Natuurtuin deze week


hooiwerk

Zaterdag 16 september 2017:

Nat maaisel: Het heeft afgelopen week flink geregend en het maaisel is nat. Rinus gaat met Theo van het IVN alle rijen die we vorige week hebben gemaakt omgooien. Zo kan het beter drogen. Een klusje dat we nu voor het eerst doen. In andere jaren sjouwden we het maaisel eenvoudig buiten de poort en lieten het ophalen. Nu willen we een deel gaan testen als dierenvoer voor de Helmondse Dierenparken. Daarvoor moet het goed droog zijn en dus zijn we aan het zoeken naar droogmethodes die werken en makkelijk zijn uit te voeren. Vorige week heb ik een deel van het natte maaisel op hooiruiters gelegd maar dat was geen goed idee. Rinus weet dat het maaisel eerst bijna droog moet zijn en pas dan op de hooiruiters kan om na te drogen. Dat kan kloppen want het maaisel op de ruiters is van binnen nog kletsnat.

Stinkzwammen en kikkers: Terwijl Rinus en Theo het maaisel keren ga ik met Wil en Hester op de helling bij de ingang werken. Afgelopen maandag heb ik dit stuk gemaaid. Het is niet geschikt als diervoer want er groeit veel riet en ik heb een plukje Jakobskruiskruid gezien. Allebei planten die je niet in het diervoer wil hebben. Het maaisel van deze helling kan op de hooikruiwagen en naar buiten. In de buurt van een oude boomstomp komen verschillende stinkzwammen op. Het blijkt de Grote stinkzwam te zijn. Die groeit vooral in de buurt van vermolmde (loof)boomstompen. Blijkbaar moet het hout precies vermolmd genoeg zijn voordat de Grote stinkzwam er van wil eten. Zoals wij vaak zeggen: Dood hout is springlevend. Ook nu valt het iedereen op hoeveel kikkers en padden er in de graslandjes verstopt zitten. Regelmatig zien we ze voor de hooiharken wegspringen. Het blijft droog en langzaam maar zeker wordt het zelfs wat warmer. Wanneer we koffie drinken komt ook Dorothé aanlopen. Met zijn zessen harken en kruien we alle maaisel van de helling naar buiten. Tegen twaalven is dit stuk helemaal klaar en alle maaisel op de gemaaide veldjes is gekeerd om te drogen.

Ervaring opbouwen: Dankzij de vele handen verloopt ook deze maaibeurt sneller dan in voorgaande jaren. Er zijn nu nog maar 3 kleine stukken die gemaaid moeten worden (de heuvel bij de grote poel, rondom de bijenstal en een smalle strook bij het elzenbosje). Wanneer ook die stukken klaar zijn bekijken we welke slootranden en rietkragen blijven staan of gemaaid worden. We leren veel bij over het drogen van maaisel. Dit is een nieuwe manier van werken voor ons en we moeten nog uitzoeken hoe we dit zo handig mogelijk aanpakken. Volgend jaar gebruiken we wilgentakken voor de hooiruiters in plaats van lompe palen. Misschien is het een idee om ons machinepark uit te breiden met een kleine hooikeerder. Het zal nog even duren voor we de beste hooimethode vinden.

Overloop na het harken

Zaterdag 9 september 2017:

Regen: Het regent en volgens buienradar blijft dat de hele ochtend zo. Geen goede start voor het hooiwerk. Ik wil iets uitproberen en denk dat ik daarna naar huis ga. Er zouden vandaag een paar mensen komen helpen maar nu het constant miezert en regent verwacht ik eigenlijk niemand. We hebben met de Helmondse Dierenparken afgesproken om dit jaar een paar aanhangers maaisel te leveren. Ze willen het graag uitproberen als dierenvoer. Hopelijk lukt dat experiment want dan kan voortaan het meeste maaisel naar de Dierenparken. Dat is veel beter dan afvoeren naar de composteerder. Maar we hebben een handige methode nodig om het maaisel goed te drogen. Daarvoor gaan wij nu iets uitproberen: Hooiruiters.

Hooiruiters: Hooiruiters zijn een oud middel om maaisel te drogen. Tegenwoordig wordt hooi op grote schaal geproduceerd en met machines veel efficiënter gedroogd. Maar voor de kleine natuurtuin zijn de hooiruiters in 2017 nog goed te gebruiken. Het zijn simpele bouwsels gemaakt van stevige takken. Eigenlijk een soort wigwamskelet. Bovenop dat skelet wordt het maaisel gelegd. Je krijgt dan een hol hooibergje waardoor het maaisel van alle kanten wordt gedroogd. We hebben een hoop palen liggen die niet meer worden gebruikt. Met wat sisaltouw is zo een hooiruiter in elkaar gesjord. Vlug wat maaisel stapelen en kijken hoeveel er eigenlijk op gaat.

Experimenteren om te leren: Tegen de verwachting in wordt het droger en komen een voor een de hulptroepen binnen. Vandaag worden we geholpen door Hester, Alexander en Rinus. Met Wil en mij erbij zijn we op topsterkte. Ik bouw nog een paar hooiruiters. Het maaisel wordt op dijkjes geharkt. Daar moet het eerst verder drogen voordat we het op de hooiruiters leggen. Twee ruiters zitten al vol met maaisel dat nog niet droog is. Aan de onderkant druipt het water er uit. Maar Rinus verwacht toch dat de binnenkant niet goed zal opdrogen. We zullen binnenkort zien welke methode het beste werkt. Het is weliswaar een oude techniek maar voor ons nieuw. We moeten hier nog ervaring mee op doen maar het principe bevalt ons nu al goed. En de hooibergjes vormen de komende weken een schilderachtig gezicht.

