Natuurtuin deze week


Zwarte capsus

Zaterdag 4 juli 2020: Een tegenvaller. Vandaag begint de nationale tuinvlindertelling, waar ook wij aan meedoen. Het miezert, het waait en het is niet warm. Ook niet koud, maar geen lekker vlinderweer. Ik besluit snel wat klein onderhoud te doen, vul de gazonmaaier met benzine en maai de graspaden. Het maaisel voor de poort is weg. Afgelopen maandag konden we een grote aanhanger van Scouting Paulus lenen. In twee etappes was alles afgevoerd naar Biemans recycling. Een geslaagd experiment.

Het seizoen verandert: Met onderzoeker Will loop ik een ronde om vogels te tellen. Er vliegt niet veel en het is een stuk stiller geworden. Het seizoen verandert. Will zegt dat sommige vogels, klaar zijn met hun broedsel en terug gaan naar hun overwinteringsgebieden. Ook bij het insectenlab is niet veel verkeer. Er zijn een paar nieuwe gaten bezet, maar ook weer nieuwe open. Dat laatste roept nieuwe vragen op. Bij sommige gaten is de hele afsluiting weg. Bij andere is alleen een kleine gaatje gemaakt. Bij weer andere afsluitingen lijkt het er op dat ze van buiten afgebroken worden. Misschien vogels die de larven willen opeten?

uitgeplozen braakbalBraakbal: Kort geleden hebben we een uil op de wildcamera gekregen, een verrassing. Vlakbij dezelfde plek ziet Will ineens een braakbal op een boomstomp liggen. We gaan ervan uit dat de braakbal van dezelfde uil is (of in ieder geval dezelfde soort) die op de camera staat. Vermoedelijk een kerkuil, maar hij is nog niet goedgekeurd door waarneming.nl. We laten expres hoge boomstompen staan wanneer een boom omgezaagd wordt. Zee raken begroeid met paddenstoelen en mossen. Later worden ze gekoloniseerd door insecten. Het blijken geliefde zit en uitkijkplaatsen te zijn voor vogels, zoals nu weer blijkt.

braakbal uitpluizen

Vlindertelling: Wanneer ook Wil binnenkomt gaan we op zoek naar vlinders. Zoals we verwachtten halen we geen grote vangst binnen. Het valt wel op dat, zodra het niet regent en de zon (bijna) door komt, er ineens van alles wel vliegt. Dan zijn er koolwitjes, dikkopjes, een Bont zandoogje, een Koevinkje en een bosblauwtje te zien. We zijn streng en noteren alleen namen wanneer we zeker weten welke vlinder het is, liefst met duidelijke foto. Intussen raken we elkaar al speurend regelmatig kwijt en komen ergens verderop weer bij elkaar.

Zwarte capsus: Bij de container pakken we een kop koffie en ondertussen peuteren we de braakbal uiteen. We doen het snel en niet precies genoeg. Toch vinden we een paar botjes en een stuk van een onderkaak. Onderzoeker Will zet het resultaat op de foto en stuurt e door naar waarneming.nl. Ons telwerk wordt lange tijd onderbroken door regen. Wanneer het droger wordt gaan we verder, maar de temperatuur is een paar graden lager en veel vlinders zien we niet meer. Ik kom wel een zwart insect met oranje pootjes tegen. Ik neem een foto en thuis laat ik de app Obsidentify er naar kijken. Obsidentify is 100% zeker dat het een Zwarte capsus. Een soort blindwants die op grassen leeft in min of meer droge biotopen. Dan zal hij zich in de natte natuurtuin niet zo thuis voelen denk ik. Intussen is de zwerfafvalgroep terug van hun maandelijkse opruimronde. Bij de container is een gezellig samenzijn op veilige afstand. Gaat makkelijk.

jeugd-IVN in Naturutuin De Robbert

Zaterdag 27 juni 2020: Het weer wordt extremer. Afgelopen twee zomers waren het heet en droog. De grondwaterstand is nog steeds veel lager dan goed is. En dit jaar is het heet en ... stortbuien. Nu voor de tweede keer deze maand. Gisteren is na een week van ruim dertig graden Celsius een enorme hoeveelheid water gevallen. Door de vochtige lucht en hoge temperatuur voelt het drukkend. De grote poel is een halve meter omhoog gekomen en staat nu tot twintig centimeter onder de brug. De kleine noordelijke poel is overgelopen en het lage noordelijke veldje staat opnieuw blank. Mijn plan om hier vandaag te maaien gaat dus niet door. De zuidelijke poel is verborgen achter het riet, maar ook hier is veel water bij gekomen. Zelfs de kleine bospoel staat vol. Iets wat in de zomer weinig gebeurt.

Maaiwerk klaar: Maandag hebben we met een ploegje van vier mensen het maaisel opgeruimd. Eigenlijk hadden we ook dinsdagochtend in de planning, maar dat bleek niet nodig. Dit jaar brengen we voor het eerst (een deel van) het maaisel van de vroege maaibeurt weg. Het maaisel van de nazomer-maaibeurt wordt opgehaald door de groenaannemer van de gemeente. Bij de vroege maaibeurt leggen we het maaisel op de verschillende houtwallen in de natuurtuin zelf. Eigenlijk is dat raar. Het maaisel gaat van de veldjes af, omdat we het teveel aan voedingsstoffen willen wegwerken. Maar nu verplaatsen we die voedingsstoffen naar andere plekken in de natuurtuin. Beter is om het vroege maaisel af te voeren, zodat ook daar compost van gemaakt kan worden

Test: We hebben ongeveer de helft van het maaisel naar buiten gereden. Komende maandag hebben we een aanhanger geregeld en gaat de berg naar de groenverwerker. Het is een test om te kijken hoe dit bevalt. Wanneer het goed gaat zullen we volgend jaar alle maaisel afvoeren. We houden een klein deel in de natuurtuin. We weten dat oud maaisel gebruikt wordt als nestgelegenheid en overwinteringsplek.

Insectenlab: Het is er weer niet van gekomen om een uurtje op wacht te staan bij het insectenlab. Dat is jammer want zo missen we veel van wat er gebeurt. In het voorjaar werden alleen de 6 mm gaten gebruikt door Gehoornde metselbijen en Rosse metselbijen. Later zagen we Tronkenbijen en Ranonkelbijen in de kleinere 4,2 mm en 4,5 mm gaten. Nu worden nog steeds gaten gevuld (vooral 3 mm en 5 mm gaten), maar we weten niet door welke bijen. Het insectenlab trekt metselbijen en die trekken weer parasieten, insecten die de nesten van metselbijen gebruiken om hun eitjes te leggen. We hebben Gewone goudwesp, Rouwmuurzwever en Gewone knotswesp gezien, maar veel meer soorten gemist. Ik neem mij voor om vanaf volgende week een half uur per week met de camera te posten.

Beestjes scheppen: Vandaag heb ik geen tijd want het jeugd-IVN komt op bezoek. Rond 10 uur verzamelt de club zich voor de poort en trekt in colonne achter Rinus naar de houten brug. Will, Wil en ik sluiten aan. We willen de vangsten zo goed mogelijk documenteren en opsturen naar waarneming.nl. Beestjes scheppen is voor iedereen een leuke en leerzame ervaring. Door de vangsten ook te noteren en door te sturen helpen we ook nog eens mee met wetenschappelijk natuuronderzoek. De hele ochtend is de club intensief bezig met de vangsten. We bouwen een aardige lijst met gedocumenteerde waarnemingen om in te sturen. Ons valt op dat er weinig grote libellensoorten vliegen of als larve gevangen worden. Waarschijnlijk door droogvallen van de poel in 2018 en het bijna droogvallen in 2019. Positief is dat de stekelbaarsjes Sinds 2018 zijn verdwenen. Het overige waterleven vaart er wel bij. Ook nu weer opvallend veel salamanderlarven, haftenlarven, kokerjuffers en talloze kleine en grote waterkevers.

Rond half twaalf maakt het IVN zich klaar om verder te trekken. Ze hebben nog een wandeling en een picknick voor de boeg. Wij scharrelen onze spullen bijeen en ruimen op ons gemak op.


grashalmen

Zaterdag 20 juni 2020: Ik zet de messenbalkmaaier buiten. Een eekhoorn huppelt over het gras vanuit een ruigte naar de ingang. Hij heeft geen haast en lijkt mij nog jong. Als dat zo is, dan hebben twee volwassen eekhoorns een succesvol nest gehad. Afgelopen maanden hebben we twee keer een dode eekhoorn gevonden. Fijn om nu weer een levende te zien. Ik ben extra vroeg begonnen. Het wordt warm en vandaag moet een flink stuk gemaaid worden. Het hoge stuk bij de ingang is snel gedaan. Achter de heuvel bij de grote poel heeft de machine wat meer moeite. De laatste weken is vooral het gras gigantisch gegroeid. Het lijkt wel alsof sinds de stortregen van afgelopen donderdag alles nog eens is verdubbeld. Het gemaaide gras ligt dik op de bodem en duwt de maaimachine omhoog die daardoor moeilijker vooruit komt.

Kameleonspin (Misumena vatia)Blote voeten: Wanneer ik aan het lage noordelijke veldje begin valt me door de begroeiing te laat op dat er water staat. Veel water. De maaimachine houdt dapper vol, maar ineens lopen mijn werklaarzen vol water. Ik heb geen keus en loop door totdat de maaimachine weer op het droge staat. Nu pas zie ik dat de kleine noordelijke poel helemaal gevuld is. Net als het stuk dat ik net heb geprobeerd te maaien. Op het laagste punt staat daar zeker 3 tot 4 decimeter water. Ik sla dit veld maar even over. Misschien is het volgende week voldoende opgedroogd. Ik trek mijn laarzen en sokken uit en leg ze op een boomstam in de zon. De rest van het maaiwerk, rondom de overloop van de grote poel, doe ik op blote voeten.

Koffie: Intussen zijn Wil en Rinus binnengekomen. Het maaisel blijft drogen tot maandag en verder is er niet veel te doen. We drinken op ons gemak koffie, bespreken nieuwe houtblokken voor het insectenlab, aanpassingen voor de hooikruiwagen, samenwerking met het IVN voor een nieuw educatief programma, het weer en nog meer. Daarna gaat Rinus de spullen voor wateronderzoek sorteren. Schepnetjes, zoekkaarten, platte bakken en kijkglazen. Volgende week komt het jeugd-IVN waterbeestjes scheppen. Wij willen meedoen en de vangsten zoveel mogelijk documenteren en insturen naar waarneming.nl.

Grote narcisvlieg (Merodon equestris)Wilde bestuivers: Ik loop met Wil een ronde op zoek naar wilde bestuivers. Het valt ons weer op dat je het ene moment nauwelijks iets ziet en even later zitten, kruipen en vliegen overal beestjes. Niet alleen bestuivers. Blijkbaar is het sprinkhanenseizoen begonnen. We zijn vergeten om het vlindernet mee te nemen en de sprinkhanen zijn snel. Ze blijven niet stilzitten voor de camera en op naam brengen zonder zoekkaart of goede foto lukt niet. Voorlopig moeten we het houden op kleine bruine en grote groene soorten. Wat verderop krijgen we een Grote narcisvlieg (Merodon equestris)en een Snorzweefvlieg (Episyrphus balteatus) wel op de foto.

Kameleonspin: Eerder hadden we al een Gewone kameleonspin (Misumena vatia)gevonden. Geen bestuiver maar meer een eter van bestuivers. De kameleonspin wacht in hinderlaag op een bloem totdat een insect er op landt. Zoals de naam al doet vermoeden kan deze spin van kleur veranderen. Niet zo snel als een echte kameleon. “De kleurverandering van wit naar geel duurt 10 tot 25 dagen, terwijl van geel naar wit maar 6 dagen duurt.” (meer informatie). Door het combineren van veldwaarnemingen met internet een extra leerzame ochtend.

 

 

Bladerdak berkenbosje

Zaterdag 13 juni 2020: Het wordt een hete dag. Afgelopen nacht heeft het flink geregend en het water in de poelen is iets omhoog gekomen. In de kleine noordelijke poel staat weer een laagje van 2 of 3 decimeter. Niet helder amberkleurig zoals in de grote poel. Rottend bladafval zorgt voor een troebel soepje. Dat wordt pas helderder wanneer het water nog een paar decimeter verder stijgt. Ik verwacht niet dat zoiets gaat gebeuren voor het winterseizoen. Enkelel waterkevers (kan niet zien welke soort) zwemt druk op en neer. Blijkbaar is de waterkwaliteit voor hen goed genoeg.

Maai-experiment: De grassen zijn hoog opgeschoten. Twee weken geleden waren de graslandjes veel kleuriger dan nu. Er komen steeds meer verschillende plantensoorten in bloei maar door het hoge gras vallen die minder op. Volgende week begint het tweede, uitgestelde deel van de voorjaarsmaaibeurt. Een paar weken later zullen de eerste planten weer in bloei komen. We moeten goed opletten hoe dit experiment uitpakt. Ik vind dat het stuk dat we nu later maaien er niet goed uitziet. Te grassig. Misschien valt het straks weer mee, we zullen zien. Ik pak de gazonmaaier en maai de graspaden, zodat we volgende week makkelijk met de kruiwagens vooruit kunnen. Pal langs de buitenhaag maai ik een smalle baan om de struiken meer licht te geven.

grashalmenLege groene huls: Onderzoeker Will gaat op wantsenjacht in de buurt van de grote poel. Ik trek met Rinus en Wil het wilgenbosje in om de Canadese kornoelje weg te snoeien. Vorige winter zijn we hier mee begonnen. Canadese kornoelje is een van de zogenoemde invasieve soorten die we in de natuurtuin bestrijden. Oorspronkelijk komt de struik uit Amerika. Hij heeft een dicht bladerdek van mooie groene bladeren en bloeit met witte schermpjes. Wanneer de sierstruik zijn gang kan gaan groeit hij steeds verder uit. Onder Canadese kornoelje groeit door het dichte bladerdek nauwelijks iets anders. Een echte biodiversiteits-killer. Wanneer de struik weg is komt een grote kale plek tevoorschijn. Wat eerst een dicht bosje vol groen leek, blijkt niet meer dan een lege groene huls.

Uitputting: We knippen en kappen de bovengrondse uitlopers weg en sjouwen ze naar de houtstapel. De takken mogen niet op de grond blijven liggen want dan gaan ze opnieuw wortelen en hebben we nog niets bereikt. Hoog op de houtstapel drogen ze uit. Aan het eind van de ochtend zijn we klaar met dit werkje. Weer een stap gezet in het weer gezond maken van dit bosje. De kale bodem zal volgend jaar al vol staan met nieuwe planten en struiken. Ook de Canadese kornoelje zal proberen terug te komen. In de grond zitten nog veel wortels en die zullen weer uitlopen. Maar veel sjouwwerk zullen we daar niet meer aan hebben. Regelmatig een ronde met kapmes en schoffel moet de woekeraar uitputten en uiteindelijk laten verdwijnen.

De tijd is voorbij gevlogen. We nemen tussendoor ook voldoende tijd voor koffie en geklets. Buiten de schaduw van het bosje begint de temperatuur behoorlijk op te lopen. We zijn op tijd klaar met het sjouwwerk. Na een nog een rondje door de tuin gelopen te hebben sluiten we af.

Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea)

Zaterdag 5 juni 2020: Op de houten brug stoor ik twee vaste bezoekers. Aan beide uiteinden van de brug zit een kat. De zwart-witte en de rossige. Ze staren naar elkaar. Het doet me aan een ouderwetse cowboyfilm denken, maar het is nog vroeg in de ochtend en geen High Noon. De zwart-witte kat draait zich om, ziet me en schiet het riet in. De rode aan de andere kant verdwijnt achter de heuvel. Ze zullen een andere keer vaststellen wie hier de baas is.

Metselbijenmeter: De metselbijenmeter is weer voller. Het kan niet op. Steeds meer verschillende diameters worden bezet. 3 mm: 26 bezet (was 19), 4 mm: 2 bezet (was 0), 4,2 mm: 26 bezet (was 8), 4,5 mm: 44 bezet (was 31). De 5 mm en 6 mm blijven gelijk (1 en 40). Ook de 1,5 mm en 2mm blijven gelijk op 0. Jammer genoeg is het een groot deel van de ochtend koel, bewolkt en winderig. In het begin valt er zelfs even flink regen. Ik had graag een tijdje op wacht gestaan bij de metselbijenmeter om te ontdekken welke bijen al die nieuwe gaten bezet hebben. Misschien de tronkenbijen en ranonkelbijen die we al eerder hebben gezien. Misschien weer een andere soort. Maar met dit koude en natte weer gebeurt er niet veel.

Planten en een Blauwe reiger: Elke maand begin ik opnieuw met zoveel mogelijk plantensoorten die in bloei staan op naam te brengen. Vandaag loop ik een eerste rondje en noteer een stuk of 20 soorten waarvoor ik niets hoef op te zoeken. Wanneer ik de boeken er bij moet pakken om de ene van de andere soort te onderscheiden (welk vergeet-mij-nietje, welke soort walstro) pak ik die later deze maand. Ik vind een paar bloeiende exemplaren van Penningkruid en bij de houten brug staat Veldlathyrus in bloei. En jawel, even verderop zijn de gele bloempjes van de Kleine ratelaar te zien. Een interessant plantje dat parasiteert op gras om aan voldoende voedingsstoffen te komen. Nu ik toch bij de brug ben haal ik meteen mijn wildcamera er onderuit. Die heeft daar een week gestaan omdat een paar keer een IJsvogel onder de brug vandaan kwam. Thuis is geen IJsvogel op de video's te zien maar een Blauwe reiger is niet te beroerd om in te vallen (https://youtu.be/Vn35cGha7q0.)

Nieuw insectenlab: Wil en ik zetten met piketpaaltjes de omtrek van het nieuwe insectenlab uit. Het is passen en meten. Het insectenlab bestaat uit 4 rechthoekige secties die niet op een rij staan maar samen een halve cirkel vormen. De voorkanten staan dan gericht tussen Zuidoost en Zuidwest. Zo staat altijd een deel van het lab recht naar de zon. Tegelijk sluit de ronding van het lab aan op de bosrand erachter. Hierdoor, en door de afwerking, gaat het nieuwe insectenlab straks een beetje op in de omgeving. Nu we de plek precies hebben bepaald kunnen we de grond voorbereiden. In oktober, na de laatste maaibeurt en de ruigte-maaibeurt beginnen we met de echte bouw. We verwachten vóór het eind van het jaar het insectenlab klaar te hebben zodat we het volgend seizoen kunnen gebruiken.

Verjaardag: Onderzoeker Will struint de natuurtuin directe omgeving af op zoek naar vogels. Door de nattigheid heeft het geen zin om met klopnet of vlindernet te zoeken naar wantsen. De zwerfafvalgroep is vroeg terug van hun maandelijkse ronde. Voorzitter Kees is binnenkort jarig en viert dat met koffie en appelgebak. Wij zijn klaar met onze klus en sluiten aan. Even later komt onderzoeker Will terug van zijn speurtocht en al kwebbelend en discussiërend eindigen we deze ochtend.


wateronderzoek

Zaterdag 30 mei 2020: Zonnig, warm en droog. Het lijkt dat we een derde droge zomer gaan krijgen. De kleine noordelijke poel is bijna leeg. De zuidelijke is ook geslonken en het water in de grote poel is gezakt tot een meter onder de brug. Bij de ingang verdord het gras en ontstaan zandplekken. Ik ben benieuwd welke plantjes daar gebruik van gaan maken. Terwijl ik de graspaden maai valt op dat niet alles even droog is. Op de hogere stukken is het gras nauwelijks gegroeid. Op de lage noordelijke veldjes heeft de gazonmaaier moeite om door het dikke malse gras te komen. Bij het berkenbosje is een Veelbloemige roos opgeschoten. De trossen witte bloemen vallen op. Raar dat we hem over het hoofd hebben gezien. Ik steek de plant met een schop uit de grond en daarmee zit het onderhoudswerk voor vandaag er weer op.

Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea)Metselbijenmeter: Er staat onderzoek op het programma. Ik loop een rondje mee met onderzoeker Will terwijl hij zijn vogeltelronde doet. Daarna race ik op en neer naar huis om mijn mobiel (vergeten) en enkele mokken te halen want de kartonnen bekers zijn op. Daarna bekijk ik de ontwikkeling van de metselbijenmeter. Van de 3 mm gaten zijn er nu 19 bezet. Van de 4,5 mm zelfs 31. De tussenliggende gaten zijn minder populair. De 4,2 mm gaten staan op 8 mm en de 4 mm gaten nog steeds op 0.

Biotische index: Samen met Rinus en Wil trekken we met schepnetjes, bakken en zoekkaarten naar de grote poel. We gaan waterbeesten vangen. De vangsten noteren we in een speciaal schema dat ik op internet gevonden heb. Met dat schema bepalen we de biotische index. Een mooie term. De biotische index is een cijfer dat iets zegt over de waterkwaliteit. Sommige diersoorten zijn gevoelig en leven alleen in heel schoon water. Andere waterdieren kunnen meer hebben en die vind je ook in minder schoon water. Hoe meer verschillende soorten je vangt (en dan vooral gevoelige soorten) hoe schoner het water en dus hoe hoger de biotische index. Het is een eenvoudige meetmethode die iets zegt over de gezondheid van onze leefomgeving. Je kunt ook verschillende watertjes vergelijken en de gezondheid van poelen en sloten over langere tijd bijhouden.

GrasmuurGezellig onderzoek: Bovendien is het, zoals vandaag blijkt, een gezellige methode. Bij de houten brug is al een gezinnetje waterbeestjes aan het scheppen. Even later komt nog een gezin de tuin ingewandeld en sluit zich aan bij het gebeuren op en rond de houten brug. We houden zo goed mogelijk afstand, maar gelukkig maakt dat niets uit voor de sfeer. De zon schijnt, de vogels fluiten en iedereen loopt heen en weer met nieuwe vangsten. Na een klein uur hebben we een hele verzameling soorten. Naast ongewervelden die in het schema moeten, vangen we opvallend veel salamanderlarven en natuurlijk veel kikkervisjes. Dat was ons vorig jaar ook al opgevallen. We denken dat dat komt, omdat de poel in 2018 is drooggevallen. Sindsdien zijn alle stekelbaarsjes verdwenen en dat is goed nieuws voor het andere waterleven.


Salamanders en Groene kikkers: Het spontane bezoek neemt afscheid en na een koffiepauze verhuizen we naar de zuidelijke poel. Die valt vaker droog dan de grote poel en er ligt flink wat slib op de bodem. We verwachten niet veel te vangen en dat is ook zo. Toch vinden we verschillende salamanderlarven. Een leuke vondst, maar het is geen ongewervelde en telt niet voor de biotische index. Net zo min als de groene kikkers die deze poel sinds enkele jaren hebben gekoloniseerd. Uiteindelijk krijgen we in de grote poel 18 soorten ongewervelden op naam (2 kokerjuffersoorten als meest gevoelige). In de zuidelijke poel krijgen we 5 soorten op naam ( één haftenlarve als meest gevoelig). Dit levert voor de grote poel een score op van 9 (van de 10) en voor de zuidelijke poel een 4 (van de 10). Supergoed voor de ene poel, slecht voor de zuidelijke poel. Geen onverwacht resultaat. De zuidelijke poel is al beter dan enkele jaren geleden maar er is nog veel werk te doen. We verwachten veel van het plan om het slib uit te baggeren en de poel gedeeltelijk iets dieper te maken. Alweer een leerzame zaterdagochtend.

kruidenrijk grasland


Zaterdag 23 mei 2020: Het is fris en de zon laat zich het grootste deel van de ochtend niet zien. Ik heb vorige week niet goed opgelet en een kapotte geheugenkaart in de wildcamera gestopt. Net als met de dode eekhoorn zullen we nooit weten wie de muis heeft opgegeten. Niks aan te doen. Op een pad verderop liggen de resten van een zwarte vogel. Een kraai. Een deel van de veren is nog omgeven door een schacht. Ik denk dat het een jonge kraai was. Waarschijnlijk uit het nest in het elzenbosje. Welk beest de kraai heeft gedood en opgegeten weet ik niet. Meestal vind je bij prooiresten van een roofvogel alleen de netjes uitgetrokken veren. Ook hier liggen losse veren maar ook hele plukken en stukken vleugel die in een keer lijken te zijn losgetrokken. Bovendien zijn niet alle schachten gaaf, wat je bij een roofvogel wel zou verwachten. Verschillende schachten zijn afgebroken. Dat wijst richting kat, bunzing of vos. Buiten de veren is alleen de snavel met een stukje van de kop blijven liggen.

Maaiwerk klaar: Afgelopen week hebben we met 5 mensen het eerste deel van de voorjaars-maaibeurt uitgevoerd. Zaterdag is er precies genoeg gemaaid om ons op maandag en dinsdag een paar uurtjes bezig te houden. Maandag is het maaisel bijeen geharkt en dinsdag hebben we alles op enkele houtwallen gelegd. Eigenlijk wilden we een deel van het maaisel naar de milieustraat brengen. Door de corona-maatregelen was dat teveel gedoe. Volgende keer beter. Dit jaar hebben we voor het eerst ook de strook aan de voorkant van de natuurtuin gemaaid.

Kleine klusjes: Vandaag ruimen we nog een restje oud maaisel van vorig jaar op bij de kleine noordelijke poel. Het diende om de Late guldenroede te verstikken die hier nog groeide. Dat is gelukt. Dinsdag moesten we het opruimwerk hier onderbreken omdat we een nest aardhommels verstoorden. De hommels zijn gekalmeerd en snel werken we het laatste maaisel weg. Verder hebben we wat klein onderhoud. Wil knipt een wilgenstruik weg en ik snoei de buitenhaag met de accu-kettingzaag. Zo nu en dan komen wandelaars binnen. Moeders met kleine en grote kinderen, een man en vrouw die vragen wat ze met de bijen in een vogelhuisje aan moeten. Een gezellig af en aan.

Onderzoek: Onderzoeker Will installeert zich bij de grote poel en wanneer we klaar zijn met de klusjes loopt Wil de nestkasten na. Ik bekijk het insectenlab. Er is weinig activiteit. Het is geen insectenweer. Toch hebben de metselbijen afgelopen dagen niet stilgezeten. Vijf van de 4,2 mm gaten zijn nu bezet (vorige week 2). Van de 4,5 mm gaten zijn er 19 bezet (vorige week 8). Ook de 3 mm gaten blijken populair: 15 gaten bezet (vorige week 4). Omdat we elke week opschrijven hoeveel gaten bezet worden krijgen we een aardig beeld van het “broedseizoen”. Bij goed weer proberen we metselbijen en hun belagers op de foto te zetten. Een lastig werkje omdat de beestjes niet vaak rustig blijven zitten. Met de foto's en de hulp van herkenningsapp Obsidentify hebben we al aardig wat namen achterhaald. Van een paar simpele blokken hardhout kun je veel leren.

bloemrijk grasland

Zaterdag 16 mei 2020: Vanaf dit jaar delen we de voorjaars-maaibeurt in tweeën. Nu (half mei) maai ik het eerste deel. Dat zijn de zuidelijke veldjes, een stuk bij de wilgenrij, de helft van de helling bij de ingang en een klein stukje bij de houten brug. Nu ik toch bezig ben maai ik de strook langs de voorkant ook meteen. Over een maand (half juni) doen we het tweede deel. We maaien de graslandjes 2 keer per jaar. Een keer heel vroeg, tegen de tijd dat de grassen in bloei komen en een keer laat in het jaar (september). We doen niet aan bemesten, zaaien of planten. Door zo'n beheer in dit gebied toe te passen veranderen graslandjes in waardevolle natuurgebiedjes. Tientallen bloeiende plantensoorten hebben hun plekje veroverd tussen alle grasachtigen. Dat ziet er leuk uit maar is vooral goed nieuws voor allerlei insecten, amfibieën, kleine zoogdieren en vogels die zulke bloemrijke graslanden nodig hebben om te overleven.

Maai-experiment: Afgelopen jaren maaiden we de best ontwikkelde stukken (veel bloeiende planten en geen dicht gras) maar een keer per jaar. De vroege maaibeurt is nodig om de “saaiste” stukken (veel dicht gras en minder plantensoorten) verder te ontwikkelen. Door die vroege maaibeurt te verdelen willen we testen hoe verschillende plantensoorten reageren op andere maaitijden. Uiteindelijk denken we zo nog meer variatie in de graslandjes te krijgen. De messenbalkmaaier loopt probleemloos en tegen rond 10 uur is het maaiwerk klaar. Het maaisel kan drogen. Maandag en Dinsdag gaan we het opharken en van de veldjes afvoeren.

Onderzoeksdrukte: Onderzoeker Will installeert zich vlakbij de grote poel. Vandaag gaat hij waterleven bekijken. Na verloop van tijd krijgt hij gezelschap van voorzitter Kees en Rinus. De vangsten worden bestudeert en besproken terwijl iedereen keurig 1,5 meter afstand houdt. Wil loopt de nestkasten na en ik controleer de metselbijen-meter.

Muurrouwzwever (Anthrax anthrax)Metselbijen-meter: Weer is er veel activiteit in de gaten van 4,2 en 4,5 mm. Dit keer lukt het me om een kleine bij op de foto te krijgen terwijl ze uit een gat kruipt. Volgens de app Obsidentify is het een Ranonkelbij, wat ik min of meer al verwachtte. De bij zal zich hier goed thuis voelen want in de natuurtuin staan veel Boterbloemen. Dat zijn ranonkelachtigen en de bij heeft die naam niet voor niets. Vlakbij zit een zwart vlinderachtig insect op te warmen. Ook hiervan een scherpe foto gemaakt en Obsidentify herkent de Muurrouwzwever. Dat is geen vlinder maar een vlieg en ook zij doet haar naam eer aan. Het lijkt alsof de vlieg een zwarte rouwmantel draagt en ze heeft de gewoonte om voor nesten van metselbijen in de lucht te blijven hangen en al vliegend een ei een nestgang te deponeren.

Wilde bestuivers: Later loop ik met Wil nog een ronde voor de wilde bestuivers. De lucht is nog koel dus noteren we niet veel. Een Bont zandoogje en een Koolwitje, te snel om te zien welke soort precies. Verder een paar hommelsoorten en een zweefvlieg (Gewone pendelvlieg). Er vliegt natuurlijk veel meer maar dat is telkens te ver weg, te klein of te snel. We vinden het zonde om door het gras en de bloemen te banjeren dus moeten we vanaf het pad kijken. Een vlindernet en een potje om de vangst te bekijken zou helpen. Misschien moeten we vaker 's middags deze ronde doen wanneer het goed opgewarmd is.

Ondanks de hindernissen vermaken we ons prima. Na twaalven sjouwen we de onderzoeksspullen van Will naar de container. We spreken af dat we maandag of dinsdag na het hooien weer tijd besteden aan verder onderzoek.

Rode Kornoelje

Zaterdag 9 mei 2020: We zullen het nooit zeker weten. De dode eekhoorn is weg maar op de wildcamera staat geen enkele opname. Wie heeft de eekhoorn meegenomen? Ik vermoed de vos. Wat is er mis met de camera? Ik hoop iets met de geheugenkaart en niet met de camera zelf. Elk jaar een kapotte camera is teveel van het “goede”. Dan geen onderzoek met de wildcamera meer. Thuis maar eens uitzoeken. Bij het insectenlab nog een verrassing: Er zijn geen nieuwe gaten van 6 mm doorsnede bezet (nog steeds 40). Andere gaten waar tot nu toe niets gebeurde worden ineens wel gevuld (4,2 mm: 1 gat bezet. 4,5 mm: 3 gaten bezet). Later zien we een bijtje in een van de gaten kruipen maar ze is te snel om op de foto te zetten. Het is geen Rosse of Gehoornde metselbij maar een kleinere soort.

Kleine karekiet past maaibeheer aan: Ik laat aan onderzoeker Will een geluidsopname horen die ik vanmorgen maakte. In de bosrand bij het elzenbosje zong een vogeltje dat ik niet thuis kon brengen. Dat zegt niet veel want ik weet nauwelijks iets van vogelgeluiden. De opname is niet duidelijk maar onderzoeker Will is nieuwsgierig geworden. We lopen naar de plek waar ik de opname maakte. Van alles te horen maar niks aparts. Ik heb de paden gemaaid en Will vermoed dat de herrie van de gazonmaaier het zingende vogeltje heeft verjaagd. Niks aan te doen. Bij de zuidelijke poel hoort Will later een Kleine karekiet tussen het riet. Volgende week beginnen we hier met de voorjaarsmaaibeurt. Wanneer we te dicht op de rietkraag maaien kan dat de Kleine karekiet afschrikken die daar misschien gaat nestelen. Daar is wél wat aan te doen. We móeten maaien maar blijven wel een aantal meters uit de buurt van de rietkraag. Een kleine aanpassing van het maaibeheer naar aanleiding van een goede observatie.

Zwerfafval: Vorige week regende het te hard en besloot de zwerfafvalgroep hun opruimactie tot vandaag uit te stellen. Het is prachtig zomerweer en een forse groep van 6 mensen trekt vanuit de natuurtuin de wijk in. Onderzoeker Will installeert zich in de buurt van de zuidelijke poel. Hij zoekt wantsen maar noteert naast deze insectengroep alles wat hij tegenkomt. Ik trek er op uit om bloeiende planten op naam de brengen.

Klein onderhoud: Eerder vanmorgen heb ik de paden gemaaid en nu gaat Wil verder met het nalopen van boomstompen die deze winter zijn gekapt. Als ze opnieuw uitlopen kapt hij de verse takjes af. Dat werkt goed. Na een tijd lopen de stompen niet meer uit en worden ze bevolkt door schimmels en insecten waarna de spechten ze weten te vinden. Wil trekt in het wilgenbosje ook wortelstokken van de Canadese kornoelje uit de grond. Net als bij de andere invasieve soorten zullen we deze woekeraar regelmatig aanpakken. Dan nog zal het enkele jaren duren voor we hem definitief kwijt zijn. Daarna gaat ook Wil op onderzoek uit en controleert hij welke nestkasten gebruikt worden door welke vogels.

