Zaterdag 8 juni 2024

Het wordt een lekker zomerdagje en dat merk je deze ochtend. Droog, genoeg zon en rond de twintig graden. We ronden de voorjaarsmaaibeurt af. Vroegtijdig, dat wel. Deze week zijn de laatste droge stukken gemaaid. Vandaag ruimen we het maaisel op en dan stopt het voorlopig. De natuurtuin is een stuk droger dan vorige week, maar de lage graslandjes staan nog steeds onder water. De stukken die daar direct op aansluiten zijn zo zacht dat de maaimachine er meteen in wegzakt. Eerst maar eens het maaisel opruimen. Twee ladingen hooi gaan met de hooikruiwagen naar buiten. Vanaf het stoepje en het insectenlab verderop gaan vier gewone kruiwagens op de houtstapel in het elzenbosje.

Groot dikkopje en Vogelkersstippelmot

We drinken op ons gemak een paar koppen koffie, bespreken de wereld, genieten van het weer en de vogelgeluiden. Daarna harken we het maaisel voor de natuurtuin tegen de buitenhaag aan. Tijd genoeg over om rustig wat rondjes te lopen en insecten te zoeken. We vinden het insectenjaar tegenvallen. We zien weinig vlinders en libellen. Nu en dan vliegt er wel een voorbij, maar de aantallen van andere jaren halen we niet. In de bosrand van het elzenbosje krijg ik een paar libellen op de foto. Verderop een Groot dikkopje en een Vogelkersstippelmot. Gaan de stippelmotrupsen binnenkort de Vogelkersen weer inpakken?

Slobkousbij en Grote wederik

We lopen twee bezoekers tegen het lijf. Een ervan heeft eerder met Onderzoeker Will gesproken en had beloofd om eens langs te komen. Terwijl Onderzoeker Will en de bezoekers zich op Tinekes bankje nestelen, loop ik nog wat rond. Rinus knipt de paden vrij, zodat de schoolexcursies zonder kleerscheuren verlopen. Bij de noordelijke poel staan twee Grote wederiken in bloei. Ze lopen flink voor op de rest, die verderop nog in knop staat. Twee kleine bijtjes vliegen zenuwachtig tussen de Wederiken heen en weer. Ik krijg er toch een scherp op de foto. Herkenningsapp Obsidentify bevestigt mijn vermoeden: het is een Gewone slobkousbij. Dit bijtje met zijn grappige naam is als enige bij gespecialiseerd op Wederik. De plant produceert geen nectar, maar wel olie (en stuifmeel) de slobkousbij gebruikt die materialen voor haar nestbouw. Er is dus een rechtstreeks verband tussen de Slobkousbij die hier vliegt en de Grote wederik die hier groeit.

Muurrouwzwevers en Goudwespen

In de houtblokken van het insectenlab gebeurt nog steeds niet veel. De gaten die meestal gevuld worden door Ranonkelbijen en Tronkenbijen zijn goed gevuld. De rest is duidelijk minder actief. Vandaag zie ik verschillende Muurrouwzwevers en enkele Goudwespen rondhangen bij de houtblokken. Dat zijn zogenaamde parasieten die de nesten van de metselbijen gebruiken voor hun eigen nageslacht. De nakomelingen van de metselbij overleven dat niet. Zou de balans tussen metselbijen en “parasieten” een beetje zijn doorgeslagen? Of ligt de oorzaak in het bizarre jojoweer van de laatste jaren (dan extreme droogte, dan extreem nat)? Of zijn het toevallige fluctuaties in de bijenbevolking? Hoe meer je aan de weet komt, hoe meer vragen er opkomen. Rinus en Onderzoekers Will gaan een groep kinderen ophalen die waterbeestjes komen scheppen. Ik heb geen tijd en sluit ondertussen af.


Zaterdag 1 juni 2024

Voor de poort ligt een mol. Op de rug, een beetje opgeblazen en hartstikke dood. Dat is meteen duidelijk, maar wat doet een dode mol hier? Elk jaar vinden we een paar keer een dode mol en dan telkens midden op een pad. Misschien missen we ook nog veel mollenlijkjes door de hoge begroeiing. Blijft de vraag hoe die mollen doodgaan. Volgens mij is het nu (eind mei, begin juni) onrustig in mollenland. Mollen zijn van zichzelf zeer territoriaal. Ze dulden geen andere mollen tussen hun molshopen. Alleen tijdens de paartijd en wanneer de jongen worden grootgebracht. Volgens mij begint nu de tijd dat de jongen het nest verlaten en een eigen leefgebied zoeken. Het kan niet anders dan dat daarbij geknokt wordt. En dat leidt tot slachtoffers. Misschien zijn er nog meer oorzaken, maar we zullen het nooit zeker weten.

Maaiwerk

Begin deze week heb ik met de messenbalkmaaier de droge stukken in de zuidelijke strook gemaaid. In andere jaren maaiden we daar alles, maar ook hier staan de lage stukken onder water. Niets aan te doen en voor vandaag hebben we dus niet veel werk. Op drie plekken harken we het maaisel op dijkjes. We laten alles zo liggen zodat we mogen iets van ons groenbeheer kunnen laten zien. Het IVN organiseert een publiekswandeling door De Bundertjes en loopt dan ook eens tukje door de natuurtuin. We zijn dan de hele middag open.

Misschien is de maaibeurt al klaar

Na het werk in de zuidelijke strook fatsoeneren we de ingang. Het maaisel dat daar nog ligt, gaat tussen de houtwal en buitenhaag. Het is niet veel werk, we kletsen wat met elkaar en de voorbijgangers. Daarna lopen we nog een ronde door de natuurtuin. Voorlopig is er geen maaiwerk meer. Het duurt minstens een week of twee voordat de lage veldjes droog genoeg zijn. En dan moet het niet te veel regenen, anders gaat de rest van de maaibeurt niet door.

Van grasland naar moerasland

We zien weinig insecten. Dat is niet raar, want de zon laat zich niet zien en echt warm is het ook niet. Tot nu toe hebben we niet veel echt zomers weer gehad en er zijn maar weinig kleurige bloemen te ontdekken. Dat laatste komt vooral door de hoge waterstanden. De lage graslandjes, die in andere jaren het kleurrijkst zijn, staan onder water. Veel graslandplanten houden wel van nattigheid, maar maandenlang onder water is te veel van het goede. Een echte moerasplant zoals Pitrus doet het juist wel erg goed. Ik zie exemplaren van ruim een meter hoog die uitbundig bloeien met geelgroene bloemen. Bij de noordelijke poel staat een heus Pitrusbosje. Andere waterliefhebbers hebben het ook duidelijk naar de zin. In de zuidelijke strook en de grote poel laten Groene kikkers horen dat ze er zijn. En letterlijk overal zitten slakken. Naaktslakken, huisjesslakken, allerhande soorten. Ik zie weinig planten waar er geen op zitten. Verbazend hoe snel dingen kunnen veranderen.