Zaterdag 27 april 2024

Net als vorige week schuurt een zone met slecht weer net tegen ons aan. Een deel van de ochtend valt een irritante miezerregen. Later prikt de zon steeds vaker door de wolken heen. Ik vind een pot groene verf waarmee vorig jaar de deur van het materiaalhok is geverfd. Terwijl ik wat klets met onze vaste vroege bezoeker, verf ik de versterkte deurpost. De verf dekt totaal niet. Volgende week nog maar een laag doen. De dode ree achterin de natuurtuin ligt er nu ruim twee weken. Het volume van het lijk is gehalveerd. Een deel van de vacht lijkt van de huid afgeveegd. Waardoor dat komt, is niet duidelijk. Misschien zijn de haren los gaan zitten en zijn ze verwaaid. Een stuk huid ligt nu bloot en is bedekt met een dikke laag krioelende maden. Een buitenkansje voor vogels die nu jongen hebben.

Natuurtuin doet mee met landelijk amfibieën meetnet

Gisterenmiddag heb ik in de grote poel en de zuidelijke poel telkens zes kleine fuiken uitgezet. Sinds kort werken we samen met de RAVON (Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland) aan het landelijk amfibieën meetnet. Daarvoor hebben we fuiken gekregen waarmee we volgens een vaste procedure de poelen controleren op aanwezige amfibieën (kikkers, padden, salamanders). De fuiken hebben een nacht in het water gelegen en nu gaan we de vangst bekijken. Ik verwacht er weinig van, maar dat blijkt anders uit te pakken.

Vangsten boven verwachting

Eerst onderzoeken we de fuiken in de zuidelijke poel. We zetten bakken water op de campingtafel en ik ga met het waadpak de poel in. Voorzichtig haal ik de zes fuiken op en laat ze vlak voor de oever in het water liggen. Een voor een gaan ze naar de campingtafel en we schudden we de inhoud in een van de bakken. We weten niet wat we zien! Tientallen grote en kleine watertorren met daarbij ook nog twintig salamanders. Kleine watersalamanders (3 mannen en 1 vrouw) en Alpenwatersalamanders (7 mannen en 9 vrouwen). Daarnaast waren 2 kikkerlarven de fuiken ingezwommen. Wat een vangst. Onderzoeker Will heeft zijn handen vol aan het identificeren van alle kevers en torren.

Ook bijzondere watertorren

Nadat we de beesten weer in de zuidelijke poel hebben gezet, verhuizen we onze installatie naar de grote poel. Drie fuiken liggen langs de oever van de heuvel en ook die zijn goed gevuld. Naast kevers en torren ook nu weer veel salamanders. Kleine watersalamander (2 mannen en 4 vrouwen) en Alpenwatersalamander (2 mannen en 6 vrouwen). De andere drie fuiken liggen tussen de heuvel en het berkenbosje. Meer in de schaduw en dat is meteen te merken. Een fuik is leeg. In de twee anderen zit een Kleine watersalamander (man) en een aantal torren. Daar zitten twee Kleine spinnende watertorren bij. Een nieuwe soort voor de natuurtuin. Om de bakken te vullen hebben we vlak bij de oever een emmer water geschept. In dat water zitten tientallen kleine friemelbeestjes en larven, waaronder zes piepkleine salamanderlarven (volgens mij net uit het ei) en 6 kikkerlarven.

Sprinkhanen en het weer

Ondertussen zijn Peter van Ruth en zijn zus binnengewandeld. Peter komt kijken hoe het met de sprinkhanen staat. Als ik het goed begrijp valt het hem een beetje tegen. Dat kan aan van alles liggen. We hebben het een tijdje over de waterstanden, temperaturen en alle zaken die gevolgen hebben voor verschillende planten en dieren. Over een tijdje komen ze terug om de ontwikkelingen te volgen. We lopen nog een rondje en vragen ons af wanneer de lage veldjes droog zullen vallen. Komende weken in ieder geval niet. Normaal beginnen we half mei met maaien, maar de laatste maanden waren niet normaal. Misschien moeten we de lage graslandjes later in mei of begin juni maaien. Hoe dan ook sluiten we even later af, tevreden met de opgedane ervaring. Volgende week testen we de noordelijke poel.

Zaterdag 20 april 2024

Herfstweer vandaag. Tien graden, wind en wolken. Als we geluk hebben waait alle regen aan de oostkant van Helmond voorbij. Hebben we pech dan regent het de hele ochtend. Het wordt een beetje van allebei. Meestal droog, maar soms een pittig bui. Wat betreft de waterstand zijn we terug bij af. De zuidelijke poel stroomt over naar het wilgenbosje. Het lijkt alsof het pad wat daartussen loopt, wordt overspoeld door een riviertje. De graspaden verderop, die vorige week net aan droog waren, staan opnieuw diep onder water. We moeten uitkijken dat onze laarzen niet in de modder blijven steken.