Vliegende start: Intussen is voorzitter Kees binnengekomen. Hij zoekt fotomateriaal om morgen te gebruiken. Er is dan een markt bij het wijkhuis. Wij gebruiken de gelegenheid om het werk te onderbreken en aan de koffie met vlaai te gaan. Na een half uurtje babbelen gaat de een na de ander weer richting de hooiveldjes. Het is intussen niet alleen droog geworden, de zon is zelfs gaan schijnen. Op ons gemak harken we het laatste maaisel bijeen. Ruim voor twaalf uur hebben we alles op dijkjes geharkt en zijn twee hooiruiters als test volgeladen. Ondanks het waterige begin hebben we een vliegende start gemaakt met deze tweede maaibeurt. Volgende week weer een etappe.

overloop voor het maaien

overloop na het maaien


Zaterdag 2 september 2017:


Minder mest geeft meer planten Vandaag beginnen we met de tweede, en laatste, maaibeurt van het seizoen. De graslandjes in de natuurtuin worden twee keer per jaar gemaaid. Het maaisel blijft een tijdje liggen om te drogen en wordt dan bijeen geharkt en afgevoerd. Door te maaien blijft de natuurtuin open en afwisselend. Met het maaisel voeren wij ook zo veel mogelijk voedingstoffen af. Dat klinkt voor veel mensen raar. Van voedingsstoffen krijg je toch sterke en mooie planten? Dat is maar voor een beperkt aantal planten waar. De meeste wilde planten doen het helemaal niet goed op bemeste grond. Veel voedingsstoffen betekent dat enkele plantensoorten (bijvoorbeeld grassen en brandnetels) het goed doen en de rest verpietert. Elk jaar wordt onze leefomgeving “verrijkt” met stikstofverbindingen die door het verkeer en de bio-industrie worden uitgestoten. Met ons maaibeheer werken we een deel van die vermesting weg en krijgen we vanzelf soortenrijke graslandjes.


Frituurolie voor beter maaiwerk Ik smeer de messenbalk van de maaimachine in met plantaardige olie. Een tip van de machinefabrikant die Wil gevonden had. Frituurolie van de Aldi om precies te zijn. Die is plantaardig, 100% biologisch afbreekbaar en de machine maait veel beter na een oliebadje. Na een paar uurtjes zijn de noordelijke graslandjes,de strook langs de wilgen en de overloop van de grote poel klaar. Volgende week komen er een paar mensen helpen met het hooiwerk. Als dat goed lukt hebben we meteen de helft van alle maaiwerk achter de rug. Hopelijk wordt het niet te nat deze week. Ik onderbreek het maaien twee keer omdat ik ineens planten tegenkom die ik nog niet op mijn lijst had. Vlakbij de noordelijke poel staan een paar plantjes Wilde bertram en in de overloop groeien enkele exemplaren Akkermunt.


Houtopslag wordt overwinteringsplek Tijdens het koffiedrinken komen er mensen van de zwerfafvalgroep binnen. Ze verzamelen zich hier en gaan dan, samen met voorzitter Kees de buurt opschonen. Ik maai het laatste stukje van vandaag en Wil begint een afdakje te slopen dat de imkers gebruikt hebben om hun haardhout droog te houden. We laten niet meer toe dat bomen die in de natuurtuin gekapt als stookhout worden gebruikt. Voortaan blijft alles in de tuin liggen en mag de natuur zich er over ontfermen. Afgelopen week is de enorme voorraad haardhout opgeruimd en nu mogen wij de achtergelaten bouwsels opruimen. De oude dakpannen die het haardhout afdekten stapelen we tegen de stenen muur bij de insectentuin. Allerlei amfibieën en ongewervelden gebruiken graag zulke stapels om zich te verstoppen en te overwinteren. Zo worden ze weer nuttig gebruikt.


ViervlekwebwielspinViervlekwielwebspin Tegen dat ik klaar ben met maaien zie ik een oranje bolletje in het gras. Het bolletje blijkt een grote dikke spin. Ik bekijk het beest en probeer het goed op de foto te krijgen. Hij is nogal beweeglijk dus echt goed lukt dat niet. Ik heb nog nooit zo'n spin gezien en hoop thuis op internet er achter te kunnen komen welke soort het is. Het blijkt een Viervlekwielwebspin te zijn. Hij kan allerlei kleuren hebben, waaronder dus oranje. Hij schijnt niet echt zeldzaam te zijn, behalve voor mij dan. De vlekken zijn dus typisch voor het beestje, net als de vorm van het web dat hij maakt. Ik lees ook dat hij vaak sprinkhanen vangt. Dan zit hij bij ons goed want ook die komen, zeker aan het eind van de zomer, veel voor in de natuurtuin.

 

Zaterdag 26 augustus 2017:

Dappere rups Een mooie zomerdag. Ik sta met Wim bij een paar Teunisbloemen en zie iets wat lijkt op een verdroogde zaaddoos. Maar dichterbij blijkt het een enorme rups te zijn. En verlegen is hij ook niet. Wanneer ik met mijn vinger in de buurt kom trekt hij zijn voorkant samen en richt zich dreigend op. Elke beweging die ik maak wordt beantwoord met een kom-maar-op-gebaar. Op de rug heeft hij schijnogen en zo lijkt hij sprekend op een slang. En zo gedraagt hij zich ook. Ik maak foto's en ga thuis proberen de naam van deze dappere rups op te zoeken.Wim gaat de Wilde Bertram in Gemert bezoeken. Daar kweken ze wilde planten en ik vraag hem om uit te kijken naar een soort prijslijst. Dan kunnen we kijken of er planten tussen zitten die wij in onze nieuwe insectentuin kunnen gebruiken. Misschien valt dat tegen omdat we vooral moerasachtige planten nodig hebben maar we zien het wel.