Koffie en vlaai: Halverwege de ochtend komt iemand van de fotoclub vragen of ze volgende week foto's mogen maken in de natuurtuin. Fotograferen zien wij als een soort onderzoek dus past het in onze doelstellingen. En een kleine club die elkaar kent kan makkelijk de coronaregels volgen. Voor de zekerheid zal ik het toch bij de gemeente navragen. Tegen twaalf uur is Wil klaar met zijn controlewerk en heb ik genoeg van het zoekwerk naar plantennamen. We lopen langs onderzoeker Will en helpen de spullen naar de container sjouwen. Daar treffen we de teruggekeerde zwerfafvalgroep. Voorzitter Kees heeft voor koffie en vlaai gezorgd en daar schuiven we graag bij aan.

Eenstijlige meidoorn

Zaterdag 2 mei 2020: Als het weer meewerkt kunnen we vandaag volop aan de gang met de monitoringprojecten. De graslandjes krijgen steeds meer kleur. Bescheiden nog, maar terwijl ik de graspaden maai zie ik helder blauwe puntjes tussen het gras. Moerasvergeet-mij-nietje en Zompvergeet-mij nietje. Op veel plekken donkerblauwe Kruipend zenegroen, bij de wilgenrij staat een rose variant. Op drogere plekken beginnen de Dagkoekoeksbloemen in bloei te komen, vaak gemengd met witte Look zonder Look. In het Berkenbosje staat zo lang ik weet Robertskruid. De plant heeft zijn ups en downs gekend. De laatste jaren was hij wat achteruit aan het gaan. Misschien heeft het extreme weer van de laatste 2 jaar geholpen want nu bedekt hij als vanouds een flink stuk bosbodem. De eerste bloemen zijn open. Dat moet een mooi gezicht worden als de plant straks volop bloeit.

Tweede dode eekhoorn: De metselbijen hebben afgelopen week 1 nieuw 6 mm gat van de metselbijen-meter bezet. Het lijkt er op dat het broedseizoen is afgelopen. Op het pad ligt een dode eekhoorn. Op zich al bijzonder maar dit is de tweede in een paar weken tijd. De bek is flink toegetakeld. Ik weet niet of dat voor of na overlijden is gebeurd. Op de rest van het lijfje kan ik geen verwondingen zien. Net als bij de andere eekhoorn is het een raadsel waaraan hij is gestorven. Iets verkeerds gegeten? Een ziekte? Of gedood door eksters of kraaien? Eekhoorns roven eieren en vogels maken korte metten met vijanden die ze aankunnen. Morgen leg ik de eekhoorn op een rustige plek met de wildcamera erbij. Eens kijken wie erop bezoek komt.

Regen beëindigt activiteiten: Onderzoeker Will (met dubbel l) gaat wantsen vangen, Wil gaat aan zijn controleronde van de nestkasten beginnen en ik zoek bloeiende plantensoorten. Erg lang duurt dit alles niet. Vandaag werkt het weer niet mee en het begint steeds harder te regenen. Wil en ik zijn als eerste terug in de container. Will houdt het langer vol maar geeft het ook op. Een dappere opa, papa en zoontje trotseren de regen nog langer dan wij en onderzoeken het waterleven in de grote poel. Wanneer de regen echt doorzet houden ook zij het voor gezien. Ze zullen een terugkomen wanneer het beter weer is. Wij wachten tot het stopt met regenen en vertrekken. We komen in ieder geval droog thuis.

Pinksterbloemen

Zaterdag 25 april 2020: De metselbijen-meter is nog bruikbaar. Ik had verwacht dat alle 6 mm gaten vol zouden zitten maar dat valt mee (of eigenlijk tegen). Van de 50 gaatjes zijn er nu 39 bezet. Vijf meer dan vorige week. Afgelopen 5 weken verliep de bezetting van 0 – 2 – 16 – 34 – 39. Waarschijnlijk alle 39 gebruikt door de Gehoornde metselbij. Die hebben we vaak gezien, soms wel drie tegelijk. Interessant is dat er nu ook één gat van 5 mm bezet is. Geen van de andere doorsnedes is in gebruik.

Levendige graslandjes: Het waterpeil is aan het zakken. De lage stukken bij de zuidelijke poel staan droog. Sloten en de overloop van de grote poel ook. De noordelijke graslandjes zijn een mozaïek van groentinten met tussendoor de witte spikkels van pinksterbloemen. Vanaf de heuvel is mooi te zien dat de plant zich heeft verspreid over de graslandjes. Twee keer per jaar maaien en rondom schaduwbomen kappen heeft de graslandjes flink levendiger gemaakt. Zo gauw de zon schijnt zien we vlinders als koolwitjes en oranjetipjes boven de veldjes.

Klein onderhoud: Vandaag alleen wat klein onderhoud. De houtwal aan de voorkant en een pad worden gecontroleerd op Veelbloemige roos. Een woekerende struik die we kwijt willen. Nieuwe uitschieters knippen we weg of trekken ze uit de grond. Op de helling bij de ingang ontdekken we een heel stel zaailingen. Een paar trekken we uit. De rest doen we volgende week.

Monitoring: We gaan weer monitoren. Al snel verspreiden we ons over de natuurtuin. Ik noteer bloeiende planten, Wil controleert de nestkasten en Will (met dubbel l) noteert vogels en speurt naar wantsen. Op de heuvel bij de grote poel valt mijn oog op een paar kleine sprietjes. Een zeggesoort. Ik weet niet welke maar noteer een aantal kenmerken. De stengel van het plantje is donzig behaard, de eerste keer dat ik dat bij een zegge in de natuurtuin zie. Hij is ook klein van stuk maar dat kan aan de groeiplaats liggen. Net als vorige week leg ik een verzameling foto's aan. Wanneer de nootjes van de plant rijp zijn doe ik dat weer en heb dan hopelijk genoeg betrouwbare informatie om het plantje op naam te brengen.

Roze hyacint: Bij de wilgenstrook staat een roze hyacint. Hij heeft wel wat weg van een wilde soort maar waarschijnlijk is het een sierplant die uit een of andere tuin is ontsnapt. De natuurtuin ligt pal tegen een woonwijk en dus is te verwachten dat er soms een tuinplant naar binnen wandelt. Wanneer het geen woekeraar is doen wij er niks mee. De hyacint heeft op zijn beurt geen last van ons maaibeheer en dus staat hij hier al een paar jaar. We gaan in de gaten houden of de bloemen bezocht worden door wilde bestuivers of dat de plant alleen maar een beetje mooi staat te zijn.

Badende buizerd: Zo nu en dan komen mensen binnengewandeld en ook voorzitter Kees komt langs. Will heeft badende buizerdweer interessante vondsten gedaan en Wil heeft een nestkast met broedende koolmezen erbij. De wildcamera heeft deze week bij de kleine bospoel gehangen. Zoals verwacht zwemt het koppeltje wilde eenden regelmatig door het beeld. Het aantal jonkies is gedaald van 14 naar inmiddels nog maar 1. De natuurtuin zit vol liefhebbers van jonge eend. Op de wildcamera bij de bospoel komen verschillende kandidaten voorbij. Een vos, kraaien en zelfs een buizerd. Die laatste zie je niet vaak op de grond en al helemaal niet vaak badend in een poel. Hoe meer je zoekt hoe verrassender de ontdekkingen.

 

 

Eenstijlige meidoorn - Crataegus monogynaZaterdag 18 april 2020: De eekhoorn is weg. Vorige week was er verrassend weinig interesse in het lijkje en nu heeft iemand het meegenomen. Wanneer ik de camerabeelden bekijk is snel duidelijk dat ook deze keer een vos de grote opruimer van De Bundertjes is. Meteen de eerste nacht gaat hij/zij met het eekhoorntje in de bek ervandoor. De dag daarvóór is alleen een koolmees langs geweest om naar insecten te zoeken. Het dode beestje is voor het vogeltje niet meer dan een mogelijkheid om insecten te vangen. De koolmees onderzoekt de eekhoorn en speurt daarna net zo geïnteresseerd takjes in de buurt af. Ná de vos hebben twee verschillende katten de plek besnuffeld waar de eekhoorn heeft gelegen. Vleeseters die vorige week een kijkje kwamen nemen (bunzing, kraai, ekster) zijn niet meer geweest. Andere dieren die voorbij komen (reeën, konijn) zijn net als vorige week alleen bezig met planten.


Metselbijen-meter: Ik wandel met de gazonmaaier over de graspaden. De eerste keer dit jaar. We maaien de paden lang niet meer zo vaak als vroeger. Ongeveer 8 keer per seizoen in plaats van 25 keer. Ruim voldoende om ze begaanbaar te houden voor de kruiwagens en om het bezoek wat te sturen. Ik loop met onderzoeker Will een vogelrondje en neem daarna de stand van de metselbijen-meter op. Ik zie dat 34 gaten met een diameter van 6 mm zijn dichtgemetseld. In twee gaten zit wat leem maar het is niet duidelijk of dat nestjes zijn. Van alle andere gaten is er niet een bezet. Nu is nog maar 28% van de 6 mm gaten vrij. Met dit tempo zijn ze volgende week allemaal bezet. Ik ben benieuwd wat er dan gebeurt.


Monitoring: Will (met dubbel l) werkt vandaag aan zijn wantsenonderzoek. Intussen doet Wil zijn controleronde bij de nestkasten terwijl ik bloeiende plantensoorten noteer. Het valt op dat inheemse struiken en kleine bomen het steeds beter doen. Ons kapwerk begint zijn vruchten af te werpen. In het elzenbosje en het wilgenbosje hangt een witte waas door bloeiende Gewone vogelkers, Wilde lijsterbes en Meidoorn. Op de veldjes zijn de Pinksterbloemen in bloei gekomen en in alle uithoeken van de natuurtuin kun je nu hondsdraf vinden. Op de natste plekken zijn de eerste Zeggen in bloei gekomen. Zeggen zijn groene grasachtige planten die niet bijzonder opvallen, zeker niet nu kleurige bloemen de aandacht trekken. De soorten zijn ook nog eens lastig uit elkaar te houden. Zeggen zijn typische planten voor vochtige natuur.


Zeggen: Door ook Zeggen-soorten in kaart te brengen, leren we veel over hoe de graslandje er ecologisch voor staan. De meeste planten zijn het best op naam te brengen wanneer ze in bloei staan. Bij Zeggen is het juist belangrijk om een exemplaar bloeiend én met rijpe nootjes te bekijken. Uiteraard zit daar een aantal weken tijd tussen. Ik maak nu foto's van allerlei kenmerken en van dezelfde planten opnieuw, wanneer de nootjes rijp zijn. In de tussentijd probeer ik met de planten-app Obsidentify en plantenboeken de goede naam te krijgen. Op dit moment loop ik nog vast en zowel de boeken als de planten-app komen telkens op andere soorten uit.


Japanse duizendknoop: Voorzitter Kees komt een kijkje nemen wandelt met ons langs de vele mooie plekjes en planten. Hij is niet de enige die op dit idee is gekomen. Net als vorige week druppelen er regelmatig wandelaars de poort binnen om een kijkje in de natuurtuin te nemen. Het is zonnig en de voorjaarsnatuur komt met de dag verder tot ontwikkeling. Kees wijst ons op een plek pal langs de huizen bij de natuurtuin. Een bedrijf heeft daar de beruchte Japanse duizendknoop bestreden met hete stoom. De woekeraar maakt diepe wortels en daarom zal die behandeling vaker herhaald worden. Kees laat zien dat de woekeraar nu al weer op verschillende plekken op komt. Waarschijnlijk heeft iemand hier tuinafval gedumpt met het idee de natuur en handje te helpen. Onbenul veroorzaakt de meeste schade. In dit geval niet alleen schade aan de natuur want Japanse duizendknoop is berucht als sloper van rioleringen en fundamenten. Wij hebben weer een invasieve soort er bij om in de gaten te houden.

 

 overzicht wilgenbosje


Zaterdag 11 april 2020: Zonnig lenteweer. Ik loop meteen naar de metselbijen-meter in het insectenlab. Een mooie uitslag. Vorige week waren 2 boorgaten (doorsnede 6 mm) dichtgemetseld. Vandaag tel ik 16 dichtgemetselde gaten. Allemaal 6 mm doorsnede. Van de andere boordiameters is geen enkel gat bezet. Toeval of niet; bijna alle bezette 6 mm gaten liggen naast elkaar. Keurig op rij vol gemaakt. We wachten af hoe het seizoen zich ontwikkeld. Misschien is het een idee om volgend jaar 6 mm doorsnede als uitgangspunt nemen en daarnaast gaten testen van 5,9 mm 5,8 mm en 6,1 mm en 6,2 mm enzovoort. Eens kijken hoe kieskeurig de metselbijen precies zijn. Wanneer we later deze ochtend kijken zien we verschillende metselbijen in en uit de gaten kruipen. Ik maak een foto van een van de bijtjes en voer die in de herkenningsapp in (Obsidentify). Volgens de app is het een gehoornde metselbij. De foto met naam gaat naar waarneming.nl. Daar zal hij nog een keer beoordeeld worden. Van de houtblokken die er nog staan van vorig jaar is alleen een blok van de Haagbeuk weer gebruikt. Gek genoeg zijn hier drie gaten van 8 mm bezet.


Klein onderhoud: Er staan geen grote klussen op het programma. Alleen wat klein onderhoud. Vandaag betekent dat het wegsnoeien van een Veelbloemige roos die we vlakbij de grote poel hebben ontdekt. Twee dikke stammen zijn zo doorgeknipt. Het uittrekken van de zaailingen kost wat meer tijd maar na een 20 minuten is het werkje achter de rug. Elke week reserveren we een uurtje voor het opruimen van invasieve plantensoorten. Volgende week ruimen we een strookje Gele gevlekte dovenetel op. Daarna kijken we waar de Veelbloemige roos weer opkomt en knippen we die weg. Zo blijven we doorgaan totdat de planten verdwenen zijn.


gehoornde metselbijVogelrondje:Ik loop met Wil en Will een vogelrondje door en rond de natuurtuin. Aan de noordkant bekijken we hoe de houtwal kan worden gesnoeid. De aparte Elzen laten staan maar alles daartussen, wilgen en bramen, moet laag en compact worden. Net als aan de voorkant willen we een goede afscheiding maar tegelijk uitzicht vanaf het wandelpad op de natuurtuin. Stammen en takken waar we van de binnenkant niet bij kunnen gaan we deze zomer een keer afzagen, wanneer de sloot droog staat. We zien een paar keer een eendenmoeder met jonkies. Pas na een paar telpogingen komen we er achter dat het om ongeveer 14 jongen gaat.



De Gewone vogelkers bloeit: Nu de meeste bomen nog nauwelijks blad hebben vallen de bloeiende kruinen van deze boom extra op. Het valt op dat in het bosje ten zuiden van de natuurtuin veel forse exemplaren van de vogelkers staan. In de natuurtuin zelf staan ze ook en hij breidt zich uit op plekken waar wij de bosjes open hebben gekapt. In deze vroege voorjaarsweken levert de vogelkers de meeste bloeiende bloemen. Dat is goed nieuws voor de insecten die door het warme weer ook vroeg actief zijn geworden. De hele ochtend blijven we speuren en monitoren. De planten, vogels en het gebruik van de nestkasten worden bekeken en genoteerd. Regelmatig zwerven wandelaars de tuin binnen. Kan makkelijk want iedereen houdt moeiteloos anderhalve meter afstand.


Dode eekhoorn: De dode eekhoorn die ik had gevonden heeft deze week op een rustig plekje gelegen met de wildcamera erbij. Ik heb dat al eens eerder gedaan met een konijn. Dat was op het laatst verdwenen, meegenomen door een vos. Nu ligt dit lijkje er nog. Wel wat meer aangevreten dan vorige week maar blijkbaar valt dit eekhoornvlees niet zo goed in de smaak. Thuis bekijk ik de beelden. In het begin komt twee keer een andere eekhoorn heel kort langs. Verder komen de eerste dagen een paar keer Eksters en een Zwarte kraai langs. Ze pikken wat en nemen kleine hapjes. Daar blijft het bij. 's Nachts komen een Bunzing en later een Kat (onze vaste zwartwitte bezoeker) langs. Ze besnuffelen het kadavertje maar eten er niet van. Een Pimpelmees maakt nog het meeste gebruik van het lijkje, maar niet voor het vlees. Wat ik vorige week al dacht, plukt hij de haartjes om daar een nest mee te bouwen. Een koolmees plukt ook haartjes uit maar verzamelt ze niet. Waarschijnlijk is zijn nest al af en is hij meer geïnteresseerd in insecten en larven. Buiten deze bezoekjes heeft niemand interesse in de dode eekhoorn. Konijn, Ree, Koperwiek, Zanglijster, Houtduif scharrelen rond en lijken de eekhoorn niet eens te zien. Volgende week zien we hoe de eekhoorn verder wordt opgeruimd.



 

overzicht met Wil en Will


Zaterdag 4 april 2020: Midden op het pad ligt een dode eekhoorn. Eén oog is aangevreten en de vachtharen aan de zijkant zijn weg. Een raar gezicht, een eekhoorn met een gladde roze huid. Ik draai het lijkje met een stok om. Aan de andere kant is de vacht nog compleet. Ik kan geen wond ontdekken maar vlakbij de staart zit een zwelling. Van de mooie pluimstaart is alleen een flard over. Het lijkt wel alsof zijn haren geplukt zijn. Zou kunnen. Allerlei vogels zijn nu op zoek naar nestmateriaal en bekijken de wereld erg praktisch. Kauwtjes hebben de stoffen doek onder het sedumdak ontdekt. Regelmatig worden er plukken uitgetrokken. Ik kan mij voorstellen dat nestelende vogels de vacht van een dode eekhoorn ook als meevallertje zien. Maar ik weet het niet zeker.


Reeën: Ik stop de eekhoorn in een plastic zak en hang die bij de container in een stronk. Ik kan hem niet laten liggen want het zal niet lang duren voor een liefhebber van eekhoornvlees hem vindt. Morgen kom ik terug en leg het lijkje op een beschutte plek met de wildcamera er op gericht. Ik heb dat eerder eens gedaan met een dood konijn. Toen hebben we voor het eerst een vos op video gevangen. Ik ben benieuwd wat er deze keer op af zal komen. Aan de overkant van de grote poel lopen drie reeën. Blijkbaar heb ik ze opgejaagd. Ze drentelen wat heen en weer. De container staat open en dat vertrouwen ze niet. Bij de poort denken ze even na en verdwijnen dan in het berkenbosje.


Onderzoeken: Vandaag werken we weer aan onze onderzoeken. Ik loop een vogeltelrondje mee met onderzoeker Will. Het waterpeil is aan het zakken en de paden staan niet meer onder water. Onderweg komt Wil erbij. Wanneer we bij de container zijn ga ik bloeiende planten noteren. Wil gaat de nestkasten langs en noteert waar activiteit is en van welke vogels. In de metselbijen-detector zijn 2 boorgaten van 6 mm dichtgemetseld. Het eerste meetresultaat van dit seizoen! Volgende week beginnen we ook nog met het noteren van wilde bestuivers aan de hand van zoekkaarten die we vorig jaar hebben getest. Vandaag zien we al verschillende keren dikke Aardhommels op zoek naar een geschikte nestlocatie. Onderwerpen om te onderzoeken genoeg.


Lente: Het is lekker weer. Niet koud en dankzij het ontbreken van vliegverkeer, een azuurblauwe lucht. Verschillende keren komen wandelaars de tuin in en bij de container vermaakt de teruggekeerde zwerfafvalgroep zich in het zonnetje met koffie en appelflappen. De lage graslandjes zijn nog nat maar overal schiet het groen omhoog. Vlakbij de overloop staat de eerste Pinksterbloem in bloei. Stilletjes is het lente aan het worden.

 

 grote poel


Zaterdag 28 maart 2020: De kikkerdril vlakbij de grote poel is weg. Met de voeten in het water om het beter te kunnen zien. Nee niks, behalve één gehavende flard lege kikkereitjes. Dan zie ik beweging, veel beweging. Ik blijk midden in en bovenop een krioelende massa kikkervisjes te staan. De nieuwe generatie Bruine kikkers is net op tijd. Het water is aan het zakken en dit stuk zal over een paar dagen droog vallen. Dit jaar hebben we op drie verschillende plekken kikkerdril gezien. In voorgaande jaren telkens één blob kikkerdril in de overloop. Nu twéé blobs in de overloop en een derde tussen het riet in de grote poel zelf. We hebben de indruk dat de bevolking Bruine kikkers aan het uitbreiden is.


Roofvogels: Op het pad ligt een plukje veren. Hagelwit. Ik vraag me af welk vogeltje hier is opgegeten. De veren zijn gaaf en netjes uitgetrokken. Dader is een roofvogel. Welke weet ik niet. In de lucht kibbelen twee jong Buizerds met een Zwarte kraai. De Kraai vliegt achter de Buizerds aan. Die zweven rondjes en draaien dreigend om wanneer de Kraai te dichtbij komt. Geen van beide partijen lijkt zich echt druk te maken. Het drietal verdwijnt achter de boomtoppen.


Veelbloemige roos: Eens kijken hoe het met de Veelbloemige roos is. Ik denk dat we de woekeraar er onder gaan krijgen. Op de plekken bekende plekken (vooral langs de voorkant en een pad) schiet hij uit, maar niet meer overal. De scheuten die ik vind zijn nog dun. Ze groeien uit resten van stronkjes die er nog staan van vorige snoeibeurten. Ik knip ze zo diep mogelijk af. Consequent snoeien en uitputten lijkt te werken.


Bosanemonen: Voorzitter Kees wil mij en Wil iets laten zien. We lopen naar het Berkenbosje. Daar is het. Alleen kan Kees het niet vinden. Afgelopen week heeft Kees hier Bosanemonen geplant. Een er van stond in bloei. Nu zijn ze niet meer terug te vinden. Opgegeten door een hongerig dier? Een paar jaar geleden hebben we al eens een poging gedaan om 250 Bosanemonen te planten. Een paar zijn opgekomen maar hebben niet eens gebloeid. Ik vraag mij af of we dit jaar nog een spoor van die plantactie zullen vinden. Het kleine experiment van Kees is in ieder geval in reordtijd voorbij.


Monitoring-projecten: Vandaag werken we aan twee monitoring-projecten. Wil maakt zijn wekelijkse rondje langs de nestkasten en noteert waar wel en geen vogelactiviteit is te zien. Ik bekijk de metselbijen-meter. In vier hardhouten balkjes zijn 400 gaten van verschillende diameter geboord. Elke week kijken we hoeveel gaatjes van welke dikte door metselbijen gebruikt worden. Tot nu toe nul. Het is nog vroeg in het seizoen. Toch zien we al een Rosse metselbij druk doende op de grond op zoek naar geschikte leem. Het zal niet lang meer duren voordat de metselbijen-meter iets meet. Morgen werk ik aan een derde montoring-project: Ik maak dan een rondje om bloeiende plantensoorten op te schrijven.

 

J.P. ThijsseZaterdag (2020-03-21), Vanmorgen hoorde ik op de radio:

Ging je gisteravond nog in de Winter slapen, word je vandaag toch mooi in de Lente wakker”

Jac. P. Thijsse schreef in zijn eerste verkade album (1906) Lente bij het hoofdstuk In Bosch en Park:

Slapend, droomend of half wakend hebben tal van planten en dieren den Winter doorgebracht onder mos en bladeren. Als nu de Lente komt, dan wordt het voor de planten zaak, den deken af te werpen, zich te bevrijden van de dekkende bladerlaag “ .

Nu is het Lente, een nieuw jaargetijde met vele buiten activiteiten staat voor de deur. Vele vormen van voorjaarsboden zijn te zien in de natuur. Ook in Natuurtuin begint een nieuw seizoen, van ontdekken leren en beleven. Elke week proberen we met het ‘Natuur Team ‘de Robbert’ de lezers en belangstellenden voor deze rubriek en een tipje van de ‘dekkende bladerlaag’ open te leggen. Kom eens langs en loop de natuurtuin in en beleef het zelf. Natuur doet je leven!

Kijk voor informatie ook eens op de website: https://www.stichtingoase.nl/natuurtuinde-robbertOp onze pagina Informatie&Downloads is veel over het beheer in de natuurtuin en andere interessante zaken te vinden).


Een frisse eerste Lente morgen -ondanks een heldere blauwe hemel met veel zonneschijn- met de sleutel draai ik het slot open van de toegangspoort. Hoor verschillende vogels fluiten -denk en constateer onbewust- die hebben ook het voorjaar in hun bol. Zie de Pimpelmezen bij hun nestkast en een zwarte kraai vliegt over met nestmateriaal in hun snavel. De toon voor vandaag gezet, het is LENTE! Terwijl ik loop -richting de grote poel- start ik met een LiveAtlas vogeltelling. Wanneer ik op de houten brug sta, zie ik dat het strijklicht -dat valt over het wateroppervlak- het licht de plantentoppen van de Waterviolier Hottonia palustris extra op.


Waterviolier Hottonia palustrisWaterviolier, Hottonia palustris Onder het wateroppervlak zit dan de bladmassa, die bestaat uit veerdelige, kamvormige vlakke bladeren. Nog even en dan kun je midden in de lente en voorzomer, boven sloten met zoet water dat niet al te snel stroomt de rechtopstaande bloeiwijzen aantreffen van de Waterviolier, Hottonia palustris. De witte met licht lila schakeringen gekleurde bloemen hebben een oranje gele keel. Dat is de buis van de kroon, waar de kroonbladen ook met elkaar vergroeid zijn.


Terwijl ik mijn vogeltelling bijna heb afgerond komt Wil over de brug mij achterop gelopen. We praten even bij -over wat de afgelopen dagen in de wereld is gebeurd- en stel voor om buitenom de Natuurtuin nog een vogeltelling uit te voeren. Onderweg zien we een groepje (8 exx.) Buizerd, Buteo buteo op voorjaarstrek richting het Noorden. Even later is het weer raak een groep van (33 exx.) Aalscholvers Phalacrocorax carbo in V-formatie vliegt ook richting Noord. Het zal toch niet langer ‘winter’ blijven? Terwijl we overal om ons heen de Tjiftjaffen Phylloscopus collybita en andere kleine zangvogels horen fluiten. Na ca. 50 min. zijn we weer in de Natuurtuin. Onderwijl ik de gegevens van de LiveAtlas telling bijwerk, zet Wil een lekker bakje koffie. Daarna lopen we nog even alle poelen langs op zoek naar ‘Schaatsenrijders’. Deze wantsensoort had ik van de week al op een andere locatie. Helaas hoe we ook kijken en speuren nog geen water- en oppervlaktewantsen te ontdekken.

Slootschrijvertje Gyrinus natansSlootschrijvertje, Gyrinus Natans


Wel zie ik een aantal Slootschrijvertjes Gyrinus Natans op het wateroppervlak van de noordelijke poel cirkelen en kringelen, achter elkaar aan. Samen staan we gefascineerd te kijken naar deze vroege voorjaarsbode.

Het Schrijverke is algemeen bekend, door het gedicht van Guido Gezelle uit 1857 in romantische stijl. Het verscheen voor het eerst in zijn dichtbundel Vlaemsche Dichtoefeningen. Het gedicht gaat niet over een auteur, maar over een waterkever: het Schrijvertje, of mogelijk het Slootschrijvertje.

Het begint zo “O krinklende winklende waterding,. met 't zwarte kabotseken aan,. wat zien ik toch geren uw kopke flink. al schrijven op 't kopke flink al schrijven op 't waterke gaan!.”

Tot de volgende ‘natuurontdekkingen’ vanuit de Natuurtuin ‘De Robbert’

Met ‘gevederde’ groet, Will van Berkel

 

begin monitoring-seizoen

Zaterdag 14 maart 2020: De eerste lenteachtige zaterdagochtend. In de overloop van de grote poel liggen nu twee grote plakkaten kikkerdril. Een vlakbij de Gagelstruik. De andere er tegenover, half op het ondergelopen gras. Ook in de grote poel zelf hoor en zie ik bruine kikkers in de rietkraag van de heuvel. Het lijkt er op dat de bruine kikkers dit jaar meer verschillende paaiplaatsen gebruiken. Van voorgaande jaren herinner ik mij alleen een enkele blob kikkerdril in de overloop. Misschien zijn er dit jaar meer kikkers, misschien is er een andere oorzaak.


Invasieve planten: Alle winterklussen zijn afgerond. Tot de voorjaarsmaaibeurt, half mei, staan er alleen wat kleine karweitjes op het programma. Bijvoorbeeld controlerondjes tegen invasieve planten. Dit zijn planten die niet inheems zijn in Nederland en door gebrek aan natuurlijke vijanden gaan woekeren. Door beheerfouten in het verleden zijn ze ook in de natuurtuin aangeplant. Nu moeten we regelamatig tijd aan de bstrijding besteden om ze uiteindelijk een keer kwijt te raken. Vandaag loop ik een rondje met de snoeischaar op zoek naar scheuten van de Veelbloemige roos die uit de grond komen. Die knip ik zo diep mogelijk weg. Volgende week doen we een controoelrondje met de bosmaaier tegen de Bote gele dovenetel. We willen de exotische woekeraars kwijt maar liefst zonder daar de halve tuin uit te moeten graven. Daarom kijken we eerst hoe de controlerondjes werken.


Salamanders: Wanneer ik bij de poort bezig ben vraagt een voorbijganger of hier salamanders zitten. Hij dacht er afgelopen zomer een gezien te hebben. Die zat midden op het pad en nu vroeg hij zich af of dat wel kon. Was het wel een salamander? Ik vertel dat er verschillende soorten salamanders in de natuurtuin voorkomen maar dat hij wel geluk heeft gehad om er zo maar een midden op een pad te zien. Wij zien ze hooguit bij het waterbeestjes scheppen in het voorjaar en soms wanneer we ergens een boomstam optillen.


Wantsen: Het monitoring seizoen is losgebarsten. Ik loop een vogelronde met onderzoeker Will. Na zo'n drie kwartier hebben we 25 vogelsoorten genoteerd. Geen slechte score. Will gaat verder met zijn wantsen onderzoek. Dit jaar wil hij een compleet seizoen onderzoek naar deze groep insecten doen. Vorig jaar is hij hier pas later in het jaar mee begonnen. Daarna lopen Rinus, Wil en ik met z'n drieën een ronde buitenom de natuurtuin. We bekijken waar van nature goede afscheidingen zijn en welke plekken extra aandacht nodig hebben. Op veel plaatsen wordt de natuurtuin afgeschermd door dichte begroeiing van vooral bramen. Daartussen zien we stukken waar we vaker snoeitakken moeten verwerken misschien struiken moeten zetten.


Nestkasten: Wil begint vandaag met de monitoring van de nestkasten. Elke week maakt hij een rondje en noteert bij alle (11) kasten of er vogels in en uit gaan en natuurlijk welke vogels dat zijn. Door consequent te doen krijgen we een goed beeld; vanaf wanneer, door wie en hoe lang de kasten worden gebruikt. We hebben kasten hoog en laag hangen, in de zon en op beschutte plekken. Met de opening op verschillende windrichtingen. Interessant om straks te zien wat het beste werkt.


Bever: Oud bestuurslid Agnes komt een rondje door de tuin lopen. Een moeder met haar zoontje hebben hetzelfde idee. Rinus wandelt met hen mee en wijst hen op allerlei bijzonderheden. Ook voorzitter Kees voegt zich bij het gezelschap. Hij meent dat een aangeknaagde boomstam het werk van een bever is. Ik twijfel, maar het staat vast dat de bever hier in de buurt komt. Hij zal vrijwel zeker ook de natuurtuin bezoeken.


Planten: Ik noteer bloeiende planten. De soorten die ik vind geef ik ter controle door aan waarneming.nl. Ik maak detailfoto's van de Sleedoorn (Prunus Spinoza) en een Kerspruim (Prunus cerasifera) iets verderop. Waarneming.nl wil goede bewijzen dat het werkelijk om twee verschillende soorten Prunus staan. Goed dat ze zo streng zijn want daardoor wordt ons monitoring werk alleen maar beter. Met alle gewandel en geklets is het alweer ver na 12 uur wanneer we afsluiten.



 

zonsopgang over grote poel

Archief Natuurtuin Deze Week

Zaterdag 7 maart 2020: Drie vogels jagen elkaar op en scheren over de grote poel. Meerkoeten. Zodra ze er zijn heb je vechtpartijen. De dikke rietkragen zijn ideaal voor meerkoet-nesten. En Meerkoeten dulden geen concurrenten. Meerkoeten willen eigenlijk helemaal geen buren. Het hele broedseizoen worden soortgenoten aangevallen en andere soorten (eenden en waterhoentjes broeden ook graag in de natuurtuin) geïntimideerd en verjaagd.


Voorjaar: Het is droog, fris en zonnig voorjaarsweer. Dieren lijken minder voorzichtig dan anders. Bij binnenkomst zie ik meteen een ree aan de overkant van de poel. Het stapt zonder haast uit mijn zicht weg tussen de bomen. Allerlei vogels laten weten dat ze in de buurt zijn. Grote bonte specht gaat in een boomtop bij de container zitten roepen. Fazant steekt een paar meter voor me het pad over en wacht met wegvliegen tot ik nog dichter bij ben.


Kleine aanpassing beheer: Ik heb aan alkylaatbenzine gedacht en vul de tanks van de messenbalkmaaier en het aggregaat. De strook langs de container hebben we een paar jaar beheerd als bosrand. Dat wil zeggen; om de paar jaar maaien en dan weer laten uitgroeien. Sinds begin dit jaar de grote wilgen zijn opgeruimd is de situatie hier drastisch veranderd. Door het extra zonlicht kan zich hier interessante begroeiing ontwikkelen als er 2 keer per seizoen gemaaid word. De helft tegen de container gaan we maaien en de helft tegen het wilgenbosje laten we bosrand. We kijken een paar seizoenen hoe de gemaaide helft zich ontwikkelt en zien dan verder.


Winterwerk klaar: Will en Rinus zijn veelgevraagde mensen en hebben vandaag andere bezigheden. Ook voorzitter Kees belt af maar weet nog wel te melden dat er vlakbij de natuurtuin beversporen zijn gevonden. Apart. Een bever bijna midden in de stad. Wij gaan de laatste 2 elzen die in de we weg staan bij het wilgenbosje omzagen. Dat duurt iets langer dan gedacht. Beide bomen vallen in de richting waar we op mikten maar blijven hangen in de toppen van de buren. Gelukkig biedt de kennis van de zaagcursus en de nieuwe velhevel uitkomst. Na korte tijd liggen de bomen languit in het wilgenbosje. Alle geplande winterklussen zijn nu klaar.