Veel groen, minder kleur?

We beginnen de ochtend met een rondje buitenom de natuurtuin. Plassen op de paden en de regenwatersloot doet net alsof het een beekje is. We hebben het er de zoveelste keer over, maar het is waar: zo’n lange tijd zoveel water (sinds september vorig jaar staan de laagste stukken onder water) hebben we nog nooit meegemaakt. Door het koude weer voelt het aan als herfst. Toch knalt het groen overal uit de bodem, de struiken en de boomkruinen. Daar bovenop horen we een paar keer duidelijk de Koekoek! Het voorjaar is nu officieel begonnen. Wat betreft bloeiende planten verwacht ik dit seizoen weinig kleur. Vooral de stukken die al een half jaar onder water staan zullen tijd nodig hebben om bij te komen. En dan moeten ze eerst nog droogvallen.

Boomhommels in vogelhuisje en de eerste Koekoek

Bijna terug in de natuurtuin zien we insecten in en uit een vogelhuisje vliegen. We moeten tegen het licht inkijken en zien niet welke soort het is. Pas wanneer Onderzoeker Will met de verrekijker de zaak bestudeert, weten we het zeker: Het vogelhuisje is bezet door een boomhommelvolkje. Vogelhuisjes zijn meestal bedoeld voor vogels die van nature in boomholtes broeden. Groot gelijk van die boomhommels dat ze daar in gaan zitten. Na een kop koffie om op te warmen beginnen we aan de klus van de week. We harken het maaisel van vorige week tegen de buitenhaag aan de voorkant. Voor een deel moeten we in het water harken, maar na een half uurtje zijn we klaar. Kort daarna komt zelfs de zon tevoorschijn en lopen we een klein rondje door de natuurtuin.

Struiken doen het goed in de nattigheid

Vlak bij de noordelijke poel zie ik tegen een grote wilg een (echt maar een) bloem van de Dagkoekoeksbloem. De eerste van dit jaar. Normaal staan er rond deze tijd tientallen in bloei, maar zoals gezegd valt het aantal bloeiers tot nu toe tegen. Alleen de struiken doen het goed. Overal langs de bosranden staan ze in bloei. Eerst waren het de Sleedoorns, nu Meidoorns, Lijsterbessen en nog een paar Vogelkersen. Die bloesem maakt veel goed. Tussen het jonge groen van de bosjes hangt een lange sluier van witte bloesem. Mooi gezicht, maar vooral handig voor bijvoorbeeld de boomhommels die verderop een vogelhuisje hebben gekraakt.


Zaterdag 13 april 2024

Zomer! Net als vorige week van korte duur, maar we genieten er van. Volgende week zakt de temperatuur en stijgt de neerslag. Het is immers nog steeds april. Het pad naar het insectenlab wordt niet meer onderbroken door een riviertje. Daarmee is alles gezegd. We zakken nog steeds tot de enkels in de modder. Het is nog rustig in het insectenlab. Het metselbijen seizoen is nog niet echt losgebarsten. Ik heb laatst een Gehoornde metselbij gezien die scherp in de gaten werd gehouden door een mooie goudwesp (Chrysis terminalis). Van alle diameters zijn alleen bij de 6 mm gaten nieuwe nesten gemetseld. Bij de 4,2 mm en 4,5 mm zijn juist minder gaten bezet. Waarschijnlijk is de nieuwe generatie bijtjes daar aan het uitvliegen.

Tijmereprijs profiteert van nattigheid

Ik loop een stukje mee met de vogeltelronde van Onderzoeker Will. Op een half opgedroogd modderpad staat Tijmereprijs in bloei. Best veel plantjes bij elkaar. Normaal zijn de paden dicht begroeid met gras. Daartussen zit nu en dan een enkel bloeisteeltje van de Tijmereprijs. Het plantje heeft piepkleine bloempjes die nauwelijks opvallen tussen het gras. Nu is veel gras verzopen en kapot gelopen door het vele en langdurige hoogwater. Dat biedt kansen voor het bescheiden plantje. De Tijmereprijs is de eerste plantensoort waarvan ik zie dat de nattigheid gunstig uitpakt. Dat had ik niet verwacht. Wanneer in de zomer het gras aangroeit, wordt het plantje weer naar de marges gedrukt.