JacobskruiskruidDruk speuren Vandaag loop ik de veldjes na die we volgende week gaan maaien. Ik probeer zo veel mogelijk planten te noteren die ik in bloei aantref. Ook dit jaar krijg ik bij lange geen complete plantenlijst. Dat is jammer maar eigenlijk ook een goed teken. Er staan dus best veel verschillende planten in de natuurtuin. Ik ben net een stengel Gewoon struisgras aan het bekijken wanneer twee fotografen zwaar bepakt met apparatuur binnen komen. Ik hoor dat ze vandaag op Beekjuffers jagen en raad ze aan naar de zonnige veldjes in het midden van de tuin te gaan. Intussen is Wil weer aan de slag gegaan met de zoekkaarten voor insecten en komt libellenman Roel binnen. Het is eindelijk goed insectenweer en hij hoopt libellensoorten te spotten die laat in het seizoen vliegen. Er wordt druk gespeurd, genoteerd en gefotografeerd vandaag.

 

21 libellensoorten De fotografen trekken verder de Bundertjes in en er wandelen een paar mensen met kinderen door de tuin. Wanneer de zon door komt is het op de beschutte graslandjes meteen bloedheet. We raken aan de praat met Roel en hij wijst er op hoe belangrijk afwisseling is voor soortenrijkdom. Bij een paar eerdere bezoeken heeft hij 18 libellensoorten vastgesteld. Er zijn er die meestal direct bij water zijn te vinden. Sommigen vooral op drijvende bladeren. Anderen jagen vooral boven graslandjes, weer anderen bij ruigtes of stromend water. Kleine details zoals droge boomstammen in de zon worden gebruikt om op te warmen. Als om zijn woorden kracht bij te zetten vliegt een libel (de soortnaam ben ik alweer vergeten) die bosranden als jachtgebied heeft langs het berkenbosje. Aan het eind van de ochtend heeft hij weer drie soorten genoteerd die nog niet waren opgeschreven. Roel heeft nu een lijst van 21 libellensoorten die dit jaar in de natuurtuin zijn gezien. We zullen de lijst met foto's binnenkort op deze website publiceren.

Thuis google ik op rups met schijnogen en in een mum van tijd heb ik de goede naam te pakken. We hebben de rups van het Groot avondrood gezien. Een sensationeel mooie nachtvlinder waarvan de rups van verschillende planten eet die wij ook in de tuin hebben zoals Kattenstaart, Walstro en Teunisbloem. Wanneer de rups zich heeft volgegeten overwintert hij als pop in de strooisellaag en vliegt volgend jaar 's nachts rond.

Bruinrode heidelibel

Zaterdag 19 augustus 2017:

Rommel opruimen. Al een paar zaterdagen op een rij hebben we regenachtig en koel weer. Ook vandaag vallen er een paar buien, laat de zon zich maar een paar keer zien en wordt het nog geen 20 graden. Morgen is het de laatste open zondagmiddag van het seizoen en wordt er gelukkig droger weer verwacht. Hopelijk schijnt de zon dan ook. Veel bloemen gaan pas open in het zonlicht. Ook vlinders en libellen komen niet tevoorschijn bij slecht weer. Ik wandel met de gazonmaaier in de laagste stand nog een keer over alle paden. Daarna ga ik in de bijentuin maai- en snoeirommel van de afgelopen weken bij elkaar harken. Meer is er niet te doen vandaag. Vanaf volgende week gaan we aan de tweede maaibeurt beginnen. Daar zijn we de hele maand september mee bezig. Als we pech blijven houden met het weer misschien wel tot in oktober. Daarna kunnen we weer verder met de verbeterprojecten.

Stinkzwammen. Vlakbij het houtwalletje achter de bijenstal staan stinkzwammen. Enkelen zijn vandaag vers opgekomen en zitten meteen vol vliegen. Ze staan hier al veel langer. Al wekenlang hangt op deze plek de typische weeïge lucht maar ik kon ze niet gevonden krijgen. Nu deze strook gemaaid is zijn ze zichtbaar. Leuk voor de bezoekers morgen.

Boze imker. Wil komt binnen en heeft nieuwe bougies voor de machines. Hij verwisselt alle bougies en we proberen de bosmaaier uit. Die loopt merkbaar beter. We drinken koffie en verder wordt het een kletsochtend. Bij de container treffen we voorzitter Kees. We wandelen door de tuin en bespreken onze verbeterprojecten. Kees heeft gesproken met de huidige imker die niet wil dat zijn honingbijen plaats moeten maken voor een educatief bijenhotel. Begrijpelijk, maar een bijenhotel is een goede bijdrage aan het natuurherstel en een geweldige mogelijkheid om educatief te gebruiken. En daarvoor zitten we hier. Maar ja, vermeende privileges kwijtraken is natuurlijk vervelend en dan ontstaat er tumult. Dat hoort er ook bij.

Azuurblauwe waterjufferLibellen. Al filosoferend treffen we Roel. Hij weet veel van libellen en helpt ons in kaart te brengen wat er allemaal in en rond de poelen leeft. Hij heeft nu al een lijst met 17 libellensoorten. Maar de laatste weken speelt het koele en natte weer hem parten. Dan vliegen de libellen niet. Ook vandaag niet. We bekijken zijn foto's van aparte soorten die hij in de buurt heeft gespot. Dat zijn vandaag meteen de enige libellen die we te zien krijgen. Roel neemt afscheid en hoopt volgende zaterdag op goed weer. Wij ook.

Vogels. Vlak daarna komt onze vogelman Frank aanlopen. Hij maakt vaak foto's van vogels in de natuurtuin. We hebben hem al een tijdje niet gezien en we bespreken de vogels in de natuurtuin en zijn fotoreizen. Frank vindt dat het slecht gaat met de vogels en denkt dat dat komt door de achteruitgang van de insecten. Kees weet dat er afgelopen woensdag, tijdens de seniorenwandeling van het IVN, twee ijsvogels zijn gezien in de natuurtuin. Vroeg in het voorjaar vloog regelmatig een ijsvogel door de tuin en Frank dacht dat ze toen gingen broeden. Vanaf toen hebben we er geen meer gezien. Tot deze week dan.