Zwerfafval: De zwerfafval groep telt vandaag drie leden. Er wordt niet minder afval door opgehaald. Ze brengen drie vuilniszakken mee terwijl Ze onderweg ook nog wat hebben leeg gegooid in afvalbakken.


Nestkasten: We lopen een rondje langs de nestkasten. Die zijn een paar jaar geleden door de vogelwerkgroep van het IVN opgehangen. Sommigen zijn naar beneden gekomen en door ons terug gehangen. Bij verschillende kasten is activiteit te zien van koolmezen (of pimpelmezen). We zijn van plan elke week een ronde te maken en bij te houden in welke kasten activiteit is. Bij de uilenkast zien we nestmateriaal dat door de ingang steekt. We hebben geen idee welk dier daar nestelt maar we zijn van plan er achter te komen.


Bruine kikkers: In de overloop van de grote poel zien we een blob kikkerdril en na enige tijd is het zachte geknor van Bruine kikkers te horen. Het water in de overloop is ondiep en warmt daardoor snel op. Dit is al jaren de belangrijkste paaiplaats van de kikkers. We hebben pas de oever van de zuidelijke poel verbreed. Ook daar staat nu een ondiepe laag water. Op andere plekken willen we hetzelfde doen. Wie weet ontdekken de kikkers daar ook goede paaiplaatsen.


Citroenvlinder: Bij de zuidelijke poel fladdert een citroenvlinder. Dat is wel heel erg vroeg. Even de site van de Vlinderstichting raadplegen. Het kan. De meeste citroenvlinders komen later in het seizoen maar er zijn overwinterende exemplaren. Daar hebben wij er zojuist een van gezien Op de site is ook te lezen dat citroenvlinders vooral Sporkehout en Wegedoorn als waardplant gebruiken. In het wilgenbosje groeien die kleine boomsoorten ook. Door ons winterwerk daar zullen die het nu beter gaan doen. Zou kunnen dat we over een paar jaar meer citroenvlinders gaan zien.

Archief Natuurtuin Deze Week


 

Stan en Wil aan het werk

Zaterdag 28 februari 2020: Ongeveer de helft van de natuurtuin staat onder water. Vanuit de zuidelijke poel stroomt een tijdelijk beekje naar het wilgenbosje. Ook dat kan niet nog voller en het water loopt verder richting noorden in de grote poel. Nog verder stroomafwaarts liggen de lage noordelijke veldjes die nu grotendeels onder water verdwenen zijn. Komende week wordt nog meer regen verwacht.


Fazant: Nu is het droog en zacht. De vogels waarderen dat met gefluit, getjilp en druk gedoe rond de nestkastjes. Vanuit het wilgenbosje stijgt een fazant met veel kabaal en gekrijs op en vliegt richting het zuiden de tuin uit. Later zie ik hem op het grasland eten zoeken. Ik zie deze vogel de laatste tijd best vaak. Blijkbaar heeft hij hier zijn vaste stek gevonden. Ik heb een schaar meegebracht en knip de flarden worteldoek bij die over de rand van het containerdak hangen. Een klein klusje maar het dak ziet er meteen strakker uit. De transplantatie van het sedumdak is nu echt helemaal klaar. Ik blaas met de compressor de scharnieren van de vouwladder schoon en vet ze in. Net op tijd klaar want het aggregaat houdt er mee op. Geen benzine meer. Deze week niet vergeten alkylaatbenzine te kopen.


Kerspruim: Voorzitter Kees komt langs en we overwegen om te gaan kijken naar sporen van de bever die niet ver van hier te zien zijn. Maar Kees moet ook wandelen met een kleinkind dus we gaan een andere keer op beverjacht. Wil is niet tevreden over de scherpte van de kettingzaag en gaat de tanden nog eens zorgvuldig vijlen. Ik scharrel intussen door de tuin en ontdek de eerste drie bloeistengels van het groot hoefblad. Vlakbij de zuidelijke poel. Daar staat ook de Kerspruim (Prunus cerasifera) eenzaam in bloei. Later zien we daar zelfs de eerste hommel van het jaar. Ik kan niet zien welke soort.


Speenkruid: Oud-bestuurslid Agnes komt een rondje door de tuin maken en Wil is klaar met de kettingzaag. We testen hem op een van de elzen die we nog om willen zagen om een opening te krijgen tussen wilgenbosje en elzenbosje. De zaag werkt perfect. Binnen een minuut ligt de boom om. Precies op de plek waar hij moest vallen. We zijn tevreden over de zaagcursus die we vorig jaar hebben gevolgd. Net buiten de natuurtuin ontdekken we Speenkruid in bloei. Enkele tientallen plantjes. Die nemen we nog snel op om door te geven aan waarneming.nl.

wilgenbosje moerasbosje


Zaterdag 22 februari 2020: De natuurtuin is nog natter geworden dan hij al was. Waar poelen ophouden en ondergelopen graslandjes beginnen is niet te zeggen. De harde wind heeft nog een paar bomen geveld. Ongestoord door het gure weer staat de Kerspruim (Prunus cerasifera) in bloei. Ik heb hem jarenlang als Sleedoorn (Prunus spinoza) beschouwd. Iemand van Waarneming.nl had de foto’s eens goed bekeken en ontdekt dat het een Kerspruim is. Ik had de naam nog nooit gehoord maar heb weer iets geleerd. Dwars over het pad bij het elzenbosje ligt een ontwortelde boom. Niet echt dik. Met de kettingzaag is het stuk stam dat het pad blokkeert er snel tussenuit gezaagd. Het pad is vrij. Meer hoeven we niet te doen. De andere delen laten we liggen zoals ze gevallen zijn. Het wilgenbosje is een wirwar van opgaande bomen, afgebroken stammen en takken, jonge wilgenscheuten en bodembegroeiing. Een paar ontwortelde bomen in het water maken het beeld compleet. Het is een klein bosje maar kan zich vandaag meten met de moerasbossen van de tv-series.


Klussen en onderzoek: Ik pak een kruiwagen en een schop. Het pad langs het wilgenbosje is verhoogd en heeft hier en daar een te steile kant. Ik graaf een paar kruiwagens grond uit een strook die we nog gaan afgraven en dump die tegen het pad. Intussen is Wil in de weer met de kettingzaag. Vorige week ben ik heel kort met lopende zaag tegen een baksteen gestoten. Voldoende om de zaag behoorlijk bot te maken. Onderzoeker Will en Rinus zijn met schepnetjes en platte witte bak naar de Gulden Aa getrokken. Benieuwd naar wat daar allemaal leeft.


Hazelaar-strook: In de strook ten zuiden van de natuurtuin hangt een ontwortelde Es tussen de Hazelaars. Wanneer hij naar beneden komt zal hij waarschijnlijk over het wandelpad vallen. Dat willen we voorkomen. We zagen aan de onderkant twee keer een stuk af en trekken de top van de boom een eind terug. Hij hangt nog half op de Hazelaars maar is nu niet meer onveilig. We zien dat er meer bomen instabiel zijn. Vooral dode Essen. Wanneer we tijd hebben zullen we de houtwal aan de voorkant doortrekken zodat de Hazelaar-strook minder toegankelijk wordt.


Bonte krokusWaterkwaliteit: Will en Rinus komen terug van hun expeditie naar de Gulden Aa. De vangst valt tegen. Eigenlijk is de Gulden Aa een nepriviertje. De bedding is weliswaar origineel maar de verbinding met het oorspronkelijke begin van de Aa is al lang verbroken. Het water dat nu door de Gulden Aa stroomt wordt er vanuit de Zuid Willemsvaart ingelaten. Omdat de bedding erg diep is wordt via de gulden Aa waarschijnlijk ook veel kwelwater uit de Bundertjes weggetrokken. Dat is jammer omdat kwelwater (grondwater dat van een hoger gelegen gebied (bijvoorbeeld de Ardennen) naar hier stroomt) meestal van bijzondere kwaliteit is. Wanneer dat in de Bundertjes kan opwellen in plaats van dat het meteen afgevoerd wordt, kan de beekdalflora een flinke steun in de rug krijgen.


Bonte krokus: Bij de ingang staan Bonte krokussen in bloei. Een paar jaar geleden door de gemeente gezet. Het is even de vraag geweest of de plant zou aanslaan. Het ziet er nu naar uit dat ze op eigen kracht zullen blijven.  Archief Natuurtuin Deze Week

 

 natuurtuin watertuin


Zaterdag 15 februari 2020: De storm van vorige week heeft een paar bomen omgeduwd. Er ligt een in stukken gebroken stam over het pad bij het elzenbosje. Aan de zuidkant zijn twee dode essen gedeeltelijk in de natuurtuin gevallen. Her en der in de bosjes hangen nog wat stammen op half zeven maar daar hoeven we niks aan te doen. De stukken stam bij het elzenbosje zijn snel opgeruimd. Van de essen zagen we alleen de takken af die over het pad liggen. De boomkruinen liggen toevallig precies goed. Ze zijn bovenop een ruigte met bramen en andere struiken terecht gekomen. We laten ze daar liggen. Dankzij onze wildcamera weten we dat schuine takken en liggende boomstammen in trek zijn bij vogels en eekhoorns als snelweg of uitkijkpost. Laatst heeft de wildcamera een weekje op een liggende stam boven de bospoel gestaan. Ik ben een hele zaterdagmiddag en avond bezig geweest om alle waarnemingen te bekijken en te noteren. Deze nieuwe apenkooi van essentakken zal wel in de smaak vallen.

Watertuin: Het water is weer omhoog gekomen. De natuurtuin is nu meer een watertuin. De zuidelijke poel stroomt bijna over. De laagste graslandjes staan onder water en het wilgenbosje is nu een moerasbosje. De houten brug over de grote poel ligt bijna helemaal in het water. Wanneer ik met onderzoeker Will rondloop moeten we halverwege omkeren. Will heeft geen laarzen aan en het pad door de lage veldjes staat onder water. Komende dagen valt er nog meer regen en zal het waterpeil nog iets hoger worden.

Klussen vandaag: Onderzoeker Will installeert zich met de campingtafel, platte witte bak en schepnetje bij de zuidelijke poel. Hij gaat waterinsecten zoeken. Wil en ik gaan verder met het transplanteren van het sedumdak. We hebben snel geleerd tijdens de klus. Dit laatste deel verloopt dan ook lekker vlot. Op het eind van de ochtend is het sedumdak helemaal overgeplaatst naar de container. De daken zijn ongeveer even groot en we komen precies goed uit. We verwachten dat het sedumdak snel dichtgroeit nu de schaduw van de grote wilgen weg is.

Sloten en sleutels: Voorzitter Kees komt klussen. Hij repareert het slot van het materiaalhok. Dat herinnert mij er aan dat we vorige week de deur van het insectenlab niet open kregen. We konden het nieuwste onderdeel van het insectenlab daardoor nog niet plaatsen. Ik probeer het opnieuw. De sleutel draait nu zonder hapering rond. Vreemd, vorig jaar hebben we dit ook al eens gehad. Hoe dan ook, de deur is open.

Natuurtuin natuurlab: Een tijdje terug heeft Rinus vier dikke hardhouten balken meegebracht. Ooit onderdeel van een stevige tuintafel. Thuis heb ik van alle vier de balken één zijde gladgeschuurd. In die gladde zijdes heb ik in totaal 400 gaatjes geboord met 8 verschillende boordiameters. In elke balk zitten nu 2 keer 50 gaatjes. Elke serie van 50 gaatjes heeft een andere diameter. De doorsnede varieert van 1,5 mm tot 6 mm. We weten dat wilde metselbijen gek zijn op gaatjes in harde houtsoorten. Ze zijn voor hen ideaal om eitjes in af te zetten. We hopen nu te zien wanneer de wilde bijen met hun nestjes beginnen en hoe het seizoen zich ontwikkelt. Ook zijn we benieuwd naar welke diameter het populairst zal zijn. Het wordt een leerzame zomer.


Stoere acties


Zaterdag 8 februari 2020: Een paar jaar geleden heeft de gemeente Krokussen en andere bolgewasjes geplant buiten de poort van de natuurtuin. Interessant om te zien hoe na verloop van tijd het plantje terrein verovert. Pal tegenover het insectenlab staat een plukje lilapaarse Bonte krokussen dat zwaar te leiden heeft van ons sjouwwerk. Het is zo goed als zeker dat de oorsprong van deze Bonte krokussen bij de plantjes buiten de poort ligt. Hoe ze de afstand naar het insectenlab hebben afgelegd blijft een raadsel. Dichtbij de ingang staat een andere krokussoort te schitteren. Ook lilapaars maar deze heeft wijd uitgespreide kroonbladeren. Het blijkt een Boerenkrokus. Die is niet door de gemeente geplant. Helmond Noord heeft veel tuinliefhebbers maar volgens Verspreidingsatlas.nl verwildert de Boerenkrokus zelden. Misschien bewust geplant? Boerenkrokus staat niet bekend als probleemplant maar tuinplanten buiten de eigen tuin loslaten is nooit een goed idee. Groenbeheerders zijn jaarlijks miljoenen kwijt aan het bestrijden van invasieve exotische planten en dieren.


Sedumtransplantatie: Rinus, Wil en ik gaan verder met de transplantatie van het sedumdak. We steken telkens strook los. Daarna rollen we het geheel op en laten het op de grond vallen. Beneden rollen we de strook weer uit en scheiden onderdoek, granulaat en sedummat. In kruiwagens rijden we alles naar de container en daar worden de onderdelen opgehesen en weer uitgespreid. Het is een eenvoudige operatie maar toch zijn we er de hele ochtend zoet mee. Daar staat tegenover dat we ruim de tijd nemen om de koffiepot leeg te maken en koekjes te eten.


Halverwege: Op het eind van de ochtend zijn we ruim over de helft van het karwei. Als het weer blijft meewerken ligt volgende week het hele sedumdak op de container. Ik ben benieuwd of we genoeg sedum hebben om het hele containerdak te bedekken. Zo niet, dan zullen we wat plantjes moeten regelen. Onderzoeker Will (met dubbel l) is de hele ochtend in de tuin op pad geweest op zoek naar wantsen. Hij had ook wat wantsen verwacht in het sedumdak. Dat valt tegen. Ook tot onze verbazing is er nauwelijks iets levends te ontdekken in de sedum-matten of in het granulaat. Hij is bijzonder in zijn nopjes met de vondst van een schorpioen. Het is een soort van enkele millimeters groot die in de strooisellaag jaagt op nog kleinere beestjes.


Mollen tellen: Ook vandaag doen wij mee aan een landelijke teldag. Deze keer gaat het om de mollentelling die door de zoogdierenvereniging is georganiseerd. Vandaag en morgen kan iedereen sporen van mollen tellen en doorgeven aan de vereniging. Mollen zelf tellen zal niet meevallen want die krijg je nauwelijks te zien. Sporen van mollen des te meer. In en rondom de natuurtuin zijn genoeg molshopen te vinden. Ze liggen in clusters bij elkaar en elk cluster wordt door één mol gemaakt bij zijn of haar graafwerkzaamheden. Na het werk loop ik met Wil een rondje en bekijken we hoeveel verschillende groepen molshopen we in de natuurtuin vinden. Bij de ingang, op de lage noordelijke veldjes en bij de zuidelijke poel vinden we grote aantallen. We gokken er op dat het om drie mollen gaat maar weten het niet zeker. De mol blijft een ongrijpbaar diertje.

 



Natuuronderzoeker Will


Zaterdag 1 februari 2020: Ik dacht dat er niet veel regen was gevallen maar de poelen lijken toch voller. Ook nu is dat niet overal even goed te zien. De kleine noordelijke poel staat net zo hoog als vorige week. De bospoel is duidelijk groter geworden en het water van de grote poel raakt nu op twee plekken de onderkant van de houten brug. Bij de zuidelijke poel is weer minder verschil te zien


Vleermuizen: Het weer is zacht en de vogels weten dat te waarderen. Er vliegt en fluit van alles rond. Onze vaste onderzoeker Will heeft het druk met noteren van vogelsoorten. Hij stelt voor om komend seizoen de natuurtuin met een batdetector te onderzoeken. We hebben eerder al eens gehoord dat er ‘s avonds veel vleermuizen vliegen bij de natuurtuin. Dat zou kunnen kloppen. Voor vleermuizen zal hier veel eetbaars te vinden zijn. Misschien is het een goed idee om vleermuizenkasten op te hangen. Er zijn niet veel schuilplekken voor vleermuizen. Een paar geringde bomen hebben inmiddels spechtengaten maar een paar extra kunstmatige schuilplaatsen kunnen geen kwaad.


Vogels: Onderzoeker Will wijst op de huizen pal naast de natuurtuin. Tegen de gevel zitten witte verticale strepen. Vogelpoep. Will denkt dat waarschijnlijk Boomkruipers onder tegen de dakrand overnachten. Dat doen ze soms in groepen zodat je in de winter zomaar een bolletje vogels onder de dakrand kunt hebben. Will gaat op insecten-onderzoek bij de zuidelijke poel. Afgelopen week hebben we een handige campingtafel gekocht. Die maakt het bekijken en fotograferen van de vondsten een stuk comfortabeler. Het is even uitzoeken hoe hij in elkaar steekt en hoe de vier poten zijn af te stellen. Even later is de campingtafel operationeel en kan zijn leven als wetenschappelijk instrument beginnen.


Handige knotwilgen: De eerste drie knotwilgen zijn gehalveerd. De bedoeling is om, verdeeld over enkele jaren, de hele rij knotwilgen in te korten. Hierdoor hebben we geen ladder meer nodig bij het snoeien. De wilgen hebben bovenaan dikke knotten die na elke snoeibeurt verder uitgroeien. Na verloop van tijd ontstaan hierin holen en kieren die gebruikt worden door vogels, hommels, wespen en overwinterende insecten. Er groeien mossen, paddenstoelen en zelfs planten in. De afgezaagde wilgen zijn hun knot kwijt. Maar na twee of drie snoeibeurten (over zo’n 8 tot 12 jaar) hebben ze opnieuw een labyrint van oude en nieuwe takken waar van alles tussen gebeurt. De knotten zijn veel te zwaar om in een keer te vervoeren. Ze moeten in stukken worden gezaagd. Dan komen ze op de bodem te staan in de bosjes en zullen er waarschijnlijk weer heel andere dieren gebruik van gaan maken.


Experimentele transplantatie: Wil en ik gaan een experiment uitvoeren. Op het oude insectenlab ligt een sedumdak. Voordat we de houten keet afbreken willen we het sedumdak transplanteren naar de container. Met wat gedoe kunnen we een strook van het sedumdak oprollen en naar beneden laten vallen. Het blijkt een ontilbaar gevaarte, vooral door het water. We ontdekken dat het geheel in drie delen uit elkaar is te halen. Een soort onderdoek, granulaat en de eigenlijke mat met plantjes. We rollen de reep onderdoek uit over het containerdak. Daarna sjouwen we het granulaat emmertje voor emmertje omhoog en verdelen het over het doek. Als laatste gaat de mat met plantjes in stukken omhoog. We hebben de eerste strook sedumdak verplaatst. We zijn tevreden. Het idee werkt en we hebben al doende van alles bedacht om de rest van dit klusje efficiënter te laten verlopen. Intussen is de zwerfafvalgroep weer klaar met hun maandelijkse ronde door de wijk. We nemen dankbaar een geel plastic harkje in ontvangst als nieuw stuk gereedschap en kletsen nog wat na. Daarna is het al weer ver na twaalven en sluiten we af.

 

 

 Rinus en Will op onderzoek


Zaterdag 25 januari 2020: Vorige week hebben we een pot pindakaas en een voedersilo opgehangen als voorbereiding op de nationale vogeltelling. Afgelopen woensdag ben ik teruggekomen om de voedersilo bij te vullen. Dat was niet overbodig want hij was bijna leeggegeten. Vanaf woensdag tot nu hebben de vogels ook niet bepaald gevast. De voedersilo en de pindakaaspot zijn allebei leeg. De pot zo te zien brandschoon. Het lijkt alsof de vogels de binnenkant hebben schoongelikt. Geen spatje pindakaas. Ik doe wat van het vogelvoer in de silo en strooi de rest uit over de grond.

Het is de hele week al kil en grijs. Letterlijk. De mist van de eerste dagen is weg maar de lucht heeft nog steeds dezelfde kleur. Geen zon te zien. Het is niet ver boven nul. Geen goede voorwaarden voor een tuinvogeltelling. Ook vogels houden niet van koud miezerweer.

Mollen en bodemmonsters: De mollen hebben er geen last van. Ik wandel met de hark over de paden en maak de molshopen plat. De mol onder het gemeenteplantsoen tegenover de natuurtuin overdrijft. Het halve plantsoen is bezaaid met molshopen. Sommigen belachelijk hoog. Blijkbaar leven hier zeer voedzame pieren. Ik ga ook wat grondwerk doen. Ik boor een paar diepe gaten met de grondboor op de plek waar het nieuwe insectenlab is gepland. Het wordt een licht bouwsel maar we willen zeker weten dat het straks stevig staat. Ik bespreek met Wil de verschillende mogelijkheden. Zelf betonpoeren gieten, wel of geen tegel onderop, enz. We zijn er nog niet helemaal uit. Dat is niet erg want voordat we ergens aan beginnen gaan we het sedumdak van het oude insectenlab verplaatsen naar de container. Daar beginnen we volgende week aan.


Tuinvogeltelling: Rinus en Will (met dubbel l) zijn er ook en we gaan vogels tellen. Om mee te doen aan de tuinvogeltelling is het voldoende om een half uur vanaf één plek de vogels te tellen. Overvliegende vogels tellen niet mee. Het resultaat is een beetje teleurstellend. In en om de natuurtuin leven veel verschillende vogelsoorten. Vandaag, in dit half uur, zien we maar een handjevol: 1 Zwarte kraai, 3 Koolmezen, 1 Merel, 1 Pimpelmees, 1 Roodborst en 1 Ekster. Thuis vul ik de resultaten van onze telling in op de website van de nationale tuinvogeltelling. Ik zie berichten van andere tellers dat het bij hen ook wat tegenviel. Niks aan te doen. Het is op zich al mooi dat deze drie dagen duizenden mensen op dezelfde manier vogels tellen.


Waterbeestjes en vogelonderzoek: Wil en ik ruimen nog een klein stukje houtwal op. De stammen verspreiden we over de bodem van het elzenbosje. Will en Rinus gaan weer op insectenjacht in de poelen. Het is extreem vroeg in het jaar. En koud. Je zou geen waterleven verwachten maar wanneer we later gaan kijken hebben ze toch aardig wat gevangen. Vogelfotograaf Frank komt een kijkje nemen. Hij is tevreden over ons herinrchtingswerk en wil over een tijdje weer in de tuin komen fotograferen. Dat betekent dat binnenkort de vogelstand van de natuurtuin weer eens intensief wordt onderzocht. De natuurtuin wordt langzamerhand het best onderzochte stukje Helmond.


Gladde brug: Intussen kijken we nog eens naar de brug. We willen iets doen aan de gladheid door nat weer. Ik denk aan strips die in sleuven geplakt kunnen worden. Voorzitter Kees, die inmiddels ook is gearriveerd, ziet meer in stevig gaas dat over de planken gespannen kan worden. Hij heeft daar ervaring mee opgedaan bij het werk voor Natuurmonumenten in de Stippelberg. We besluiten van beide methodes uit te zoeken wat de kosten zijn en of ze zonder al te veel werk zijn uit te voeren.

 

insectentuin overzicht

Zaterdag 18 januari 2020: Volgende week is de nationale tuinvogeltelling. De vogelbescherming en de SOVON (vogelonderzoek Nederland) roepen iedereen op om vrijdag, zaterdag of zondag (24, 25, 26 januari) een half uur de vogels in eigen tuin of balkon te tellen. Het telresultaat moet vóór maandag 27 januari 12:00 uur doorgegeven zijn. De natuurtuin is dan wel geen echte tuin maar wij doen lekker toch mee. Will (met dubbel l) heeft vogelvoer meegenomen. Zaadmengsel voor in een voedersilo en een pot pindakaas. Te koop in de winkel. Normaal voeren wij geen dieren in de natuurtuin. Soms mag het (tijdelijk) wel. Bijvoorbeeld wanneer een fotograaf de vogels naar een plek wil lokken om ze goed op de foto te krijgen.

Geschikte telplek: Ook voor de nationale tuinvogeltelling maken we een uitzondering. Het is niet de bedoeling dat er tijdens de telling wordt rondgelopen. De vogels moeten op één plek worden geteld. Ook wij gaan een half uur ergens zitten en kijken welke vogels zich laten zien. De natuurtuin is groot en vogels melden zich niet vrijwillig bij ons voor een tuinvogeltelling. Daarvoor moeten ze ergens naartoe gelokt worden. Will, Wil en ik lopen wat door de tuin om een geschikte telplek te vinden. Uiteindelijk kiezen we voor de achterkant van het insectenlab. We hangen de voedersilo op en knutselen de pindakaaspot in een vogelhuisje tegen de houten muur. De bedoeling is om komende week de vogels in de buurt te laten wennen aan het idee dat hier iets te eten is. Verderop staat een bank. Vanaf daar gaan we komende zaterdag een half uur kijken welke vogels de tijdelijke voederplaats weten te vinden.

Nieuw insectenlab: Enkele weken geleden hebben we een bestuursvergadering gehad. Voorzitter Kees heeft toen voorgesteld het nieuwe insectenlab verder naar achteren te plaatsen, tegen het elzenbosje. Sinds een paar jaar is daar een strook met ruige begroeiing als overgang naar het bosje. Ik maai het voorste deel van die strook kort met de bosmaaier. Vroeger hebben we hier een afvalhoop gehad en het nieuwe insectenlab moet natuurlijk wel stevig staan. Volgende week bekijken we de ondergrond en kunnen we beslissen hoe we de fundering maken.

Nestkastjes: Terwijl Will op wantsenjacht gaat bij de grote poel, hangen Wil en ik vogelhuisjes op. Al tijdenlang liggen er nestkastjes van het IVN in het gereedschapshok. De vogelwerkgroep heeft ze ooit opgehangen en na verloop van tijd is een aantal naar beneden gevallen. Soms door slijtage, soms door vandaaltjes. Geïnspireerd door het vogeltel-gebeuren trekken we er met ladder en hamer op uit. Een paar nestkastjes vertrouwen we niet meer zo. Ze zien er uit alsof een eventueel nest er direct uit zal regenen. We zetten ze op een plank van het insectenlab. Daar staan ze droog en vogels maakt het niet uit of een nestkast op een plank staat of aan een boom hangt.

Gele trilzwam


Zaterdag 11 januari 2020: De natuurtuin is nat. Iets natter nog dan vorige week. Het heeft weer geregend en het water wordt merkbaar beter vastgehouden in De Bundertjes. In ieder geval in ons deel van het natuurgebied. Het speciale aan De Bundertjes is dat het vroeger een moerassig beekdal was. Sinds vroeger is er veel gebeurd en veranderd maar veel oorspronkelijke eigenschappen zijn nog aanwezig. Goed natuurherstel is altijd gebouwd op wat een gebied kan. Het gebied moet zelf het meeste werk doen, zeggen wij altijd. En natte natuur werkt het beste wanneer er water staat. Wij zijn dus blij met al die nattigheid.

Gladde wilgentakken: Het eerste deel van de ochtend zijn we bezig om de oostelijke houtwal te herstellen. Vorige week hebben we de wilgen geknot en alle takken op de houtwal gelegd. Dat is een erg hoge stapel geworden en die bleek niet zo stabiel. Natte wilgentakken zijn glad en een deel van de wal is gaan schuiven. We rukken en trekken en zagen erop los met de accu-kettingzaag. Na een uurtje ziet de houtwal er weer stevig uit en hebben we een flinke stapel dunne en dikke takken over. Die sjouwen Wil en ik naar verschillende zwakke plekken in de afscheiding. De takken zijn we zo kwijt maar er blijven genoeg plekken over die nog versterkt moeten worden.

Vogels: Intussen is Will, de insectenman, zijn vaste rondje aan het lopen om vogels te tellen. Deze keer verzamelt hij een flinke lijst waarnemingen. We denken dat het zachte weer van de laatste dagen daar een rol in speelt. Bij de container drinken we koffie en zien we meteen enkele koolmezen die aan het bakkeleien zijn om een van de nestkastjes. Verderop is een specht te horen die al roffelend zijn territorium afbakent. De vogels hebben de lente in de kop. Een beetje te vroeg lijkt mij.

Houthakkerswerk: Na de koffie waagt Will een poging om waterinsecten te vangen. Met een netje en een platte bak trekt hij naar de zuidelijke poel. Wij gaan naar het elzenbosje en zagen drie niet al te dikke bomen om. Ze staan tussen het wilgenbosje en het elzenbosje. We maken daar een strook open zodat de zon tussen de twee bosjes door kan schijnen. De andere bomen in de strook staan verder van het pad af en hebben we al geringd. We moeten nog een paar elzen kappen. Dan is het voorbereidende werk voor deze strook klaar. Het gebied moet de rest doen. Om de paar jaar snoeien we deze strook plat, net als de andere bosranden. Daarna kan het gebied weer aan het werk.

Waterleven: Het is twaalf uur. De rest van het houthakkerswerkje zal een volgende keer gedaan worden. Will heeft intussen in de zuidelijke poel de eerste wants van het jaar gevangen, een bootsmannetje. Welke soort moet hij nog uitzoeken. Daarnaast blijken in het koude water al verschillende kleine waterbeestjes actief te zijn, vooral watervlooien. Het valt ons op dat ook verschillende waterplanten zijn uitgegroeid. Zelfs in het water op de afgegraven stukken zijn scheuten met fijn groen te zien. Volgens mij Watertorkruid of een andere moerasplant. En dat op een stuk waar de leembodem pas een paar maanden geleden is blootgelegd! Het gebied heeft er zin in.

paddenstoelen op boomstomp


Zaterdag 4 januari 2020: De laatste drie knotwilgen worden geknot. Onderweg snoei ik meteen de rare wilg bij het insectenlab. De stam is uitgehold, eigenlijk grotendeels weg. Opgegeten door schimmels en andere boombewoners. Een deel van de oude bast staat nog overeind en doet alsof er niks aan de hand is. Telkens opnieuw produceert hij een bos jonge takken. Een raar gezicht, die half dode stam met jonge frisse wilgentakken. De takken gaan er vlot af. Hier is geen ladder nodig. De wilgenstam is amper manshoog en dat scheelt tijd bij het snoeien. De takken gaan volgende week op de houtwal aan de voorkant. De wilg mag weer nieuwe takken maken.

Oostelijke houtwal: Vlug door naar de knotwilgen bij de oostelijke houtwal. Die kosten meer tijd. Ze zijn ruim 2 meter hoog. We moeten telkens een veilige positie voor de ladder zoeken. Het zagen met de accu-kettingzaag gaat snel. Wil en ik slepen de takken naar de houtwal. Ook iets verderop naar het elzenbosje, waar afgelopen jaar een doorloop is ontstaan. Die doorloop is nu weer (een beetje) dicht. We houden bijtijds op met het werk. Volgende week ruimen we de laatste takken op.

Nieuwjaarskoffie: Oud-bestuurslid Quirin is een kijkje komen nemen en ook de zwerfafvalgroep is vroeg terug. Het wordt een uitgebreide koffiepauze waar ook insectenman Will bij aansluit. Na enige tijd gaan er mensen naar huis, anderen zwerven de tuin in. Ik met insectenman Will de pas verbrede oever van de zuidelijke poel en de mogelijkheden om stukjes kale grond te houden voor de metselbijen. Will laat vogelgeluiden horen die hij heeft opgenomen en dat lokt Kees en Quirin die net passeren. Intussen bepsreek ik met Wil de rij knotwilgen en kiezen we vier wilgen uit we binnenkort zullen halveren. Na nog wat omzwervingen komen we weer bijeen bij de container, ruimen op en sluiten af. Een jaar met veelbelovende plannen maar vandaag beginnen we rustig.


 

 

winterse zonsopgang 


Zaterdag 28 december 2019: Een rustige ochtend. Windstil. Het heeft gevroren. Weer geen aansteker bij, dus weer het slot met de handen ontdooien. De regen van afgelopen week heeft de natuurtuin veranderd. De grote poel is in omvang gegroeid. De overloop is vol en het water staat tot tegen de houten brug. Het lage noordelijke veldje staat blank en de noordelijke poel stroomt over. Het werk bij de zuidelijke poel is een paar weken geleden afgerond. Mooi op tijd. De verbrede oever is ondergelopen. De kleine bospoel beslaat nu een groot deel van het wilgenbosje. Doordat we de drainagesloot hebben gedempt wordt het water in het bosje beter vastgehouden.

Doorgang voor de zon: Vandaag bewijst de accu-kettingzaag weer zijn nut. In het wilgenbosje ringen we nog eens 11 elzen. Die hadden we de vorige keren over het hoofd gezien. Nu zijn alle hoog opgaande bomen in dit bosje geringd. Langzaam aan zullen die afsterven en daardoor meer zonlicht doorlaten. Tussen het wilgenbosje en het elzenbosje maken we een extra doorgang voor de zon. Een paar bomen staan nog in de weg. Die kunnen we niet ringen omdat ze te dicht langs het wandelpad staan. Binnenkort zagen we ze om.

Wilgen knotten: We gaan verder met het wilgen knotten. Ik manoeuvreer de ladder zo dat hij stevig staat en er in één keer zoveel mogelijk takken kunnen worden afgezaagd. Net als vorige week kost dit de meeste tijd. Wanneer hij eenmaal staat is elke boom in korte tijd geschoren. Wil en Rinus doen hun best de vallende takken te ontwijken en slepen ze dan op de houtwal. Die is inmiddels manshoog aan het worden. Aan het eind staan er nog drie kleine wilgen aan de linkerkant die we volgende week snoeien.

