiken. Half juni tot half juli en vanaf augustus. Waarschijnlijk komen in die weken meer “parasieten” uit dan de metselbijen nieuwe gaten bezetten.

Weinig werk, leuk resultaat: Door wekelijks te noteren welke gaten bezet waren, kregen we een interessant eerste beeld van het metselbijen seizoen. We weten nu iets over de start, de duur, periodes met veel en weinig activiteit, “populariteit” van verschillende boordiameters en de invloed van “broedparasieten”. Kleine natuurverschijnselen die anders verborgen blijven, zijn op eenvoudige wijze zichtbaar gemaakt.

Soorten: Natuurlijk wilden we ook weten welke soorten op onze metselbijenmeter af kwamen. Dáár achter komen kost tijd. Regelmatig een uurtje de wacht houden is ons dit jaar niet vaak gelukt. Toch hebben we een viertal bijensoorten en vier verschillende “broedparasieten” op naam kunnen brengen. Scherpe foto's zijn daarbij onmisbaar gebleken. Die zijn nodig voor de herkenningsapp Obsidentify en infopagina's op internet. Met die hulpmiddelen – en voldoende tijd – is het ook voor leken zoals wij mogelijk kennis op te bouwen over de lokale wilde bijen.

De Rosse metselbij en Gehoornde metselbij waren er als eerste bij. Ze lijken veel op elkaar en de naamgeving is wat verwarrend. De vrouwen van de Gehoornde metselbij hebben twee hoorntjes op de kop, maar dat hebben de vrouwen van de Rosse metselbij ook. De rosse metselbijen hebben een zwarte kop en oranjebruine beharing aan de onderkant van het achterlijf. De beharing dient om stuifmeel te verzamelen en vervoeren. Rosse metselbijen zien er inderdaad wat rossig uit. De gehoornde metselbij is iets rossiger, vooral omdat de vrouwen ook op het achterlijf rode beharing hebben. Rosse metselbijen hebben een zwart achterlijf. Aan de hand van dit verschil zijn de twee soorten het makkelijkst uit elkaar te houden.

Rosse metselbij (Osmia bicornis).

verspreidingskaart Rosse metselbij
verspreidingskaart Rosse metselbij
Rosse metselbij - Osmia bicornis
Rosse metselbij - Osmia bicornis

Volgens DeNederlandseBij kun je de Rosse metselbij op veel plekken vinden: Op bospaden, maar ook in tuinen in de stad. Ze leeft solitair. Dus niet in een volk, zoals honingbijen of hommels. Ze nestelt in holle ruimtes van een halve tot een hele centimeter doorsnede. Van nature nestelt ze in oude kevergangen in hout, maar bamboestokken, rietstengels, zelfs kieren en gaten in huizen worden genoemd. De rosse metselbij gebruikt vochtige grond om de nesten dicht te metselen.

Welke planten: Ze vliegt vroeg in het seizoen op verschillende bloeiende kruiden. DeNederlandseBij noemt Gevlekt Longkruid, Witte dovenetel, Hondsdraf, Witte klaver, Esdoorn, Wilg, Zomereik, Ranonkelachtigen (bijv. Boterbloemen) en Braam.

Kleine wereld: Belangrijk om te weten is dat de afstand tussen de nestplaats en de plekken waar voedsel voor de nesten gehaald wordt meestal beperkt is tot 100 meter. Veel wilde bijensoorten hebben een klein wereldje en komen tijdens hun leven vaak niet verder dan een paar honderd meter van de geboorteplek.


Leefwijze van een metselbij: De rosse metselbij legt ca. 10 broedcellen per holte. De eitjes worden afgezet in de broedcellen, ieder ei krijgt een voedselvoorraadje voor de uitgekomen larve. Nadat een ei is afgezet, schermt het vrouwtje het af door een muurtje te 'metselen' van modder waarna het volgende ei wordt afgezet. Het maken van een enkel tussenschot duurt ongeveer een dag. De meeste andere metselbijen gebruiken vermalen plantendelen om de tussenschotjes te maken.

Het ei is ongeveer twee millimeter lang en komt na twee dagen uit. De larve doet zich tegoed aan het voedsel in de nestkamer. Na ongeveer vijf weken is de larve volledig ontwikkeld en spint een cocon waarna de plaatsvindt. In de cocon verandert de wormachtige larve in een volwassen bij met pootjes en vleugels. De jonge bijen vliegen pas het volgende jaar uit nadat ze zich uit hun schuilplaats hebben geknaagd” (overgenomen van Wikipedia).