Intussen zijn er twee keer ouders met kinderen door de tuin gelopen maar door de buien zijn dat geen lange wandelingen geworden. Het is twaalf uur en wij houden het ook voor gezien.


weer structuur in bijentuin

Zaterdag 12 augustus 2017:

Test nieuwe trimmerdraad. We hebben geen geluk met het weer de laatste weken. Het miezert en zo nu en dan valt er een heus buitje. Later wordt het wat droger maar het is alweer geen dag om veel werk te verzetten. Ik maai de paden met de gazonmaaier. Een klusje van een half uur. Afgelopen week heb ik nieuwe trimmerdraad gekocht. 2,3 mm dik en gedraaid. Ik ben benieuwd wat die draad in de praktijk presteert. Met wat moeite zet ik de draad op de kleine trimmer. Vooral rond de bijenstal is de bijentuin verwaarloosd en groeien de paden bijna dicht. De nieuwe trimmerdraad werkt geweldig. Hij gaat zelfs probleemloos door takken van braamstruiken en niet te dikke takjes van elzen. Ik heb de draad niet goed gewikkeld en na een kwartier vliegt hij er uit. Geen tijd om opnieuw te wikkelen, het is nu droog. Met de bosmaaier maak ik het karwei af en na een uurtje kan er weer fatsoenlijk links en rechts van de bijenstal gelopen worden.

dode spitsmuisVerbeterproject bijentuin. Theo komt binnengelopen en we praten over onze verbeterplannen. Theo is imker in hart en nieren en is het niet eens met ons besluit om de honingbijen te vervangen door een educatief bijenhotel. We steggelen wat over het nut van honingbijen en natuurbeheer. Intussen is Wil ook gearriveerd en drinken we koffie. Wil en Theo lopen naar Theo's huis om schroefjes te zoeken voor een kapje op de gazonmaaier. Wanneer Wil terug is bespreken we de plannen voor de bijentuin. Er komt langzaam meer overzicht en dus ontstaan nieuwe ideeën. Een idee is om het poeltje onder de wilgen vrij te kappen zodat het in de zon komt te liggen. Het lijkt ons beter om het voorste deel van de bijentuin open te houden en daar geen struiken te planten. Die zouden beter van pas komen in de strook achter de bijenstal, langs het pad. We denken ook aan het verplaatsen van de bijenstal. In de bijentuin zelf groeit her en der een opvallend dichte grasmat. Het lijkt ingezaaid. Na de maaibeurt van september zullen we hier eens goed naar kijken en ook de bodem onderzoeken.

Bijtende waterschorpioen.

Intussen is een vader met zijn zoontje aan komen lopen. Ze willen graag waterbeestjes scheppen en vermaken zich op de brug terwijl wij een buxushaagje opruimen. Vanaf de brug gilt het jongetje van pijn en schrik. Vader kalmeert de zaak en ze scheppen verder. Wanneer wij later gaan kijken wat ze hebben gevangen blijkt dat het mannetje gebeten of gestoken is door een beestje dat hij had gevangen. Ze denken aan een waterschorpioen maar het zou ook een ander beest kunnen zijn geweest. In de plastic bak zitten verschillende staafwantsen, waterschorpioenen, flink uitgegroeide kikkertjes die nog wel een staart hebben, stekelbaarsjes en torretjes. Wanneer vader en zoon opstappen sluiten wij de tuin af.

houtwal bijentuin

Zaterdag 5 augustus 2017: Watermonsters nemen in de regen

Regen, ik verwacht niet dat er vandaag nog iemand komt. Libellenkenner Roel had aangekondigd dat hij zou komen om libellen te spotten. Maar als de zon niet meedoet heeft dat weinig zin. Ik maak mijn rondje voor de watermonsters. Het heeft een paar keer geregend deze week maar het waterpeil is toch gedaald. Vier van de monsterplekken staan droog. In de sloot langs de wilgen heeft al 3 maanden geen water gestaan. Ik heb nog twee monsterplekken aan de binnen- en de buitenkant van het dammetje langs de wijkwatersloot. Tenminste, áls daar water staat want nu heeft het niet genoeg geregend. Ook op de noordoost hoek van de tuin staat geen water in de wijkwatersloot. Ik kan vier monsters nemen uit de poelen en een uit de pomp in de bijentuin.

Fietswrak

Intussen is het gestopt met regenen. In de bijentuin ruim ik nog een hazelaarstruik langs de waterpomp op. Daarna loop ik de buitenkant van de houtwal na met een heggenschaar en een kniptang. Eigenlijk alleen om een klein stukje te fatsoeneren maar knipwerk is verslavend. Eerst even dit stukje, dan dat erbij en dan ook maar dat stukje en zo verder. Langs het pad ligt een fietswrak. Een dame die de hond aan het uitlaten is weet dat het wrak er gisterenavond nog niet lag. Na nog een paar kleine stukjes brandnetels wegknippen ruim ik het wrak op en zet het achter de container. Er liggen al twee kapotte kruiwagens. Binnenkort moeten we maar een aanhangertje regelen en het oud ijzer wegbrengen.

Late guldenroede

Wil is toch komen opdagen en gaat de messenbalkmaaier open schroeven. Hij is een boodschappenlijstje aan het maken van onderdelen en onderhoudsmiddelen die we nodig hebben om de machines zelf bij te houden. Tot nu toe hebben we dat laten doen maar we zijn niet tevreden over de kwaliteit. Ik maai met de bosmaaier stroken in de buurt van de noordelijke poel waar Late guldenroede groeit. Deze plant is in het verleden door enthousiaste imkers aangeplant omdat het een goede plant voor hun honingbijen is. Maar het is een woekeraar die over de bloemrijke graslandjes trekt en ze verandert in eenzijdige plakkaten Late guldenroede. In juni hebben we de stroken afgedekt met maaisel. Dat helpt maar we moeten de meeste plekken met landbouwplastic een groeiseizoen lang verstikken. We weten dat dat werkt en de hoekjes die overblijven kunnen we behandelen met wat vaker maaien. Enthousiasme levert niet automatisch goed groenbeheer op. Tegen twaalven ruimen we alles op en gaan op bezoek bij voorzitter Kees. Die zit thuis te revalideren van een heupoperatie en we willen weten hoe het met hem gaat.