Eindejaars plantenjacht: Will (met dubbel l) sluit het jaar in stijl af. De landelijke organisatie FLORON organiseert de zogenaamde eindejaars plantenjacht. Ze roepen op om tussen kerst en nieuwjaar de natuur in te trekken en planten te zoeken die in bloei staan. Will speurt vandaag de natuurtuin af. Morgen maak ik ook een rondje. Zoeken naar planten die om deze rijd van het jaar bloeien klinkt raar en gebeurt ook weinig. Vandaar dat de FLORON deze plantenjacht organiseert. Wanneer het niet streng vriest zijn er toch wel bloemen te vinden. In de natuurtuin staat vaak een enkele braam in bloei, Madeliefjes bloeien op zonnige plekken snel, al is het koud. Vandaag staat er zelfs een Echte koekoeksbloem vlakbij de noordelijke poel. Dit is een voorjaarsbloeier en hij ziet er nu triest uit met verfrommelde bloemblaadjes bedekt met ijskristallen.

Openlucht-klaslokaal: De natuurtuin is vooral bedoeld als openlucht-klaslokaal om te oefenen en plezier te hebben met natuuronderzoek. De eindejaars plantenjacht is een gepaste afsluiting van het jaar. Volgende keer proberen we er wat meer mensen bij te trekken en ook eens rondom de natuurtuin te kijken. Voorzitter Kees komt kijken of alles volgens plan verloopt. We kletsen wat en de laatste takken gaan op de houtwal. Op ons gemak ruimen we de spullen op en blazen de kettingzaag schoon. Volgend jaar verder.






groen bekertjesmos

Zaterdag 21 december 2019: Het is zacht maar gelukkig wel droog. Ik loop met een hark een rondje over de natuurtuin-paden. Alle molshopen die ik op het pad tegenkom hark ik plat. Pal langs en onder de paden schijnen veel smakelijke pieren in de grond te zitten. Overal op de graslandjes kun je molshopen tegenkomen maar opvallend vaak volgt een mol tijdens het graven de loop van een van de paden. De paden moeten begaanbaar blijven en daarom lopen we nu en dan een egaliserings-rondje.

Accu-kettingzaag: We gaan door met het bijwerken van de houtwal aan de westkant. Het werk in het wilgenbosje en het nieuwe insectenlab kunnen wachten. Het is een plezier om te zagen met de accu-kettingzaag. Door het lichte gewicht maar vooral door het ontbreken van herrie die een motor-kettingzaag maakt. Het zaagwerk gaat snel. De meeste tijd gaat verloren met het zoeken van een veilige plek voor de ladder.

Lage knotwilgen: We willen de knotwilgen lager maken. Dan kunnen we ze zonder ladder snoeien. We denken hier al langer over na en vragen ons af waarom knotwilgen altijd zo onpraktisch hoog zijn. Een lage knotwilg levert even goede snoeitakken op als een hoge, dus waarom elke keer toeren uithalen met een ladder? Misschien had dat vroeger nut. Bijvoorbeeld om te voorkomen dat het vee in de wei aan de jonge wilgentakjes zou knabbelen. Wij hebben geen vee en we doen niet aan vroeger. We gaan niet alle knotwilgen in één keer kort maken. De dikke knotten hebben kieren, gaten en holen waarin planten groeien, kleine vogels broeden en hommels nesten maken. Wanneer we een knotwilg halveren duurt het jaren (en een paar keer snoeien) voordat hij opnieuw een fatsoenlijke knot heeft. We smeren deze operatie dus over een aantal jaren uit.

Bloeiende hazelaar: Terwijl ik met Rinus en Wil aan de houtwal werken, doorzoekt insectenman Will verschillende plekken in de natuurtuin of er niet toch nog wantsen te vinden zijn. Zijn speurwerk levert in ieder geval een mooie foto van Bekertjesmos op. Will wijst op een artikel in Nature Today over de Hazelaar. Die zou op veel plekken al in bloei staan. Onderweg naar de koffie komen we langs de Hazelaars aan de zuidkant van de tuin. En inderdaad zien we de lichtgroene katjes aan het uiteinde van de kale takken.

Appelflappen: Voorzitter Kees trakteert op appelflappen en even begint het te miezeren. Goede redenen om even bij de container te blijven hangen. Na een tijdje gaan we weer naar de knotwilgen. We snoeien al kletsend nog een uurtje en dan hebben we bijna de helft van de bomenrij gedaan. Nog twee zaterdagen en dan is ook dit werkje achter de rug.





 

fazant


Zaterdag 14 december 2019: Afgelopen dagen zijn nat geweest. In de afgegraven stukken voor het insectenlab staat een laagje water. Precies wat we graag zien: In de winter onder water en in de zomer meestal droog. Dat geeft goede kans op bijzondere beekdalflora. De zuidelijke en de grote poel staan beduidend voller. De kleine bospoel en de noordelijke poel lopen bijna over. Het lage noordelijke veldje staat grotendeels blank. Ooit stroomde en overstroomde rivier de Aa hier. Vandaag is daar weer iets van te zien


Repareren houtwal: Achterin de tuin ontstaat een doorloop in de afscheiding. Stiekeme bezoekertjes zijn een al paar keer over de houtwal geklommen. Het is al een tijd geleden dat we de afscheiding hebben aangevuld. De wilgentakken zijn vergaan en ingezakt. Een makkelijk te nemen hindernis voor wie de natuurtuin in wil. We onderbreken onze winterklus in het wilgenbosje en herstellen vandaag de houtwal. Althans, dat is het plan. Buienradar verwachtte droog weer maar zit er flink naast. Het grootste deel van de ochtend regent het en staan we te schuilen onder het afdakje van de container.


Diersporen: Tussen de buien door zien we kans om één knotwilg te knotten en de takken op de houtwal te leggen. Dan bergen we het gereedschap op. We lopen een laatste ronde door de tuin en speuren naar diersporen. Op de helling bij de stenen muur zien we afdrukken van een ree. Het ree heeft bovenop de helling gestaan en heeft aan de klimop geknabbeld die tegen de stenen muur groeit. Blijkbaar heeft ook een mol de helling ontdekt. Ik zie verschillende molshopen. Verspreid door de tuin zien we sporen van konijnen. Holen, plekken waar plantenwortels zijn opgegraven en keutels. Konijnen doen het hier goed. Spechten ook. Op versleten takken en dode stammen zijn plekken waarin gepikt is en waar bast is weggetrokken. Insecten zijn nooit veilig voor de specht. Wij ook niet voor de regen. Deze keer vertrekken we voor twaalven naar huis, voordat we weer natregenen.  

 

zwavelkopjes


Zaterdag 7 december 2019: Sinds kort heeft een mol de strook langs de container in gebruik genomen. Bij binnenkomst kan ik meteen een stuk of tien verse molshopen plat maken. Dan blijft het plaatsje tenminste beloopbaar en begaanbaar met maaimachines. Mollen verzetten enorm veel grond. In de natuurtuin en het plantsoen aan de voorkant hebben een paar mollen hun territoria. Sommige plekken lijken binnenstebuiten gekeerd. Mollen leven buiten de paartijd (vroege voorjaar) solitair in hun eigen territorium. De tientallen molshopen die je soms bij elkaar ziet zijn dus gemaakt door één mol. De hopen grond komen vrij bij het graven van gangen waarin de mol bodemdieren (vooral pieren) vangt. Ik schat dat er twee of drie mollen in de natuurtuin zitten en één heel actieve in het plantsoen aan de voorkant. Zeker weten doe ik het niet.


Voortgang klus wilgenbosje: We halen de messenbalkmaaier nog eens van stal. We maaien vandaag de verruigde strook achter het insectenlab zodat hij kort gemaaid het nieuwe groeiseizoen in gaat. Vanaf volgend voorjaar maaien we ook hier twee keer per seizoen. We hebben nu een meer geleidelijke overgang tussen de zuidelijke poel via de verbrede oever en deze nieuwe strook naar het pad langs het wilgenbosje. We hebben geleerd dat (geleidelijke) overgangen veel verschillende planten en dieren aantrekken. Op het pad, met de rug tegen het wilgenbosje, bouwen we straks het nieuwe insectenlab. Vol in de middagzon en makkelijk te bekijken vanaf het graslandje ervoor. Vooral nu het oude houtwalletje is opgeruimd hebben we veel ruimte gewonnen.


Zwerfafval: Rond half tien komt de zwerfafvalgroep binnen. Ze zoeken hun spullen bij elkaar en vertrekken de wijk in. Voorzitter Kees heeft een amandelletter meegenomen. Ik ben jarig en heb voor taart en vlaai gezorgd. De afvalgroep beloofd op tijd terug te zijn. Voordat voorzitter Kees ook de wijk in trekt bespreken we de laatste ontwikkelingen en het nieuwe insectenlab. Ik zal voor de duidelijkheid een schets maken met de laatste ideeën.


Maaisel: Will (met dubbel l) maakt weer een vogeltelronde van 1 uur (zie hier voor meer over dit project). Later knoopt een geïnteresseerde dame een praatje aan over het groenbeheer. Intussen zien Wil (met één l) en ik kans om alle maaisel van het veldje op te harken en op de takkenhoop in het elzenbosje te gooien. Wanneer we klaar zijn overzien we het geheel en bespreken de volgende stappen. Pal langs het pad gaan we grond bijstorten en we gaan uitzoeken hoe we het sedumdak van het oude insectenlab kunnen transplanteren naar de container.


Koffie: Will is klaar met zijn vogelronde en heeft ook nog naar insecten gezocht. Dat laatste viel wat tegen maar is niet verwonderlijk. Het begint immers al aardig te winteren. We gaan pauzeren. Niet veel later komt de zwerfafvalgroep terug en besluiten we de ochtend met koffie en taart.

 

overzicht graslandjes


Zaterdag 30 november 2019: Daar had ik niet aan gedacht. Ik weet dat het gevroren heeft maar nu heb ik geen aansteker bij me. Gelukkig was het geen al te strenge vorst. Met mijn handen krijg ik het hangslot snel ontdooit en de sleutel rondgedraaid. De graslandjes zijn wit door de bevroren dauwdruppels. Een eerste teken van de winter. Het water in de poelen is weer gestegen maar minder dan ik heb verwacht. Dat komt goed uit want ik wil nog iets bijwerken aan de verbrede oever van de zuidelijke poel. Een van de randen is te stijl en ik hark grond ertegenaan totdat de glooiing schuin genoeg is voor een maaimachine. Binnen de kortste keren is onze vaste werkbegeleider erbij en speurt op de omgewoelde grond naar blootgelegde pieren.


Fotorondje: De wieldumper zit nog onder de modder van vorige week. Ik zet hem buiten de container klaar om schoon te maken. Ook hier is de Roodborst er als de kippen bij. Dan valt me op hoe de zon door de bomen schijnt. Ik besluit een rondje door de tuin te lopen. De camera doet moeilijk en is onbruikbaar. Geeft niet. Met de mobiel zijn ook mooie foto's te maken. De natuurtuin ligt even op de grens van herfst en winter. Op sommige plasjes ligt een dun laagje ijs. In de schaduw is alles wit bevroren. Waar het zonlicht valt verandert dat snel in nevel. Wit verdwijnt en nevel komt tevoorschijn. De eerste uren hangt er een sprookjessfeer. Uitslapers weten niet wat ze missen.


Klussen: Wanneer ik klaar ben met mijn fotorondje loop ik Rinus tegen het lijf en bij de poort treffen we voorzitter Kees en Wil. Na wat gekletst te hebben gaan we aan het werk. Wil test de nieuwe 2 in 1 vijl voor de kettingzaag. Rinus en ik ruimen de houtwal op langs het wilgenbosje. We letten goed op of we geen overwinterende padden of salamanders verstoren. Die zien we niet. Dat verbaast ons maar we kunnen door met het werk. De stammen gaan op kruiwagens naar het elzenbosje. Daar verspreiden we het hout over de bodem. De roodborst is niet kieskeuring waar zijn eten vandaan komt en inspecteert ijverig ons werkgebied op voedsel.


Snel klaar: Wil heeft intussen de zaagketting geslepen en ringt elzen en essen in het wilgenbosje. Na een uurtje is hij klaar en is het ringen in dit bosje afgerond. Intussen is bijna het hele houtwalletje opgeruimd. Veel werk is dat niet geweest. Het grootste deel van het hout is zo vermolmd dat het uiteenvalt zodra we het proberen op te pakken. We hebben nu goed overzicht over de plek van het nieuwe insectenlab en het veldje daarvóór. Dat maakt het makkelijker de volgende stappen te plannen.


Plannen aanpassen: Het veldje vóór het nieuwe lab gaan we, net als rest van de oever van de zuidelijke poel, 2 keer per seizoen maaien. Daarom gaan we volgende week met de messenbalkmaaier er overheen om de ruigtestrook weg te halen. Er groeit ook veel Bonte gele dovenetel in deze strook. Een invasieve woekerplant waarvoor we op zoek zijn naar de beste bestrijdingsmethode. In het elzenbosje hebben we een stuk afgedekt met een laag grond. Hier kunnen we kijken of de plant weg te krijgen is met twee keer per jaar maaien.


Meer dan 1 Roodborst: Na het niet zo zware werk kijken we of er nog koffie in de thermoskan zit en hangen wat bij de container. De Roodborst doet mee en hipt op zijn gemak de container binnen om te zien of daar ook nog iets te halen valt. Wat later vliegt hij over onze hoofden weg en zien we dichtbij nog een tweede Roodborst in een meidoorn. Ik vraag me af hoeveel Roodborsten er in de natuurtuin rondhangen. Ze zien misschien in dat we vandaag geen voedsel meer voor ze zoeken en verdwijnen. Het is laat geworden en wij houden het ook voor gezien.



 

verbrede oever zuidelijke poel


Zaterdag 23 november 2019: De graafklus bij de zuidelijke poel is af. Nog een paar keer met de wieldumper naar de greppel in het elzenbosje. Pakweg 20 meter van de drainage-greppel is nu volgestort met grond. Misschien dat we bij volgende graafklussen de rest dicht gooien. De verbrede oever van de poel ziet er uit als een oefenterrein voor tanks. Dat moet gefatsoeneerd worden. We schrapen oneffenheden weg uit het midden en gooien dat tegen de zijkanten. Die zijkanten maken we glooiend zodat later de maaimachine er makkelijk overheen kan rijden. We willen de begroeiing hier kort en gevarieerd houden en daarom zullen we dit stuk twee keer per seizoen gaan maaien. Na een tijdje hebben we zin in koffie.

Insectenman Will komt binnen. Het wantsenseizoen is voorbij maar voor Will is dat geen reden om stil te gaan zitten. Vandaag doet hij mee aan een vogelproject. Eén uur lang noteert hij alle vogels die hij ziet of hoort. Hij noteert vandaag 17 vogelsoorten (64 exemplaren). Een leuk project voor iedereen. Neem hier maar eens een kijkje.

Nieuw insectenlab: Na de koffie gaan Will en Rinus naar de kleine noordelijke poel om nog wat late insecten te zoeken. Wil en ik pakken meetlint en stokjes en beginnen de omtrek van het nieuwe insectenlab uit te zetten. We hebben het idee om drie kleine labs op een lijn te maken. Alle drie 2 meter breed, 1,5 meter diep en met 1,5 meter tussenruimte. Dat plan kan veranderen maar we willen nu weten hoeveel plek deze opzet zou innemen. Uiteindelijk hebben we een strook van 1,5 meter bij 9 meter uitgezet aan de zuidkant van het wilgenbosje. Als het lab hier komt moeten we eerst extra grond storten en een ruigtestrook gedeeltelijk maaien. Beginnen we volgende week mee.

Onderzoek bodemleven: We gaan bodembeestjes zoeken. Ik pik een vermolmd stuk hout uit het elzenbosje en leg dat in een platte witte bak. We breken wat stukken af, kijken wat we aan beestjes zien en proberen die op de foto te zetten. Al snel vinden we een paar larven. Geen idee van welk insect. Pissebedden, duizendpoot en miljoenpoot zijn makkelijker te herkennen. Een zwarte kever doet zijn best om niet op te vallen maar de witte bak bewijst zijn nut. De kever is snel op de foto gezet.

Obsidentify: Inmiddels hebben we gezelschap gekregen van Kai en zijn opa die een rondje door de natuurtuin maken. Ze kijken geïnteresseerd mee met het zoekwerk. Opa is fotograaf en geeft bruikbare tips hoe we betere foto's kunnen maken. Ook Rinus, Will en voorzitter Kees komen erbij. Will heeft de vernieuwde Obsidentify-app. Een app die aan de hand van foto's suggesties geeft voor welke dier of plant het is. Will zet de kever die we hebben gevonden op de foto. Obsidentify wijst hem met 100% waarschijnlijkheid aan als Bossnelloper (Limodromus assimilis). Met een druk op de knop is de Bossnelloper doorgegeven aan waarneming.nl. Zo heeft ons gerommel met een blok hout in een witte bak meteen een kleine bijdrage aan de wetenschap opgeleverd.  

 

elzen


Zaterdag 16 november 2019: Fris maar gelukkig droog. Eens kijken hoe ver we vandaag met de graafklus bij de zuidelijke poel komen. Wil snoeit wilgenstruiken en brengt de takken naar de houtwal aan de voorkant. De laatste tijd zijn stiekeme bezoekertjes over de houtwal geklommen en nu is er een doorloop ontstaan. Dat trekt waarschijnlijk meer nieuwsgierigen en we willen de natuurtuin als rustgebied behouden. Wil sjouwt alle takken naar de houtwal. De doorloop is (voorlopig) weg. Komende tijd zullen we het in de gaten houden en waar nodig opnieuw versterken.


Graafwerk en een Roodborst: Rinus en ik werken bij de zuidelijke poel. We scheppen telkens de wieldumper en een kruiwagen vol grond en brengen die naar de drainage-greppel die we aan het dempen zijn. Binnen de kortste keren hebben we gezelschap van een Roodborst. Waar wij werken is voedsel te halen en dat weet hij. Bang is hij niet. Zelfs vlak voor onze neuzen pikt hij wormen uit de modder. De Roodborst heeft een goede keuze gemaakt. De vette bodem die we uitgraven zit vol pieren.


Wantsen en appelflappen: Wanneer we aan de koffie gaan komt insectenman Will binnen. Hij heeft bijna een verslag klaar van het onderzoek naar de wantsen in de natuurtuin. Binnenkort kunnen we dat op de website zetten. Even later komt Ine binnen en trakteert ons op appelflappen. Een dankjewel voor de rondleiding die we vorige week hebben gegeven aan haar en een clubje collega's.


Graafklus bijna klaar: Will gaat nog een keer op jacht naar wantsen, Wil maakt de kettingzaag grondig schoon, Rinus en ik rijden nog een paar ladingen grond weg. Tegen 12 uur hebben we de graafklus bijna klaar. Volgende week graven we het laatste stukje uit en fatsoeneren we het geheel een beetje. Straks gaan we hier twee keer per seizoen met de maaimachine overheen. De zijkanten moeten dus glooiend worden gemaakt. Ook de diepe sporen die de wieldumper heeft gemaakt worden nog weggewerkt. Ik loop met Wil een rondje om te bekijken welke klussen we deze winter aanpakken. Daarna vertrekken we allemaal.



 

noordelijke houtwal

Zaterdag 9 november 2019: Het weer veranderd van grijs en miezerend naar droog en later komt zelfs de zon even tevoorschijn. Lekker werkweer en lekker wandelweer. We krijgen vandaag volop bezoek. Voorzitter Kees gaat helpen bij Natuurmonumenten. Hij komt even wat dingen doorspreken en wijst dan op sporen in de modder. Reeënsporen. Blijkbaar heeft een ree ons werk aan de zuidelijke poel geïnspecteerd. De natuurtuin is een vaste rust- en schuilplek voor de reeën in de Bundertjes. Ons werk schijnt ze niet te hinderen en blijkbaar vinden ze het wel interessant.

Klussen vandaag: Wil, Rinus en ik werken een tijdje aan de graafklus bij de zuidelijke poel. We gebruiken de nieuwe wieldumper en Rinus pakt er ook nog een gewone kruiwagen bij. Met de grond dempen we de drainagesloot langs het elzenbosje. Wil is daar druk bezig overhangende takken en boomstammen weg te zagen zodat we makkelijk terecht kunnen met wieldumper en kruiwagen. We werken zonder haast en met het nodige geklets maar toch verplaatsen we een grote hoeveelheid grond. Oud-bestuurslid Agnes en oud-vrijwilliger Dorothé komen allebei een kijkje nemen en willen alles weten van de wieldumper en het waarom van ons graafwerk.

Rondleiding: Het grondverzet verloopt voorspoedig en de bezoekers zorgen voor afwisseling. Voor we het in de gaten hebben is het al 12 uur. Van onderzoek naar bodembeestjes komt vandaag weer niets. Ik heb afgelopen week bij de Action wel een vergiet gekocht zodat we het grove materiaal van de bodemmonsters wat kunnen uitzeven. Wanneer we het gereedschap hebben opgeruimd komt een groepje bezoekers binnen. Ze hebben met voorzitter Kees afgesproken voor een rondleiding door de tuin. Kees is nog bij natuurmonumenten en Rinus en ik nemen de honneurs waar. We laten het geïnteresseerde groepje de natuurtuin zien en vertellen over het werk en de bedoeling achter verschillende klussen. Het wordt een gezellig rondje en na een uurtje nemen we afscheid. We raden ze aan in het voorjaar nog eens terug te komen om de lentebloeiers te bekijjken.

 

berkenbosje


Zaterdag 2 november 2019: We treffen het niet vandaag. In de loop van de ochtend vallen er steeds meer buien en stoppen we met klussen. Het kleine knuppelbruggetje in het pad bij de zuidelijke poel is opgeruimd. Het zijn onbehandelde boomstammetjes die op twee balken zijn gespijkerd. In de buitennatuur gaat zoiets niet lang mee. Het versleten bruggetje past in zijn geheel op de hooikruiwagen. De paddenstoelen van het elzenbosje gaan het voor ons opruimen. De plek van het bruggetje is opgevuld met grond. Hiermee komen we terug op ons plan van een paar jaar geleden. Toen vonden we het nodig dit zuidelijke stukje natuurtuin te draineren om de toenmalige bijenstal niet te laten verzakken. Dit stalletje gaat weg en we willen de natuurtuin juist moerassiger hebben. We plaggen stukken af en dempen drainage-greppels. Het verbreden van de oeverzone van de zuidelijke poel hoort ook bij deze nieuwe strategie.


Wieldumper grote vooruitgang: Voor de regen te erg wordt graaf ik een stuk of vier ladingen grond af bij de zuidelijke poel. De nieuwe wieldumper is een plezier om mee te werken. De besturing gaat door links of rechts op de wielen af te remmen. We zijn daar nog niet echt aan gewend en het draaien en keren gaat nog wat schokkerig. Het grondverzet gaat veel sneller en makkelijker. Per wieldumper gaat evenveel grond mee als in drie kruiwagens. De vrijkomende grond gebruiken we om de drainage-greppel langs het elzenbosje te dempen. De paden raken door de wieldumper beschadigd maar die zijn snel gerepareerd wanneer over enkele weken het graafwerk op deze plek klaar is.


Plannen maken en een eekhoorn: Wil komt niet toe aan het ringen van bomen in het wilgenbosje. Wanneer hij zijn beschermende kleding heeft aangetrokken begint het hard te regenen. We schuilen een tijdje en wanneer het wat mindert ruimen we op. Vandaag geen klussen meer. Ook onderzoek naar bodemdiertjes doen we niet vandaag. We lopen een uitgebreide ronde en bespreken wat onderhoudsplannetjes. Waar zetten we straks het nieuw te bouwen insectenlab precies neer (het huidige stalletje is versleten en gaat weg). Hoe beheren we de strook tussen dat nieuwe lab en de zuidelijke poel. Aan de oostkant bekijken we waar we te zijner tijd de houtwal moeten versterken en waar spontaan groeiende braamstruiken vanzelf een goede afscheiding vormen.


Ineens zien we een eekhoorn in de knotwilgen. We kijken waar het beestje heen gaat. Hij voelt zich veilig en zonder haast te maken loopt hij over de takken de rij knotwilgen af. Aan het eind van de knotwilgen volgt een sprong naar de bomen langs de zuidkant van de natuurtuin. Dan verliezen we hem uit het oog. Altijd leuk om een eekhoorn te zien.


Nog meer plannen: Toevallig raken we even later aan de praat met een ecoloog die plannen heeft om kasten voor eekhoorns en vogels te laten maken. Daarin moeten camera's worden ingebouwd waarvan de beelden met een smartphone te bekijken zijn. Hij heeft prototypes laten maken en is met verschillende partijen in gesprek. Dat klinkt als een goed idee om mensen te betrekken bij wat er in de natuurlijke omgeving gaande is. Benieuwd wat daar uit komt.  

 

humusbodem in platte witte bak


Zaterdag 26 oktober 2019: Deze winter gaan we in het wilgenbosje langs de container klussen. Lange tijd is daar niet veel gebeurd. De laatste jaren hebben we wat hoge bomen weggehaald om meer licht en levendigheid in het bosje te krijgen. Door dat uit te proberen hebben we een aardig idee gekregen hoe we dit bosje waardevoller kunnen maken. We hebben gemerkt dat vogels graag broeden en voedsel zoeken tussen de dichte begroeiing. In de winter is de kleine bospoel zeer in trek bij vogels. Ze zoeken voedsel in de vochtige oever en baden in het water. Die positieve kanten gaan we versterken. Door de hoogste bomen weg te halen en nu en dan wat wilgen terug te snoeien wordt dit meer een bosrand dan een bosje. Veel (wilgen)struiken, lage bomen en een dicht begroeide bodem waar vogels zich thuis voelen en kleine dieren zich kunnen verschuilen. Vóór het zover is hebben we nog wat te doen.


1: Hoge bomen worden dood hout: De meeste elzen en essen in het wilgenbosje die we kwijt willen gaan we ringen. Met de kettingzaag zagen we een enkele centimeters diepe snee rondom de boomstam. De wortels van de bomen krijgen zo geen voedsel meer en verzwakken steeds verder. De boom maakt elk jaar minder blaadjes en sterft af. Het duurt lang voordat zo'n dode boom weg is. Er staan nu nog stammen rechtop van de bomen die we zes jaar geleden hebben geringd. Op de bodem liggen afgebroken stukken stam en takken die nog eens jaren blijven liggen. Al die tijd vormt het dode hout een rijk leefgebied voor steeds andere insecten, zwammen, vogels en kleine zoogdieren.


2: Invasieve soort opruimen: Een deel van het wilgenbosje is vol gegroeid met Canadese kornoelje. Deze exotische tuinstruik willen we weg hebben voor al dat extra zonlicht kan doordringen. Anders houden we een bosje met alleen Canadese kornoelje over. Op zich een leuke struik maar hij wordt nauwelijks aangevreten of gebruikt door andere organismen. Behalve een beetje mooi zijn draagt hij niets bij aan een gezond natuurlijk netwerk. En wanneer we er niets tegen doen neemt hij alle plek in. Deze winter halen we zoveel mogelijk takken en uitschieters weg. Komende jaren maken we een paar keer per seizoen een rondje om uitlopende scheuten te verwijderen. Hopelijk krijgen we hen zo klein.


3: Vernatting: Door het wilgenbosje en langs het elzenbosje loopt een oude drainagesloot. Eigenlijk meer een greppel. Die gaan we dichtgooien met grond die we afgraven bij de zuidelijke poel. Zo slaan we twee vliegen in 1 klap. De oeverzone van de zuidelijke poel wordt breder en het wilgenbosje wordt natter en moerassiger.


Klussen vandaag: Voor ik naar het wilgenbosje ga vis ik wat rietmaaisel uit de grote poel en maai de paden nog een keer met de gazonmaaier. Misschien de laatste keer dit jaar. Terwijl Wil met de elektrische kettingzaag een stuk of 15 bomen ringt, trek en knip ik scheuten van de Canadese kornoelje los. De takken gaan op de houtstapel vlakbij. Wanneer we ze op de grond laten liggen zullen ze weer wortel schieten en zijn we nog niets opgeschoten. Op de takkenhoop drogen ze uit. Wanneer we een uurtje hebben gewerkt is het tijd om de kettingzaag schoon te maken.


Onderzoek: Naast het klussen gaan we meer onderzoek doen. Veel ervaring met dit onderzoek hebben we niet. Ik loop naar het elzenbosje en schep wat bosbodem in een platte witte bak. Terug bij de container ga ik er eens goed voor zitten. Ik zoek bodembeestjes. Ik heb een zeef nodig maar die heb ik niet. Nu lijkt het alsof er geen leven in de bodemrommel zit. Met een schroevendraaier uit het materiaalhok hark ik door de warboel van grond en humus. Daar is dan toch een piepklein torretje. Ik heb geen idee wat voor iets. Dan een kleine pissebed. En nog een paar grotere. Zelfs een duizendpoot, een spinnetje en een paar slakken-eitjes. De bodem zit vol kleine beesten maar ik moet me beter voorbereiden om ze te ontdekken. We reserveren elke zaterdag een uur voor dit soort speurwerk. Eerst oefenen en proberen. Later gaan we met betere hulpmiddelen het bodemleven en de bewoners van dood hout in kaart brengen.

 

Parelstuifzwampaddenstoelen op boomstam


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

onderzoek naar wantsenZaterdag 19 oktober 2019: Een regenachtige ochtend. We hebben geen grote klussen op het programma staan en dat komt goed uit. Het miezert en er vallen een paar buien. Toch kunnen we grondwerk doen en wat maaisel opruimen. In het elzenbosje bedekken we Bonte gele dovenetel met grond. Dit jaar hebben we geprobeerd deze woekerplant weg te krijgen door hem af te dekken met maaisel. Dat werkt goed tegen de Late guldenroede maar de Bonte gele dovenetel groeit er weer doorheen. Nu proberen we het met een laagje grond. Komend voorjaar weten we of dat goed werkt. We gaan dan waarschijnlijk twee methodes toepassen: Afdekken met zwart plastic en waar dat lastig is dumpen we een laagje grond.


Paddenstoelen: Rinus en Wil hebben het allerlaatste restje maaisel opgeruimd en in de houtwal langs de voorkant verwerkt. We gaan aan de koffie. Niet veel later komt insectendeskundige Will binnen. Hij probeert vandaag een Schorswants te vinden. Samen met Rinus gaat hij op jacht. Wil en ik maken de spullen schoon die bij het graven zijn gebruikt. Door de nattigheid is de grond kleverig. Ik ben een tijdje zoet met het schoon blazen van de wieldumper. Daarna lopen wij ook een rondje. Opvallend veel paddenstoelen. Vooral grote soorten die we anders niet zo vaak zien. Het berkenbosje en elzenbosje staan er vol mee. We herkennen Vliegenzwam, Parasolzwam, Rusula, Stinkzwammen, Parelstuifzwam, Witte kluifzwam (die er ook echt als een kluif uitziet) en veel meer waar we de namen niet van kennen.


muizenvoorraadOnverwachte dingen: Onderweg treffen we voorzitter Kees. Een bui dwingt ons naar de beschutting van het elzenbosje. Daar zijn Rinus en Will net de takkenhoop aan het onderzoeken. Takken en maaisel worden geschud met een platte witte bak eronder. De inhoud van de bak wordt nauwkeurig onderzocht. Veel pissebedden en verschillende kleine spinnetjes maar geen wantsen. Oud-bestuurslid Agnes is ook paddenstoelen komen kijken. We zijn in ontdekkingsstemming en de rest van de ochtend zwerft iedereen door de tuin . Overal blijkt van alles te zien. Vooral de variatie aan paddenstoelen is verbazend. Uiteindelijk komen we bij de container bij elkaar. Will heeft zijn Schorswants niet gevonden. Wel een Roodvlekkaartmot en een met hazelnoten gevulde voorraadkast van waarschijnlijk een bosmuis. Als je zoekt vind je onverwachte dingen.



 

houten brug over grote poel

Zaterdag 12 oktober 2019: Een mooie herfstdag. Lekker 20 graden en droog. Het water in de poelen is weer gestegen. De zuidelijke poel begint er weer uit te zien als een poel. Het lijkt alsof de kleine noordelijke poel sneller vol loopt dan de andere. Dat hebben we al eerder gezien maar we hebben nog steeds geen idee hoe dat kan. Ook in de grote poel staat meer water. Maandag hebben we daar een rietkraag gemaaid. Die strook staat nu onder water en het riet is alle kanten op gedreven en grotendeels onder water verdwenen. Niet meer bij elkaar te hengelen. Vandaag ruimen we maaisel op van de strook langs de voorkant en cirkel 1 bij het insectenlab.

Maaisel: Ik begin in de cirkel bij het insectenlab en Wil neemt de strook tussen de poort en de container onder handen. De berg maaisel buiten de poort is opgehaald. Voor de restjes van vandaag moeten we andere bestemmingen verzinnen. Ongeveer drie ladingen met de hooikruiwagen gaan op de takkenhoop in het elzenbosje. De rest dumpen we op de kleine houtwal aan de voorkant.

Wandelaars: Het mooie weer trekt wandelaars met goed humeur. Hondjes worden uitgelaten en mensen maken een praatje. Een man en vrouw lopen de tuin binnen en vragen naar de bijen Ik leg uit dat we geen honingbijen meer houden omdat we ons nu volledig richten op natuurherstel De bijenstal doet nu dienst als insectenlab waar we insectenhotels testen. We zijn er trouwens achter gekomen dat het gebouwtje in slechtere staat is dan we dachten. We hebben plannen om iets verderop een kleiner en efficiënter insectenlab te maken. We gaan materiaal van het oude gebouwtje hergebruiken.

Elzenpropjeswants: Intussen is insectenman Will weer aangekomen. Hij is nog steeds niet klaar met het ontdekken van nieuwe soorten wantsen in de natuurtuin. Vandaag wijst Will ons op de Elzenpropjeswants. De Els is een boomsoort en de zaden zitten in zogenaamde proppen. En daar leeft dan de Elzenpropjeswants. Na een paar keer scheppen met zijn net heeft Will er een te pakken. Een miniem beestje dat het best met een loep kan worden bekeken. Nooit beseft dat zoiets bestond. We zorgen er voor dat in de natuurtuin veel verschillende leefgebiedjes (“biotopen”) zijn. Graslandjes, bosranden, ruigtes, bosjes, gezonde bomen, dood hout, noem maar op. Maar de grote variatie aan leven in de natuurtuin blijft verbazen.

hulstblaadjesHulstvlieg: Wat verderop laat Will ons sporen van de Hulstvlieg zien. De vlieg legt een eitje in het blad van de Hulst en wanneer daar een larve uitkomt vreet die zich een weg door het blad. Het blad is voor de larve voedsel en bescherming tegelijk.