Ook de Blaaszegge ziet kansen

In de lage graslandjes staat nog een plant die het goed doet bij extreme waterstanden. Tientallen bloeistengels van de Blaaszegge (volgens Obsidentify, ik moet het nog uitzoeken) wiegen in de wind. Bloemen van zeggesoorten zijn niet sensationeel van kleur. Van wittig tot bruinig, maar met zijn allen bij elkaar maken ze er toch iets leuks van. Zeggen hoeven ook niet hun best te doen om insecten te lokken. Net als grassen, waar ze veel op lijken, zijn het windbestuivers. Stuifmeel wordt door de wind naar de vrouwelijke planten geblazen.

Maaimachines testen

Ik wil de opgeknapte gazonmaaier uitproberen, maar kom niet ver. Tien meter van de container houdt hij ermee op. Nadat ik hem thuis opgeknapt had, liep hij probleemloos. Zou er opnieuw water in de carburateur zijn gekomen? Binnenkort zal ik hem maar weer nakijken. De nieuwe messenbalkmaaier moet ook nog goed worden getest. Vorig jaar stond de natuurtuin onder water voordat we hem goed aan het werk konden zetten. Ik heb een paar kleine aanpassingen gedaan aan de maaibalk en dat pakt goed uit. Een stukje pad binnen de natuurtuin en daarna de strook buiten aan de voorkant gaan probleemloos. De lengte van de maaibalk is de enige beperking. Hij is 120 cm breed en bij kleine oneffenheden maait hij dus niet strak. De oude balkmaaier doet het ook nog en zo hebben we de keus. Ongelijke stukken, zoals de zuidelijke strook kunnen we beter met de oude maaier doen. Vlakke stukken gaan sneller met de nieuwe.

Slakken eten alles

Terwijl ik aan het maaien ben hebben Onderzoeker Will en Rinus een vogelhuisje ontdekt dat overgroeid is door klimop. Ze pakken de vouwladder erbij en weten die veilig op te stellen. Ik ben benieuwd of er dit jaar nog een vogel in gaat broeden. Op het overgroeide stoepje heb ik een kluwen naaktslakken gezien die zich op iets eetbaars hadden gestort. Nu de slakken weg zijn, ik denk door de brandende zon, zie ik dat het een dood jong vogeltje is. Dat is niet vanzelf hier gekomen. Waarschijnlijk uit een nest geroofd en onderweg verloren. Een mazzeltje voor de slakken. Ik denk dat ze verder zullen eten wanneer de zon weg is. Ik zie sowieso veel slakken in de natuurtuin. Zowel naaktslakken als verschillende soorten huisjesslakken. De Slanke sleutelbloem gaat niet meer in bloei komen. Twee jaar geleden hebben de reeën de bloemen afgeknabbeld. Nu heb ik de plant tijdelijk beschermd met kippengaas, maar dat houdt geen slakken tegen. En ook die blijken sleutelbloemen lekker te vinden. Ook nu zit er nog een klein slakje op een half opgegeten bloemkop. De bladeren van de plant zijn vrijwel ongeschonden en zien er gezond uit. Op zich doet hij het dus goed op deze plek. Alleen jammer van de verdwenen bloemen.

Dood ree

Langs de sloot aan de westkant ligt een dode ree. We hebben geen idee waaraan het beest is gestorven. We zien geen verwondingen, maar de kop ligt ver achterover. Is ze in de nek gebeten? Is ze in paniek geraakt en in volle vaart tegen de prikkeldaad gelopen die hier hangt? We vinden geen bevredigende verklaring. De dode ree is een mooie kans om te zien wat er op zo’n lijk afkomt. We zetten er twee wildcamera’s bij. Een dichtbij en een op een paar meter afstand voor het overzicht. De ree ligt er nog niet zo lang. Ik schat minder dan een week. Hoe, hoe snel en door wie zal het lijk worden opgeruimd? Natuuronderzoek is best spannend!


Zaterdag 6 april 2024

Boem … zomer. Hooguit een dag of twee, maar toch. Het wordt zo’n 25 graden en zonnig. Dat is even wennen. Afgelopen week hadden we nog een paar regenbuien, dus de modder is voorlopig niet weg. Ook het water op de lage graslandjes niet. De onderkant van de houten brug hangt nog steeds in de grote poel. Over het pad naar het insectenlab stroomt een miniatuur riviertje. Ik denk dat een of twee weken droog weer nodig is om de ergste nattigheid kwijt te raken. Rinus heeft een belangrijke bijeenkomst in Gemert en we hebben maar een klein klusje. Genoeg tijd over om natuurontwikkelingen te bekijken.