Bijentuin voor

bijentuin na

 

 

 

 

 

 

 

Zaterdag 29 juli 2017: apparatentest

Mooi afwisselend zomerweer vandaag. Ik heb van thuis een flinke luchtcompressor meegenomen. Handig om de maaimachines schoon te krijgen. Maar eigenlijk willen we bekijken hoeveel power onze kleine generator kan leveren. Als die geen problemen heeft met de 1400 watt die de compressor vraagt dan kunnen we er aan gaan denken om eens een elektrische kettingzaag te testen. Elektrische kettingzagen hebben minder vermogen dan onze motorkettingzaag maar het scheelt enorm in de uitstoot van dampen en vooral in lawaaioverlast. We werken nu eenmaal pal naast een woonwijk. Met minder machinevermogen duurt het langer voordat een boomstam door is. Maar dat beetje extra tijd is voor ons geen probleem. De lichtste elektrische kettingzaag die wij zouden moeten testen vraagt minder dan wat de compressor kan leveren. We sluiten alles aan, starten de generator en wanneer die loopt is de compressor aan de beurt. Blobberdeblobblob.... De generator valt stil. Daarna kunnen we proberen wat we willen maar hij wil niet meer aanslaan. Wil en Wim stropen de mouwen op, pakken de dopsleutels en al snel lijkt het gras bij de container op een kleine werkplaats.

strimmer

Ik knip ondertussen wat wilgen en rode kornoelje weg aan de rand van de bijentuin. Wanneer ik met de strimmer de overgebleven bramen en riet weg wil halen zit ik na een minuut zonder strimdraad. In de container ligt ook niets meer. Dan de bosmaaier maar. Die doet als vanouds dienst en al snel is weer een stukje bijentuin opgeruimd. De bijen zijn zenuwachtig vandaag want ik wordt twee keer gestoken terwijl ik toch niet in de buurt van de bijenstal bezig ben. Ik ben blij dat de honingbijen volgend jaar weg zijn.

De tuin barst van het leven

Terug bij de container hebben Wim en Wil de generator weer aan de praat gekregen. De filters zijn vuil en er moet een nieuwe bougie in. We hebben inmiddels een aardig boodschappenlijstje van onderdelen en biologisch afbreekbare smeermiddelen voor de maaimachines. Voorzitter Kees komt langs en we bespreken de afbouw van de bijenhouderij. Daarna lopen we nog een rondje door de tuin. Op de lage noordelijke veldjes komen steeds meer Kattenstaarten op. Paarse pluimen in het groene gras. Ook de Berenklauwen (witte schermen), Wederik (goudgeel) en het oud rose Koninginnenkruid geeft nazomerkleur aan de tuin. Overal waar je stilstaat zien we kleine gele, blauwe en witte bloemen. Overal kruipen jonge kikkertjes en padjes, overal scharrelen en vliegen insecten. De tuin barst van het zomerleven.

Noordelijke poel deze weekNoordelijke poel vorige week

 

 

 

 

 

 

 Zaterdag 22 juli 2017: Opruimklusje

Het wordt warm vandaag dus ik begin meteen aan het wekelijkse opruimklusje in de bijentuin. Elke week doen we hier wat voorbereidend werk voor het bijentuinproject. Dat project begint pas echt dit najaar, samen met nog enkele andere klussen. Maar nu we de tijd hebben maken we elke week alvast wat ruimte voor de mooie natuurlijke begroeiing die wij hier willen hebben.

Rijke bloei

Na een tijdje komt voorzitter Kees binnen. Hij heeft samen met Wil en penningmeester Ton een gesprek gehad met de gemeente over ondersteuning voor onze projecten. Het gesprek is gunstig verlopen en we zijn tevreden. We lopen een rondje door de tuin. Op de noordelijke veldjes bloeien meer Kattenstaarten dan ik hier ooit bij elkaar heb gezien. Ik denk dat ook dat komt doordat de veldjes vorig jaar lang onder water hebben gestaan. De zaden van veel planten zijn hierdoor goed verspreid. We hebben recordaantallen bloeiende Egelboterbloem, Pinksterbloem, Echte koekoeksbloem, Moeraswalstro en nu dus Kattenstaart in de tuin. En dat zijn alleen nog maar de opvallende bloeiers. Ook allerlei Russen, Zeggen en Biezen doen het goed.

Natuurverschijnsel in poel

Vorige week verwonderden wij ons over de noordelijke poel. Die kleine poel was daarvoor bijna droog gevallen. Door flinke regenbuien was hij in korte weer tot over de rand gevuld met regenwater. De drijvende plak begroeiing die normaal op de poel ligt was verdwenen. Overspoeld door het snel stijgende water. Nu is die drijvende begroeiing weer terug. Weliswaar gehavend door de dagen onder water maar toch bedekt hij nu weer de hele poel. Een natuurverschijnsel dat we nog niet eerder hebben gezien.

Rustige dag

Wil gaat kijken of de zoekkaarten die wij hebben goed te gebruiken zijn om wilde bijen en vlinders op naam te brengen. Intussen ga ik de plantensoorten noteren die in bloei staan. Een vader loopt met zijn dochtertje de tuin binnen en ze zwerven een uurtje op hun gemak door de tuin. Het is geen weer om je druk te maken. We drinken koffie en het laatste uurtje bestuderen we de messenbalkmaaier en wat er nodig is om zelf het onderhoud te doen.

pad langs natuurtuinZaterdag 15 juli 2017: Waterpeil gestegen

Mooi weer. Afgelopen week zijn er stevige regenbuien gevallen. Toch verbaasd het me hoe hoog het water in vooral de noordelijke poel staat. Vorige week stond er nog maar een bodempje water in. Nu is hij vol en staat is het water zelfs op het lage stukje ernaast. Ook in de zuidelijke poel staat weer water. Opvallend dat in allebei de poelen veel kroos ligt. De zuidelijke poel is er zelfs helemaal mee bedekt.