Paddenstoelen: Er ligt nog een beetje maaisel vlakbij de container maar dat ruimen we volgende week wel op. De regen en dalende temperaturen hebben paddenstoelen geactiveerd. Veel paddenstoelen zijn een beetje wittig of beige tot bruin. Wanneer je begint te kijken zie je ze niet. Na verloop van tijd blijken ze overal te staan. In het berkenbosje zijn weer nieuwe vliegenzwammen opgekomen. Ook in de andere bosjes zijn veel paddenstoelen. Vooral op dood hout, maar tussen het gras, de bladeren en op de paden zien we er ook steeds meer. Her en der springen kikkers weg en het verbaast ons hoeveel kleine vliegjes of mugjes er nog rond vliegen. Twee keer zien we zelfs nog een vlinder. Een Atalanta en een Koolwitje.

wieldumper testZaterdag 5 oktober 2019: Vorige week is de langverwachte wieldumper (of motorkruiwagen) afgeleverd. Voordat we die gaan uitproberen ronden we een paar klusjes af. Ik maai het laatste stukje bloemrijk grasland bij het insectenlab. Daarna begin ik met de eerste ruigtestrook die we dit jaar terugsnoeien/maaien. De strook langs de voorkant. Ik kan met de balkmaaier niet overal komen. Er zitten dikke boomstompen verstopt tussen de begroeiing en daar moet een weg omheen gevonden worden. Sommige stompen zijn helemaal rot en daar maai ik zonder moeite doorheen. Naarmate meer oude stompen vergaan wordt het maaien van deze strook bij elke snoeibeurt makkelijker. Ook nu schiet ik merkbaar sneller op dan vorig jaar.


Blacky: Voor de poort staat een druk gebarende man. Ik zet de motor uit en doe mijn hoorbescherming af. Zijn hondje zit achter de konijnen aan en is de natuurtuin ingeschoten. Verderop probeert een vrouw Blacky uit het berkenbosje te lokken. De man vraagt of hij binnen mag om het hondje te zoeken. Natuurlijk mag dat. Ik open de poort en ga verder met maaien. Wat later loopt de man weer naar buiten en gebaart dat Blacky terecht is.


Wespennnest: Hoekjes en randjes die ik heb moeten overslaan werk ik later met de bosmaaier bij. Omdat die veel herrie maakt gebruiken we die liever niet dicht bij de huizen op zaterdagochtend. Maandag kom ik nog even terug om dat af te werken. Wil en Rinus wagen zich aan het opruimen van het restje maaisel op de heuvel. Het wespennest is stukken minder actief en zonder steken op te lopen kunnen we alle maaisel bijeen harken en buiten de poort rijden. We sturen de gemeente bericht dat het maaisel kan worden opgehaald. De groenaannemer is komende tijd nog bezig in de buurt en kan in een moeite door de maaiselberg bij de natuurtuin ophalen.


Wieldumper: Rond half tien verzamelt de zwerfafvalgroep zich bij de container en trekt snel de wijk in. Wij testen de wieldumper. Bij de zuidelijke poel vullen we hem met grond. Die rijden we naar een plek in het elzenbosje waar veel Bonte gele dovenetel groeit. Een invasieve plantensoort waartegen afdekken met maaisel niet genoeg helpt. Wij denken dat een bergje grond beter werkt. Om beurten rijden we een vrachtje weg en proberen te wennen aan de besturing. Het is niet moeilijk maar na een stuurfoutje van mij klimt de wieldumper met zijn vierwielaandrijving bijna in een boom. Nog flink oefenen dus! We gooien in korte tijd drie vrachtjes grond over de dovenetel. Komende jaren gaan we meer grondwerk doen om de droogte tegen te gaan en water beter vast te houden. De oeverzone van de zuidelijke poel en de overloop van de grote poel worden uitgebreid. De vrijkomende grond gebruiken we om oude drainagesloten te dempen. De wieldumper komt dan goed van pas.


Wantsen en paddenstoelen: Insectenman Will is de hele ochtend bezig de tuin af te speuren naar wantsen. Ook vandaag vangt hij weer een paar mooie soorten waaronder enkele mooie Blauwe schildwantsen. Aan het eind van de ochtend zit de zwerfafvalgroep gezellig aan de koffie bij de container. Ook wij pakken een kop en zetten de apparaten terug in de container. Ik loop met Wil nog een rondje en we zien verschillende mooie padden stoelen. In het berkenbosje staan Vliegenzwammen. Dat is alweer een paar jaar geleden dat we die in de tuin hebben gehad. De hele ochtend was hij al te ruiken maar in het elzenbosje zien we er een. Een verse stinkzwam. Verder veel zwavelzwammetjes en op een oude vliertak zitten Judasoren. Het loopt al tegen een uur wanneer we afsluiten.

 

Hout op de bosbodem


Zaterdag 28 september 2019: Zon en blauwe lucht. Dan dreigende wolken en buien. Lekker werkweer en tussendoor schuilen. Afgelopen dagen heeft het ook geregend. Het waterpeil in de poelen is iets gestegen. Zelfs in afgegraven cirkel 2 staat een klein plasje regenwater. Een schrale troost. Ik zag laatst natuurtuinfoto's van enkele jaren geleden. Midden in de zomer stonden de poelen vol water. Nu vinden we het heel gewoon wanneer ze na de lente leeg staan.


Bosbodem: Voordat we het laatste maaisel afvoeren ruim ik een houtstapeltje op. Een deel van de houtstapeltjes naast de paden halen we weg. De stammen en takken gebruiken we om de bodem in het elzenbosje natuurlijker te maken. In het verleden werd veel hout “opgeruimd” en op stapeltjes en walletjes gelegd. Er groeien vaak paddenstoelen op en die kunnen vanaf het pad makkelijk bekeken worden. Tegenwoordig vinden we het beter om dat hout te laten liggen waar het thuishoort. Ook bomen die omwaaien of die we kappen en die niet in de weg liggen laten we liggen waar ze terecht komen. Een laag met dode stammen en takken op de bodem zijn een belangrijk onderdeel van een gezond bos. Hoe natuurlijker de opbouw van een bosje hoe beter het werkt voor wilde organismen. Wie paddenstoelen wil zoeken mag van het pad af en zelf tussen het dode hout speuren.


Maaibeurt klaar: Wil en ik ruimen de laatste resten maaisel op. Alleen de hoopjes bij het insectenlab en de driehoek bij de houten brug moeten we nog opruimen. We doen ons gemak er over en zijn ruim op tijd klaar. Voor de poort ligt een indrukwekkende stapel maaisel. Volgens ons meer dan andere jaren. We denken dat door de droogte meer zuurstof in de bodem is gekomen en dat extra voedingsstoffen zijn vrijgekomen


Vrijwilligers: Hoe dan ook is deze maaibeurt weer lekker snel klaar. Deze keer hebben we naast de zaterdagen twee keer op maandag- en dinsdagochtend gewerkt. We hebben alles in iets meer dan 2 weken klaar hoewel er deze keer geen flex-vrijwilligers kwamen helpen. Net als vorige jaren is het moeilijk om bij de tweede maaibeurt wat extra handjes te krijgen. Maar met zijn drieën hebben we het ook klaar gekregen.


Nieuwe wieldumper: Voorzitter Kees is terug van vakantie en trakteert op appel- en kersenflappen. Tijdens de koffie bespreken we nieuwtjes en wat plannetjes. Kees gaat binnenkort een metalen plaat halen om de deur van het materiaalhok te repareren. De buitenkant van de container wordt opgeknapt en we laten een nieuw spandoek maken met onze naam. Later in de middag wordt een wieldumper afgeleverd. Dit is een soort grote kruiwagen met een motortje. We hebben bij het insectenlab gemerkt dat afplaggen en afgraven van bepaalde stukken erg goed werkt voor het natuurherstel. Dat gaan we vaker doen en dan komt deze wieldumper goed van pas. Het grondverzet gaat hiermee veel sneller en makkelijker.

 

witte bak met takjes


Zaterdag 21 september 2019: Spelende kinderen hebben het maaisel ontdekt dat we vorige week buiten de poort hebben gelegd. De schade valt mee. Over het pad en het grasplantsoen liggen plukken gras en planten die met het op en af klimmen zijn verspreid. Die zijn snel weer op hun plek geharkt. We hebben dit weekend alweer een zomertoegift in het vooruitzicht. 's Morgens vroeg is het nog fris. In het wilgenbosje flitst iets langs een boomstam. Geen vogel. Een paar seconden later laat de eekhoorn zich zien. Een mooi rood gekleurd exemplaar. Eekhoorns zien we sinds een jaar of tien min of meer regelmatig. Het ene jaar vaker dan het andere. Volgens Wikipedia leeft de eekhoorn vooral in grote naaldbossen maar blijkbaar bevalt het hem in Helmond Noord ook goed.

Vorderingen maaiwerk: Vorige week zijn alle veldjes gemaaid behalve een klein stuk bij het insectenlab waar nog veel planten in bloei staan. Achter het insectenlab en bij de houten brug is het maaisel op hoopjes geharkt. Klaar om afgevoerd te worden. Op de helling bij de ingang en de overloop van de grote poel is het maaisel voor een groot deel weg. Wil gaat verder op de helling en ik krui de rest van het maaisel weg uit de overloop. Daarna begin ik op het lage noordelijke veldje aan de andere kant van de sloot.

Wantsen en muizen: Halverwege de ochtend komt insectenman Will de tuin binnen en gaat verder met zijn wantsen-onderzoek. Hij heeft de soorten die hij gevonden heeft nageteld en komt op 54. Wat minder dan de 60 tot 70 die wij eerder meldden maar vandaag zijn er al weer een paar bij gekomen. Tijdens het hooien in de lage veldjes ben ik tot nu toe drie keer een dode muis tegengekomen. Ik weet niet welke soort. Blijkbaar zijn ze tijdens het maaien onder de messenbalkmaaier terecht zijn gekomen. Ze zijn flink gehavend en tussen de graspollen gedrukt. Ik laat ze liggen waar ik ze vind. Er komen genoeg liefhebbers van een hapje muis in de natuurtuin. De muizenlijkjes lijken mij een goed teken. De graslandjes bieden blijkbaar genoeg voedsel voor een flinke muizenbevolking. En dat is weer goed nieuws voor vos, bunzing, buizerd en alle andere muizeneters.

Houtrillen: Het begint snel warm te worden en bij de koffie besluiten we dat we genoeg hebben gewerkt. We bespreken hoe we machines kunnen inzetten voor een efficiënter beheer en maken plannen om een beter insectenlab te bouwen met materiaal van het oude gebouwtje. Oud-bestuurslid Agnes komt op bezoek en insectenman Will komt er bij met een witte bak van de IVN slootjesdag. Die bak is eigenlijk bedoeld om waterbeestjes te bekijken maar voor het zoeken naar droge beestjes is hij net zo geschikt. Vandaag heeft Will takkenrillen onderzocht. In de witte bak ligt een wirwar van takjes, blaadjes en onduidelijk plantaardig afval. Het blijkt een rijke leefwereld vol interessante kleine beestjes. Will onderstreept het belang van takkenrillen en houtstapels. Het zijn drukbevolkte objecten waarin kleine vogels broeden, talloze insectensoorten leven en zoogdieren gebruik maken van de dekking. Een leerzame ochtend, de maaibeurt vordert en we hebben nieuwe ideeën opgedaan voor ons beheer. Ruim na twaalven sluiten we af.


bijeen geharkt maaisel


Zaterdag 14 september 2019: Het is mooi nazomerweer. Een mooie dag om te beginnen met de nazomer-maaibeurt. Vorige week heb ik bij de zuidelijke poel een beginnetje gemaakt. Vandaag doen we een flink stuk van de graslandjes. Het warme, droge weer zal er voor zorgen dat het maaisel goed droogt. Dat scheelt later een hoop gewicht wanneer we alles naar buiten kruien.


Brede wespenorchis: De messenbalkmaaier gaat eerst over de helling tussen de ingang en de grote poel. Vorig jaar moest ik hier nog vluchten door een verstoord wespennest. Vandaag blijft het rustig. Bij het keren van de machine zie ik een bloeistengel van de Brede wespenorchis. We hebben de onopvallende orchidee eerder dit jaar al gezien. Dieper in het berkenbosje. Dat was voor het eerst sinds lange tijd. Leuk dat hij nu ook aan de buitenkant van het bosje groeit.


Moeras: Het water in de grote poel staat nog steeds laag. De maaimachine kan door het riet tot vlak bij het water. Daar zakt hij tot de wielas in de modder. Trekkend en vol gas achteruit gevend red ik hem uit de greep van het moeras en doe daarna voorzichtiger. Het graslandje op de helling is klaar. Er staat nog veel riet vlak bij het water. Een deel daarvan maaien we later met de bosmaaier.


Maaien en niet maaien: Het afgeplagde veld ten noorden van de natuurtuin is ook gemaaid. Een stuk in het midden is gemarkeerd met palen en de groenaannemer is daar omheen gereden. Het lijkt misschien raar om te gaan maaien en dan toch stukken over te slaan. Maaien en maaisel afvoeren is nodig voor het ontwikkelen van gevarieerde graslandjes met veel verschillende bloeiende planten. Die bloemrijke graslandjes vormen de natuurlijke basis waardoor allerlei kleine en grote dieren kunnen overleven.


Slim niks doen: De Bosgroep is uitvoerder van het groenbeheer in de Bundertjes en denkt goed na over het maaibeheer. Verschillende vlinders, wilde bijen en andere insecten gebruiken plantenstengels om eitjes af te zetten of te overwinteren. Door stukken niet te maaien voor de winter wordt een deel van de overwinteraars gespaard. Volgend voorjaar maken die letterlijk en figuurlijk een vliegende start. Ook in de natuurtuin laten we stroken staan in de winter. Een eenvoudige maatregel die niets kost, tijd spaart en het groenbeheer stukken effectiever maakt. Goed natuurbeheer betekent zo nu en dan slim niks doen.


Klaar voor de winter: Wil en Rinus hebben het maaisel bij de ingang bijeen geharkt, zodat het later makkelijk op de kruiwagens gelegd kan worden. Het wordt warmer. Na twaalven heb ik het grootste deel van het maaiwerk klaar en maak de machine schoon. Maandag maaien we nog twee stukken bij de grote poel en bij het insectenlab. Daarna hebben we alleen hooiwerk. Als het weer blijft meewerken is de maaibeurt over een dikke week klaar. In de weken daarna nemen we een paar ruigtestroken onder handen en dan kunnen we de winter in.

 

Bont zandoogje in bosrand


Zaterdag 7 september 2019: Twee jaar geleden is achter het materiaalhok een grote wilg omgewaaid. De takken op het pad zijn opgeruimd maar het grootste deel van de stam hebben we laten liggen. We zijn nieuwsgierig naar hoe zo'n boom vergaat en wat er allemaal op af komt. Deze week onthulde een schimmel zijn aanwezigheid. Een wit, geel, lichtbruin en oranje gekleurd bouwwerk van enkele decimeters groot hangt aan de binnenkant van wilg. Een zwavelzwam. De schimmel groeit op beschadigde bomen en is niet geliefd bij houtkwekers. Hij veroorzaakt bruinrot. Het binnenste hout van de boom wordt afgebroken en er ontstaat een uitholling. Leuk voor allerlei dieren maar de houthandelaar is planken kwijt.


Paddenstoelen laten staan: Schimmels en hun paddenstoelen zijn niet alleen afbrekers en opruimers. Zelf worden ze ook gebruikt. De zwavelzwam is eetbaar maar wij gooien hem niet in de pan. Wij laten hem staan en oud worden want dan is hij veel nuttiger. Tientallen diersoorten hebben tijdens een deel van hun leven paddenstoelen zoals de zwavelzwam nodig als voedsel of woonruimte.


Klussen vandaag: Ik maak alvast een beginnetje voor het maaiwerk. Eigenlijk beginnen we daar volgende week pas mee. Nu laat ik de messenbalkmaaier over de graspaden lopen en maai een klein graslandje bij de houten brug. Daarna kijk ik of de machine makkelijk de hellinkjes kan nemen bij het insectenlab. Intussen zijn Rinus en Wil aangekomen en samen gaan ze verder met het snoeien van de Canadese kornoelje. Voor de zekerheid vergelijken we de bladeren van de Canadese kornoelje (moet weg) met die van de Rode kornoelje (mag blijven). Je kunt je vergissen maar naast elkaar gelegd zijn de verschillen duidelijk.


Bezoekers: Intussen zijn ook twee dames van de zwerfafvalgroep aangekomen. Voorzitter Kees is op vakantie en de andere mannen van de groep zijn er ook niet. De dames staan er alleen voor maar dat hindert niet. Ze trekken vol goed moed de wijk. Even later komt insectendeskundige Will (met dubbel l) binnen. Hij is terug van een expeditie naar Scandinavië en komt nu de natuurtuin weer doorzoeken op wantsen. Hij vindt nog telkens nieuwe soorten. Ik maai de strook langs de voorkant van de natuurtuin. Later ga ik de snoeiers helpen. Een gezelschap van twee heren en twee dames wandelt geïnteresseerd door de tuin en bekijkt aandachtig de planten en natuurlijk de zwavelzwam. Wanneer de dames van de zwerfafvalgroep terug komen beginnen wij ook onze spullen op te ruimen.  

 

Rinus aan het werk in cirkel 2


Zaterdag 31 augustus 2019: En wéér wordt het heet. Het lijkt op een laatste stuiptrekking van de zoveelste hittegolf want morgen wordt een aangename 21 graden verwacht. Vandaag is ook de laatste dag van het verbeterproject in de voormalige kruidentuin. Drie jaar geleden zijn we begonnen met de uitvoering van het project. In 2017 hebben we tuinplanten, stenen paden en een wirwar van heggetjes en hagen opgeruimd. Sindsdien kunnen wandelaars voor het eerst sinds lange tijd weer bij de natuurtuin naar binnen kijken.


Natuurtuin is natuurlab: Daarna zijn we met het afgraafwerk begonnen. In 2018 en 2019 hebben we 2 cirkels uitgegraven tot op de oorspronkelijke leemgrond. De uitgegraven tuingrond is gebruikt om pal naast de cirkels twee hellingen te maken. In de uitgegraven stukken gaan we niets planten en niets zaaien. Ze zijn bedoeld om te kijken hoe de begroeiing zich spontaan ontwikkelt én wat er gebeurt wanneer hier een of twee keer per jaar wordt gemaaid. Als we helemaal niets doen weten we dat alles dichtgroeit met wilgen en elzenbomen. Dat hoeven we niet uit te proberen. De hellingen met tuingrond zullen zich anders ontwikkelen en dat is mooi te vergelijken met de uitgegraven cirkels. Eigenlijk hebben we hier een levensgroot natuurlab opgezet.


Klussen vandaag: Vandaag kruien Rinus en ik de laatste kruiwagens grond uit cirkel 2. Het knuppelbruggetje op het pad breken we af. De opening vullen we met grond. De rest van de kruiwagens gaat in de oude drainagesloot langs het elzenbosje. Later, wanneer we de oeverzone van de zuidelijke poel breder maken dempen we deze sloot helemaal. Wil duikt weer het wilgenbosje in om de Canadese kornoelje terug te dringen. Op plekken die hij heeft schoongemaakt heeft de struik al weer nieuwe kleine uitlopers gemaakt. Die maaien we binnenkort met de bosmaaier af. Na de koffie werkt Rinus met een hark de nieuwe graafheuvel en cirkel 2 netjes bij. De grond moet egaal zijn zodat de maaimachines er makkelijk overheen kunnen. We hebben veel tijd gestoken in dit stukje natuurtuin maar vanaf nu bestaat het onderhoud uit twee maaibeurten per jaar en veel kijken.


Speuren naar bloemen: Ik loop met Wil een rondje. We zien dat er nog steeds planten in bloei staan. Cirkel 1 die we vorig jaar hebben afgegraven is nu het bloemrijkste stukje natuurtuin. In de graslandjes valt de uitbreiding van de Wilde bertram op. Vele jaren geleden door een vrijwilliger uitgezaaid en toen na een paar seizoenen verdwenen. Twee jaar geleden zag ik voor het eerst opnieuw een paar plantjes vlakbij de grote wilg. Nu is er een strook van de opvallend witte bloemen in dat veld en ik zie zelfs een paar plantjes in het lage noordelijke veldje. Er staan geen grote aantallen planten in bloei in de graslandjes maar wel veel verschillende soorten. Smeerwortel, Wilde bertram, Ruw walstro, Moeras vergeet-mij-nietjes en Zomp vergeet-mij-nietjes, Egelboterbloem, Klein streepzaad, een paar Kale jonkers, zelfs een Echte koekoeksbloem en nog van alles. Overal is nog druk verkeer van insecten.


Nazomer-maaibeurt: Over twee weken beginnen we met de tweede (en laatste) maaibeurt van het seizoen. We beginnen nu drie weken later dan een aantal jaren geleden. We hebben gemerkt dat de planten nog flink uitgroeien in de nazomer. Nu zal dat minder zijn en nieuwe zaailingen krijgen dan meer licht en ruimte.

 

 insecten op Gewone berenklauw


Zaterdag 24 augustus 2019: Het wordt bloedheet vandaag. Geen weer om de hele ochtend te graven. Ik begin vroeg met het grondverzet in Cirkel 2. Nu is het nog lekker werkweer. Wat later komt Wil binnen en na een kop koffie gaan we verder. Wil gaat opnieuw de Canadese kornoelje in het wilgenbosje te lijf. Waar de kornoelje is opgeruimd is alleen kale bodem te zien. Dat is het effect van een invasieve plantensoort. Ze zien er vaak mooi uit maar verdringen alle andere planten en slopen zo stiekem onze natuurlijke leefomgeving.


Zomer wordt ouder: Na een tijdje komt Rinus de gelederen versterken. We graven tot een uur of half elf door en besluiten dan dat het hoog tijd is voor koffie. Na de rust gaat Rinus verder met het graafwerk. Wil en ik vinden het te warm en we lopen een paar inspectie-rondjes door de tuin. Je zou het niet zeggen nu het 30 graden en windstil is maar de zomer is echt over zijn hoogtepunt heen. In de graslandjes is overal nog kleur van bloeiende planten. Maar niet zo massaal als een paar weken geleden. Insecten zijn er ook nog volop. Wanneer we het gras bewegen springt en vliegt er van alles rond. Bij de grote poel zijn kleurige libellen te zien en over de graslandjes fladderen opvallend veel koolwitjes.


Sommige vogels eten konijnen: Voorzitter Kees en oud bestuurslid Agnes komen aan en we lopen afwisselend met de een en de ander rond. Langs het elzenbosje zien we opeens plukken konijnenvacht op de grond liggen. Wie heeft hier een konijn geplukt? Wanneer we omhoog kijken zien we op een tak nog meer plukken konijnenhaar. Konijnen klimmen niet in bomen dus het lijkt er op dat een roofvogel zijn slag geslagen heeft. Welke roofvogel is ons niet duidelijk. Een die sterk genoeg is om een (klein?) konijn naar een tak te dragen en het daar te villen en op te eten. Roofvogels zijn grondige eters wanneer ze niet gestoord worden. Nu is er buiten de plukken vacht geen spoor van het konijn meer te vinden.


Herinrichting voor op schema: Hoog boven de natuurtuin horen we de roep van een buizerd. Drie stuks zweven rondjes op de thermiek. Het is snel warm aan het worden. Zou een buizerd een konijn kunnen vangen en dat dan op een beschutte tak gaan oppeuzelen? Terug bij het insectenlab halen we Rinus op die, zoals altijd, niet te stoppen is met het graafwerk. Cirkel 2 is bijna klaar. De herinrichting van dit stuk natuurtuin is een half jaar eerder klaar dan gepland!

 

Geelrode naaldaar


Zaterdag 17 augustus 2019: Morgen is de laatste open dag van dit seizoen. Ik denk dat die niet zo goed bezocht zal worden als de andere dagen. Vanaf vanmiddag wordt er slecht weer verwacht en zondag veel buien. Toch maar even met de gazonmaaier de paden maaien. De braamstruiken hebben weer hun best gedaan om het pad te veroveren. De takken groeien centimeters per dag en moeten regelmatig worden teruggesnoeid. Daarvoor gebruiken we de accu-heggenschaar. De accu gaat in een handige draagtas en de kans dat we opnieuw door de aansluitkabel knippen is minimaal. Na de paden is de buitenhaag aan de beurt. De hele voorkant en het stuk aan de noordkant is in een klein uurtje bijgewerkt.


Klussen: Voorzitter Kees is tentmateriaal komen brengen voor de open dag. Wil gaat verder met het opruimen van de Canadese kornoelje in het wilgenbosje en Kees zet alvast een tent op. Ik knip wat wilgentakken weg bij de noordelijke haag. Daarna graaf ik het laatste stukje toplaag van cirkel 2 weg. De kluiten verdeel ik over de helling. Ik krijg niet alle graszoden weg want er moet natuurlijk veel gekletst worden. Op het eind van de ochtend is nog een halve vierkante meter toplaag niet afgegraven. Dat doen we volgende week en daarna diepen we nog een deel van cirkel 2 verder uit. Ik denk dat we niet alles af krijgen voordat we aan de nazomer-maaibeurt beginnen. Dat is al over een paar weken. Maar zoals het er nu uit ziet is dit project ruim voor de winter af.


De zomer loopt op zijn eind: Van insecten kijken komt vandaag niet veel terecht. Het is kil en regelmatig miezert het. Insecten zijn niet zo gek als wij en houden zich vandaag schuil. Op veel plekken zijn nog bloeiende planten te zien. Net als vorig jaar om deze tijd springt cirkel 1er uit. De begroeiing in deze afgraving kwam vorig jaar laat op gang, net als dit jaar. Nu, laat in de zomer, staan veel planten volop in bloei. Ook in de graslandjes en bosranden is nog veel kleur te vinden maar het is te zien dat de zomer op zijn eind loopt.  

 

Jakobskruiskruid en Berenklauw

Zaterdag 10 augustus 2019: Het meeste werk voor vandaag is al gedaan wanneer we aankomen. Dinsdag heb ik met de messenbalkmaaier de noordoever van de zuidelijke poel gemaaid. Die gaan wij vaker maaien zodat deze oever zich levendiger kan ontwikkelen. Vrijdag heeft Rinus een flink stuk van cirkel 2 uitgegraven. De graafheuvel is weer flink gegroeid en cirkel 2 begint aardig vorm te krijgen. We sjouwen de takken die Wil vorige week heeft gesnoeid naar de houtwal aan de voorkant. Daar zijn nog steeds twee zwakke plekken die we deze keer goed volstoppen. Er zullen nog veel meer takken bij komen. De Canadese kornoelje heeft grote stukken van het wilgenbosje bezet. Die ruimen we helemaal op. De takken kunnen niet op de grond blijven liggen want dan is het gevaar groot dat ze opnieuw wortel schieten. Ze gaan straks op de takkenhoop om uit te drogen en te vergaan. Ik schat dat we de Canadese kornoelje deze winter klein hebben. Daarna kunnen we een paar keer per seizoen met de bosmaaier jonge scheuten afmaaien. Net zo lang tot we de struik definitief kwijt zijn.

Overs zuidelijke poel gemaaid: Een flink deel van de ochtend ben ik in de zuidelijke poel bezig. Het gemaaide riet (in totaal 6 hooikruiwagens) gaat naar de houtstapel in het elzenbosje. Op het eind van de ochtend heb ik nog tijd om ook de zuidoever van de poel te maaien. Vorig jaar hebben we hier een enorme struikenbarrière opgeruimd. Dat was om de graafmachine door te laten die de poel zou uitbaggeren. Het baggerwerk is uitgesteld tot eind dit jaar en de struiken zijn weer aan het uitgroeien. We hebben een nieuw slagmes voor de bosmaaier op de bosmaaier gezet en dit is een mooie gelegenheid om het uit te proberen. Na een uurtje is de noordoever gemaaid en het maaisel aan de kant geharkt.

Verbeteren zuidelijke poel: De zuidelijke poel ligt nu aan twee kanten open. Vanuit het zuiden kunnen zon en wind ongehinderd inwerken op het water en de oevers. De poel wordt door de gemeente uitgebaggerd zodat hij niet zo snel droogvalt. Aan de noordkant verlagen wij een strook zodat we een brede oeverzone krijgen. De grond die daarbij vrijkomt gebruiken we om een oude drainagesloot te dempen. De poel wordt door al die maatregelen aantrekkelijker voor amfibieën en insecten.

Verdwenen Soldaatjes: We nemen ook vandaag de tijd om lekker rond te kijken. Ook oud bestuurslid Agnes komt een kijkje nemen. De Gewone berenklauw zit nog steeds vol beestjes. Zweefvliegen, Bijvliegen, kleine Wenkvliegen, Wespen van allerlei formaat, noem maar op. Het valt Wil op dat er geen Soldaatjes zijn te zien. Inderdaad, niet één. Vorige week en de weken daarvoor waren de Soldaatjes niet te tellen. Overal zaten ze. Nu zijn ze verdwenen. Op een bosje Jakobskruiskruid zit een Kleine vuurvlinder. De eerste die we dit jaar zien. Koolwitje, Bruin, Bont en Oranje zandoogje, Citroenvlinder hebben we vaak gezien. Oranjetipje ook, maar dat leken er minder dan andere jaren. En nu dus ook nog een Kleine vuurvlinder. De zomer is nog niet voorbij dus gaan we er vast nog meer zien.



wespje op Boerenwormkruid

Zaterdag 3 augustus 2019: De eerste zaterdag van de maand. De natuurtuin dient vandaag weer als uitvalsbasis voor de zwerfafvalgroep. Vandaag trekken zes mensen de wijk in op jacht naar (hopelijk weinig) zwerfafval. Ik loop een rondje met de gazonmaaier over de paden. Daarna graven we weer een stuk af van cirkel 2, het tweede stuk bij het insectenlab waar we de tuingrond verwijderen. Inmiddels zijn we ruim over de helft van deze graafklus en vandaag gaan zo'n dertig volle kruiwagens op de graafheuvel. Vorige week hebben we het hoogste punt bereikt en nu verdelen we de vrachtjes over de helling. Ik schat dat we niet alle grond uit cirkel 2 op deze graafheuvel kwijt kunnen. Waarschijnlijk zullen we over enkele weken de laatste kruiwagens op het dijkje langs de voorkant moeten legen.

Canadese kornoelje: Wil gaat verder in het wilgenbosje. Vorige week is hij begonnen de Canadese kornoelje weg te snoeien. Inmiddels is duidelijk dat deze exoot een flink deel van het bosje heeft overgenomen. Door zijn extreem dichte bladerdak groeit er niets anders. Het opruimen gaat een paar jaar duren. Na de eerste grote opruimbeurt zullen we een paar keer per seizoen de nieuwe scheuten afknippen totdat de struik het opgeeft.

Net op tijd: Eigenlijk zijn we net op tijd met deze aanpak. Alle hoge Elzen in dit bosje gaan weg. Daardoor dringt veel meer zonlicht binnen in het bosje. De bedoeling is om zo meer variatie in begroeiing te krijgen. Als we niks doen aan de Canadese kornoelje zal die het extra licht gebruiken om verder uit te breiden. In plaats van meer variatie houden we dan een bosje met alleen wilgen en Canadese kornoelje over. De Elzen die we nu ringen zullen over 2 jaar gaan aftakelen en steeds meer licht doorlaten. Dat is voldoende tijd om de Canadese kornoelje op te ruimen.

Zwerfafval maaien: Door een onverwacht buitje moeten we even pauzeren in de container. Wim, een van de leden van de zwerfafvalgroep komt ook schuilen. Een goed excuus om aan de koffie te gaan. Wim beklaagt zich over de plantsoenmaaiers. Blijkbaar maaien ze gewoon over stukken plastic en blik heen zodat het afvalprobleem nog groter wordt. Hij zal voorzitter Kees vragen het bij de gemeente aan te kaarten. Intussen wandelen een vader met zoontje en wat later een opa met kleinkind de tuin in. Niet iedereen laat zich door een regenbuitje afschrikken.

Insectenmagneten: Wanneer het droog wordt gaan wij nog even verder met klussen en druppelt de rest van de zwerfafvalgroep binnen. Wil heeft een flinke stapel takken van de Canadese kornoelje op het pad gelegd. Die slepen we volgende week naar twee zwakke plekken in de houtwal. Waar de Canadese kornoelje weg is blijft onbegroeide bodem over. Goed idee om deze struik op te ruimen.

Terwijl Wil en Rinus het gereedschap schoonmaken loop ik nog eens rond. De temperatuur stijgt en meteen zijn er meer insecten te zien. Vooral Koninginnenkruid en Gewone berenklauw zijn insectenmagneten.

Aanpassing maaibeheer: Op de graslandjes is te merken dat de zomer vordert. Stukken met langer gras zijn door wind en regen platgeslagen. Op stukken die al een keer zijn gemaaid is de begroeiing lager en vallen de Kattenstaarten op. Van een afstand lijken het net orchideeën. Flinke stukken rondom de poelen zijn begroeid met Riet. Zo'n rietkraag is een interessant leefgebied maar toch willen we een paar stukken twee keer per seizoen gaan maaien om ze gevarieerder te krijgen. We denken daarbij aan de noordoever van de zuidelijke poel en de oostoever van de grote poel. Het is alweer ver na twaalf uur wanneer we alles afsluiten.

Speerdistels

Zaterdag 27 juli 2019: Eindelijk is er een merkbare hoeveelheid regen gevallen. In de noordelijke poel staat een klein plasje water. Ook in cirkel 2 die we nu bij het insectenlab afgraven. Komende dagen wordt nog meer regen verwacht. Mogelijk verloopt de zomer minder droog dan vorig jaar. Ik doe een rondje klein onderhoud langs de houtwal en bij de noordelijke poel. Waar ik Veelbloemige roos vind snoei ik hem zo diep mogelijk af. Vlakbij de noordelijke poel staan nog wat plukjes Late guldenroede. Een deel trek ik uit de grond en twee grotere groepen knip ik met de heggenschaar kort.