Reeën houden van bloemen

Ik loop weer eens mee met de vogelronde van Onderzoeker Will. Hij noteert vogels, ik let op planten die in bloei staan. Elke week zijn er nieuwe bloemen te zien. Ik noteer planten meestal wanneer ze in bloei staan. Dat geeft een beetje een beeld van het bloeiseizoen. Maar belangrijker is, dat veel plantensoorten alleen tijdens de bloei goed op naam te krijgen zijn. In de natuurtuin groeien twee soorten sleutelbloemen. Hoe ze er gekomen zijn weet ik niet. Geplant door een enthousiasteling of ‘overgewaaid’ vanuit de woonwijk. Pas wanneer de bloemetjes zichtbaar zijn worden de verschillen echt duidelijk. Sinds vorig jaar zet ik tijdelijk kippengaas om de twee planten. De reeën vinden de sleutelbloemen erg lekker en zijn me in het verleden vaak te snel af geweest. Voor de bloemen open gingen hadden de reeën ze al opgesnoept. De Gulden sleutelbloem bij de noordelijke poel bloeit. Ik kan de details goed op de foto krijgen en meld de plant bij Waarneming.nl. Het kippengaas gaat weg en de reeën kunnen hun gang gaan. De Slanke sleutelbloem in de zuidelijke zone heeft maar twee lullige bloemknopjes aan een stengel. Ik vraag me af of hij nog wel in bloei komt. Hier blijft het kippengaas nog een tijdje staan.

Hout zagen

Het klusje van vandaag: het in stukken zagen van de planken die van de containerwand zijn gekomen. Over een tijdje moet ik zelf naar de milieustraat en korte planken gaan makkelijk achterin de auto. Dat scheelt weer het regelen van een aanhanger. Met de accukettingzaag is het snel gebeurd. Thuis heb ik al een paar weken stekken van de klimop staan. Ze moeten de kale containerwand begroeien, maar doen nog niet veel. Nog een paar weken afwachten.

Bloeiende struiken en planten

We hebben alle tijd en kunnen lekker het effect van de flitszomer bekijken. De vogelkersen staan vol in bloei. Nu is goed te zien hoe goed deze struik zich door de natuurtuin verspreidt. Vooral in het wilgenbosje en aan de rand van het elzenbosje zijn de witte bloesems zichtbaar. We hebben daar veel hoog opgaande bomen gekapt en de vogelkersen profiteren nu van het extra licht. Over een paar weken wordt hun bloei afgelost door Lijsterbessen en Meidoorns. Die doen het dankzij ons kapbeleid ook steeds beter. Lager bij de grond staat Bonte gele dovenetel. Een mooie voorjaarsbloeier met een even mooie naam. Maar ook een plant die we in toom proberen te houden. De plant hoort hier eigenlijk niet thuis. Wanneer hij zijn gang kan gaan, overwoekert hij de hele bosbodem. Niet voor niets wordt hij in tuinen vaak als bodembedekker gebruikt. Toch zie ik vandaag dat de plant flink wordt aangevreten door verschillende soorten slakken. Wie weet kan de natuurtuin zelf de Bonte gele dovenetel in bedwang houden.

Eendaagse hittegolf

De eendaagse hittegolf zet allerlei natuurverschijnselen in een hogere versnelling. Bij de grote poel horen we nu al het gekwaak van de Groene kikker. De Bruine kikker is er meestal vroeg bij, wanneer het nog koud is. Hun kikkervisjes zwemmen al rond in de poelen. De Groene kikker is meestal pas later in het seizoen te horen, maar daar trekken ze zich vandaag niets van aan. En insecten, ze zijn er ineens weer. Vroeg in de ochtend vielen de vervelende muggen op, maar nu vooral vlinders. Citroenvlinder, Dagpauwoog, Bont zandoogje, Oranjetipje (zowel een man als een vrouw). Vlinders die nu vliegen zijn overwinteraars. Ze planten zich nu voort en de nakomelingen zitten over een paar weken op hun favoriete planten. Ook het insectenlab komt op gang. Een Gehoornde metselbij is haar nestgang dicht aan het te metselen. Iets verderop zit een Goudwesp geduldig haar kans af te wachten. Goudwespen leggen hun eitjes in de nestgangen van metselbijen. De goudwesp wacht tot de metselbij even weg is en zet dan snel haar eitjes af. Ze hoeft zelf geen nest te maken en ook geen voedselvoorraad voor de jonkies aan te leggen. De larfjes van de goudwesp eten de eitjes en larven van de metselbij en zitten lekker beschermd in het vakkundig dichtgemetselde nest. De metselbij moest eens weten!