 

Gehoornde metselbij (Osmia cornuta).

verspreidingskaart Gehoornde metselbij
verspreidingskaart Gehoornde metselbij
Gehoornde metselbij - Osmia cornuta
Gehoornde metselbij - Osmia cornuta

Het leven van de gehoornde metselbij lijkt veel op dat van de rosse metselbij. In het voorjaar komen eerst de mannen uit en daarna de vrouwen. Na de paring gaan de vrouwen nesten bouwen in gaten, kieren en plantenstengels e.d. de gehoornde metselbij heeft enkele jaren van achteruitgang meegemaakt maakt lijkt vooral door de groei van het aantal bijenhotels weer toe te nemen.

Welke planten: Gastenvanbijenhotels noemt Esdoorn, Wilg, Meidoorn, Hulst, Paardenbloem, Boterbloemen, fruitbomen, Koolzaad en andere kruisbloemigen. Doordat ze ook op fruitbomen vliegen worden Gehoornde metselbijen en Rosse metselbijen ingezet in de fruitteelt.

Verspreiding: over geheel Nederland genomen is de gehoornde metselbij vrij zeldzaam. Toch kan hij plaatselijk vaak voorkomen. De Gehoornde metselbij komt vooral in de zuidelijke helft van het land voor.

 

Ranonkelbij (Chelostoma florisomne)

verspreidingskaart Ranonkelbij
verspreidingskaart Ranonkelbij
Ranonkelbij (Chelostoma florisomne)
Ranonkelbij (Chelostoma florisomne) op Egelboterbloem

Nestelgedrag: Wildebijen.nl schrijft: “De celwanden worden opgebouwd met zand en leem, waaraan ook nectar wordt toegevoegd. Opmerkelijk is dat ze de gewoonte hebben om in de buitenste celwand ook kleine steentjes te verwerken.”

Welke planten: Ranonkelbijen doen hun naam eer aan. Ze vliegen vooral op boterbloemen, ranonkelachtigen dus. Dat was afgelopen jaar goed te zien enkele meters voor onze metselbijenmeter hebben we een stuk grond afgeplagd om te kijken wat er spontaan op zou komen. Onder anderen veel boterbloemen dus en daar houdt de Ranonkelbij van. Zo waren vaak ranonkelbijen door de bloemen aan het kruipen om zoveel mogelijk stuifmeel te verzamelen

Kwetsbare soort: De Ranonkelbij komt is voornamelijk te vinden op de hogere zandgronden. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst in de categorie kwetsbaar. Dat betekent niet dat de Ranonkelbij een slap beestje is, maar dat haar leefgebied achteruit gaat.

 

Tronkenbij (Heriades truncorum

verspreidingskaart Tronkenbij
verspreidingskaart Tronkenbij
Tronkenbij (Heriades truncorum)
Tronkenbij (Heriades truncorum)

De tronkenbij leeft ongeveer een maand en produceert in die tijd zo'n 8 eitjes. Ze vliegt vooral op gele composietbloemen.Min of meer een specialist dus, net als de ranonkelbij die op ranonkelachtigen vliegt.

 

Welke planten: DeNederlandseBijen meldt: “Jacobskruiskruid, boerenwormkruid, Goudsbloem, Heelblaadjes, Alant, Gele kamille, Margriet, Meisjesogen. Door met het achterlijf te bloem te bekloppen, verzamelen ze het stuifmeel tussen hun verzamelharen, deze typische manier van verzamelen is een goed veldkenmerk. Roof van stuifmeelpollen uit of het geheel overnemen van andere nesten van dezelfde soort is waargenomen. Voor het bevoorraden van één broedcel zijn ongeveer 34 vluchten nodig”.

Verspreiding: De soort komt in het westen en noorden van het land minder voor dan in de andere delen van het land. Waarneming.nl meldt dat het er op lijkt dat de soort het vooral goed doet in min of meer verstedelijkt gebied.

 

 

 

Broedparasieten: Bijenhotels worden niet alleen door wilde bijen gebruikt. Ook insecten die de nesten van wilde bijen gebruiken om hun eigen eitjes in af te zetten komen op de insectenhotels af. De larven van deze “broedparasieten” voeden zich met de voedselvoorraad en de larven van de metselbijen. We hebben vier van deze insecten op naam kunnen brengen.

 

De Muurrouwzwever (Anthrax anthrax).

verspreidingskaart Muurrouwzwever
verspreidingskaart Muurrouwzwever
Muurrouwzwever - Anthrax anthrax
Muurrouwzwever - Anthrax anthrax

De Muurrouwzwever (Anthrax anthrax) is een Wolzwever. In Nederland komen 20 soorten Wolzwevers voor. Die parasiteren allemaal op eitjes van andere insecten. De meeste Wolzwevers gebruiken de eitjes van wilde metselbijen en metselwespen. Ook de Muurrouwzwever. Ze heeft een zwart lichaam en grote zwarte vleugels. Vaak zit ze met gespreide vleugels op stenen op te warmen. Vandaar de mooie naam. Ze fladdert rond langs mogelijke doelen en schiet vanuit de vlucht eitjes in nestelgangen.