Beheerfouten oplossen: Door groenbeheerfouten in het verleden hebben we ook in de natuurtuin te maken met enkele invasieve planten. Die proberen we zo efficiënt mogelijk te bestrijden. De precieze methode verschilt van plant tot plant maar door een consequente aanpak hebben we ze flink teruggedrongen. De Reuzenberenklauw zijn we al kwijt. Late guldenroede duikt op sommige plaatsen nog op maar dat worden er minder. We testen nog welke methode het beste werkt tegen de Bonte gele dovenetel. Afdekken met maaisel helpt tijdelijk. Bedekken met maaisel en daarna een laag grond lijkt beter te werken. Veelbloemige roos knippen we elke keer zo diep mogelijk weg om hem uit te putten.

Canadese kornoelje: Vandaag maakt Wil een begin met het opruimen van de Canadese kornoelje. Een struik die al jaren in het wilgenbosje groeit maar stiekem steeds meer plek heeft ingenomen. Waar Canadese kornoelje staat groeit niks anders. Het dichte bladerendek houdt alle zonlicht tegen. We passen dezelfde methode toe als bij de Veelbloemige roos: Niet proberen om alles in een keer weg te krijgen maar systematisch uitputten totdat hij verdwenen is. Vandaag zaagt Wil een flink aantal scheuten af vlakbij het insectenlab.

Graafheuvel: De grote hitte is uit de lucht en het is prettig werkweer. Ik raak zoals gewoonlijk de tel kwijt maar heb vandaag ruim 10 kruiwagens op de graafheuvel gebracht. Die is nu op zijn hoogste punt, gelijk met de bovenkant van de stenen muur. Met de rest van de grond maken we de heuvel glooiend zodat er makkelijk een maaimachine overheen kan. Wanneer ik even later van een afstand foto's maak zie ik een jong konijn nieuwsgierig op de graafheuvel rondscharrelen. Dat belooft wat.

Soldaatjes en konijnen: Ondanks het prettige weer komen er weinig mensen langs. Voorzitter Kees komt een rondje maken en later zwerft een wandelaar door de natuurtuin. Vanmorgen regende het en daarna blijven mensen nog lang binnen zitten. We beginnen op tijd met ons monitor-rondje. We zien weer veel Zweefvliegen, Bijvliegen, klein spul dat we niet op naam kunnen brengen en heel erg veel soldaatjes. Nauwelijks vlinders vandaag. Op de heuvel bij de ingang zien we twee konijnen. De grootste van de twee is snel verdwenen. De kleinste, een jong, blijft zitten tussen het gras. We kunnen vlakbij komen. Ik maak rustig een foto. Het kleine konijn zit laag bij de grond, oren plat tegen het lijf en ademt zenuwachtig. Is het beest ziek of heeft het nog niet geleerd zich goed te verstoppen.? Wanneer we verder lopen houdt het konijntje het niet meer en sprint weg. Na een paar meter rennen verdwijnt het met grote huppelsprongen tussen de planten.


Soldaatje op Gewone berenklauwZaterdag 20 juli 2019: Misschien gaat het vanmiddag flink regenen. Misschien, want de verwachte millimeters neerslag worden steeds verder naar beneden bijgesteld. Van mij mag er een flinke bak regen vallen en daarna nog meer. Natte natuur werkt het best als het nat is. Een moerassig beekdal als de Bundertjes ontwikkelt zich met waterplassen en drassigheid. Regenwater, kwelwater en overstromende beekjes. Daar moet de Bundertjes het van hebben. Waarschijnlijk gaat dat niet snel gebeuren. We houden zo goed mogelijk bij welke effecten de droogte op de natuurtuin heeft. Want interessant is het natuurlijk wel.

Droogte positief en negatief: De poelen worden er niet beter op. De noordelijke poel is droog en in de zuidelijke poel staat nog maar een dun laagje water. Hopelijk gaat het plan door om deze poel uit te baggeren. Hij wordt dan dieper en zal langer water houden. Het peil in de grote poel is weer hard gedaald. Vorig jaar is hij drooggevallen. Positief gevolg daarvan is dat de stekelbaarsjes zijn verdwenen. Hierdoor hebben we dit jaar merkbaar mee larven van salamanders gezien. Rinus meldde dat er veel minder libellenlarven zijn gevangen bij het waterbeestjes scheppen. Die leven een paar jaar in het water en een droogvallende poel zal ze geen goed doen. Enkele mooie waterplanten, Watergentiaan en Veenwortel heb ik dit jaar niet meer gezien. Maar in de bijna drooggevallen zuidelijke poel staat Watertorkruid eigenwijs uitbundig te groeien en bloeien.

Hoge graslandjes: Ons graslandbeheer is gericht op terugdringen van grassen en het stimuleren van andere wilde planten. Nu we dat een aantal jaren toepassen zijn de graslandjes minder eentonig en groeien er steeds meer kleurige bloeiers . Ik verwachtte een terugslag door de hete zomer van vorig jaar maar de droogte heeft waarschijnlijk een handje geholpen. Zeker in de hogere stukken heeft het gras flinke klappen gekregen. Daar hebben planten die zich makkelijk uitzaaien van geprofiteerd. Op de drogere stukken doen Dagkoekoeksbloemen het goed en de strook langs de knotwilgen kleurt geel door Klein streepzaad. Ik zie ook op meer plaatsen Jakobskruiskruid en Speerdistel. In de buurt van de container zijn veel meer planten in bloei zijn gekomen. Waarschijnlijk komt dat door het verdwijnen van de grote wilgen.

Lage graslandjes: De lage graslandjes lijken (nog) geen last van droogte te hebben. Het is een afwisselend geheel van gemaaide en ongemaaide stukken. Lage en hoge planten met veel verschillende kleuren. Bij gunstig weer zijn veel bloembezoekende insecten te zien. Cirkel 1 (het stuk dat we vorig jaar hebben afgegraven) ontwikkelt zich geweldig. Moerasandoorn, Grote Kattenstaart, Hypericum, Klavers, Basterdwederik en veel meer doen de zweetdruppeltjes van het graafwerk vergeten.

Klussen: Morgen is het weer open dag. We maaien de paden, de strook aan de voorkant en knippen de bramen terug. Midden op het pad bij cirkel 1 ligt een dode egel. Hoe lang hij er al ligt weet ik niet. Lang genoeg om gedeeltelijk te zijn verteerd. De oogkassen zijn leeg gegeten. Het is druk met grote en kleine vliegen. Ik haal een schop uit het gereedschapshok, schep het egel-lijkje op en kieper het in het wilgenbosje. Een tijdje blijft een weeïge lucht hangen. De plek waar de egel heeft gelegen trekt nog lang vliegen.

Vlinder-app: Rinus is inmiddels weer met het graafwerk begonnen. Wil en ik helpen mee. Intussen is er aanloop van insectendeskundige Will, oud-bestuurslid Agnes, voorzitter Kees en een stuk of vijf wandelaars die een rondje natuurtuin doen. We hebben op het laatst nog even tijd om de app van de vlinderstichting uit te proberen. We noteren 2 Citroenvlinders, een Bruin zandoogje en een Oranje zandoogje. We zien meer vlinders maar die zijn te ver weg en/of blijven niet stilzitten dus die krijgen we niet op naam. Morgen kunnen we het nog een keer proberen.

Heksenkruidsteltwants

Zaterdag 13 juli 2019: Wil heeft de draden van de accu-heggenschaar gerepareerd. Vorige week heb ik er in mijn enthousiasme dwars doorheen gesnoeid. Vandaag moet blijken of alleen de kabel kapot was of dat er nog meer beschadigd is. In eerste instantie geeft het apparaat geen kik. Na een kleine aanpassing bij de oververhittings-beveiliging werkt alles zoals het hoort. Opluchting. De accu-heggenschaar loopt dankzij het monteurswerk van Wil weer perfect.

Maai-en graafwerk: Afgelopen week heb ik het stuk dat nog afgegraven moet worden en de strook langs de houtwal aan de voorkant gemaaid. Een klusje voor de bosmaaier. Omdat de motorbosmaaier een hoop herrie maakt gebruiken we die liever niet op zaterdagochtend. Zeker niet aan de voorkant van de natuurtuin die pal tegen de woonwijk ligt. Door regelmatig langs de voorkant te maaien blijft er vanaf het wandelpad goed uitzicht over de natuurtuin. Het afgraafwerk gaat een stuk makkelijker nu het gras kort is. Ik steek nu met gemak de bovenste laag met de graswortels af. Vandaag gaan ongeveer 10 kruiwagens de graafheuvel op.

Bosbeheer: We willen nu wel eens weten hoe lang de stihl-accu mee gaat. We gebruiken nog steeds de eerste lading. De accu gaat in de kettingzaag en we gaan elzen ringen in het wilgenbosje. We zijn al lang bezig om geleidelijk de hoge bomen (elzen en essen) uit het kleine wilgenbosje te halen. Er is daardoor een duidelijke opleving te zien van de begroeiing op de bodem en in de struiklaag. Dit willen we verder ontwikkelen. Een wandelpad langs de noordkant van het wilgenbosje hebben we laten dichtgroeien. De bomen aan die kant kunnen we nu allemaal ringen. Geringde bomen zijn een waardevolle leefomgeving voor veel grote en kleine organismen. Dode bomen zitten vol leven en dankzij het extra zonlicht op de bodem leeft het hele bosje op.

Bijzondere insectensoorten: Intussen is Will (met dubbel l) de insectendeskundige binnengewandeld. Hij is al een paar keer in de natuurtuin geweest om die te onderzoeken op wantsen. Wantsen zijn een grote en gevarieerde groep insecten. Will heeft tot nu toe zo'n 70 verschillende soorten genoteerd in de natuurtuin. Daaronder enkele die weinig worden gezien. Bijvoorbeeld de Heksenkruidsteltwants. Een flinke wants die wel wat lijkt op een Langpootmug. De Heksenkruidsteltwants leeft alleen op Heksenkruid en zuigt de plantensappen op. Op schaduwrijke plekjes in de natuurtuin groeit Groot heksenkruid en daar maakt de Heksenkruidsteltwants dankbaar gebruik van. Het is de eerste keer sinds 1980 dat deze wants in onze streek is genoteerd.

Canadese kornoelje: Terwijl Will zijn onderzoek voortzet, ringen wij 24 elzen voordat de accu leeg is. Het vrij knippen van de stammen is eigenlijk het meeste werk. Onder de wilgen staat veel Canadese kornoelje. Een tuinstruik die overal in Nederland is verwilderd. Waar de takken de grond raken wortelt hij en vormt nieuwe uitlopers. Hij staat al jaren in dit bosje maar nu we hier bezig zijn valt hij extra op. Als straks hier meer zonlicht komt zal de Canadese kornoelje het bosje overnemen en wordt de onderbegroeiing weer net zo armoedig als eerst. Met regelmatige snoei-rondes zullen we de tuinplant weg gaan werken.

Leuke verrassingen: We komen ook positieve dingen tegen: Aan de noordkant van het wilgenbosje blijkt Wilde kamperfoelie te groeien. We dachten dat alleen in het elzenbosje een handjevol Wilde kamperfoelie stond. Ook zien we meer Sporkehout dan verwacht. Sporkehout is een kleine boomsoort die belangrijk is voor verschillende vlindersoorten en waarvan de bessen door veel vogels worden gegeten. Ook Wilde kamperfoelie en het Sporkehout zullen het straks beter gaan doen.

Fraaie schijnbok op Bermooievaarsbek

Zaterdag 6 juli 2019: Vandaag staat er weer graafwerk op het programma maar eerst werk ik de buitenhaag bij met de nieuwe accu-heggenschaar. Het is nu de derde keer dat we de buitenhaag met dit nieuwe gereedschap snoeien. Nog steeds gebruiken we de eerste acculading. Tussendoor hebben we daar ook nog houtblokken voor het insectenlab mee gezaagd. Ik vraag mij af wanneer die accu nou eens leeg raakt. Wanneer hij deze snoeibeurt volhoudt stoppen we de accu in de kettingzaag en werken we net zo lang door tot hij leeg is. De buitenhaag is op twee meter na klaar en de heggenschaar houdt er mee op. Ik had verwacht dat de accukracht langzaam zou afnemen maar niet dat hij van het ene moment na het andere zou stoppen. Ik ga de accu verwisselen en ontdek dan pas dat ik met mijn enthousiaste gesnoei dwars door de aansluitkabel heb gezaagd.

Klussen vandaag: Wil en ik bekijken later de schade. De kabel is makkelijk te repareren maar misschien is een nieuwe ook niet duur. Ik zal het komende week uitzoeken. Wil gaat nog enkele uitgelopen bomen te lijf terwijl Rinus en ik cirkel 2 bij het insectenlab verder uitgraven. Ook de zwerfafvalgroep is er weer en maakt zich op voor de ronde door de wijk. We sjouwen weer een flink aantal kruiwagens vanuit de afgraving op de graafheuvel die nu bijna even hoog is als de stenen muur. Om half elf besluiten we dat we koffie hebben verdiend en onderbreken we het gezwoeg. Eigenlijk is het te heet voor dit werk.


Zweefvliegen en wantsen: Na de koffie maken Wil en ik het monitoring rondje. We bedenken hoe we misschien zelf een handige zoekkaart kunnen samenstellen. Voor hommels en vlinders hebben we aan een eenvoudig geheugensteuntje genoeg. Zweefvliegen (een belangrijke groep bestuivers) kunnen we op groep indelen. We kunnen goede voorbeeldfoto's downloaden en op een kaart printen. Rinus heeft Will (met dubbel l) opgebeld om langs te komen om wat petrischaaltjes op te halen. Die kan Will goed gebruiken om zijn insectenvangsten te bestuderen. En nu hij toch hier is neemt hij meteen zijn insectennet mee om nog een ronde door de natuurtuin te maken. Hij heeft inmiddels een indrukwekkende lijst wantsen kunnen noteren.

Gezellig bezoek: Een vader met twee kinderen en later nog twee heren maken een rondje door de tuin. De zwerfafvalgroep is terug en maakt het zich makkelijk bij de container. Ik kijk of ik nog goede foto's kan maken van zweefvliegen en andere insecten. In afgegraven cirkel 1 kom ik een mooie metallic groene kever tegen. We hebben hem al vaker in de natuurtuin gezien het is een Fraaie schijnboktor. Een terechte naam. Aan de overkant van de cirkel zie ik ineens een trouwe tuinbezoeker, de zwart-witte kat,die me vanachter het gras zit aan te kijken. Hij voelt zich op zijn gemak en beschouwt de natuurtuin blijkbaar als zijn privé terrein. Maar hij blijft afstand houden. Op minder dan 10 meter afstand is hij nog niet gekomen.

Inmiddels zijn de meeste bezoekers en zwerfafvalmensen weg en ruimen we de laatste spullen op. Wie weet krijgen we vanmiddag of vanavond een spatje regen. Dat zou niet overbodig zijn want het waterpeil in de grote poel is alweer hard op weg naar de bodem. We merken het van zelf.


Hypericum

Zaterdag 29 juni 2019: Een warme week achter de rug en vandaag knallend heet. Dik 30 graden gaat het worden. De kleine noordelijke poel is nagenoeg droog. In de zuidelijke en de grote poel staat nog ruim water maar het waterpeil is zakt. Het lijkt er op dat we een warme en vooral weer droge zomer gaan krijgen. Ik zie liever een natte moerassige natuurtuin maar het is zoals het is. We zien nog geen reden om het groenbeheer aan te passen. Wat we wel doen is goed kijken en bijhouden wat de droogte doet met alles wat er in de natuurtuin gebeurt.

Ik ben vergeten benzine te kopen maar met het laatste restje krijg ik makkelijk alle paden gemaaid. Daarna knip ik met een heggenschaar wat braamtakken weg. De bramen hebben het goed naar hun zin en de uitschieters groeien tientallen centimeters per week. Niet fijn wanneer die over de paden hangen.

Interessante ontwikkelingen: Ik begin op mijn gemak met het graafwerk. Veel ga ik niet doen met dit hete weer. Het stuk dat vorig jaar is afgegraven is een goed excuus om het graven te onderbreken. Nu de zomer vordert komen hier steeds meer planten in bloei. Daardoor is makkelijker te zien welke soorten het zijn. Er ontwikkelt zich een interessante en afwisselende begroeiing. Een mengsel van planten die ook in de voormalige kruidentuin stonden (Zilverschoon, Damastbloem en een Zuid Amerikaanse IJzerhard bijvoorbeeld), planten die in de graslandjes verderop in de natuurtuin staan (Grote kattenstaart, Moerasandoorn, Witte klaver) en onverwachte nieuwkomers (Citroengele honingklaver, inheemse IJzerhard). Een groot deel van het stuk is niet begroeid en gaat nog gekoloniseerd worden. De komende jaren zijn we hier nog niet uitgekeken.

Onderzoek in de natuurtuin: Wat later komt Rinus binnen en ook hij gaat in heet-weer tempo grond kruien. Wil vernieuwd intussen de banden van de laatste twee kruiwagens. Nu zijn alle kruiwagens voorzien van nieuwe stevige 4-ply binnen- en buitenbanden. Hopelijk maakt dat een einde aan de lange reeks lekken. Roel, de vlinder- en libellendeskundige loopt vandaag door de natuurtuin. Ook hij is benieuwd wat de droogte van vorig jaar met deze insecten gedaan heeft. Wij zijn ook blij met dit bezoek want zo krijgen wij een goed inzicht in de soortenrijkdom aan vlinders en libellen in de natuurtuin. Dit jaar wordt de natuurtuin goed onderzocht. Behalve libellenkenner Roel doorzoekt ook insectendeskundige Will de natuurtuin. Hij gaat de verschillende wantsen in kaart brengen. Deze specialisten zijn een welkome aanvulling op de lijstjes met vangsten van basisscholen die waterbeestjes scheppen en onze eigen informatie over de planten en de ontwikkelingen in het insectenlab.

Appelflappen en een zeldzame libelle: Voorzitter Kees heeft vandaag niet veel tijd maar gelukkig wel om onze watervoorraad aan te vullen en appelflappen voor ons achter te laten. Die gaan met de koffie snel op. Roel komt terug van zijn ronde en vermoedt dat hij een redelijk zeldzame soort heeft gezien. Hij gaat thuis de foto's bestuderen om zekerheid te krijgen. Later mailt hij dat het inderdaad om de Zuidelijke glazenmaker gaat. Een Zuid-Europese soort die waarschijnlijk met het warme weer is meegekomen. Naast deze zeldzame buitenlander heeft Roel vandaag nog twee nieuwe libellen gezien. De Bloedrode heidelibel en de Houtpantserjuffer. Prachtige namen voor schitterende beestjes. In totaal heeft Roel nu 24 libellensoorten in de natuurtuin gezien.

Veel vlinders: Het is verbazend hoeveel vlinders vandaag rondvliegen. Koolwitjes, Citroenvlinders, Grote Dikkopjes en vooral de aantallen Bruine zandoogjes vallen op. We hebben er nog nooit zoveel tegelijk gezien. Ik schat dat er enkele tientallen boven de graslandje en ruigtes van de natuurtuin rondfladderen. Een paar weken geleden hadden we dit niet verwacht. We vonden het aantal voorjaarsvlinders tegenvallen maar de zomervlinders lijken zich prima te redden. Roel was dat ook opgevallen. Rinus zegt dat er bij de excursies van deze week zelfs nog meer vlinders waren te zien. Zo zie je weer dat je niet vaak genoeg de natuur in kunt trekken. Zo gauw je dat niet doet mis je van alles.

Welriekende agrimonieZaterdag 22 juni 2019: Vandaag wordt het warm en komende week heet. Ik heb een bahco meegebracht om de poort te repareren. Voorzitter Kees leidde gisteren een excursie van basisschool Dierdonk door de natuurtuin. Van tevoren wilde hij de poort openen en ging het slot niet open. Het hangslot doet wel vaker moeilijk. We hebben een nieuw slot maar daar moeten nog extra sleutels voor gemaakt worden. Het oude slot zat er en weigerde te gehoorzamen. Met de kinderen in aantocht was een snelle oplossing geboden. Jaren geleden is een van de ogen waarin het hangslot hangt doorgezaagd en omgebogen om een defect hangslot te verwijderen. Het oog is weer rechtgebogen maar de truc zou herhaald kunnen worden. Kees vond geen tang maar wel een hamer waarmee de opstandige poort bedwongen kon worden. Het metalen oog was snel open geslagen. De Dierdonk kinderen konden later door het kordate optreden van voorzitter Kees ongehinderd op excursie in de natuurtuin. Jammer dat Kees niet had bedacht dat de twee hangsloten van de poort en de container verwisseld zouden kunnen zijn. Had hij de andere sleutel geprobeerd dan was hij zo naar binnen gewandeld.

Klussen vandaag: De poort is snel gerepareerd maar bij nog een keer buigen zal het ijzer het begeven denk ik. Ik graaf grond af bij het insectenlab. Ondanks de warmte lukt dat vandaag goed. Voor ik het weet heb ik een tiental kruiwagens naar de nieuwe graafheuvel gebracht. We zijn nu ongeveer halverwege deze fase van het graafwerk. Wil gaat verder met zijn ronde langs de boomstompen. Hij kapt en zaagt uitlopende takken af. Een paar keer per jaar houden we zo'n rondje om te zorgen dat deze bomen uiteindelijk afsterven. Halverwege de ochtend buitelen drie grote honden de natuurtuin binnen. Ze hebben dolle pret met elkaar en luisteren voor geen meter naar de baasjes buiten de poort. De baasjes doen hun best de honden de tuin uit te krijgen en na een tijdje lukt dat ook nog.

Monitoring insecten: Om 11 uur stoppen we met klussen en gaan we monitoren. We lopen komende tijd elke zaterdag proefrondjes om zoekkaarten te testen en te oefenen met het herkennen van (bestuivende) insecten. We komen van alles tegen wat we niet op naam kunnen brengen. Deels omdat de beestjes niet stil willen zitten, deels omdat er best veel onhandige zoekkaarten zijn. Vlinders zijn het makkelijkst te herkennen. We zien verschillende Grote koolwitjes, Dikkopjes, een Blauwtje, een Gehakkelde aurelia en meerdere Bruine zandoogjes. Op sommige plekken tussen het gras zien we Bruine zandoogjes zoeken terwijl er nauwelijks bloemen zijn. We denken dat ze een plek zoeken om eitjes af te zetten. Veel vlinders doen dat op grasplanten. Goed om dit gedrag te zien. Dit kunnen we gebruiken om te bepalen waar we niet maaien bij de nazomer-maaibeurt. Dat spaart ons een beetje werk en helpt de toch al zo geplaagde insectenbevolking een handje.

IVN cursisten

Zaterdag 15 juni 2019: Het regent waarschijnlijk de hele ochtend en morgen is het open dag. Ik weet niet of de anderen komen en besluit om met de heggenschaar de buitenhaag wat vrij te knippen. De haag staat vlak langs de houtwal waarin jarenlang hout is vergaan. De voedingsstoffen die daarbij vrijkomen worden met smaak gegeten door brandnetels en andere planten. Die snelle groeiers moeten we een paar keer per seizoen kortwieken. Door de voorspelde nattigheid heb ik de accu van de accuheggenschaar niet meegenomen. Jammer, want zodra ik met het snoeiwerk begin houdt het op met regenen. Met de handschaar gaat deze klus niet zo snel en netjes maar ik na een uurtje is het toch klaar.

Veelbloemige roos: Met een snoeitang knip ik op drie plekken veelbloemige roos zo ver mogelijk tegen de grond terug. Dit is een rijkbloeiende struik met lekker ruikende bloemen die veel insecten trekt. Om die redenen is hij door groene enthousiastelingen in de natuurtuin gehaald. De plant krijgt de laatste jaren vervelende trekjes. Onder de struik groeit niets anders. Naarmate hij verder uitgroeit wordt dat probleem groter. Bovendien zaait hij zich flink uit. Reden voor ons om de uit oost Azië afkomstige struik op ons lijstje invasieve soorten te zetten. Wanneer we de veelbloemige roos tegen komen snoeien we hem weg. Een website over invasieve plantensoorten geeft ons weinig kans. Zij stellen dat de plant met wortel en al moet worden uitgegraven. Wij zijn liever lui dan moe en proberen de plant eerst op deze manier uit te putten. Hij breidt zich zo in ieder geval niet meer uit en uitgraven kan altijd nog.

IVN: Een cursusgroep van het IVN bezoekt vandaag de natuurtuin. Ze komen waterbeestjes scheppen. De groep verzamelt zich bij de container en Rinus gaat mee als begeleider. Wil is er ook, net als insectenonderzoeker Will (met dubbel l). Terwijl Will naar wantsen speurt en de cursusgroep zich prima vermaakt met het waterleven gaat Wil verder met het controleren van uitlopende boomstompen. Ik graaf nog enkele kruiwagens grond af bij het insectenhotel.

Salamanders: Gaandeweg de ochtend krijgt de cursusgroep gezelschap van een drietal jongetjes dat de voetbal achterlaat om mee te doen met de beestjesscheppers. Tussen twee kruiwagens door neem ik een kijkje op de brug en alweer is de vangst enorm. Van enkele grote spinnende watertorren tot tientallen kleine larfjes en een drietal volwassen salamanders. Ik waag mij niet aan een uitspraak over welke soorten het zijn. We zijn nog steeds bezig uit te zoeken of een salamander die vorige week gevangen is een kamsalamander is of niet. Mij valt op dat er twee bedekt zijn met een vachtje van schimmeldraden. Misschien is het een onschuldig iets, misschien zijn ze serieus ziek. Ik zal een foto opsturen naar de amfibieënclub.

Kleinkinderen: Wanneer de enthousiaste cursisten zijn vertrokken gaat Rinus verder met graafwerk en krijg ik bezoek van twee van mijn kleinkinderen met de ouders. Ook wij gaan op jacht naar waterleven. Twee van de drie voetballertjes zijn nog steeds aan het scheppen en noteren zorgvuldig elke vangst op een telformulier dat ze later inleveren. Ook wij vangen de ene na de andere salamanderlarve. Sinds de stekelbaarzen zijn verdwenen doen die het uitzonderlijk goed. Na een uurtje hebben de kinderen genoeg gevangen en ruimen we op. Onderweg halen we Rinus van het graafwerk, kletsen nog wat na en sluiten af.

slootjesdag 2019

Zaterdag 8 juni 2019: Het is bewolkt, winderig en zo nu en dan valt er een regenbuitje. We hebben stormachtige dagen achter de rug. Ik verwacht een paar omgewaaide bomen te zien. Er liggen een paar dikke takken. Dat is alles. Naast de poort is een zwakke plek in de omheining ontstaan. Iemand klautert blijkbaar regelmatig over de kleine houtwal en dat is niet de bedoeling. De afgewaaide takken gaan in de opening. Volgende week maken we de doorloop beter dicht.

Adderwortel: Bij ons afgraafwerk zijn we gestuit op een stukje dat begroeit is met Adderwortel. Het plantje is daar niet vanzelf gekomen. Het is ooit aangeplant door een enthousiaste tuinier. Tegenwoordig doen we dat niet meer omdat de meeste aangevoerde planten óf niks doen óf juist gaan woekeren en grote problemen geven. Maar de Adderwortel past goed op dit drassige stukje. Afgraven en op de droge graafheuvel gooien zal het plantje geen goed doen. Mijn plan is om de bovenste laag met de meeste Adderwortels af te steken en in de greppel bij de zuidelijke poel te leggen. Daar staat de plant vochtig. De rest van de grond gaat later gewoon op de graafheuvel. De Adderwortels komen door dit gegraaf op drie verschillende plekken terecht. Een deel in de vochtige greppel, een deel op de relatief droge graafheuvel en een deel blijft achter in het afgeplagde stuk. Zo merken we vanzelf waar hij het beste groeit.

Boomstompen: Terwijl ik de Adderwortel transplanteer controleert Wil boomstompen die opnieuw uitlopen. Het zijn bomen die de afgelopen jaren om verschillende redenen zijn gekapt. We willen dat ze afsterven en dus kappen we een paar keer per jaar de verse takken af. Na verloop van tijd geeft de boomstomp het op en wordt hij jarenlang door allerlei grotere en vooral kleinere organismen gebruikt.

Druk bezoek: Tegen tienen stroomt het Jeugd IVN de tuin in. Vandaag is de jaarlijkse IVN slootjesdag en de jeugd komt waterbeestjes scheppen. Een enthousiaste insectenliefhebber komt kijken of er interessante wantsen te vinden zijn in de natuurtuin. Weer wat later komt de zwerfafvalgroep binnen om de verjaardag van voorzitter Kees te vieren. Er wordt een tafel met stoelen klaargezet en koffie en zelfgebakken appeltaart geserveerd. Wil en ik zijn intussen meegelopen met de insectenman. Hij test verschillende plekken in de natuurtuin met zijn schepnetje en beoordeeld daarna zorgvuldig zijn vangsten. We horen veel namen die we niet onthouden maar de man is dik tevreden en benieuwd wat er nog meer te vinden is. Hij komt vaker terug om de natuurtuin systematisch uit te pluizen op wantsensoorten.

Onderzoek: Terug bij de container sluiten we aan bij de feestelijkheden van de zwerfafvalgroep. Het waterbeestjes scheppen is afgelopen. De kinderen en begeleiders brengen de netjes en bakjes terug. Er zijn interessante beestjes gevangen en binnenkort krijgen we een lijstje met de vangsten. Die lijstjes verzamelen we van alle excursies in de natuurtuin. Beginnende en ervaren onderzoekers doen mee aan onderzoek naar biodiversiteit in de natuurtuin en de Bundertjes.

Gele waterkers

Zaterdag 1 juni 2019: De zomer geeft een voorproefje. Het wordt warm en morgen waarschijnlijk 31 graden. Zo gauw ik aan kom krui ik het maaisel weg bij het insectenlab. Het is het laatste restje van de voorjaarsmaaibeurt. Drie volle hooikruiwagens gaan bovenop de takkenhoop in het elzenbosje. Het is nog niet echt warm en het belangrijkste werkje van vandaag zit er alweer op. Terwijl ik de hooikruiwagen opruim meen ik een Wielewaal te horen. Even maar. Wanneer ik echt luister houdt hij op. Stomme Wielewaal. Genoeg andere vogels die zich wel laten horen. Ook de koekoek is er nog steeds bij.

Buitenhaag snoeien: Het laatste maaisel is weg. De voorjaarsmaaibeurt is in iets meer dan 1 week tijd afgerond. Hoog tijd om de accu-heggenschaar weer uit te proberen. Een paar keer per seizoen gebruiken we die om de nieuwe buitenhaag te snoeien. Ik werk nog steeds met de eerste acculading. Vorige keer hebben we de buitenhaag gesnoeid en begroeiing langs de paden een kopje kleiner gemaakt. Vandaag doe ik hetzelfde. Vooral het eerst geplante deel vormt al een dichte haag. Her en der zitten bloemen van de Hondsrozen. Na een uurtje is het klusje gedaan. De accu is nog niet leeg.

Graafwerk: Terug bij de container tref ik Rinus en mensen van de zwerfafvalgroep. Het is weer de eerste zaterdag van de maand en de groep vertrekt vanuit de natuurtuin. Hun spullen bewaren ze in het materiaalhok. Wij gaan verder met ons graafwerk. Erg veel zin heb ik er niet in vandaag. Het is veel te warm om met volle kruiwagens te sjouwen. Boerenzoon Rinus is niet te stoppen en werkt stug door tot het eind van de ochtend. Wil buigt zich over het machine-onderhoud. Ik krui een paar halve kruiwagens de graafheuvel op en steek de rand van het afgegraven stuk schuin af. We moeten hier later makkelijk met de maaimachines kunnen rijden. In de houtwal aan de voorkant is een doorloopje ontstaan. Wil en ik sjouwen een paar takken in de opening. Hopelijk is dit voldoende anders moeten we volgende week nog meer takken halen.

Koffie: Na enige tijd is de zwerfafvalgroep terug. Er is koffie gezet en niet veel later zitten we op de bankjes in de schaduw wat te kletsen. Maria van het jeugd-IVN komt er bij. Volgende week is het slootjesdag en komen de IVN kinderen waterbeestjes scheppen in de natuurtuin. Door alle aanloop is er vandaag niet veel terecht gekomen van ons monitor-uurtje. We hebben ons voorgenomen om elke zaterdag een uur goed rond te kijken wat er in de natuurtuin gebeurt. Daarbij willen we zo veel mogelijk insecten op naam brengen. Volgende week zullen dat waarschijnlijk veel waterbeestjes zijn.


jonge meerkoet in nestZaterdag 25 mei 2019: Afgelopen maandag zijn we begonnen met de voorjaarsmaaibeurt. Vandaag is hij bijna klaar. Dat is vooral te danken aan de hulp die we krijgen van flex-vrijwilligers. Mensen met een druk leven maar die het leuk vinden om toch een paar uurtjes te helpen bij een klus in de natuurtuin. Zeven mensen hebben aan deze maaibeurt gewerkt en er voor gezorgd dat binnen een week bijna alles klaar is. Het hoge deel van de helling bij de ingang is helemaal gemaaid. Het lage grasland langs de noordkant grotendeels ook, behalve een smalle strook langs het pad. De strook langs de knotwilgen is helemaal gemaaid. Op de andere graslandjes hebben we stukken vol bloeiende planten en dun begroeide stukken laten staan. Door op tijd te maaien krijgen de graslandjes een gevarieerde begroeiing. Door geselecteerde delen over te slaan raken de graslandbewoners niet in een klap hun hele leefgebied kwijt.

Moeilijke keuzes: Bij de najaarsmaaibeurt in september worden alle graslandjes gemaaid behalve een paar stroken. Die laten we staan om meer eitjes van vlinders en andere insecten te laten overwinteren. Het was moeilijk om te bepalen wat wel en niet gemaaid wordt. Pinksterbloemen, Echte koekoeksbloemen, Vergeet-mij-nietjes en Boterbloemen doen het dit jaar goed en ze verspreiden zich steeds verder door de natuurtuin.