Een grazend ree

Ik zaag de laatste stammen van een Hazelaarstruik weg aan de voorkant van de bijentuin. Met de takken vul ik het houtwalletje aan. Vanaf het wandelpad langs de tuin kan nu vrij naar binnen worden gekeken. Ik wil aan de buitenkant van dat houtwalletje een strook van een meter of twee maaien met de messenbalkmaaier. Voor het natuurbeheer is dat niet noodzakelijk maar het oog wil ook wat. Vanuit de container waar de maaimachines staan zie ik ineens een ree. Op zijn dooie gemak staat het te grazen op een paar meter afstand. Ik probeer het op de foto te zetten maar krijg geen scherp beeld. Het ree heeft mij nog steeds niet in de gaten en ik schuifel voorzichtig naar een gunstige camerapositie. Mislukt. Hij ziet me en springt met reuzensprongen door het hoge gras weg, dieper de tuin in.

De bijentuin opruimen

Wim gaat verder met het opruimen van de bijentuin. De bijentuin staat vol planten en struiken die er in de loop der jaren door de imkers zijn ingezet. Gunstig voor de honingbijen maar funest voor de inheemse natuur. De nieuwe opzet van dit stuk natuurtuin bestaat dan ook voornamelijk uit omzagen en uitgraven. Gelukkig hebben we de tijd en hoeven we elke week maar een stukje te doen.

Gecultiveerde buitenkant

Aan de buitenkant van de tuin snoeit Wil de struiken terug die ver over de houtwal groeien. Ik wil daar beginnen maar de messenbalkmaaier weigert dienst. Dan de gazonmaaier maar. Met die maaier in de hoogste stand lukt het klusje ook. Wanneer Wil en ik klaar zijn ziet de natuurtuin vanaf de zuidelijke punt tot aan de poort er een stuk gecultiveerder uit. Zoals gezegd; voor het natuurbeheer is dit niet nodig maar hier sluit de tuin aan op de woonwijk. Wanneer we de houtwal een paar keer per jaar bijwerken is de overgang naar de nette tuinen wat minder groot.

Boze imker

Ik wil de rest van de ochtend bloeiende planten noteren. Voorzitter Kees komt aan en we bespreken bijenstal en de samenwerking met de imker. Die is het, begrijpelijk, niet eens met de omvorming van de bijentuin naar inheemse begroeiing en moppert op elke stap die wij zetten. Voorzitter Kees wil mijn mening hierover weten en wanneer we daarmee klaar zijn is het twaalf uur. Wil heeft intussen de messenbalkmaaier weer aan de praat gekregen. Een groepje van vijf jongetjes wil in de natuurtuin komen spelen maar we moeten ze teleurstellen. Volgend keer eerder komen.

BeekjufferZaterdag 8 juli 2017: Paden maaien

Na twee verregende zaterdagen hebben we vandaag mooi weer. Ik ga met de gazonmaaier over de graspaden. De aangroei van gras op de paden is onregelmatig. Op drogere stukken is het gras nauwelijks gegroeid. De plekken met meer vocht zijn onmiddellijk te herkennen aan de dichte begroeiing die centimeters omhoog is gekomen.

Bijentuin wordt vriendelijk

Na het maaien zaag ik nog een paar struiken en takken weg aan de voorkant van de bijentuin. De voorkant is nu bijna helemaal open en het ziet er nu al een stuk vriendelijker uit. Wandelaars kunnen nu direct bij ons binnenkijken. We kunnen elkaar zien en de meesten groeten terug.

Planten kijken

Ik begin weer van voren met het noteren van planten die in bloei staan. Dat gebeurt elke maand zodat we een idee krijgen hoe massaal en wanneer verschillende planten bloeien. Vandaag begin ik met de makkelijke soorten. Die kan ik zonder opzoeken opschrijven. Later doe ik de moeilijkere soorten waarvoor ik wat boekjes nodig heb. Helemaal op het eind probeer ik namen te vinden bij planten die ik niet goed ken. Zeker in het hoogseizoen, wanneer er veel in bloei staat, lukt het niet om alles op naam te brengen.

bijenzwermpjeInsecten kijken

Wim gaat verder in de bijentuin. Hij begint met het uitgraven van een buxushaagje, een merkwaardig overblijfsel uit de begintijd van de natuurtuin. Wil gaat met een zoekkaart de tuin in om wilde bijen op naam te brengen. Intussen is Roel de libellenspecialist binnengekomen. Ook hij trekt door de tuin en noteert weer 5 nieuwe soorten. Dankzij Roel hebben wij nu al een lijst van 18 libellensoorten die in de natuurtuin voorkomen. Even later komt insectenkenner Wil van Berkel aangelopen. Ik had hem gevraagd of hij insectenfoto's kon leveren voor onze open dag in augustus. Helaas heeft hij computerproblemen en moet hij nog zien zijn gegevens terug te krijgen. Zo is de tuin vandaag gevuld met speurders en opschrijvers.

Biodiversiteit aan het werk

Wil ontdekt een minizwermpje honingbijen. Aan een wilgentak hangt een kluitje bijen niet veel groter dan een vuist. We maken een foto en laten het zwermpje met rust. Het zwermpje zal een plek moeten vinden om een nest te bouwen. We verbazen ons over de aantallen vlinders en andere insecten die we zien. Het lijkt er op dat ons groenbeheer (biodiversiteit bevorderen) aardig begint te werken. Vooral tijdens warm en zonnig weer is dat te merken. Een paar jaar geleden moesten we zoeken naar vlinders. Op een dag als vandaag zien we op een rondje ruim 20 vlinders van verschillende soorten. Pal naast het pad zie ik een Kleine vuurvlinder die sloom bewegend op een Kattenstaart zit. Ik denk dat hij nog maar uit zijn cocon gekomen is. Anders zou hij allang weggevlogen zijn.

