Natuurtuin

 

Allerlei boeiende diertjes, in de Natuurlijke poelen van de Natuurtuin ‘De Robbert’.

Vanmorgen (2020-02-15), wanneer ik de wijk uit fiets richting ’De Robbert’ hoor ik de Vink regelmatig repeterend met zijn ‘vinkenslag’. Van de vinkenslag zijn veel varianten bekend. In elke streek van Europa klinkt de vink iets anders, maar toch blijft de algemene structuur ongeveer dezelfde, met de dalende notenreeksen. De eerste Vinken zingen al vanaf februari, maar het hoogtepunt ligt in mei en juni. Halve wege op mijn route hoor ik langs het Wilhelminakanaal vele vogels zingen o.a. Kool- en Pimpelmees, Boomklever, Roodborst, Boomkruiper en de verschillende kraaiachtigen. Als ik mijn fiets parkeer nabij de werkschuur, loop ik samen met Stan een rondje door de Natuurtuin. Wanneer we bij de onlangs geknotte wilgen komen zien we dat door het vele gevallen regenwater het voetpad -richting het hoger gelegen bosje- onbegaanbaar is. Op het terrein rondom de grote poel zijn de overstromingsplassen nog groter geworden, en nog -las ik afgelopen week in een bericht- dat het grondwaterpeil niet voldoende is aangevuld ?

Vandaag nog maar een schepnetsessie zoeken naar niet ‘algemene’ soorten in het water van de aanwezige poelen. Het eerste diertje in de ‘witte’slootjesbak is een slakje met een bijna doorzichtig glas huisje, zelf ook nooit eerder opgemerkt. Mijn ogen staan op steeltjes -net zoals het slakje zelf- als ik het van dichtbij bekijk, ‘klik’ een foto en plaats deze op waarneming. ’s Avonds het bericht en goedkeuring dat het gaat om:

Doorschijnende glasslak Vitrina pellucida (Muller, 1774)Doorschijnende glasslak Vitrina pellucida (Muller, 1774)

 

 

 

 

 

 

 

Doorschijnende glasslak Vitrina pellucida (Muller, 1774)

De doorschijnende glasslak (Vitrina pellucida) is een slakkensoort uit de familie van de Vitrinidae. De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1774 door O.F. Muller.

Herkenning:

Huisje tot 6 x 4 mm. Glasachtig groen, geheel doorschijnend. Uiterst dunschalig , fragiel, langgerekt eivormig met tot minder dan 3 snel in grootte toenemende, windingen. De laatste winding is oorvormig verbreed en omvat bijna de helft van de totale breedte. De navel is zeer nauw, de mondopening dun, scherp of meer vliezig, niet verdikt. De sculptuur bestaat alleen uit fijnere groeilijnen. Het dier kan zich, anders dan bij veel andere soorten uit deze familie, nog vrijwel geheel in het schelpje terugtrekken. Het lichaam lijkt op dat van een naaktslak, is lichtgrijs of soms donkerder, de kop en koptentakels zijn zwart. Het dier is in verhouding tot Phenacolimax major altijd kleiner. De mantel heeft een smal, lobvormig uitsteeksel (mantelslip) dat tot aan, maar niet over, de beginwindingen van de schelp ligt.

Let op! Te verwarren met: Grote glasslak Phenacolimax major

Veel meer dan bovenstaande info die te vinden is op de Anemoon verspreidingsatlas Weekdieren, is er -tot nu toe- over dit slakje (nog) niet te vinden, wordt vervolgd.

 

Kokerworm, onbekend.Vlokreeft,  onbekend.

 

 

 

 

 

 

 

Kokerworm, onbekend                                                                                                     Vlokreeft, onbekend.

Deze opmerkelijke waterinsecten kwamen ook naar boven bij het waterdiertjes onderzoek. Kokerwormen bouwen huisjes waarin ze beschermd kunnen leven. Uit allerlei plantaardig en sediment materiaal stellen de verschillende soorten op eigen wijze hun kokertjes samen. Zelfs slakkenhuisjes gebruiken ze. Deze week weer een andere vlokreeftsoort geschept. Onlangs een Amerikaanse vlokreeft, Crangonyx pseudogracilis (Bousfield, 1958) vast gesteld en goedgekeurd en dat allemaal leeft in de Natuurtuin. Naast de vlokreeft (rechtsonder) zie je ook een roeipootkreeftje, Cyclops vrouwtje met twee ei-zakjes.

Haft nymfHaften (of Eendagsvliegen) zijn fragiele insecten uit de insectenorde Ephemeroptera. Ze behoren tot de oudste nog levende gevleugelde insectensoorten en vliegen al miljoenen jaren op de aarde rond. Ze leven het grootste deel van hun leven onder water maar zodra ze uit het water komen zijn ze letterlijk ten dode opgeschreven want ze kunnen in dat stadium niet meer eten. Het volwassen stadium heeft enkel de voortplanting als doel en ze leven daarom slechts enkele uren tot enkele dagen. Hier hebben ze hun naam ‘Eendagsvliegen’ aan te danken.

Wereldwijd komen er ongeveer 2000 soorten voor, in Midden- en Noordwest Europa zo’n 70 en in Nederland vinden we zo’n 40 soorten. Ze zijn meestal in grote getale vlak bij water te vinden. Erg groot hoeft dat water niet te zijn, een kleine vijver is al voldoende voor de aanwezigheid van dit tere insect. (Bron: IVN Gooi en Omstreken)

Tot de volgende ‘natuurontdekkingen’ vanuit de Natuurtuin ‘De Robbert’

Met ‘gevederde’ groet, Will van Berkel


Meer dan 50.000 molshopen geteld in het Mollenweekend

Zoogdierenvereniging: 12-FEB-2020 - Afgelopen weekend riepen de Zoogdiervereniging, Vroege Vogels, Natuurpunt en de Jaarrond Tuintelling iedereen op om mollen(sporen) door te geven. Aan deze oproep is massaal gehoor gegeven: meer dan 50.000 molshopen zijn gemeld. De mol stond flink in de belangstelling, hopelijk hebben veel mensen iets meer geleerd over dit ondergrondse zoogdier.
Hier is meer te leren over de mol.

Waar is de mol?

De meest voorkomende sporen zijn natuurlijk molshopen. Deze vallen vaak goed op in weilanden, parken en tuinen, maar ze kunnen ook verscholen zijn in het bos. In alle provincies zijn waarnemingen van mollen(sporen) doorgegeven. Op de Waddeneilanden zijn geen molshopen gemeld. Ondanks dat mollen goed kunnen zwemmen, lijken ze deze eilanden (nog) niet te hebben bereikt. In totaal zijn meer dan 5000 waarnemingen ingevoerd, dat zijn er ongeveer 1500 meer dan vorig jaar bij de eerste editie van de mollentelling.