Vrijdag zijn we begonnen met het bijeen harken van het maaisel. Het maaisel bij de ingang is naar de houtstapel in het berkenbosje gebracht. Vandaag hebben we alle maaisel opgeruimd op de lage graslandjes. Het grootste deel daarvan is op de houtwal aan de oostkant van de tuin gelegd. Alleen het maaisel bij het insectenlab moet nog worden opgeruimd. Dat is voor volgende week.

Succes: We hebben ons voorgenomen het laatste uur rond te kijken en te speuren naar wat er gebeurt in de natuurtuin. Het insectenlab is nu al een succes. Eigenlijk liggen er alleen nog voorbeelden van minder goede insectenhotels. Zacht hout, rafelige boorgaten en scheurende houtblokken. Toch blijken verschillende wilde bijen interesse te hebben. Een aantal kruipt in en uit de gaten en is zelfs eitjes aan het afzetten. Ik herken in Rosse metselbijen en zie twee andere soorten die ik niet ken. Vooral de 6 mm gaten in de plankjes van het IKEA-bedje zijn geliefd.

Eerste meerkoet: Op het eind van de ochtend komen vader, moeder en zoontje de tuin in. Het jongetje roept enthousiast dat ze kikkerdril zoeken. Kikkerdril is er niet meer. Wanneer hij doorkrijgt dat hij met een schepnetje beestjes mag vangen doet dat er ook niet meer toe. Voorzitter Kees en ik zijn ook benieuwd wat er te vangen is en met zijn allen trekken we naar de grote poel. Pal langs de brug is een meerkoetennest met 7 eieren. Net nu is een daarvan uitgekomen en het jong zit verbaasd de wereld in te kijken. Wij kijken terug knippen foto's en wat verderop beestjes scheppen.

Explosie van nieuw waterleven: Het is verbazend wat we vangen. Een paar keer scheppen en er krioelen honderden kleine beestjes in de waterbak. Vooral larven van libellen, haften en salamanders maar vooral kikkervisjes. Veel daarvan hebben al achterpootjes ontwikkeld. Ik verbaas me over de hoeveelheid larfjes. Ik denk dat de droge zomer van vorig jaar heeft geholpen. Toen is de grote poel praktisch droog gevallen en zijn alle stekelbaarsjes verdwenen. Nu die grote eters weg eindigen de meeste larven in de buik van andere waterdieren. Waarschijnlijk zorgt de vissenopruiming voor een rijker en gevarieerder waterleven. Een deel van de diersoorten blijft altijd in het water. Anderen kruipen of vliegen binnenkort rond en profiteren dan van de van de bloemrijke graslandjes rondom de poelen. Na een extreme zomer en een koud voorjaar ziet het er vandaag zonnig uit.

Echte koekoeksbloemZaterdag 18 mei 2019: Hoe alles kan veranderen. Amper twee weken geleden waren we een beetje teleurgesteld wat betreft bloeiende bloemen op de graslandjes. Het voorjaar wilde niet op gang komen. Deze week is de temperatuur wat gestegen, schijnt de zon vaker en overal tussen het gras is nu kleur. Witte Pinksterbloemen, gele Boterbloemen, verschillende tinten blauw van Hondsdraf, Kruipend zenegroen en Vergeet-mij-nietjes, paarse en witte Smeerwortels, rose van Dagkoekoeksbloemen en Echte koekoeksbloemen. Hoe meer je kijkt hoe meer je ziet. Nu Sleedoorn en Meidoorn zijn uitgebloeid komen Vlier en Rode kornoelje in bloei.

Klussen vandaag: We graven weer een stukje grond af bij het insectenlab. Langzaam maar zeker krijgt dit stukje natuurtuin vorm. Het is niet vervelend om elke zaterdag een stukje graafwerk te doen. Toch denken we er over om later dit jaar een gemotoriseerde kruiwagen te huren. Vooral de helling op zeulen met volle kruiwagens is zwaar en kost de meeste tijd. Toch is het dankbaar werk. Ook vandaag worden de vers afgegraven stukken meteen bezocht door metselbijen die leem gebruiken om hun nestjes af te sluiten. De graspaden zijn gemaaid. Het pad vlak voor het insectenlab is gerepareerd. Een wilg die over het pad hing is teruggesnoeid. Met de takken is een opening in de houtwal gedicht. Binnenkort krijgen alle kruiwagens nieuwe binnen- en buitenbanden. Vandaag zijn de banden alvast van de hooikruiwagen gehaald en de lagers ingevet.

Planten komen en gaan: Door ons gemorrel en sjouwen met grond krijgen allerlei planten de kans om te ontkiemen. Door maaibeheer en natuurlijke ontwikkeling zullen er soorten verdwijnen en nieuwe bijkomen. Een knalrode sierpapaver, waarschijnlijk een overblijfsel van de voormalige kruidentuin, zal het niet lang volhouden. De kamille die ineens overal opduikt misschien wel of ook niet. We merken het vanzelf. Ik schat dat het nog twee jaar duurt voordat de begroeiing zich een beetje heeft gestabiliseerd. Het zal interessant zijn om de bewerkte tuingrond en de afgegraven stukken met oorspronkelijke beekdal-bodem te vergelijken.

Kijken is belangrijk: Oud-bestuurslid Agnes en haar plantenvriendin nestelen zich op het bankje bij de ingang. Ze determineren planten en observeren het lentegebeuren. Later komt voorzitter Kees binnen met kleinkind en weer wat later besluiten een vader met zijn dochtertje hun fietstochtje te onderbreken voor een rondje door de tuin. Ook wij blijven niet de hele ochtend klussen. Kijken wat er in de tuin gebeurt is veel belangrijker.

Zon en vlinders: De rietstrook bij de zuidelijke poel zit net als vorig jaar vol weidebeekjuffers. Mooie metallic-blauwe mannetjes en metallic-groene vrouwtjes. Zonder moeite zie ik er meer dan 10. De zon schijnt en niet lang daarna fladderen de eerste vlinders rond. Dagpauwoog, citroenvlinder, oranjetipje en koolwitje, verschillende hommels en andere bestuivers. Morgen is het weer open dag. Hopelijk is het dan ook zo'n mooi weer.

voortgang graafheuvel

Zaterdag 4 mei 2019: Het voorjaar staat even stil. Zon en buien wisselen elkaar af en het is amper 10 of 12 graden. De zwart-witte kat, een vaste bezoeker van de natuurtuin, zit me tevreden vanaf de dikke boomstammen bij de container te bekijken. Verderop kom ik moeder eend met jongen tegen. Ik tel ze snel. Nog maar vier. Twee weken geleden zwommen ze nog met negenen op de noordelijke poel. Jonge eendjes zijn voor veel dieren geliefd voedsel en makkelijk te pakken. Het zal me niet verbazen als de tevreden kat er ook een paar op had. Het aantal bloeiende planten in de graslandjes valt me tegen. Vorig jaar om deze tijd hadden we al aardig wat Echte koekoeksbloemen. Nu is er nog geen te zien. Pinksterbloemen staan er wel maar het lijken er minder dan vorig jaar. Veldzuring en Gewone smeerwortel doen het goed, net als Kruipende boterbloem. Toch bloeit tussen het gras ook van alles. Veel Hondsdraf en Kruipend zenegroen (een blauwe en een roze variëteit) en hier en daar al bloeiende Vergeet-mij-nietjes. Het kan zijn dat de droge zomer voedingsstoffen in de leembodem heeft vrijgemaakt. Dat beïnvloed de begroeiing. Sommige planten profiteren daarvan en het gras schiet hoog op. Planten die het goed doen op onbemeste grond doen het dan slechter.

Klussen: De zwerfafvalgroep is flink op sterkte vandaag. Zeven deelnemers vertrekken op afvaljacht. Wij graven intussen een stuk grond af bij het insectenlab. Voor het gebouwtje blijft een strook van een meter of vier breed liggen. Ook wanneer de afgegraven stukken nat zijn kunnen de insectenhotels van dichtbij bekeken worden. Ik ben de tel kwijtgeraakt maar ik schat dat we twintig tot dertig kruiwagens graszoden en grond hebben versjouwd. Langs de onderkant van de nieuwe graafheuvel liggen stapels graszoden. De bovenste rand is bedekt met een laag grond. Met enige moeite zijn kruiwagens de heuvel op te duwen. Over de hele breedte gaan we gelijkmatig grond aanbrengen zodat de heuvel opgehoogd wordt tot de bovenkant van de stenen muur.. We hebben ook gaten geboord in bakstenen en blokken haagbeukhout en daarmee het insectenlab uitgebreid.

Speuren: We hebben geluk en hoeven maar een keer te schuilen voor een regen- en hagelbui. Toch nemen we de tijd voor wat speurwerk door de tuin. De Meerkoeten zijn weer eens eigenwijs geweest en pal langs de brug hebben ze een nest gebouwd met 7 eieren. Je zou verwachten dat een beetje verstandige vogel het nest wat beter zou verstoppen maar daar hebben deze Meerkoeten geen boodschap aan. Wanneer we vanaf de heuvel over de graslandjes kijken vallen de aantallen Pinksterbloemen toch mee. In tegenstelling tot vorig jaar staan er geen grote groepen vlak bij elkaar. Dit jaar staan ze heel gelijkmatig verdeeld over alle lage veldjes. Ze vallen zo vanaf de paden minder op maar hebben het toch niet slecht gedaan. Wanneer de zon schijnt verschijnen de insecten. Vooral op een windluwe plek als bij het insectenlab gebeurt dat snel. We zien een Oranjetipje en een Landkaartje op de Look zonder look. Een plant die het al jaren goed doet in de natuurtuin. Verder veel vliegen en wespjes en akkerhommels. Het is geen goed insectenweer vandaag. Te koud. Maar er zullen nog warme dagen genoeg komen.

pad tussen de stenen

Zaterdag 27 april 2019: Morgen is de eerste open dag van het seizoen. Het ziet er slecht uit wat betreft het weer. Vandaag trouwens ook. Het is kil en in de loop van de ochtend gaat het regelmatig hard regenen. De vogels vinden het geweldig. Vooral in de bosjes is het een levendige boel. Ik ben niet zo thuis in vogelgeluiden. Welke vogels ik hoor weet ik niet maar het is van alles door elkaar. Eén soort herken ik wel. Ergens vandaan klinkt de eerste koekoek van het jaar. Een koekoek klinkt altijd alsof hij ver weg is maar misschien zit hij in een boom vlakbij. Je hoort hem vaker dan dat je hem ziet. Vorig jaar heb ik er voor het eerst een gezien die tak tot tak leek te springen. Die zal ook tevreden zijn met alle vogelactiviteit. Genoeg nesten om een koekoeksei in achter te laten.

Bloemen en bloesems: Net nu de Vogelkersen uitgebloeid zijn nemen de Meidoorns het over en staan vol witte bloesem. Dankzij ons kapbeleid komt er meer zonlicht in het elzenbosje en dat is te zien aan de lijsterbessen die daar nu bloeien. Op de graslandjes zijn veel bloemen te ontdekken. Kruipend zenegroen en vooral Hondsdraf zijn op steeds meer plekken te zien. Ook paardenbloemen zien we overal.

Droogte: Het lijkt alsof er minder Pinksterbloemen staan dan vorig jaar. Het kan zijn dat de droogte van vorige zomer nog lang gevolgen heeft. Wanneer de grondwaterstand daalt kan zuurstof diep doordringen in de bodem en door chemische reacties komen dan voedingsstoffen vrij. Misschien krijgen we daardoor komende tijd meer grassen en minder typische beekdalplanten. Het zal dan even duren voordat we die extra voedingsstoffen weer weggemaaid hebben. Het is nog vroeg in het seizoen. Wie weet valt het mee.

Eenden: Op de kleine noordelijke poel zwemt een eendenkoppeltje met 9 jonge eendjes. Waar ze hun nest hebben gehad is zoals altijd onbekend. Een paar graspollen zijn genoeg voor ze om zich te verstoppen. We treffen twee wandelaars die ook een rondje door de tuin maken. Ze hebben ook verderop jonge eendjes gezien. Blijkbaar doen wilde eenden het goed hier in de buurt.

Klussen: Alle betonklinkers liggen nu op hun plek bij de stenen muur. De basis voor de graafheuvel is dus klaar. Er is een beginnetje gemaakt met het afgraven. Een stuk of 10 kruiwagens grond liggen op de klinkers. Bakstenen en oude dakpannen zijn in het insectenlab gestapeld. Er zijn gaten geboord in een aantal houtblokken. Het is zacht wilgenhout dus de boorgaten blijven ruw. Dit worden voorbeelden van hoe een insectenhotel niet gemaakt moet worden.

smeerwortel

Zondag 21 april 2019: Zaterdag had ik andere dingen te doen dan rondscharrelen in de natuurtuin. De machines die we vorige week hebben getest zijn gisteren schoongemaakt. De laatste betonklinkers zijn uit de voormalige kruidentuin gehaald en hoeven alleen nog op hun plek te worden gelegd. Daarna dekken we alles af met grond. Dat doen we op ons gemak. Elke zaterdag een beetje dan zijn we komende winter klaar met de inrichting in dit stuk natuurtuin.

Bodemonderzoek: Vandaag neem ik grondmonsters en noteer planten die in bloei gekomen zijn. We zijn door de hele natuurtuin in de bodem aan het meten op zuurgraad en voedingsstoffen. Langs de voorkant zijn om de 5 meter monsters genomen vanaf de zuidpunt tot aan de noordkant, 26 stuks. Nu ben ik met de tweede rij monsters bezig. Vijf meter vanaf de eerste rij en weer om de 5 meter van de zuidkant naar het noorden. Zo werken we de hele tuin door en krijgen we een gedetailleerd beeld van de bodemtoestand. Daarmee kunnen wij ons beheer beter afstellen.

Bloeiende planten: Al wekenlang valt de groene specht op. Ook nu roept hij de hele ochtend. Ik kan mij niet herinneren dat hij in vorige jaren ook zo fanatiek was. Ik loop een rondje door de tuin en noteer de planten die in bloei zijn gekomen. Hondsdraf is zich enorm aan het uitbreiden. Op verschillende plaatsen groeien grote groepen van het plantje tussen het gras. Op de lage graslandjes steken Pinksterbloemen de kop op. Paardenbloemen zijn aan een opmars bezig en de Smeerwortels komen in bloei. In de bosranden is te zien dat er steeds meer Gewone vogelkers in de tuin staat en ook de Wilde lijsterbes begint in bloei te komen. De meeste planten springen niet in het oog. Kleine veldkers staat al weken massaal in bloei maar valt pas op wanneer je er op let. Hetzelfde geldt voor een mannetjesereprijs waar ik bijna op trap midden op het pad.

Hoe meer je kijkt hoe meer je ziet: Tussen het gras en met gesloten vleugels valt hij nauwelijks op. Toch houdt zich daar een Oranjetipje verstopt, wachtend tot het warmer wordt. Vlinders leven eigenlijk maar heel kort als vlinder. Enkele dagen tot hooguit enkele weken. Ze leven veel langer als rups. Als vlinder planten de rupsen zicht voort en daarna is het afgelopen. De timing van dit Oranjetipje is perfect. Er bloeien tientallen pinksterbloemen en dat is de belangrijkste plant voor deze vlindersoort.

Hondsdraf tussen het gras

Zaterdag 13 april 2019: Het bijen tellen wordt niks vandaag. Terwijl ik naar de natuurtuin fiets vriest het nog een paar graden en de rest van de dag blijft het kil. Bij zulke lage temperaturen vliegen bijen niet graag. Morgen wordt iets warmer weer verwacht maar het bijentelweekend van Nederland zoemt zal volgens mij dit jaar geen succes worden. Niet alleen bijen blijven binnen met deze kou, bijentellers net zo goed.

Accu heggenschaar test: Dankzij de sponsorloop van de Dierdonkschool hebben we een paar accumachines aan kunnen schaffen. Die testen we komende tijd op hun bruikbaarheid voor het groenbeheer. Als eerste proberen we de accu heggenschaar. Ik wandel met het apparaat een paar keer langs de buitenhaag en klaar. In geen tijd is de hele haag gedaan. Binnen werk ik her en der de zijkanten van de wandelpaden bij en ook daar ben ik niet lang mee bezig. Dit apparaat is geslaagd.

Maaibalk test: Daarna is de messenbalkmaaier aan de beurt. Dit apparaat hebben we al jaren maar de maaibalk was helemaal versleten. Nu zit er een nieuwe op. Die hebben we uit onze eigen onderhoudspot betaald. Eind volgende maand is de eerste maaibeurt van dit seizoen en dan hebben we hem hard nodig. Terwijl Wil vlug alle takjes weghaalt stuur ik de maaimachine heen en weer over de strook aan de voorkant van de natuurtuin. Alweer succes. De machine loopt precies zoals hij moet. Korte tijd later ligt de hele voorkant van de natuurtuin er netjes bij. Gras gemaaid en haag geknipt.

Bezoekers: Intussen zijn een vader, moeder en dochter binnengewandeld en bij Rinus terechtgekomen die straatwerk aan het opruimen is. Ze gaan naar de grote poel om te zien of er al waterbeestjes zijn te scheppen. Eigenlijk is het veel te vroeg in het seizoen en veel wordt er niet gevangen. Het enthousiasme is er niet minder door. Een paar slakjes en de eerste kikkervisjes van het seizoen zijn ook mooi. Wat later maakt een vader met twee kinderen ook een rondjes door de tuin en komt oud bestuurslid Agnes nog binnengewandeld. Gezien het koude weer is het best druk vandaag.

Accukettingzaag test: Wil test de accu kettingzaag. Hij gebruikt meteen de nieuwe beschermingsmiddelen. Bij het zagen dragen wij nu een bosbouwhelm, zaagbroek, handschoenen en zaaglaarzen. We zijn aardig professioneel uitgerust tegenwoordig! We zagen een stuk of vijf schijven van een dikke omgezaagde wilg en een stuk of vier van een omgewaaide haagbeuk. De accu kettingzaag gaat overal doorheen als boter. Vooral het ontbreken van herrie is een vooruitgang vergeleken met de motorzaag. Om nog te zwijgen over de benzinewalm die er nu niet hangt. Beide accu apparaten zijn met vlag en wimpel geslaagd. De komende tijd gaat uitwijzen hoe de accu's het gaan uithouden. De afgezaagde blokken leggen we alvast in het insectenhotel Volgende week beginnen we met gaten boren.

Klussen vandaag: Een flinke hoeveelheid betonklinkers opgeruimd en in de graafheuvel verwerkt. Als we dit tempo volhouden kunnen we volgende maand op ons gemak met het grondverzet beginnen. De accumachines zijn tot volle tevredenheid getest. De nieuwe messenbalk is getest en werkt perfect. De buitenhaag is gesnoeid, zijkanten van de paden bijgewerkt en de strook langs de voorkant is gemaaid. We lopen nog een kort rondje en sluiten dan af.

noordeijke poel

Zaterdag 6 april 2019: Vandaag en morgen krijgen we lenteweer. Ideaal om te oefenen voor de nationale bijentelling van volgend weekend. Enkele natuurorganisaties werken samen in het initiatief “Nederland zoemt” om iedereen eens goed naar de wilde bijen om ons heen te laten kijken. Wij hebben pech. Nu we met een handige gratis zoekkaart van de organisatie rondlopen zit de zon achter de wolken en waait er een kil windje. Er staat al van alles in bloei en vorige week vloog er van alles rond bij de bloemen maar nu laten de bestuivers zich niet zien. Her en der flitst iets heen en weer tussen de bloesem maar te snel om te zien wat het is. Vlinders zijn wat langzamer dan de rest en we herkennen een koolwitje, een oranjetipje en een dagpauwoog.

Bloemen: Vooral tussen het gras bloeit nu van alles. Doodnormale als Paarse dovenetel, Kleine veldkers, Paardenbloem, Hondsdraf. Zeldzame als Gulden sleutelbloem en Slanke sleutelbloem. Voorzitter Kees is terug van de ronde met de zwerfafvalgroep en we bespreken de excursies die komende tijd naar de natuurtuin komen. Langs de grote poel ontdekken we een bloeiende Dotterbloem. We zijn hem jaren kwijt geweest maar vorig jaar hebben we hem weer in bloei gezien en vandaag is hij er weer. Ik ben benieuwd of die zich de komende jaren nog gaat uitbreiden. Hetzelfde geldt voor de bosanemonen. Een dik jaar geleden hebben we 250 wortelstekjes uitgezet op verschillende plaatsen in de natuurtuin. Alleen bij de stenen muur komen enkele blaadjes boven de grond. Geen enkele bloem. Ik weet niet of ergens in de Bundertjes vrijwillig bosanemonen groeien dus misschien horen ze hier niet eens thuis. Misschien staan ze toch goed en hebben ze wat meer tijd nodig.

Vogels: De hele ochtend horen we de typische roep van de Groene specht. Zijn “lach” klinkt vanuit allerlei richtingen maar we komen er niet achter of het verschillende Groene spechten zijn of één die zich telkens verplaatst. Ook Groene spechten gebruiken oude rotte bomen om nesten in te maken. Voedsel halen ze ergens anders. Bonte spechten kunnen halve bomen slopen op zoek naar larven en insecten. Groene spechten eten vooral mieren en daarvoor zoeken ze op de grond naar mierennesten.

Klussen: Het frame voor het insectenhotel is klaar. Er liggen nu op 4 hoogtes planken. Met het stapelmuurtje erbij hebben we nu 5 lagen van ruim 5 meter waar kleine insectenhotels op gezet kunnen worden. Links en rechts van de planken hebben we nog stukken van een halve meter breedte over. Ruimte genoeg voor probeersels en wilde experimenten. De goot van het insectenhotel is opnieuw gemonteerd en gelijmd. Volgende week gaan we de eerste houtblokken zagen.

eend bij de zuidelijke poel

Zaterdag 30 maart 2019: Het is een paar dagen lente. De sleedoorns bloeien en bij de ingang doen een paar zoete kersen mee. In het gras komt meer kleur. Kleine veldkers, paarse dovenetel, hondsdraf, speenkruid en paardenbloem. Overal zijn vogelgeluiden. Vooral de bosjes en de rommelige bosranden zijn in trek. We zien merels (een bijzondere vogel aan het worden) koolmezen, winterkoninkjes en allerhande kleins dat we niet herkennen. Houtduiven en kraaien kiezen meer door de boomtoppen. Achter het insectenhotel is een specht bezig een dode boom te strippen. Hij roffelt en pikt en trekt stukken bast weg. De boom is niet toevallig dood. We hebben hem geringd zodat hij verzwakt, afsterft en langzaam vergaat. Tijdens dat proces worden stam, wortels en takken bewoond en opgegeten door talloze organismen. Wat wij een dode boom noemen zit in werkelijkheid boordevol leven. De specht weet dat ook.

Nog meer lente: In de zuidelijke poel woont nog steeds een koppeltje eenden. Verderop in de grote poel heerst nu een paartje meerkoetjes. Meerkoetjes dulden geen buren. De eenden en waterhoentjes die hebben geprobeerd hier iets te beginnen zijn verjaagd. Gelukkig voor de kikkers beschouwen meerkoetjes hen niet als concurrenten. In de overloop van de grote poel liggen ongeveer twintig klodders kikkerdril. Het mooie weer lokt ook andere bezoekers. Opa en oma komen met twee kleinkinderen een kijkje nemen. Oud-bestuurder Agnes is met vriendin op plantenexpeditie in de natuurtuin. Er wordt wat gebabbeld en snel genoeg zoekt iedereen de eigen weg.

Graafhelling: De helling die we tegen de muur aanleggen wordt al gebruikt terwijl we maar net met de aanleg begonnen zijn. Een konijn heeft een hol gegraven dat onder de stenen door loopt. Precies waar de helling voor bedoeld is. Er komen nog een paar lagen stenen bij en het geheel wordt daarna afgedekt met grond die we afgraven. We hopen dat de helling als graafheuvel gebruikt gaat worden en dit konijnenhol beloofd wat.

Klussen vandaag: De overbodig geworden composthoop is opgeruimd. Rondom waren betonklinkers gestapeld die nu in de graafheuvel zijn verwerkt. De compost, eigenlijk vooral wortelkluit van klimop, is afgegraven en in de bossloot gedumpt. Een paar “zachte” bakstenen gaan naar het nieuwe insectenhotel. Ook daar zijn gaten in te boren. Wie weet wat daar in gaat zitten. We ruimen nog een stuk tuinpad op. Een stuk of vier kruiwagens met betonklinkers gaan naar de graafheuvel. Het gerepareerde aggregaat werkt perfect. We monteren 7 blokken tegen de voorkant van het insectenhotel. Volgende week hebben we een waterpas en monteren we de goot op de blokken. Het is mooi weer en het laatste uur besteden we nuttig met het rondkijken in de tuin.

lentebuien

Zaterdag 23 maart 2019: De eenzaam bloeiende sleedoorn van vorige week heeft gezelschap gekregen. In de insectentuin staat een groepje sneeuwwit te stralen en in de nieuwe buitenhaag doen verschillende kleine sleedoornstruikjes dapper mee. Het is niet het enige lenteverschijnsel. Tussen de takken van een wilg struinen hommels de katjes af. Deze wilg heeft vrouwelijke katjes en levert dus geen stuifmeel maar wel nectar. Hommels maken niet veel honing. De nectar die ze drinken dient direct voor het eigen energieverbruik. Veel hommels vliegen er nog niet rond. Aan het eind van de zomer sterven alle hommelvolken uit. Alleen de koninginnen blijven in leven en overwinteren bijvoorbeeld in een oud muizenhol. In het voorjaar start de hommelkoningin helemaal opnieuw met een volk. Het duurt dus even voordat het nest weer op volle sterkte is. Afhankelijk van de soort kunnen dat enkele tientallen tot een paar honderd hommels zijn.

Bezoek: Een dame komt de tuin ingewandeld en loopt richting de lage graslandjes. Niet voor lang want ze heeft geen laarzen aan en op de veldjes staat nog steeds een linke laag water. Ze geeft de moed niet op en wandelt via de andere richting rond. Na enige tijd is ze terug en we praten wat over het insectenproject en de reeën. In deze tijd van het jaar moet je nog goed zoeken voor mooie natuurverschijnselen. Ze is van plan om later, wanneer de lente beter op gang is terug te komen.

Zwerfafval: Plotseling staan twee mensen van de zwerfafvalgroep in de tuin. Ze hebben ontdekt dat vandaag een opschoondag voor zwerfafval georganiseerd is door de gemeente. Die laten ze niet aan zich voorbij gaan. Snel worden de spullen gepakt en gaan de twee op pad.

Bosanemoon: Bij de stenen muur ontdek ik ineens de typische blaadjes van de bosanemoon. Eind 2017 hebben we op verschillende plekken in de tuin zo'n 250 wortelstekjes geplant om te kijken of de plant zich in de natuurtuin wilde vestigen. Een uitzonderlijk experiment omdat we normaal gesproken niets planten of zaaien. Vorig jaar was er geen spoor van de plant te ontdekken. Wij hadden hem al afgeschreven maar nu blijkt hij het voorzichtig toch te willen proberen. Of de bosanemoon doorzet en een vaste natuurtuinbewoner wordt zal nog moeten blijken.

Toneel spelende pad: Al doende verstoor ik een andere vaste bewoner. Vanuit een spleet in de stenen muur rolt een pad, nog half in winterslaap op de grond. Hij is veel te traag om effectief weg te vluchten en doet wat padden altijd doen wanneer ze in gevaar zijn: toneel spelen. De pad verstart en kijkt erbij alsof hij door een heel vervelende ziekte is getroffen. Hij houdt dat net zo lang vol als ik daar blijf dus laat ik hem maar. Zo gauw ik weg ben zal hij terug kruipen tussen de stenen.

Klussen vandaag: Wil heeft de benzineaanvoer van het stroomaggregaat helemaal schoongemaakt en het apparaat draait goed. Hopelijk blijft dat zo want het kleine aggregaat dat ik van thuis had meegenomen heeft net vandaag besloten geen stroom meer te leveren. Het opnieuw ophangen van de regengoot aan het insectenhotel zal nog een weekje moeten wachten. Wel zijn de houtblokken voor de regengoot geolied tegen de nattigheid. Loszittende schroeven van de verticale planken zijn vastgezet. Een smalle strook rondom het insectenhotel is vrijgemaakt van begroeiing. De stapel betonklinkers is nu helemaal weg en aan de andere kant van de stenen muur uitgespreid. Wanneer alle klinkers daar liggen dekken we ze af met grond die we bij het insectenhotel afgraven.

Tegen twaalven is het zwerfafvalduo terug en komt voorzitter Kees er ook bij. Er wordt koffie en thee gezet en even bijgekletst. Ik ben de enige die vandaag sleutels bij zich heeft en moet op tijd weg. Met zachte hand dring ik het gezelschap richting de uitgang en sluiten we af.

water in de natuurtuin

Zaterdag 16 maart 2019: Helmond Noord was ooit een moeras. Vandaag lijkt het daar weer een beetje op. Het grootste deel van de natuurtuin staat onder water. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is zwemmen er wilde eenden op de lage graslandjes. Ze slobberen voedsel op uit het ondiepe water. Wilde eenden zijn niet kieskeurig en eten net zo makkelijk gras als waterplanten of brood of kleine beestjes. Rond deze tijd scharrelen elk jaar een paar eenden door de tuin. Aangetrokken door het water en de ruigtes vinden meestal een of twee koppeltjes een plek om te broeden. Dat merken we pas een paar weken later wanneer moeder eend zich met de kleintjes op de poelen waagt. Niet eerder. Wilde eenden zijn meesters in het verstopt houden van hun nest. Net als voorgaande jaren zit er nu een koppeltje in de zuidelijke poel bij de insectentuin. Misschien is het telkens hetzelfde stel want ik lees dat wilde eenden wel 15 jaar kunnen worden. Aan de andere kant van de natuurtuin, op de ondergelopen graslandjes, heeft een vrouwtjeseend de interesse van een stuk of zes mannetjes. Een mag vlakbij haar blijven. De anderen hangen zo dichtbij mogelijk rond.

Klussen vandaag: Vanwege de nattigheid heb ik het elektrisch gereedschap thuis gelaten. Vandaag geen klus in het insectenhotel. Een stuk of 15 kruiwagens met betonklinkers gaan van de ene kant van de muur naar de andere. In lagen uitgespreid vormen ze straks de basis van een helling op het zuiden. Ongeveer de helft van de klinkerstapel is nu verwerkt. Belangrijkste klus vandaag is het opruimen van omgewaaide bomen die hinderlijk over de paden en graslandjes liggen. Een boom is vanuit de houtwal aan de zuidkant in de insectentuin gevallen. Een kleintje ligt over het pad langs de insectentuin en een flinke haagbeuk is op het graslandje bij de ingang terecht gekomen. Na een uurtje is alles aan kant.

Spechten en mollen: Voorzitter Kees en vogelfotograaf Frank komen een kijkje nemen. Ze wandelen naar de ijsvogelwand. Misschien zijn de ijsvogels weer aan het nestelen. Dat blijkt niet het geval. We wijzen Frank op een kleine boom waarvan de bast tot op grote hoogte lijkt te zijn losgetrokken. Wij denken dat het een specht is geweest maar weten het niet zeker. We lopen met zijn allen naar het elzenbosje en bekijken het dode boompje. Ook Frank denkt dat een specht de boom te lijf is gegaan. Blijkbaar was het de moeite waard om praktisch het hele boompje te villen. Er zal dus genoeg eten in hebben gezeten. Eten voor een specht betekent houtbewoners. Die zien we dus nooit, behalve wanneer een specht ze ontdekt en zijn eetsporen achterlaat. Eigenlijk een beetje zoals bodemdieren meestal onzichtbaar blijven totdat molshopen duidelijk maken dat ze er zitten en lekker smaken.

Succesvolle rommel: De takkenhopen op verschillende plekken in de natuurtuin blijken een groot succes. De takken zijn afkomstig van snoei en kapwerk. Snoeitakken worden door ons niet opgeruimd en al helemaal niet gehakseld. Als ze in de weg liggen gaan ze in de houtwallen of op rommelhopen. Lekker makkelijk en zonder onkosten krijg je zo een flinke verhoging van de natuurwaarden. Het was ons in de winter al opgevallen dat groepen kleine vogels graag tussen de rommelige takken rondscharrelen. Nu het voorjaar begint blijft het druk. Je hoeft bij zo'n takkenhoop nooit lang te wachten voordat er iets gebeurt. In korte tijd zien we verschillende keren een winterkoninkje of iets ander kleins in of uit de wirwar vliegen. Ongetwijfeld zullen er veel nesten gebouwd worden dankzij de ondoordringbare takkenjungle. Slim niksdoen is vaak het beste natuurbeheer. Het is weer ruim na twaalven wanneer we de natuurtuin afsluiten.

insectentuin in wording

Zaterdag 9 maart 2019: In de bosrand bij de zuidelijke poel staat een sleedoorn in volle bloei. De takken zijn dik bezet met witte bloemen en lijken bedekt met sneeuw. De witte sleedoorn staat te schitteren tussen het beigebruin van oude rietstengels, nog bruine struiken die en stammen van elzenbomen. Als een spreekwoordelijke lentebode. Een paar meter verderop staan ook sleedoorns. Ook dat groepje bloeit elk jaar uitbundig maar altijd later dan deze ene. Ook bij de sleedoorns in de nieuwe buitenhaag moeten de knoppen nog open gaan. We vragen ons af waarom we elk jaar dit verschil in bloeitijd zien. Wil vermoedt dat het aan de standplaats ligt. Ik denk dat het genetische variatie is. De eenzame bloeiende sleedoorn is niet tegelijk met de andere struiken gezet en komt volgens mij van een andere boomkweker. Ook in plantsoenen zijn sleedoorns te zien die volop bloeien en andere sleedoorns die weinig laten zien.