Kleine avonturiers

Tegen twaalven komt een moeder met kinderen de tuin in. Ze vragen of ze beestjes mogen scheppen. Door de droogte is er een stop op beestjes scheppen door grote groepen maar een paar kinderen kan geen kwaad. We leggen uit dat we nu gaan sluiten en op welke tijden ze wel kunnen scheppen. Het komt de laatste tijd vaker voor dat groepjes kinderen de tuin binnen wandelen. Ook nu moeten we even rondlopen om wat kleine avonturiers te zeggen dat we dicht gaan.

werk aan de bosrand

Zaterdag 1 juli 2017: Regen. Dit zal geen lange dag worden. In regenpak maak ik een rondje langs de poelen en neem watermonsters. Daarna knip ik wat takken weg aan de buitenkant van de bijentuin. Alle hoge begroeiing gaat hier weg. We willen dat vanaf het wandelpad langs de natuurtuin tot aan de bijenstal vrij zicht naar binnen is. Dit najaar beginnen we pas met het aanpakken van de bijentuin maar we hebben nu tijd genoeg en ruimen alvast kleine stukjes op. Vandaag doe ik niet veel. Na een half uurtje hou ik er mee op. Werken in een regenpak is best irritant.

Eigenlijk was mijn plan om vandaag planten te noteren. Een klusje dat het hele groeiseizoen doorgaat. Elke maand maak ik een nieuwe lijst en zo krijgen wij inzicht in wat er groeit en hoe de tuin zich ontwikkelt. Ik heb daarvoor een paar boeken nodig en met alle nattigheid gaat dat niet werken vandaag. Voorzitter Kees komt langs. We hebben een paar projecten (o.a. aanplant van een buitenhaag en uitbaggeren van de poelen) aangemeld bij de gemeente. Wij krijgen alleen geld voor het reguliere onderhoudswerk. Voor aparte projecten moeten wij extra geld aanvragen. De aanvraag is afgewezen omdat hij niet binnen de voorwaarden past of op de verkeerde manier is aangevraagd of zoiets.

Daarnaast bespreken we het idee om volgend jaar in de bijenstal een groot educatief bijenhotel te maken. We zouden met zo'n bijenhotel de natuurtuin een stuk interessanter en leerzamer voor bezoekers maken. Ondertussen komen we bij de bosrand langs het elzenbosje. Kees vindt de rij stammen die wij op anderhalve meter hebben afgezaagd geen gezicht. Mooi of lelijk is een kwestie van smaak. We hebben hier bomen gekapt en een deel van de stammen het bos in gesleept, Een ander deel van de stammen ligt vóór het bosje in het gras. Van een aantal stammen hebben we een stuk van ongeveer anderhalve meter laten staan. Door het hout op verschillende manieren (Nat of droog. Donker of licht. Liggend of staand) te laten afsterven wordt het voor verschillende organismen bruikbaar. Met weinig moeite maken wij veel variatie.

Kees gaat weg en tegelijk komt Wil binnen. Het wordt drukker dan ik had verwacht maar we hebben geen zin meer om nog te gaan werken. We wandelen rond en bekijken wat we nog willen veranderen in de bijentuin. Dan houden wij het voor gezien en sluiten af.

drie ooievaarsZaterdag 24 juni 2017: Het is al weken kurkdroog, afgelopen week was het bloedheet en nu een heerlijke koele twintig graden. Het ziet er zelfs naar uit dat we wat regen krijgen dus pak ik meteen de gazonmaaier. Nadat ik de paden heb gemaaid zet ik de gazonmaaier in de hoogste stand en probeer of ik het hoge gras van de bijentuin kan maaien. We hebben hier de laatste tijd niet zoveel gedaan. Wat struiken weggehaald en stroken met Late guldenroede (een schadelijke woekerplant) afgedekt met maaisel. De rest is behoorlijk uitgegroeid en dat kan ons komend najaar hinderen als we dit stuk opnieuw gaan inrichten. Tegen mijn verwachting lukt het vrij makkelijk om de hoge begroeiing te kortwieken. Ik pak er een paar stukjes bij waar ik nog Late guldenroede heb ontdekt. Ik denk dat we nog jaren bezig zijn om deze plant weg te krijgen. Daarna haal ik nog een paar meter brandnetels en struiken weg aan de voorkant. Er kan weer vanaf de buitenkant de tuin ingekeken worden. Eigenlijk gaan we dit najaar pas echt beginnen met de aanpak van de bijentuin. Maar omdat we zo goed bij zijn met ons onderhoud kunnen we nu elke zaterdag kleine stukjes vooruit werken. Zo hebben we het in de herfst makkelijker.

Wim loopt de paden na en knipt de bramen en brandnetels weg. Wil werkt intussen met een bijltje enkele boomstompen bij die opnieuw zijn uitgelopen. Wanneer hij merkt dat er vlakbij een wespennest in de grond zit houdt hij er maar mee op. De media hebben een tijdje terug een wespenplaag voorspelt maar dit is het eerste nest dat we dit jaar zien. Intussen miezert het een paar keer zonder echt door te regenen. Het waterpeil in de grote poel is erg laag. De noordelijke en de zuidelijke poel staan bijna droog. Ik heb moeite moeten doen om daar nog watermonsters uit te krijgen. Komende week komen twee groepen van 30 kinderen waterbeestjes scheppen. We besluiten dat we die twee groepen nog toelaten. Dan gaat de poel op slot tot het waterpeil weer flink hoger is. Het veld te noorden van de natuurtuin is deze week gemaaid. Wanneer we hebben afgesloten fietsen we er langs om ze eens te bekijken. Midden op het veld staan drie ooievaars. Ik heb de laatste jaren wel eens een ooievaar in de buurt van Helmond gezien maar hier nog nooit. En nu staan er ineens drie bij elkaar. Ook aan de andere kant van de tuin wordt er op dit moment gemaaid. Misschien zijn de ooievaars daar op afgekomen omdat er nu allerlei muizen en andere kleine graslandbewoners onbeschermd rondlopen. De drie ooievaars staan op een rij en doen verder niks. Wachten totdat er eten langs komt lopen denk ik.