Hieronder de waarnemingen in Nederland tijdens het mollentel-weekeinde:

Verspreiding van waarnemingen van mollen(sporen) die tijdens het Mollenweekend doorgegeven zijn via waarneming.nl

Hieronder de waarnemingen in Helmond Noord tijdens het mollentel-weekeinde (bron:Waarneming.nl). Het mollen(sporen) tellen is minder populair dan het tuinvogels tellen. Maar het begin is gemaakt.

 mollentelling Hlemond Noord

SPECTUCULAIRE 'SCHORPIOEN'  in de Natuurtuin ‘De Robbert’.

Het is LENTE denk ik bij me zelf, als ik de vele groepen Sneeuwklokjes en paarse Krokusjes in bloei zie staan -onder de kale begroeiing- langs het toegangspad naar ‘De Robbert’. Ook in de Natuurtuin staan groepjes Sneeuwklokjes klaar om hun bloemenpracht in de voorjaars zon tentoon te spreiden.

Geïnspireerd door het doorkomende zonnetje, de vogelzang rondom en boven me, van de Roodborst, Boomkruiper en het geluid van de fietsband oppompende Koolmees. Vandaag ga ik het bodemleven onderzoeken op naar insecten?

Mijn gereedschap bij het zoeken: een tuinharkje, de ‘witte slootjesbak’ en een fototoestel met macrolens. De ‘harkjes’ methode werkt perfect -onder/nabij een boomstam of struik- dor blad, grassen en mossen verzamelen dmv op harken en in de bak uitstrooiende, even wachten totdat de diertjes weer gaan bewegen, dan speuren en zoeken.

Gisterenmorgen kwam ik dit spectaculaire beestje tegen ! geen insect maar een Spinachtige.

Mosschorpioentje-Neobisium spec.Mosschorpioentje-Neobisium spec.

 

 

 

 

 

 

 


De pseudoschorpioen (Pseudoscorpionida) of boek(en)schorpioen.


‘Het is een minuscuul beestje (ca. 3-5mm) dat eigenlijk tot de spinachtigen hoort, dus niet tot de insecten. Maar als je hem door een loepje bekijkt, ziet hij er wel spectaculair uit!’.

Deze bovenstaande soort, die het Mosschorpioentje (Neobisium spec.) wordt genoemd. De meeste pseudoschorpioentjes in ons land behoren tot het geslacht Neobisium, in het Nederlands Mosschorpioentjes genaamd. De afzonderlijke soorten zijn alleen met de hulp van een microscoop uit elkaar te houden. De meeste Mosschorpioentjes leven onder schors en stenen of in mos. Ze zijn donkerbruin tot bijna zwart (vooral de mannetjes) met roodbruine scharen. Ze leven van heel kleine diertjes: springstaartjes, bladluizen, stofluizen e.d.

Bastaardschorpioenen vormen een orde van ongewervelde dieren die behoren tot de klasse der spinachtigen. Er zijn bijna 3400 soorten bekend, die over vrijwel de gehele wereld voorkomen. Bastaardschorpioenen leiden een verborgen bestaan omdat ze zo klein zijn en zelden in grote aantallen worden aangetroffen. (zie voor meer info Wikipedia).

Een van de wantsensoorten die ik tegen kom is de Berkensmalsnuit (Kleidocerys resedae). (Panzer, 1797).


  1. BerkensmalsnuitBerkensmalsnuit

Kleidocerys resedae (Panzer, 1797)

De bodemwantsen (Lygaeidae) leven vooral op de bodem van zaden (niet alle soorten) en hebben vaak wat sombere kleuren (grijs, zwart, bruintinten). Een uitzondering zijn de kleurige ridderwantsen uit de subfamilie Lygaeinae. Er zijn in Nederland tien subfamilies. Henry (1997) heeft een indeling gemaakt, waarin de familie verheven is tot de superfamilie Lygaeidea en veel subfamilies tot families (Vooral in Amerika veel gebruikt).

De vrouwtjes Onderfamilie Ischnorhynchinae - Smalsnuitbodemwantsen.

Er zijn drie Kleidocerys -soorten (Smalsnuiten) in de Benelux en ze lijken allemaal sterk op elkaar. Geef bij deze wantsen zomogelijk behalve een foto dus ook altijd de exacte afmeting door en de plant waarop de wants gevonden is.


Herkenning:


  1. Valse bruine kortsprietwants-Agnocoris rubicundusValse bruine kortsprietwants,

Agnocoris rubicundus (Fallén, 1807)

Familie Miridae - blindwantsen. Een opvallende eigenschap van blindwantsen is het ontbreken van ocelli. Puntogen, waarvan veel wantsen (niet alle) er twee of drie op de kop hebben. (vandaar de naam blindwants)

Onderfamilie Mirinae. Tribus Mirini. Genus Agnocoris. (Op Waarneming.nl twee soorten, die zeer veel op elkaar lijken).

Even later zie ik deze wants tussen het dorre materiaal zitten 2. Valse bruine kortsprietwants Agnocoris rubicundus (Fallén, 1807). Deze bijzondere vondst is nog niet gevalideerd maar de indicatie app geeft deze bovenstaande soortnaam.

Herkenning:


Gelijkende soorten:

Agnocoris rubicundus, lijkt zeer veel op de in Nederland heel zeldzame Agnocoris reclairei. Zonder genitaalonderzoek van de mannetjes niet van elkaar te onderscheiden.

Voorkomen: in Nederland zeer zeldzaam.(enkele waarnemingen in het zuidoosten). Holarctisch: Europa, Noord-Afrika, Azie en Noord-Amerika (Kerzhner & Josifov 1999, Aukema et al. 2013).

Biotoop: houtwallen, wilgenstruwelen.

Tot de volgende ‘natuurontdekkingen’ in de Natuurtuin ‘De Robbert’,

 

Met ‘gevederde’ groet,

Will van Berkel

 

Voorjaars’trekjes’ -3 in de Natuurtuin ‘de Robbert’.

Wanneer ik vanmorgen vanaf de straat -over het voetpad fiets- het glibberige bebladerde bospad op richting de Natuurtuin, bemerk ik lijfelijk dat het glad is. Door de vele regen van afgelopen dagen blijft de het water langer op het pad staan, mede door de lemige ondergrond. Lopend door de toegangspoort hoor en ik zie ik de Roodborst ook de Grote bonte specht laat zich van ver horen, door zijn geroffel op een oude Eikentak. De te hoge winter temperatuur brengt de natuur in een extra versnelling.

Als de regen voorbij is loop ik naar de zuidelijke natuurlijke plas. Samen met Stan zetten we het nieuwe campingtafeltje op, dat dienst doet als werktafel ivm onderzoek. Zo kunnen we onze spullen kwijt en werken we op zithoogte, wat het fotograferen van insecten gemakkelijker maakt. Als ik de eerste vangst uitschut in de grote ‘witte’slootjesbak zwemt er een klein roofkevertje tussen de vele Gewone zoetwaterpissebedden (Asellus aquaticus).