Meer vroege bloeiers: Een iets anders ingestelde genetische klok of een beetje meer zon? We weten het niet maar wel dat het een mooi gezicht is. Vroege bloembezoekers zullen er ook blij mee zijn want de meerderheid van de voorjaarsbloeiers moet nog op gang komen. Er komt wel steeds meer kleur. Een paar weken geleden vond ik een enkele kleine veldkers in bloei. Nu staan op sommige plekken tientallen exemplaren met kleine witte bloemen tussen het gras. Her en der een paarse dovenetel, gele paardenbloemen en de bonte krokussen bij de ingang natuurlijk.

Bloembezoekers: Bloeiende wilgen geven geen nectar maar zijn van levensbelang voor verschillende hommels en wilde bijen. Ze zijn afhankelijk van wilgenstuifmeel om hun nakomelingen te kunnen voeden. Naast de container staat een bosje wilgen. Bijna meteen zien we een hommelkoningin druk bezig de wilgenkatjes af te stropen. Het is een dikke aardhommel bedekt met geel stuifmeel. Een meter verderop een wat kleinere hommelsoort. Een boomhommel. Blijkbaar hebben ze allebei een nest opgestart en verzamelen nu voedsel voor de eerste generatie werksters.

Mensen: Ook mensen reageren op de lente. In de winter zien we vaak alleen de vaste hondenuitlaters maar nu komen ook een paar keer wandelaars zonder huisdier langs. De hele ochtend is rondom de natuurtuin het enthousiaste geluid van groepjes kinderen te horen. Soms komt een groepje met hun begeleiders langs en stopt bij de ingang. De scoutinggroep heeft een soort speurtocht met opdrachten door de Bundertjes georganiseerd. De tekst op het informatiebord bevat blijkbaar een van de opdrachten.

Kikkergewoontes: In de overloop van de grote poel ligt een plak kikkerdril. Misschien liggen de eitjes van het koppeltje van vorige week er ook tussen. Ook weer zoiets typisch trouwens. Elk jaar ligt bijna alle kikkerdril van de bruine kikker op precies dezelfde plek. Hooguit met een paar meter verschil tussen de jaren. Reigers hebben dat in de gaten. Ook vandaag staat er een doodstil op wacht in het water van de overloop. Er zullen dit jaar zullen weer aardig wat kikkers sneuvelen in een reigermaag. Dat lijkt geen effect te hebben op de kikkerbevolking. Ze zijn niet te tellen maar we hebben het idee dat er de laatste jaren meer kikkers en padden in de natuurtuin leven. Dat zou kunnen door de vernatting of doordat ze meer voedsel vinden in de graslandjes. Misschien vinden ze in de ruigtes en onder het dode hout meer en betere overwinteringsplekken. Er is nog steeds meer dat we niet weten dan wel.

Klussen vandaag: Insectentuin: Alle klinkerpaden die opgeruimd worden zijn blootgelegd. Een paar kruiwagens grond en betonklinkers naar de nieuwe klinkerheuvel gekruit. Algemeen: Omgewaaide bomen weggezaagd en pad vrijgemaakt. Losgewaaide dakbedekking materiaalhok tijdelijk met stenen vastgezet. Benzinepomp stroomaggregaat gerepareerd. Insectenhotel: Plankjes op maat gezaagd voor beter ophangen goot. Uitneembaar maken van de ramen met gaas (gaten boren, slotbouten plaatsen, schroeven doorslijpen).

werkzaamheden insectenproject

Zaterdag 2 maart 2019: Het is niet meer zo zacht als vorige week maar de lente lijkt op gang gekomen. Het insectenproject blijft voorlopig vast onderdeel van ons programma. We hebben al een paar kruiwagens grond weggehaald uit het tweede stuk dat we afgraven. Ik leg een deel van de paden bloot die ook daar door ijverige tuiniers zijn aangelegd. Er ligt een belachelijke hoeveelheid straatwerk verborgen onder de grasmat. Al schrapend komen steeds meer stenen aan het licht.

Voortschrijdend inzicht: Dertig jaar geleden was het helemaal in om een “instructietuin” met paden, perkjes en kruiden aan te leggen. Tegenwoordig stellen wij bij elke klus de vraag: Wat is het effect op de natuurlijke omgeving. Het beheer richt zich nu op het versterken van de natuurwaarden die er nog zijn, in plaats van er tegenin te werken. Die vooruitgang in denken levert voorlopig een hoop opruimwerk op. We smeren deze klus dan ook uit over het hele jaar en doen elke zaterdag een klein stukje.

Kikkers: Ineens vallen de kikkers op. Eerst zie ik er eentje. Hij doet zijn best om niet door mij gezien te worden. Hij is nog bedekt met kloddertjes grond. Misschien is hij door mijn gerommel uit zijn overwinteringsplek verjaagd. Wat later kom ik een koppeltje tegen. Een mannetje houdt een met eitjes gevuld vrouwtje tegen zich aangedrukt. Het mannetje is alert en zit vol energie. Ik moet mijn best doen om het tweetal op de foto te krijgen. Telkens springt het mannetje, het vrouwtje onder zich meezeulend, weg van de camera. Na een paar keer knippen laat ik ze maar met rust.

Klussen: De mensen van de zwerfafvalgroep komen binnen. Ze zoeken de spulletjes bij elkaar en trekken de wijk in. Wil gaat weer proberen het aggregaat aan de praat te krijgen. Ik krui nog een paar ladingen gras weg. Intussen heeft Wil ontdekt dat het probleem bij de benzineaanvoer ligt. Misschien is de pomp verstopt of kapot. Volgende week nader onderzoek. We klussen nog even aan het insectenhotel. De goot hangt niet goed. Wil schroeft hem los en ik zaag enkele stukjes hout op maat.

Lente: Na enige tijd houden we het voor gezien en bekijken de lente. De struiken van de buitenhaag staan al dik in de knop. Ook de struiken die we nog maar een paar weken geleden hebben geplant. Aan de poort bloeien enkele tientallen krokussen. Een paar jaar geleden heeft de gemeente ze geplant en ze lijken zich te handhaven. Verder is er nog weinig opvallends. Wanneer je goed kijkt zie je blaadjes uit de grond komen en aan de takken groeien. De toppen van de elzenbomen staan volop in bloei. Ik heb het idee dat er veel meer elzenkatjes per boom bloeien dan in andere jaren. De zwerfafvalgroep is terug met gevulde afvalzakken. Dat betekent koffie en kletspraat en ruim na twaalven vertrekken we pas.

ochtendzon in februari

Zaterdag 23 februari 2019: De koudste maand van het jaar is vandaag heel warm. Er zitten nog geen blaadjes aan de bomen maar de zon schijnt en het wordt ruim 15 graden. Ik begin lekker vroeg. Om half acht is het licht en werk ik aan de nieuwe insectentuin. Het gaat slecht met de insecten en volgens ons is herstel van de natuurlijke basiskwaliteit de beste remedie. Hier betekent dat: het weghalen van de laag bewerkte tuingrond. Daar zouden we een tuinbezitter blij mee kunnen maken maar vervoer van grond is vreselijk duur. Daarom gooien we alle tuingrond op twee smalle stroken langs de kant. Op de strook voor de stenen muur is nog plaats genoeg. Het overbodige straatwerk verwerken we ook in deze helling.

Kleine stapjes, groot resultaat: Het plan is om elke week even aan dit project te werken zodat het eind dit jaar klaar is. We hebben dan weer een paar honderd vierkante meter afgeplagd én een hellinkje op het zuiden met een interessante mix van grond en stenen. Nu is dat een hoop werk maar straks kost dit stuk natuurtuin nog maar 8 uurtjes onderhoud per jaar. Tussen het graven door verplaats ik een stapelmuurtje van stoeptegels en hark wat rommel bij elkaar.

Maatschappelijke stage: Wanneer Wil komt zagen we eerst twee lelijke takken weg van de stapel omgezaagde wilgen. Voorzitter Kees is er ook en we bekijken wat de stagiaires van de maatschappelijke stage over een paar weken kunnen doen. Er is wat reparatie- en schilderwerk aan de container. Dat lijkt ons een leuke klus voor de stagiaires. Wij kunnen dan onze tijd aan tuinprojecten blijven besteden.

Raar slot: Vorige week kregen we het slot van het insectenhotel niet open. Het plan is om nu eerst met een hamertje op de sleutel te kloppen. Gaat het op die manier niet open dan schroeven we een van de panelen aan de voorkant los om binnen te komen. Als het slot ook van binnenuit niet open is te krijgen moeten we gaan zagen en breken. We hebben daar geen zin in maar als het moet … Ik draai aan de sleutel en het slot gaat open alsof er nooit iets aan de hand geweest is. We snappen er niks van maar zijn blij met de meevaller. Wil maakt de kettingzaag schoon en ik zaag alvast 4 planken op maat. Het kleine aggregaat doet zijn werk en in korte tijd hebben we gaten geboord en zijn de planken op hun plek geschroefd. We bekijken hoe we de ophanging van de goot kunnen verbeteren en gaan dan aan de koffie. Volgende week verder.

Vogels: De wirwar van takken op de stapel wilgenstammen blijkt onweerstaanbaar voor allerlei kleine vogels. Na een paar koolmeesjes vallen twee andere vogels op. Van boven lijken ze op een mus. De onderkant en de borst zijn grijs. Wij denken dat het boomkruipers zijn maar we weten weinig van vogels. Hoe dan ook, ze scharrelen onrustig tussen de takken rond. Misschien op zoek naar voedsel, misschien naar een plek voor een nest. Vogels reageren meteen op het lenteweer. De hele ochtend horen we al het gelach van de groene specht. Hopelijk krijgen ze straks niet teveel problemen als het weer kouder wordt.

ochtend in februari

Zaterdag 16 februari 2019: Naast de meidoorn bij de poort ligt iets zwarts. Een paar passen dichterbij zie ik het: een kat. Deze hebben we niet eerder gezien in de natuurtuin. Een zwart-wit katertje komt regelmatig een kijkje nemen en zo nu en dan komt een oranje exemplaar voorbij op de wildcamera. De zwarte kat is niet onder de indruk van me en blijft op zijn plekje langs de meidoorn. Ik ben niet onder de indruk van hem en ga naar de container. Ik zet wat spullen klaar en pak een kop koffie. De zwarte kat heeft intussen nauwelijks bewogen. Zou hij ziek zijn? Een houtduif landt en scharrelt door het gras. Voor het eerst toont de kat interesse in iets. Niet lang. Na een paar minuten gluren naar de duif wandelt hij door de poort naar buiten.

Drie vliegen in één klap: Het is erg zacht voor de tijd van het jaar We halen vandaag zeker 15 graden maar nu is het nog te koud om lang stil te staan. Er ligt dun ijs op het water. Het eerste klusje vandaag: stenen sjouwen. We hebben eindelijk een goede bestemming gevonden voor de betonklinkers uit de voormalige kruidentuin. We plaggen nog een stuk grond af en daarmee maken we een helling aan de zonzijde van de stenen muur. De betonklinkers werken we in die helling om gangen en holtes te maken. We zijn benieuwd welke dieren onze prefabholen gaan gebruiken. Ik stapel alvast wat gangetjes. Daarna gaan de eerste kruiwagens grond er overheen. We slaan zo drie vliegen in één klap: We plaggen nog een paarhonderd vierkante meter af. De vrijkomende tuingrond gebruiken we om de helling op het zuiden te maken en de nutteloze stapel klinkers veranderd in een ondergronds gangenstelsel. Ik schat dat het hele graafwerk in de herfst klaar zal zijn.

Natuurtuin is wilder geworden: We willen vandaag ook klussen aan het insectenhotel maar we hebben een tegenvaller. Het slot wil niet open. Wat we ook proberen er is geen beweging in te krijgen. We besluiten om volgende week een nieuwe poging te wagen. Misschien moeten we het slot openbreken en vervangen. Oud bestuurslid Agnes wandelt binnen en maakt een rondje door de tuin. Het valt haar op dat de natuurtuin er wilder uitziet dan een tijd terug. We hebben de laatste jaren verschillende bosranden ontwikkeld en laten her en der bewust ruigtestroken staan. Bosranden en ruigtestroken zijn waardevolle aanvullingen op de bloemrijke graslandjes.

Mooi lenteweer: We zagen een stuk stam af van de omgezaagde grote wilgen. Agnes wil die in haar tuin leggen. Ook daar wordt aan biodiversiteit gedacht. Ik krui de stronk naar de wagen en op de terugweg tref ik een van de buren. We bespreken de omgezaagde wilgen en de zorgelijke toestand van de essen langs het wandelpad. Wat later komt voorzitter Kees aan. We bekijken de stapel wilgenstammen nog eens en besluiten om binnenkort twee naar buiten stekende gescheurde takken af te zagen zodat het wat rustiger oogt. Niet alles hoeft er wild uit te zien. Veel werk hebben we vandaag niet verzet maar des te meer gekletst. Het is niet voor niets de eerste zaterdagochtend met mooi lenteweer.

de nieuwe insectentuin

Zaterdag 9 februari 2019: Het heeft goed geregend. De sloten raken vol en het water van de grote poel tikt de onderkant van de brug aan. Ik sta op het dammetje aan de noordkant. Aan de ene kant water op de graslandjes. Aan de andere kant een volle regenwatersloot met daarachter het afgeplagde veld dat is veranderd in een meertje. Het wandelpad langs de natuurtuin loopt midden door het water. Een dame die voorbij wandelt is het ook opgevallen. We babbelen wat over de droge zomer, de gevolgen voor planten en dieren en de kikkers in haar tuin. Al het water dat er nu staat bevalt ons beter.

Buitenhaagproject afgerond, 925 struiken geplant: Ik leg het laatste stukje van de buitenhaag aan. Vorige winter hebben we het eerste deel langs de voorkant aangelegd, links van de poort. Deze winter hebben we eerst het stuk rechts van de poort geplant en ongeveer 20 meter aan de noordkant De laatste vijf meter komt op het dammetje. Het dammetje is te smal voor twee sleuven. Ik maak twee rijen met de grondboor, stop de laatste struikjes er in en druk de gaten met wat extra aarde dicht. Het gaat verrassend makkelijk en na een uurtje ben ik klaar. Alles bij elkaar hebben we nu 925 nieuwe struiken geplant. In het oorspronkelijke plan waren dat 1200 struiken. Maar in het berkenbosje en bij de noordelijke poel heeft het geen zin een haag aan te leggen. Daar komt te weinig zon en zou van de struikjes niets terecht zijn gekomen. Die stukken hebben we dus overgeslagen.

Poelen baggeren: Ik graaf een paar kruiwagens grond weg in de insectentuin. Een stuk pad bij de grote poel is aan het wegzakken en moet aangevuld worden. Wil doet nog een poging om met de accuboor een gat uit te boren van de bankschroef. Ook nu lukt dat niet. Hij probeert het aggregaat aan de praat te krijgen maar ook dat heeft er geen zin in vandaag. Voorzitter Kees komt aan en we bepraten een mail van de gemeente. De gemeente is nog steeds van plan om twee poelen te komen baggeren maar de afvoer van de bagger is een probleem. De bagger is volgens ons schoon maar waarschijnlijk is het erg duur om af te voeren. Ik vind het wel een idee om de bagger op het dijkje langs de voorkant te gooien. Dan hoeft die niet afgevoerd te worden. Kees heeft zijn bedenkingen en denkt dat die bagger veel te voedselrijk is. Met wat pech zijn we jaren bezig om de verstoring die dat geeft weg te werken. Eigenlijk weten we niet precies hoe voedselrijk de bagger is. We besluiten het geval voor te leggen aan de ecologen van de gemeente.

overloop van grote poel


Zaterdag 2 februari 2019: De grond is ontdooit. Het plantgoed voor de buitenhaag komt makkelijk los. Vorige week zaten de bundels nog vastgevroren en moesten we het planten uitstellen. Ik krui alles naar de noordkant. De sleuven hebben we al gegraven dus vandaag hoeven we die alleen maar te vullen en weer dicht te gooien. Voorzitter Kees komt aangelopen. Het is de eerste zaterdag van de maand. De zwerfafvalgroep trekt door de wijk en gebruikt de natuurtuin als start- en eindpunt. Kees moet zelf ergens anders heen en heeft geen sleutels bij. Geeft niet. De deur van het materiaalhok is open en de groep kan bij hun spullen.


120 nieuwe struiken: Ik ga verder met het plantwerk. Het regent zachtjes maar continu. Niet prettig om buiten te werken maar we moeten profiteren van de zachte temperaturen. Wie weet hoe vaak het nog gaat vriezen deze winter. Wil komt helpen. De sleuven zijn snel dicht. Struikjes stevig in de grond. We zijn nu bijna klaar met het hele buitenhaagproject. Alleen het dammetje langs de regenwatersloot moet nog beplant worden. Vandaag hebben we ongeveer 120 struiken geplant. Dat betekent dat we volgende week nog ongeveer 30 struiken moeten zetten.


Stijgend water: Ik breng een paar kruiwagens extra grond naar de haag. Wil gaat een bankschroef monteren op de workmate. Het actieve deel van de zwerfafvalgroep is terug en bestaat vandaag uit één persoon. De anderen vonden de regen te nat. We drinken koffie en kletsen wat over het weer en het groenbeheer. De neerslag van de laatste tijd wordt merkbaar in de natuurtuin. Er staat steeds meer water. De poelen worden groter en de lage graslandjes lopen onder. De zuidelijke poel loopt over in de sloot langs de zuidkant. Ook het afgeplagde stuk insectentuin staat niet meer droog. De natuurtuin en de rest van de Bundertjes liggen in een beekdal en dat is nu goed te merken.

 

buitenhaag noordkant


Zaterdag 26 januari 2019: Ik heb de fietstassen volgeladen met gereedschap. Boor, multitool, schroevendraaierset, schroeven, meetlint, enz. Misschien is de bodem nog bevroren en kunnen we niet graven. In dat geval hebben we nu gereedschap om te werken aan met het insectenhotel. Afgelopen week heb ik planken en ijzerwaren gehaald. We kunnen dus vooruit. Toch eerst maar eens de bodem testen. Ik wandel naar de noordkant. De schop gaat als door de boter de grond in. Dat had ik niet verwacht. Het heeft tot gisteren elke nacht gevroren maar hier heeft dat blijkbaar weinig effect gehad.

Vastgevroren: We hebben nog 6 bundels struiken om te planten. Dus genoeg voor 25 meter dubbele haag. Ik meet de afstand en graaf twee sleuven. Er zitten hier meer wortels in de grond dan aan de voorkant maar erg dik zijn ze niet. Wil is bij de zuidelijke poel bezig de struikjes uit de grond te halen. Dat lukt niet. Een paar bundels komen los maar de rest zit nog steeds vastgevroren. Na overleg besluiten we de bundels te laten zitten tot volgende week. We hopen dat het niet opnieuw hard gaat vriezen.

Vloerverwarming: Typisch dat de bodem 100 meter verderop stijf bevroren is en aan de noordkant helemaal niet. Een wandelaarster oppert dat het misschien door het water komt. Zou kunnen. Er komt relatief warm grondwater (een paar graden boven 0) omhoog in de tuin. Wanneer het niet erg hard vriest zou dat een verschil kunnen maken. Wie weet heeft dit stuk tuin natuurlijke vloerverwarming.

Plannen: We hebben geen tijd meer om aan het insectenhotel te werken en scharrelen wat rond in de tuin. Onderweg komen we voorzitter Kees en Wim tegen. We worden bijgepraat over een nieuwe landelijke vereniging van natuurtuinen en bekijken de stapel wilgen die zijn gekapt. Er blijven bij groenbeheer altijd verschillen van inzicht. Kees vraagt zich af of de rommelige stapel niet wat gefatsoeneerd moet worden. Ik wil er geen tijd aan besteden. Ik schat dat eind mei de stapel door de begroeiing niet meer opvalt. Bovendien laat ik graag zien dat er gewerkt wordt in de natuurtuin. We zijn het wel meteen eens over het idee om de klinkers van de voormalige kruidentuin te verwerken in een nieuwe helling tegen de stenen muur. Ze worden afgedekt met de grond die vrij komt uit de insectentuin. De ondergrondse gstapelde stenen kunnen dienen als hol of overwinteringsplek. Van afval naar natuur. Al kletsend is het weer na twaalven geworden wanneer we afsluiten.

 

winter in de natuurtuin

Zaterdag 19 januari 2019: Het heeft gevroren en ik heb geen aansteker meegenomen. Het hangslot aan de poort is niet open te krijgen. Dan maar over het houtwalletje geklauterd. In de container ligt een aansteker die we gebruiken voor een gaskokertje. Ik heb hem snel te pakken maar hij is zo goed als leeg. Met moeite krijg ik er een slap vlammetje uit waarmee de sleutel net warm genoeg is te maken. Het hangslot gaat open.


Nieuwe haag noordkant: Vandaag gaan we verder met snoeiwerk aan de noordkant. Hier komt het laatste stuk van de nieuwe buitenhaag. Vlak langs deze zijde van de tuin loopt een sloot en dus planten we de struiken hier aan de binnenkant. Het oude houtwalletje stelt niet veel voor. Enkele jaren geleden zijn daar voor het laatst nieuwe takken in gestopt. Tussen de rij elzenbomen staan tientallen dunne en iets minder dunne stammetjes van wilg, haagbeuk, zwarte els, eik, enz. Zover we er bij kunnen zagen en knippen Wil en ik die af. De bedoeling is dat de tuin hier, net als aan de voorkant, goed te bekijken is vanaf het wandelpad. En omgekeerd is er straks vanuit de tuin een mooi uitzicht op het afgeplagde stuk. Met het snoeihout vullen we het houtwalletje aan. Dat is de afscheiding tot de nieuwe haag groot genoeg is. Er staat water in de sloot. Een deel van de stammetjes staat te ver naar buiten. We laten ze staan totdat de sloot droog is. Dan kunnen we er vanaf de buitenkant wel bij.


oud wespennestWespenkastje: Uiteindelijk hebben we een mooie strook vrijgemaakt voor de haag. Voor we de spullen opruimen gaan we naar de zuidkant. We snoeien een aantal uitgeschoten wilgen in de insectentuin en dan zijn de klussen voor vandaag klaar. We bekijken de buitenkant waar we hebben gewerkt. Er groeien veel takken en stammen over de sloot. Een aantal hangt zelfs tot boven het wandelpad. We moeten hier nog veel weghalen. Verderop bestuderen we een nestkastje. Er blijkt een wespenvolk in gezeten te hebben. Wanneer we het open schroeven kunnen we we er beter bij. De wespen zijn allang verdwenen. Op de bodem ligt nog een lijkje. Het kleine nest is vervallen en letterlijk tot stof aan het vergaan. Toch blijken de restanten van de broedcellen verrassend sterk en taai. Ik krijg het materiaal met de schroevendraaier niet uit elkaar getrokken. Onbewoond is de ruïne ook niet. Er kriebelt veel klein gedierte rond dat hier de winter probeert te overleven. We storen ze niet verder en schroeven het nestkastje weer dicht. Het gaat bij de andere nestkastjes die om een of andere reden naar beneden zijn gekomen. Dit voorjaar zal de vogelwerkgroep van het IVN ze schoonmaken.

 

stapel boomstammen

Zaterdag 12 januari 2019: De voorkant van de natuurtuin is compleet veranderd. Een tijdje terug hebben we overleg gehad met de gemeente over de enorme wilgen daar. Er waaiden regelmatig takken uit. Vorig jaar is een van de stammen vlak langs het materiaalhok en dwars over het wandelpad gevallen. Een van de andere stammen was aan het losscheuren en hing steeds schever. Wij wilden ze graag opruimen maar voor ons waren de kolossen een paar maten te groot. Afgelopen dinsdag zijn houthakkers met grote machines aan het werk gegaan. Ze konden niet vooruit bij een andere gemeenteklus en mochten ons een paar uurtjes helpen. Een verreiker met zaagkop heeft de bomen stukje bij beetje afgebroken waarna de stammen door een grijpmachine op een hoop tegen het wilgenbosje zijn gelegd. Het werk duurde de hele dinsdagochtend.

Levendigheid: Verse boomstompen, zaagsel, takkenhopen, sporen van rupsbanden. Nu alles net gekapt is ziet het er een beetje triest uit. Dat is voorbij wanneer komend voorjaar het groen weer gaat uitlopen. Het wandelpad is nu veiliger en de bomen langs dat pad zullen het beter gaan doen. Ze kwamen door de grote wilgen flink in de verdrukking. Voor ons is het interessant om te kijken welke effecten deze ingreep op de natuurtuin heeft. De stapel stammen zal bewoond en gebruikt gaan worden door allerlei organismen. Paddenstoelen, insecten en insecteneters, nestenbouwers en holengravers. We zijn vooral benieuwd wat het extra zonlicht met de begroeiing gaat doen.

Buitenhaagproject stap verder: De houthakkers hebben netjes gewerkt maar er blijft genoeg om op te ruimen. Een machine moest door de houtwal heen en daarbij is een stukje buitenhaag platgereden. We graven twee sleufjes en vullen ze met struikjes. Ook de andere open plekken maken we dicht met in totaal zo'n 25 struikjes. En ineens zijn we helemaal klaar met dit stuk van het buitenhaagproject. Langs de hele voorkant, van de zuid- tot de noordpunt, staat nu een dubbele rij struiken. Het onderhoud bestaat uit een paar snoei- en maaibeurten per seizoen.

Paddenstoelen: We beginnen met snoeien en zagen aan de noordkant. Daar komt het laatste stukje van de buitenhaag. Wanneer de miezer overgaat in echte regen houden we het voor gezien.

We maken een paddenstoelenrondje en bestuderen een wittige geleiachtige substantie bij de kleine poel in het wilgenbosje. Het lijkt op een van de trilzwammen die we vaak in de tuin zien. Je hebt zwarte en hele mooie gele. En dit zal dan wel een witte soort zijn. Wil knijpt er in en merkt op dat het bijna helemaal uit water bestaat. We speuren nog wat verder en sluiten tevreden met de behaalde resultaten af.

Sterrenschot of heksensnot: Via internet ontdek ik dat de wittige paddenstoel eigenlijk sterrenschot of heksensnot blijkt te zijn. Sterrenschot wordt meestal gezien als voorjaarsverschijnsel. Een vrouwtjeskikker, vol met eitjes wordt opgegeten door bijvoorbeeld een reiger. Het geleiachtige deel van de eitjes zwelt op door het water in de maag en alles wordt uitgebraakt. Elk jaar vinden we wel een paar halfverteerde kikkers met een blob kikkerdril er aan. Sterrenschot en heksensnot zijn dus sprookjesnamen voor braaksel. Ik hoop dat Wil zijn handen heeft gewassen. Zouden er nu in januari al kikkers met onbevruchte eitjes te eten zijn? Het is erg zacht weer geweest dus misschien springen er al vroege kikkers rond. En welk dier heeft dat zo vroeg in het jaar klaar gekregen. Een reiger waagt zich niet tot midden in een bosje. Ik lees ook dat bunzings wel eens kikkers eten. We hebben een wildcamera vlakbij waar een bunzing op gezien is dus wie weet ...

roodborstje

Zaterdag 5 januari 2019: Verder waar we gebleven waren. Tot nu toe hebben we ongeveer 26 meter dubbele haag geplant. Nu proberen we daar 20 meter aan toe te voegen. Het is zacht weer en soms miezert het een klein beetje. Het is niet alleen de eerste zaterdag van het jaar maar ook de eerste van januari. Rond half tien druppelen de deelnemers van de zwerfafvalgroep binnen. De natuurtuin is hun vaste start- en eindpunt. Het groepje is aardig gegroeid en vandaag vertrekken 5 mensen de wijk in om zwerfafval op te halen. Wil en ik gaan verder met de haag. Zoals verwacht verloopt het graafwerk vlot. Er zijn geen wortels van betekenis waar doorheen gekapt of gezaagd moet worden. Wil haalt de struiken. We zetten ze in de grond en harken de sleuven weer dicht. Oud vrijwilliger Wim komt langs. Hij is op eigen initiatief zwerfafval op aan het halen. Zijn vangst kan hij bij ons laten. Straks zet de afvalgroep de vuilniszakken bij de poort waar ze door de gemeente worden opgehaald.


werk aan buitenhaagVogelparadijs: We zijn bijna klaar met het plantwerk. De extra meters hebben tijd gekost. De zwerfafvalgroep is weer terug en zit al aan de koffie. Voorzitter Kees heeft appelflappen gehaald en die smaken goed na een vochtige ochtend werk. Ik graaf de struiken die over zijn opnieuw in en loop met Wil nog een rondje door de tuin. Kees is intussen naar de winkel om nieuwe bekertjes en water te kopen. Overal horen we gekwetter van kleine vogeltjes. Er zitten hele groepen in de tuin. Het lijkt wel alsof in alle hoeken en gaten van de bosjes massaal naar eten gezocht wordt. In het berkenbosje maar vooral in het elzenbosje is het een drukte van belang. Ik herken koolmezen maar er vliegen ook groepjes andere vogeltjes rond. De bosjes met hun rommelige randen vol snoeitakken blijken goed in de smaak te vallen. Waarschijnlijk zijn er veel zaadjes van de elzen te vinden en tussen het hout zitten natuurlijk veel overwinterende insecten. De zuidelijke poel is voor een groot deel weer gevuld met water. Rondom komen van alle kanten vogelgeluidjes. Het moeten tientallen vogeltjes zijn. Ze zijn alleen zichtbaar wanneer ze van de ene naar de andere struik vliegen. Wanneer Kees terug is sluiten we af en vertrekken. We hebben vandaag ongeveer 120 struiken gezet. De haag aan de voorkant is nu bijna klaar. Volgende week moeten we nog 3 kleine stukjes opvullen en kunnen we beginnen aan het stuk aan de noordkant. De eerste weken van 2019 hebben we genoeg te doen.

Archief Natuurtuin Deze Week

paddenstoelen op wilg

 

Zaterdag 30 mei 2020: Zonnig, warm en droog. Het lijkt dat we een derde droge zomer gaan krijgen. De kleine noordelijke poel is bijna leeg. De zuidelijke is ook geslonken en het water in de grote poel is gezakt tot een meter onder de brug. Bij de ingang verdord het gras en ontstaan zandplekken. Ik ben benieuwd welke plantjes daar gebruik van gaan maken. Terwijl ik de graspaden maai valt op dat niet alles even droog is. Op de hogere stukken is het gras nauwelijks gegroeid. Op de lage noordelijke veldjes heeft de gazonmaaier moeite om door het dikke malse gras te komen. Bij het berkenbosje is een Veelbloemige roos opgeschoten. De trossen witte bloemen vallen op. Raar dat we hem over het hoofd hebben gezien. Ik steek de plant met een schop uit de grond en daarmee zit het onderhoudswerk voor vandaag er weer op.

Metselbijenmeter: Er staat onderzoek op het programma. Ik loop een rondje mee met onderzoeker Will terwijl hij zijn vogeltelronde doet. Daarna race ik op en neer naar huis om mijn mobiel (vergeten) en enkele mokken te halen want de kartonnen bekers zijn op. Daarna bekijk ik de ontwikkeling van de metselbijenmeter. Van de 3 mm gaten zijn er nu 19 bezet. Van de 4,5 mm zelfs 31. De tussenliggende gaten zijn minder populair. De 4,2 mm gaten staan op 8 mm en de 4 mm gaten nog steeds op 0.

Biotische index: Samen met Rinus en Wil trekken we met schepnetjes, bakken en zoekkaarten naar de grote poel. We gaan waterbeesten vangen. De vangsten noteren we in een speciaal schema dat ik op internet gevonden heb. Met dat schema bepalen we de biotische index. Een mooie term. De biotische index is een cijfer dat iets zegt over de waterkwaliteit. Sommige diersoorten zijn gevoelig en leven alleen in heel schoon water. Andere waterdieren kunnen meer hebben en die vind je ook in minder schoon water. Hoe meer verschillende soorten je vangt (en dan vooral gevoelige soorten) hoe schoner het water en dus hoe hoger de biotische index. Het is een eenvoudige meetmethode die iets zegt over de gezondheid van onze leefomgeving. Je kunt ook verschillende watertjes vergelijken en de gezondheid van poelen en sloten over langere tijd bijhouden.

Gezellig onderzoek: Bovendien is het, zoals vandaag blijkt, een gezellige methode. Bij de houten brug is al een gezinnetje waterbeestjes aan het scheppen. Even later komt nog een gezin de tuin ingewandeld en sluit zich aan bij het gebeuren op en rond de houten brug. We houden zo goed mogelijk afstand, maar gelukkig maakt dat niets uit voor de sfeer. De zon schijnt, de vogels fluiten en iedereen loopt heen en weer met nieuwe vangsten. Na een klein uur hebben we een hele verzameling soorten. Naast ongewervelden die in het schema moeten, vangen we opvallend veel salamanderlarven en natuurlijk veel kikkervisjes. Dat was ons vorig jaar ook al opgevallen. We denken dat dat komt, omdat de poel in 2018 is drooggevallen. Sindsdien zijn alle stekelbaarsjes verdwenen en dat is goed nieuws voor het andere waterleven.

Salamanders en Groene kikkers: Het spontane bezoek neemt afscheid en na een koffiepauze verhuizen we naar de zuidelijke poel. Die valt vaker droog dan de grote poel en er ligt flink wat slib op de bodem. We verwachten niet veel te vangen en dat is ook zo. Toch vinden we verschillende salamanderlarven. Een leuke vondst, maar het is geen ongewervelde en telt niet voor de biotische index. Net zo min als de groene kikkers die deze poel sinds enkele jaren hebben gekoloniseerd. Uiteindelijk krijgen we in de grote poel 18 soorten ongewervelden op naam (2 kokerjuffersoorten als meest gevoelige). In de zuidelijke poel krijgen we 5 soorten op naam ( één haftenlarve als meest gevoelig). Dit levert voor de grote poel een score op van 9 (van de 10) en voor de zuidelijke poel een 4 (van de 10). Supergoed voor de ene poel, slecht voor de zuidelijke poel. Geen onverwacht resultaat. De zuidelijke poel is al beter dan enkele jaren geleden maar er is nog veel werk te doen. We verwachten veel van het plan om het slib uit te baggeren en de poel gedeeltelijk iets dieper te maken. Alweer een leerzame zaterdagochtend.


 
Stichting Natuurtuin Helmond

Cookies helpen ons onze services te leveren. Door onze services te gebruiken, geeft u aan akkoord te gaan met ons gebruik van cookies. OK