Verspreiding: “De soort wordt opvallend vaak in steden waargenomen, met name op zonbeschenen muren en schuttingen … De meeste wolzwevers zijn warmteminnend en dat is misschien de verklaring dat deze soort relatief veel in stedelijke omgeving wordt waargenomen.”

 

Gewone knotswesp Sapyga clavicornis

Gewone knotswesp Sapyga clavicornis
Gewone knotswesp Sapyga clavicornis

De gewone knotswesp is gespecialiseerd op ranonkelbijen. Geen wonder dus, dat we haar op onze metselbijenmeter hebben gezien. GastenVanBijenhotels: “De larve van de Gewone knotswesp heeft scherpe kaken en kan het ei van de gastheer doorboren, deels leegzuigen en daardoor doden. Ook zijn de kaken geschikt om concurrerende larven te doden. Uiteindelijk blijf één knotswesplarve in de cel in leven. Die vervelt en verandert in een larve met monddelen die geschikt zijn om het stuifmeel en de nectar op te nemen. Vreemd genoeg worden het nu vegetariërs, wat uitzonderlijk is voor wespen. Nadat al het voedsel is verorberd, spint de larve zich in, waarbij de uitwerpselen buiten de cocon worden gehouden. De winter wordt als volwassen wesp in de cocon doorgebracht. Als de gastheren verschijnen, is het ook voor de nieuwe generate knotswespen tjd om haar opwachtng te maken. Zo is hun levenscyclus volbracht.”

Verspreiding: De gewone knotswesp is een ranonkelbijenspecialist. Het verspreidingsgebied is hetzelfde als dat van die ranonkelbij.

Ephialtes manifestator
Ephialtes manifestator

Ephialtes manifestator

Opeens zagen we een paar sierlijke insecten op onze metselbijenmeter. We kenden ze niet maar na enig speurwerk op het net en in Gasten Van Bijenhotels kwamen we achter de juiste naam.

Natuurlexicon.be:De sluipwesp Ephialtes manifestator is een tamelijk algemene wesp met een lengte van 15 tot 25 mm. Het is een lange, zwarte wesp met oranjerode poten. De legboor is bij het vrouwtje bijna anderhalve keer zo lang als het lichaam. Via geursensoren op de antennes worden nesten opgezocht van andere wespen of bijen. Met de lange legboor boort het vrouwtje dwars doorheen de nestwand of nest-afsluiting. Via de legboor wordt een ei in of nabij een gastheerlarve gedeponeerd.” gastenvanbijenhotels: “Dieper dan de lengte van de legboor kan de sluipwesp niet in een afgesloten nestgang binnendringen. Dat
houdt in dat ze achter het atrium hooguit de dichtstbijzijnde broedcellen kan bereiken. Het betref dus meestal mannelijke dieren die worden geparasiteerd, wat voor de bijenpopulate het minst erge verlies inhoudt.”
De soort maakt onder anderen gebruik maakt van de Rosse metselbij, Ranonkelbij en Tronkenbij.

Goudwesp soort onbekend
Goudwesp soort onbekend

Goudwespen:

Vaak zagen we de kleine metallic gekleurde wespjes rondsluipen bij de nestelende metselbijen. Net als de andere 'parasieten' is hun enige interesse het vinden van geschikte nesten om hun eitjes in af te zetten, zodat hun nakomelingen de voedselvoorraad, inclusief de larve van de metselbij, te gebruiken voor de eigen ontwikkeling.

Er komen veel soorten voor in Nederland maar het is erg lastig om ze per soort op naam te brengen. Gasten van bijenhotels: De goudwespen met een rood achterlijf vormen waarschijnlijk een verzameling vrijwel identek gekleurde
maar toch verschillende soorten, want ze komen bij veel verschillende gastheren voor. De dieren zijn uiteenlopend van maat, van 5 tot 10 mm. Over het hele lichaam verspreid ziten ondiepe gelijkvormige putjes, die
het glanseffect versterken.”

Niet alleen metselbijen en hun belagers bezochten het insectenlab. Ook werden de houtblokken bezocht door vogels. Koolmezen, Pimpelmezen, Roodborsten, winterkoning en een grote bonte specht hebben we gezien. Meestal onderzochten de vogels de spleten en kieren tussen de houtblokken. De nestholtes van de metselbijen trokken minder vaak de aandacht. Misschien omdat de blokken te hard waren om open te hakken.

Koolmees en jonge Roodborst bestuderen het insectenlab
Koolmees en jonge Roodborst bestuderen het insectenlab