Moeraswaterroofkevertje


Moeraswaterroofkevertje Hydroporus palustris (Linnaeus, 1760)


Het moeraswaterroofkevertje (Hydroporus palustris) is een keversoort uit de familie waterroofkevers (Dytiscidae). De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1761 door Linnaeus. 

 

 

DwergbootsmannetjeDwergbootsmannetje Plea minutissima (Leach, 1817)

Familie van kleine waterwantsen met wereldwijd ongeveer veertig soorten (de meeste in de Tropen) in drie genera, waarvan in Nederland en Belgie een soort. Ze zijn roofzuchtig.

Herkenning:

Voorkomen: In Nederland algemeen. Europa, Noord-Afrika en Centraal- en Noord-Azie (Polhemus 1995).

Ontwikkeling: Een generatie per jaar.

Biotoop: Licht zure tot enigszins basische wateren met rijke plantengroei (ook met een krooslaag).

Overwintering: Als volwassen wants op de bodem van hun habitat . __ Ze schakelen dan over op plastronademhaling (Tussen de haartjes wordt een dun luchtlaagje vastgehouden, dat in verbinding staat met de stigmata. De verbruikte zuurstof wordt aangevuld door de in het water opgeloste zuurstof, terwijl de fijne haartjes rechtstreeks verlies van zuurstof verhinderen). Normaal gebruiken ze een luchtbel.

Voedsel: Zoofaag. Kleine dieren als watervlooien (Cladocera) en muskietenlarven. Voor hun grootte zijn het redelijk goede zwemmers en jagen ze op prooien als ze dicht genoeg in de buurt komen.

(Bron: waarneming.nl)


Rode watermijtDat ‘valt mijn oog’ op een klein ca. 1 -1,5 mm rood bolletje is het de

Rode Watermijt (Limnochares aquatica) ? In 2000 werd de naamlijst van de Nederlandse watermijten gepubliceerd. Hierin waren 234 soorten opgenomen. Daarna is door onderzoek veel nieuwe informatie bekend geworden. Hierdoor werd een update van de lijst noodzakelijk. In 2014 is een aanvulling op de bestaande namenlijst opgesteld Op deze nieuwe lijst is de naamgeving op diverse punten aangepast en zijn vele soorten toegevoegd. Daarnaast hebben vele nieuwe vondsten geleid tot een uitbreiding van het aantal soorten watermijten in Nederland. Het soortenaantal is nu met circa 10% gegroeid tot 259 soorten.

Er is -voor in de toekomst- nog veel te onderzoeken, en dat geldt ook voor de Natuurtuin ‘De Robbert’.

Tot de volgende keer, met ‘gevederde’ Groet, Will

 

Tuinvogeltelling 2020 in de Natuurtuin ‘de Robbert’.

Mogelijk tegenvallende telresultaten van afgelopen zaterdag in de Natuurtuin, deze blijken van geen invloed op de uitslag van de Landelijke telling 2020. Een geweldige aantal tellende deelnemers en ruim 1,5 miljoen vogels geteld.

Doet u volgend jaar ook weer mee, tot dan, Team Natuurtuin ‘De Robbert’

Recordaantal tellers zien opvallend veel pimpelmezen

Een recordaantal deelnemers zagen afgelopen weekend tijdens de Nationale Tuinvogeltelling opvallend veel pimpelmezen. De mees met het blauwe petje eindigde daardoor op de 3e plek, achter de huismus en koolmees. In de zomer werden al forse aantallen pimpelmezen gemeld en dat is nu goed terug te zien in de Tuinvogeltelling. De vink, vorig jaar nog goed voor een 3e plek, zakte naar plaats 7. Door het milde winterweer is er nog voldoende voedsel in de bossen te vinden. Ruim 90 duizend mensen telden in totaal meer dan 1,5 miljoen tuinvogels. Dat zijn bijna 13 duizend tellers meer dan vorig jaar. (Bron: Vogelbescherming, persbericht van 27 januari 2020)

Uitslag tuinvogeltelling 2020 voor Helmond Noord (postcode 5702)

28 deelnemers    487 getelde vogels

plattegrond tuinvogeltelling Helmond Noord


Uitslag tuinvogeltelling 2020 voor heel Nederland

uitslag tuinvogeltelling 2020



Waterinsecten ‘ontwaken’ uit winterslaap 2 in de Natuurtuin ‘de Robbert’.

Vanmorgen voordat ik dit stukje schrijf tel ik eerst de tuinvogels in eigen tuin. Na een half uurtje heb ik acht vogelsoorten op mijn lijstje staan. Kijk voor de laatste informatie om mee te tellen dit weekend in je eigentuin op de website: https://www.tuinvogeltelling.nl/meedoen

ModderkeverGisterenmorgen na de tuinvogeltelling in de Natuurtuin, vang ik met een schepnetje nog even een paar waterinsecten. Een van de opvallendste watertorren die in de bak zwemt is de Modderkever Hygrobia hermanni (Fabricius, 1775). of Waterpieptor is ongeveer 1 cm lang. Het water waar deze kever in voorkomt heeft vaak een zandige bodem zodat de kever zich hier in kan graven. Verder is dit water ook vaak voedselarm. In Midden Europa kent deze familie maar een soort. Een eeuw geleden werden deze kevers nog als speelgoed verkocht in England van wege het geluid dat ze maakten. Deze eigenaardige kever behoort tot een aparte familie, die als ijstijd relict beschouwd wordt. De kever kan goed zwemmen, maar is minder gestroomlijnd gebouwd dan de waterroofkevers. De kever maakt bij verontrusting een knarsend geluid.


Jufferlarveonbekende larven

 

 

 

 

 

 


Steeds meer waterinsecten ontwikkelen zicht deze Juffer larve (L) en nog niet definieerbare soorten (R) zoveel jong leven in een ‘gewone’ poel in de natuurtuin.


Gewone duikerwantsGewone duikerwants,

Corixa punctata (Illiger, 1807)

Corixidae (Duikerwantsen): Het zijn goede zwemmers en als de vleugels en de vliegspieren goed ontwikkeld zijn ook goede vliegers. Vooral in het voorjaar en herfst is er veel vliegactiviteit.

Vorige week vertelde ik over de identificatie van Bootsmannetjes aan de hand van de voortars, dat zijn de kleine zwemvoorpootjes. Op deze foto kun je ze duidelijk zien: de vorm, tekening en de lange beharing.

TIP: Vergeet de Tuinvogeltelling niet en tel mee en voer de resultaten in tot maandag 12.00u.


Tot de volgende keer, met ‘gevederde’ Groet, Will

 

Waterinsecten ‘ontwaken’ uit winterslaap in de Natuurtuin ‘de Robbert’.

Als ik vanmorgen langs het Wilhelminakanaal fiets is het fris tegen de wind in. Op het water zie ik de (vogel van het jaar 2020) de Wilde eendenparen -al ‘kopschuddend’ contact maken- het voorjaar komt eraan. Aangekomen bij de Natuurtuin begin het licht te regen. We treffen voorbereidingen voor de Tuinvogeltelling 2020 van Vogelbescherming komend weekend. Kijk voor de informatie om mee te tellen in je eigentuin op de website: https://www.tuinvogeltelling.nl/meedoen

Als ik de spullen gepakt heb loop ik naar de houtenbrug over de grote middelste plas. Vandaag ga ik eens kijken hoe de insecten ontwikkeling in het water is. De eerste track levert vele waterdiertjes op: Muggenlarven, Watervlooien en Juffer- en Libellenlarven. Wanneer je goed kijkt en speurt kom je ogen te kort zoveel verschillende soorten zie je in het water. Nu je elke week vangt zie je de ontwikkeling van de waterinsecten en kun je het proces op de voet volgen.

waterinsecten larven


 Dan vang ik de eerste wantsensoorten: Bootsmannetjes, ook zitten er twee grotere soorten tussen het Gewoon bootsmannetje (Notonecta glauca Linnaeus, 1758) en het Tengere bootsmannetje (Notonecta viridis Delcourt, 1909).

Tenger bootsmannetjeGewoon bootsmannetje 

 

 

 

 

 

 


Herkenning: Gewoon bootsmannetje (Notonecta glauca Linnaeus, 1758)

13,5-16 mm.

Langvleugelig (macropteer).

Slank lichaam

Scutellum (schildje) zwart, de zijrand langer dan de spleet tussen de clavus (deel langs schildje van de voorvleugels).

Voorvleugels met lichte en gedeeltelijk donkere tekening.

Achterrand van het pronotum (halsschild) gewoon tot licht naar binnen gebogen. Pronotum met stompe, afgeronde voorhoeken, die de achterste rand van oog omvatten.

Bovenkant van de abdomen (achterlichaam) eenkleurig donker.


Herkenning: Tengere bootsmannetje (Notonecta viridis Delcourt, 1909)

13,4-14,7 mm.

Langvleugelig (macropteer).

Slank lichaam

Scutellum (schildje) zwart, de zijrand langer dan de spleet tussen de clavus (deel langs schildje) van de voorvleugels.

Voorvleugels helder grijsgeel (brak water) tot donkergeel (zoet water).

Pronotum met scherpe voorhoeken en omvat de achterste rand van het oog.

Ook zwemmen er nog een aantal zwarte bootsmannetjessoorten in de ‘slootjesbak’ met mooie namen zoals: Vlekpoot, Zwartvoetje, en Gewone duikerwants.  

 

Gewone duikerwantsGewone duikerwants,

Corixa punctata (Illiger, 1807)


Aan de vorm en tekening van de kleine voor tars, is de wantsensoort vast te stellen. In Nederland en België komen meerdere soorten duikerwantsen voor Deze soort komt in vrijwel heel Europa voor in sloten en plassen en ook wel in tijdelijke poelen.Vergeet de Tuinvogeltelling niet en tel mee volgend weekend.

 

Tot de volgende keer, met ‘gevederde’ Groet, Will  


 

Voorjaars’trekjes’ in de Natuurtuin ‘de Robbert’.

Terwijl ik vanmorgen mijn fiets wegzet nabij de werkschuur, loop ik richting de Zuidelijke poel. Hoor gelijk de Grote bonte specht kwetterend en roffelend zet hij zijn territorium uit. Ook zie ik bij twee nestkasten -die opgehangen zijn door de vogelwerkgroep “De Zwaluw” van het IVN-Helmond- twee paartjes Koolmees, deze kunstmatige nestgelegenheid nu al inspecteren. Boven mij landt een groepje sijsjes in de Elzenbomen -pak snel mijn vogelkijker erbij - en zie dat het de Barmsijs is, die met het ‘rode petje’, ook door hun zang valt het “kwartje” en vliegen acht Koperwieken op, een boomtopje verder. Na een rondje vogels kijken en tellen in de Natuurtuin, loop ik met een schepnetje naar de Zuidelijke poel.

Dieren die in de zuidelijke poel leven.

Dieren die van planten leven, noemen we planteneters, herbivoren of primaire consumenten. In het water zijn dit zoöplankton (zoals watervlooien), vislarven en allerlei soorten ongewervelde dieren die van de algen of waterplanten leven.


watervloWatervlooien (o.a. Daphinas), zijn een superorde van kleine kreeftachtigen uit de klasse van de Branchiopoda. Het woord watervlooien is geen scherp omlijnd biologisch begrip en wordt soms ook ruimer toegepast op alle kreeftachtige organismen van hetzelfde formaat en daaronder vallen dan ook de eenoogkreeftjes. Het zijn kleine zoetwaterkreeftjes tot een halve centimeter groot, afhankelijk van de soort. Watervlooien zijn erg gevoelig voor bepaalde soorten van verontreiniging. Ze eten algen en bacterien, maar ook alles het andere wat klein is en wat in het water zweeft. Watervlooien worden door de meeste zoetwatervissen gegeten, en zijn voor zoetwaterdieren, zoals watersalamanders en kikkers bijvoedsel.

 

watervlooien

 Cyclops is een geslacht van eenoogkreeftjes uit de familie van de Cyclopidae en Watervlooien Gisteren onderzoekje in de Zuidelijke plas leverde dit plaatje op: Roeipootkreeften (Cyclops) met eipakketjes, vrouwtjes met eieren (op de foto de Cyclops , met zwarte ovale puntjes).

 

Donkere moerwantsDonkere moerwants Hesperocorixa linnaei (Fieber, 1848). In de poel vang ik een de eerste wants van 2020. Corixidae (Duikerwantsen): Het zijn goede zwemmers en als de vleugels en de vliegspieren goed ontwikkeld zijn ook goede vliegers. Vooral in het voorjaar en herfst is er veel vliegactiviteit.

Veel Corixidae kunnen striduleren, zoals krekels en sprinkhanen dat ook doen. De geluiden zijn soortspecifiek en spelen een rol bij de paring. Het schildje (scutellum) is afwezig. Duikerwantsen determineren is lastig, vaak heb je de voortars nodig van het mannetje voor een zekere determinatie.

 

Grote watertreder


Gestrekte watertreder, Haliplus lineatocollis (Marsham, 1802)

De gestrekte watertreder (Haliplus lineatocollis) is een keversoort uit de familie watertreders (Haliplidae). De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1802 door Marsham. Voorkomen: De soort komt voor in Europa, inclusief de Canarische eilanden, in het noorden tot Denemarken en het zuiden van Zwedeen. Verder is hij te vinden in Anatolië, het noorden van Afrika, Ethiopië en Eritrea. Veel is er over dit waterinsect niet geschreven. Maar zittend in onze poel op waterplanten is de buikzijde van dit watertorretje zuiverwit door de luchtlaag tussen de haren. Vaak zittend onder water vast geklemd op o.a. Fonteinkruid, Vederkruid en andere waterplanten.

Tot de volgende keer, met ‘gevederde’ Groet, Will  

 

Het Nieuwe Jaar 2020, met waarnemingen in de Natuurtuin ‘De Robbert’.

Vanmorgen na het afronden van de vogeltelling -met de LiveAtlas App (15 soorten, totaal 135 vogels, duur telling 35 min),- daarna met een schepnetje onder de waterspiegel zoeken naar insecten die leven in het water van de Noordelijke poel. Vanmorgen een poging ondernomen, mede door het zachte weer en oplopende temperaturen, begint het toch een beetje te kriebelen. Het leverde een paar dieren op en heel veel watervlooien, diverse muggenlarven soorten en een kreeftachtige. Stel je voor het; Gewone zoetwaterpissebed Asellus aquaticus (Linnaeus, 1758) en de larve van de Steekmug onbekend Culicidae indet.

Zoetwaterpissenbed


Gewone zoetwaterpissebed Asellus aquaticus (Linnaeus, 1758) Deze kleine kreeftachtige (8 - 12 mm) kruipen of zwemmen. Ze houden zich op in kalm water, waarin rottende plantaardige of dierlijke resten te vinden zijn. Dit is de meest verbreide zoetwaterpissebed van ons land. Hij is van de Proasellus-soorten te onderscheiden doordat hij twee gele vlekken op de kop heeft. De Proasellus-soorten hebben maar 1 vlek.

De vrouwtjes hebben aan hun voorste vier borstsegmenten brede, boogvormige lamellen, die elkaar gedeeltelijk overlappen. En wel zodanig dat aan de onderkant een soort ruimte wordt gecreëerd. In deze broedbuidel worden ongeveer vijftig eitjes gelegd. Nadat de larven zijn uitgekomen, blijven ze nog lang in deze ruimte tot ze uiterlijk op de volwassen dieren lijken. Al naargelang de temperatuur van het water kan dit proces drie tot zes weken in beslag nemen. Beschadigde ledematen worden afgestoten en nieuwe groeien in korte tijd weer aan. Waterpissebedden worden gretig gegeten door libellenlarven en watertorren, door sommige vissen en andere dieren.  

larve van Steekmug

Steekmug, onbekend, Culidae indet.

Dit bijna doorzichtige insect is de larve van de Steekmug, vooraan de kop en achteraan de staart en haaks erop het ademhalingsorgaan. Deze larven kunnen leven in zuurstofarm water.

In Nederland en België komen wel 970 verschillende muggensoorten voor. Gelukkig kunnen er daarvan amper een vijftiental steken. Onze bekendste steekmug, uit de zwarte muggenlarf, is er één van. Steekmuggen behoren tot de familie Culicidae. De wetenschappelijke naam van onze steekmug luidt Culex pipiens,, hetgeen in vertaling zoveel als 'piepende mug' betekent en duidelijk verwijst naar het nerveus makende zoemconcert.

Met ‘gevederde’ groet,

Will van Berkel


FLORON Eindejaars plantenjacht ook in natuurtuin de Robbert


Ook in de donkerste dagen van het jaar kun je bloeiende planten vinden. Voor de vijfde keer op rij organiseert onderzoeksinstituut FLORON een Eindejaars Plantenjacht. Het idee is om tussen eerste kerstdag en 3 januari 2020 een uur lang naar bloeiende planten te zoeken en de resultaten door te geven aan de onderzoekers. Zo kan bekeken worden wat het effect van weer en klimaat is op soorten zoals duizendblad, witte dovenetel en de Paardebloem.

Zoals Stan al schreef in de rubriek Natuurtuin de Robbert dit jaar ook deelname door het team om te kijken wat bloeit er in het eindejaar in de tuin. Gisteren rondgelopen zoeken, kijken naar bloeiende planten. Foto’s gemaakt met het mobieltje en verzonden met de App ObsIdentify.


Download de nieuwe ObsIdentify

De nieuwe ObsIdentify is een feit en nu te downloaden voor zowel Android als iOS!

ObsIdentify Android: https://bit.ly/33yRRs4

ObsIdentify iOS: https://apple.co/2rxrlkG

Het op naam brengen van een soort is nog nooit zo simpel geweest. Maak een foto van bijvoorbeeld een insect, plant, paddenstoel, vogel, etc en de app vertelt je welke soort het is. Deze automatische beeldherkenning werkt voor 14.000+ soorten. Al deze kennis past anno 2019 gewoon in je broekzak.


ZOEKKAART PLANTENJACHT


FLORON heeft een meldingsformulier waarop bloeiende planten kunnen worden doorgegeven. Dit is te vinden op de website van FLORON: plantenjacht.nl . Om het zoeken makkelijker te maken is hier ook een zoekkaart te downloaden, waarop de meeste winterbloeiers staan afgebeeld.

Deze plantensoorten zag ik in en voor de Natuurtuin:

Echte koekoeksbloemMadeliefje


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Braam vruchtdragendBraam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


MADELIEFJE, KOEKOEKSBLOEM en BRAAM (bloei en vruchten).

Ook in je eigen tuin en plantsoen staan wellicht planten in bloei. Maak een foto en meld je vondsten.

Succes, en alvast de Beste Wensen voor 2020, Tot volgend jaar.

Met ‘gevederde’ Groet,

Will van Berkel

Aanvulling op dit eindejaarsonderzoek: Zondag 29 december heb ik een rondje door de natuurtuin gemaakt en kwam tot 7 bloeiende soorten: Hazelaar, Dagkoekoeksbloem, Echte koekoeksbloem, Madeliefje, Hulst, Braam en een Veldkers. Door de vorst van de laatste twee nachten waren de meeste exemplaren "meer dood dan levend". De Veldkers (misschien Bosveldkers of Kleine veldkers) stond onder water met het kopje net boven het ijs. Ook deze waarnemingen zijn doorgestuurd naar de FLORON en natuurlijk Waarneming.nl.

Hazelaar

Veldkers

 

 

 

 

 

 

DagkoekoeksbloemHulst

 

 

 

 

 

 

 

 

Vogeltelling in Natuurtuin De Robbert

Onlangs tel ik de vogels (het hele jaar door) die in de natuurtuin zitten b.v. -tijdens een ‘werk’bezoek- door middel van de beschikbare App van Sovon project LiveAtlas.

uitleg vogeltellingWat is de LiveAtlas?

LiveAtlas is de voortzetting van de Vogelatlas van Nederland, waarvoor ruim 2000 vogelaars de verspreiding van zowel broedvogels als wintervogels in kaart brachten. Met zulke lijstjes verzamelen we informatie over de aan- én afwezigheid van soorten (verspreiding) en de fenologie (trefkansen) door het jaar heen. En het is een leuke manier om voor jezelf lijstjes bij te houden. Tel de vogels tijdens je favoriete wandeling: in je buurt, natuurgebied op elke plek in Nederland.

Complete lijsten waarvan de afgelegde afstand en tijdsduur worden opgeslagen, zijn al geschikt voor analyses. Lijstjes zijn daarmee de eenvoudigste vorm van vogels tellen. De mooiste vorm van tellen voor LiveAtlas is een uur in een heel kilometerhok. Maar ook kortere en langere routes door meerdere km-hokken zijn geschikt. Als je lijst maar compleet is en je de route goed vastlegt (track aan op de app). Natuurlijk is deze manier van vogels kijken ook erg uitdagend. Je wordt uitgedaagd om alle soorten te herkennen, voortdurend scherp te blijven en zo compleet mogelijk te zijn.

Ben jij de vogelaar met kenmerken van bovenstaand profiel? Tel dan mee en bekijk de handleiding en lees het door (Klik op de link): https://www.liveatlas.nl/

Met ‘gevederde’ Groet;

Will van Berkel

vogeltelling natuurtuin de robbert


1e Verslag-2019; Wantsen inventarisatieonderzoek in ‘Natuurtuin De Robbert’.

Dit verslag is hier als PDF te downloaden.

Dit jaar is er voor het eerst ‘regelmatig’ gezocht naar wantsen in de Natuurtuin en met een leuk resultaat. Voorheen -sinds het bestaan van waarneming.nl- zijn enkele ‘losse’ waarnemingen van 2009 t/m 2018 ingevoerd, (gevalideerd; 8 wantsensoorten). Nu (november 2019) zijn in totaal; 59 wantsensoorten aangetroffen, gefotografeerd, ingevoerd en goedgekeurd (door admin van waarneming.nl). Kijken we naar de overzichtslijst 2019 dan is de opbouw van soorten: 29 x vrij algemeen, 28 x algemeen. 2 x zeldzaam en 0 x zeer zeldzaam. Het totaal aantal ingevoerde wantsen waarnemingen (peildatum november 2019) is ca. 375.

De zeldzame aangetroffen soorten zijn: 

Elzenridderwants, Arocatus roeselii

verspreidingskaart ElzenridderwantsElzenridderwants

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorkomen: In Nederland zeer zeldzaam (Tot 2016 slechts een waarneming in Gelderland, Zuid-Holland en Limburg), de Kaukasus, het Midden-Oosten, Centraal- Azie, het Middellandse Zeegebied tot in het zuiden van Centraal-Europa. De soort is heeft zich de laatste jaren ook noordelijker verspreid, maar daar zijn nog weinig vindplaatsen.

Biotoop: Waar elzen staan. Ook te vinden in oude elzenproppen (zomer, herfst).

Ontwikkeling: In juni verschijnt de nieuwe generatie volwassen wantsen. Een generatie in een jaar. Onder gunstige omstandigheden is een tweede generatie mogelijk.

Overwintering: De volwassen wantsen overwinteren, vaak onder schors.

Voedsel: Fytofaag op zaden van els. Hoofdzakelijk Zwarte els ( Alnus glutonosa ), minder vaak op Witte els ( Alnus incana ).


KnoopkruidschildwantsCarpocoris purpureipennis

Knoopkruidschildwantsverspreidingskaart Knoopkruidschildwants


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorkomen - Niet zeldzaam in Limburg en recent daarbuiten enkele keren in Noord­-Brabant aangetroffen. Topo kaartje: verspreiding 2015 – 2019.

Herkenning - 11,0-­13,0 mm. Breed gebouwde wants met duidelijk uitstekende schouders en antennen die op het eerste segment na geheel zwart zijn. Het breedste punt van het borststuk ligt op of voor het midden; het connexivum steekt ver onder de voorvleugels uit en is geblokt. De kleur is variabel, maar vaak zijn het corium en een deel van het halsschild wijnrood, waardoor het geelgroene schildje duidelijk afsteekt; de punten van het halsschild zijn deels zwart. Kan verward worden met Beemdkroonschildwants Carpocoris fuscispinus , maar deze heeft roomgele tot bruinsuede tinten, een minder sterk geblokt connexivum en een nog breder halsschild. Bij Cpurpureipennis ligt de buitenste hoek van de vleugel ongeveer op tweederde van de afstand tussen de buitenste punt vanhet schildje en de schouderpunt (ongeveer op de helft bij Cfuscispinus ). Ook verschilt de vorm van de zwarte vlek op de schouders: bij Cpurpureipennis loopt deze op de zijrand van het halsschild vooral naar voren uit en is de binnenzijde van de vlek hol; bij Cfuscispinus loopt de vlek vooral naar achteren uit en is de binnenzijde van de vlek vaak iets bol.

Voorkomen - Niet zeldzaam in Limburg en recent daarbuiten enkele keren in Noord­-Brabant aangetroffen. **

Biotoop - Bloemrijke graslanden en ruigtes.

Fenologie adult - Overwintert als volwassen dier. In Nederland waargenomen van mei tot oktober met een piek in augustus.

 

Gevonden wantsensoorten tijdens het inventarisatie onderzoek.

Tijdens het inventarisatieonderzoek zijn verschillende algemene wantsensoorten gevonden. Voor het eerst als je ze ziet en nader bestudeerd, interessant. Allerlei soorten groot en klein met verschillende afmetingen, vormen met decoratieve tekeningen en kleuren kom je tegen. De insecten zitten verscholen in: grassen, struiken, bomen. zaaddozen, mossen en in de strooisellaag. Ook op de waterspiegel, in het water en in de natte oever verlandingszone zijn ze te vinden. Het aantal soorten in Nederland is als volgt samengesteld: Wantsenfamilies in Nederland verdeeld in landwantsen (24 families) en water- en oppervlaktewantsen (12 families), totaal aantal: 655 soorten. Regelmatig komen er nieuwe wantsensoorten bij – deze leven in de omliggende landen - en steken dan de grens over. Hieronder zie je 5 soorten die ik het afgelopen jaar ben tegen gekomen in de Natuurtuin.

Gewone pantserwants, Eurygaster testudinaria (Geoffroy, 1785) 

Gewone pantserwantsHerkenning - 8,0-11,0 mm. De drie soorten Eurygaster zijn van alle andere wantsen te onderscheiden door het schildje, dat tot aan de achterlijfspunt reikt en het connexivum, dat breed onder het schildje uitsteekt. Ze lijken oppervlakkig op de veel kleinere soorten van het geslacht Sciocoris (Pentatomidae). Eurygaster maura / testudinaria zijn van E. austriaca te onderscheiden doordat de tylus aan de voorkant niet door de wangen is ingesloten. Het verschil tussen maura en testudinaria is lastig en voor een zekere determinatie moeten de genitalien worden bestudeerd.

Voorkomen - Wantsen behorende tot het soortenpaar Eurygaster maura / testudinaria komen wijd verspreid en vrij algemeen voor op de zandgronden, daarbuiten zijn ze schaars. Eurygaster testudinaria heeft zich recent enorm uitgebreid en komt nu algemeen voor op de zandgronden, inclusief de waddeneilanden. E. maura is recent alleen waargenomen in Zuid-Limburg. **

Biotoop - Ruigere graslanden op grassen en kruiden.

Fenologie - Overwinteren als adult. Beide soorten zijn waargenomen van april tot in oktober.


Heksenkruidsteltwants, Metatropis rufescens

HeksenkruidsteltwantsVoorkomen - Niet zeldzaam in Limburg en recent daarbuiten enkele keren in Noord­-Brabant aangetroffen.

Steltwantsen zijn door hun lange poten en slanke lijf goed herkenbaar. Verwarring is mo­gelijk met Empicoris (Reduviidae). De hier af­gebeelde soort is gebonden aan heksenkruid en door zijn grote formaat en roodbruine kleur nauwelijks te verwarren met andere soorten.

 

 

 

 Netwants, Dictyla humuli

NetwantsHerkenning 3,1-3,8 mm. Het geslacht Dictyla is te herkennen aan de brede omhoog gebogen randvelden van het halsschild in combinatie met de drie lijsten, waarvan de buitenste twee maar tot halverwege het borststuk reiken. Van echt te onderscheiden door de bredere randvelden van het halsschild. Het centrale deel van het halsschild is zwart (is licht gekleurd bij convergens) en steekt duidelijk af tegen de licht gekleurde randvelden van het halsschild. 

 

 

Voorkomen Algemeen in de zuidelijke helft van Nederland maar grotendeels afwezig in de noordelijke helft van Nederland.

Biotoop Komt voor in vochtige habitats op smeerwortel.

Fenologie adult Adulten zijn het hele jaar aan te treffen, de meeste waarnemingen komen uit de periode mei tot september. 

 

Berkenkielwants (Elasmostethus interstinctus)

BerkenkielwantsHerkenning: 8,0 – 11,0 mm. Kielwants die eenvoudig te herkennen is aan het formaat (< 13 mm). En het connexivum, dat niet geblokt is en niet duidelijk onder de vleugels uitsteekt. Kan verward worden met de duidelijk grotere Meidoornkielwants (Acanthosoma haemorrhoidale), maar heeft de vleugeltoppen verdonkerd en het achterlijf is donker onder de vleugels (rood met zwarte lijnen in A. haemorrhoidale). Tevens is bij A. haemorrhoidale het halsschild aan de zijkant iets verder uitgetrokken met de punt meestal rood (zwart bij A. interstinctus). Te onderscheiden van de jeneverbeskielwants Cyphosethus tristriatus doordat de puntjes op het halsschild allemaal zwart gekleurd zijn. De soort is alleen op basis van kenmerken op de onderkant van het achterlijf te onderscheiden van E. Minor.


Voorkomen: Zeer algemeen in heel Nederland, ook op de waddeneilanden.

Biotoop: Te vinden in allerlei biotopen met opslag van struiken en bomen. Heeft een voorkeur voor berken en in mindere mate elzen, maar wordt ook regelmatig op andere struiken of kruiden aangetroffen.

Fenologie adult: Overwintert als adult en kan nagenoeg het gehele jaar als volwassen dier worden aangetroffen. De adulten van de nieuwe generatie verschijnen vanaf eind juni met een duidelijke piek in augustus.

 

Platte waterwants, Ilyocoris cimicoides

Platte waterwantsWantsen uit deze familie komen veel in de tropen voor. Slechts twee soorten/genera in West-Europa. Deze twee komen in tegenstelling tot veel tropische familieleden vooral in stilstaand water voor. Goede zwemmers, maar ze wachten hun prooi vooral tussen de waterplanten op. De voorpoten zijn krachtige grijparmen. Ze dragen een grote luchtbel op hun buik mee. Zo nu en dan moet die lucht aan het wateroppervlak ververst worden. Beide soorten overwinteren als volwassen wants op de bodem van hun habitat, maar kunnen dat ook doen op het droge.

Herkenning: 11,5-15,5 mm. Langvleugelig (macropteer), maar weinig met funcionerende vliegspieren. Breed, ovaal, plat van vorm. Groenachtig bruin, olijfbruin van kleur. Kop en halsschild lichter. Halsschild met donkere vlekjes. Voorvleugels zijn fijn en dicht gepuncteerd. Rand achterlichaam (connexivum) is geelachtig met bruin. Geelachtige poten. Voorpoten (vangpoten) zijn kort, zeer krachtig en hebben de vorm van een tangetje.

Voorkomen: In Nederland zeer algemeen. Europa met uitzondering van het hoge noorden, Siberie tot in het Verre Oosten en het noorden van China (Polhemus1995).

Ontwikkeling: Een generatie per jaar.

Biotoop: In stilstaande wateren met een voorkeur voor dichtbegroeide en eutrofe wateren (rijk aan voedingsstoffen met weinig soorten aquatische organismen, elk in betrekkelijk groot aantal).

Overwintering: Als volwassen wants .

Voedsel: Zoofaag, insecten, kikkervisjes e.d. en zelfs slakjes.

 

Doelstelling voor het inventarisatie onderzoek voor het komende jaar 2020.

Het inventarisatieonderzoek in het nieuwe jaar richten we ons extra op de waterwantsen. Alle wantsensoorten die leven in het water en in de verlandingszone krijgt extra aandacht. Samenwerken met de jeugd tijdens de slootjesdagen, alle insecten vast leggen met foto’s en invoeren bij waarneming.nl.

logo E.I.S.logo waarneming.nl

 

 

 

 

 

 

(Bron: EIS kenniscentrum insecten, wantsen & Waarneming.nl). Foto’s: © Will van Berkel.

Tot het volgend inventarisatie jaar; Met ‘gevederde’ Groet, WiLL van Berkel 17 November 2019


Helmond – Bundertjes, Aangetroffen wantsensoorten in de Natuurtuin ‘De Robbert’.

Nederlandse naam                          Latijnse naam                                         2009/2018    2019

Familie Nepedia (Waterscorpioenen

1 Waterschorpioen *                             Nepa cinerea - (Linnaeus, 1758)                            +               +

2 Staafwants *                                     Ranatra linearis - (Linnaeus, 1758)                        +               +

Familie Corixidae (Duikerwantsen)

3 Vlekmoerwants                                 Hesperocorixa sahlbergi - (Fieber, 1848)                  -               +

Familie Naucoridae (Platte waterwantsen)

4 Platte waterwants                             Ilyocoris cimicoides - (Fieber, 1848)                        -                +

Familie Notonectidae (Bootsmannetjes)

5 Gewoon bootsmannetje                    Notonecta glauca - (Linnaeus, 1758)                        -                +

Familie Pleidae (Dwergbootsmannetjes)

6 Dwergbootsmannetje                        Plea minutissima - (Leach, 1817)                            -                 +

Familie Coreidae (Randwantsen)

7 Zuringrandwants *                             Coreus marginatus - (Linnaeus, 1758)                    +                 +

8 Ruitrandwants                                  Syromastus rhombeus - (Linnaeus, 1767)                -                  +

Familie Rhopalidae (Glasvleugelwantsen)

9 Geblokte glasvleugelwants                 Rhopalus subrufus - (Gmelin, 1790)                        -                 +

Familie Berytidae (Steltwantsen)

10 Heksenkruidsteltwants                      Metatropis rufescens - (Herrich-Schäffer, 1835)        -                 +

Familie Lygaeidae (Bodemwantsen)

11 Plataanridderwants                          Arocatus longiceps - ((Stäl, 1872)                            -                  +

12 Elzenridderwants                             Arocatus roeselii - (Schilling, 1829)                          -                  +

13 Bruine moswants                             Drymus brunneus - (R.F. Sahlberg, 1848)                 -                  +

14 Ryes moswants                               Drymus ryeii - (Douglas & Scott, 1865)                     -                  +

15 Berkensmalsnuit                              Kleidocerys resedae - (Panzer, 1797)                       -                  +

16 Elzenpropjeswants                          Oxycarenus modestus - (Fallén, 1829)                      -                  +

17 Gewone rookwants                          Rhyparochromus vulgaris - (Schilling, 1829)              -                  +

18 Kortvleugelige zaagpoot                   Scolopostethus affinis - (Schilling, 1829)                  -                  +

19 Bonte zaagpoot                               Scolopostethus pictus - (Schilling, 1829)                  -                  +

20 Thomsons zaagpoot                        Scolopostethus thomsoni - (Reuter, 1875)                 -                  +

21 Doffe donsrug                                 Stygnocoris fuligineus - (Geoffroy, 1785)                  -                   +

22 Glanzende donsrug                         Stygnocoris sabulosus - (Schilling, 1829)                  -                   +

Familie Pyrrhocoridae (Vuurwantsen)

23 Vuurwants                                      Pyrrhocoris apterus - (Linnaeus, 1758)                      -                  +

Familie Acanthosomatidae (Kielwantsen)

24 Berkenkielwants                               Elasmostethus interstinctus - (Linnaeus, 1758)         -                  +

25 Gewone kielwants                            Elasmucha grisea - (Linnaeus, 1758)                       -                  +

Familie Pentatomidae (Schildwantsen)

26 Mijterschildwants                              Aelia acuminata - (Linnaeus, 1758)                           -               +

27 Knoopkruidschildwants *                   Carpocoris purpureipennis - (De Geer, 1773)              +               +

28 Bessenschildwants *                         Dolycoris baccarum - (Linnaeus, 1758)                      +               +

29 Koolschildwants *                             Eurydema oleracea - (Linnaeus, 1758)                      +               +

30 Groene schildwants *                        Palomena prasina - (Linnaeus, 1761)                        +               +

31 Zuidelijke schildwants                       Peribalus strictus - (Wolff, 1804)                                -                +

32 Grauwe schildwants                         Rhaphigaster nebulosa - (Poda, 1761)                        -               +

33 Blauwe schildwants                          Zicrona caerulea - (Linnaeus, 1758)                           -                +

Familie Scutelleridae (Pantserwantsen)

34 Gewone pantserwants                       Eurygaster testudinaria - (Geoffroy, 1785)                  -                +

Familie Anthocoridae (Bloemwantsen) 

35 Gewone bloemwants                         Anthocoris nemorum - (Linnaeus, 1761)                    -                + 

Familie Miridae (Blindwantsen)

36 Grasbreedneus                                 Amblytylus nasutus - (Kirschbaum, 1856)                   -                +

37 Lichtgroene schaduwwants                Apolygus spinolae - (Meyer-Dr, 1841)                       -                +

38 Aardappelprachtblindwants                Closterotomus norwegicus - (Gmelin, 1790)                -                +

39 Esdoornhalsbandwants                      Deraeocoris flavilinea - (A. Costa, 1862)                    -                +

40 Loofboomhalsbandwants                   Deraeocoris lutescens - (Schilling, 1837)                    -                 +

41 Rode halsbandwants                         Deraeocoris ruber - (Linnaeus, 1758)                         -                 +

42 Zwervende bochelwants                     Dicyphus errans - (Wolff, 1804)                                 -                 +

43 Koekoeksbloembochelwants               Dicyphus globulifer - (Fall‚n, 1829)                             -                +   

44 Vingerhoedskruidbochelwants             Dicyphus pallicornis - (Fieber, 1861)                          -                 +

45 Bosandoornbochelwants                    Dicyphus pallidus - (Herrich-Sch„ffer, 1836)                 -                 +

46 Slanke diksprietblindwants                 Heterotoma planicornis - (Pallas, 1772)                      -                 +

47 Grote bonte graswants                       Leptopterna dolabrata - (Linnaeus, 1758) ­­                  -                 +

48 Brandnetelblindwants                         Liocoris tripustulatus - (Fabricius, 1781)                      -                +

49 Weideschaduwwants *                        Lygus pratensis - (Linnaeus, 1758)                             +                +

50 Behaarde schaduwwants                    Lygus rugulipennis - (Poppius, 1911)                           -                 +

51 Stippelblindwants                              Pantilius tunicatus - (Fabricius, 1781)                          -                 +

52 Streepdijblindwants                           Plagiognathus arbustorum - (Fabricius, 1794)               -                 +

53 Tweedoornsmallijf                             Stenodema calcarata - (Fall‚n, 1807)                           -                 +

54 Gewone smallijf S                             Stenodema laevigata - (Linnaeus, 1758)                      -                 +

55 Grasbloemwants                               Stenotus binotatus - (Fabricius, 1794)                          -                 +

Familie Nabidae (Sikkelwantsen)

56 Boomsikkelwants                               Himacerus apterus - (Fabricius, 1798)                         -                  +

57 Miersikkelwants                                 Himacerus mirmicoides - (O. Costa, 1834)                   -                  +

58 Moerassikkelwants                             Nabis limbatus - (Dahlbom, 1851)                               -                  +

Familie Tingidae (Netwantsen)

59 Dictyla humuli                                    Dictyla humuli - (Fabricius, 1794)                                 -                 +


Volgorde van naamlijst is gegenereerd uit de soorten samenstelling van waarneming.nl 

 
Stichting Natuurtuin Helmond

Cookies helpen ons onze services te leveren. Door onze services te gebruiken, geeft u aan akkoord te gaan met ons gebruik van cookies. OK