grote poelZaterdag 17 juni 2017: Wat een kalmte. De afgelopen drie zaterdagen zijn we bezig geweest met hooien en we hebben veel bezoek gehad. Het IVN heeft een cursusdag in de tuin gehouden, vorige week hadden we een waterweekend en we hebben met allerlei mensen gesprekjes gehad en plannetjes gemaakt. Door de helpers bij het hooien is de eerste maaibeurt in recordtijd afgerond. We hebben nu meer tijd voor de monitoring. Naast het groenonderhoud kijken we wat er in de natuurtuin allemaal leeft. Die monitoring is belangrijk om het effect van ons onderhoud in de gaten te houden.

Ik ga planten noteren. Met de spullen op Tinekes Bankje zoek ik naar bloeiende planten, kijk welke soorten het zijn en schrijf ze op. Wanneer ik de naam niet (zeker) weet ga ik op het bankje zitten en pak de boeken en loep erbij. Het is bewolkt maar lekker warm en de vogeltjes fluiten. Wat mij betreft blijf ik hier tot 12 uur mee bezig. Wim komt binnen. Eigenlijk om zich af te melden want hij heeft straks een bijeenkomst met het zangkoor. We lopen een rondje door de tuin. Bij de Vogelkersen zijn alle Stippelmotjes verdwenen. Vorige week heb ik nog honderden motjes op de foto gezet die net waren verpopt. Het spinsel dat de bomen nog helemaal bedekt zal de komende weken weg regenen. De kaalgevreten Vogelkersen hebben al weer nieuw blad gemaakt.

Wim is naar het zangkoor en ik zoek weer naar plantennamen op het bankje. Een dame komt binnen met een vraag. Ze volgt een cursus met planten en vraagt of zij in de natuurtuin kan komen oefenen in planten determineren. Wil is er ook en we kletsen wat over de cursus en de natuurtuin. Uiteindelijk spreken we af dat ze kan oefenen wanneer ze wil. Ze zal de boeken die zij gebruikt een volgende keer meebrengen. Ik loop ook met Wil nog eens rond. Bij het elzenbos zien we dat enkele gekapte Elzen weer uitlopen. We willen de begroeiing hier open houden dus gaat Wil op zoek naar een kapmes. Hij vindt er een en gaat de boomstompen bijwerken. Intussen staan twee jongetjes op de brug waterbeestjes te scheppen. Ze vangen niet veel maar ik zie toch Stekelbaarsjes en allerlei larven en kevertjes. Ik noteer nog een paar planten en iemand komt nog een paar potten honing halen. Dan loopt het al aardig tegen twaalven. De jongens gieten de gevangen beestjes terug en wij sluiten af.

SalamanderlarveZaterdag 10 juni 2017: Vandaag wordt het weer druk in de tuin. We moeten het laatste restje maaisel van de eerste maaibeurt opruimen en het IVN gebruikt de tuin voor de jaarlijkse slootjesdag. Maandag heb ik de heuvel bij de grote poel en het stuk achter de bijenstal gemaaid. Ik haal vlug het maaisel weg aan de poelkant van de heuvel. De IVN-jeugd gaat straks vanaf die plek waterbeestjes scheppen. Het hooi is ook deze keer goed gedroogd. Na een half uurtje heb ik zelfs alle maaisel op een hoop geharkt.

We helpen het IVN met het klaarzetten van de spullen bij de poel. Daarna gaan we het maaisel achter de bijenstal opruimen. We zijn met zijn vieren vandaag. Wil, Wim, ik en Rinus die ons vandaag helpt met hooien. Niet zo'n grote club als de vorige twee zaterdagen maar het gaat om de laatste restjes van deze maaibeurt. Het is te merken dat er veel voedingsstoffen in de grond zitten waar de oude afvalhoop was. Van de relatief kleine oppervlakte komt een flinke vracht maaisel. We gooien het op de strook in de bijentuin waar de de Late guldenroede hebben gemaaid en proberen weg te houden.

We zijn snel klaar en gaan naar de heuvel om de berg maaisel op te ruimen die daar nog ligt. De IVN slootjesdag is in volle gang. De brug en de heuvel zijn bezet door enthousiaste jonge en oude beestjesscheppers. Er zit een indrukwekkende verzameling waterdieren in de plastic bakken. Wij rijden de berg maaisel naar de strook langs de wilgen om ook daar Late guldenroede af te dekken.

We zijn net klaar wanneer iemand van de Helmondse Dierenparken binnen komt. Hij komt kijken of het maaisel van de natuurtuin geschikt is om als diervoer te gebruiken. Het maaisel dat wij niet kunnen gebruiken (vooral in de nazomer is dat veel) wordt nu afgevoerd en gecomposteerd. Als dat door de Helmondse Dierenparken gebruikt kan worden is dat een veel betere bestemming dan compost die ergens op een plantsoen terecht komt. We bekijken het maaisel en de graslandjes waar het van af komt. Uiteindelijk spreken we af om in september twee of drie aanhangers gedroogd maaisel te leveren en te bekijken of de beesten het willen eten.


ivn cursisten aan het werk

Zaterdag 3 juni 2017: We boffen met het weer. De hele week is het droog en warm geweest. Het maaisel van vorige week is goed gedroogd. Dat scheelt veel sjouwwerk bij het hooien. Het wordt vandaag druk in de tuin. De regionale natuurgidsenopleiding van het IVN komt met een kleine 30 cursisten een praktijkdag houden in onze tuin. En er komen, net als vorige week, een paar extra vrijwilligers helpen bij het hooiwerk. Ik maai snel de graspaden. Dat hebben we een paar weken geleden voor het laatst gedaan en nu is het echt nodig. Na een half uur liggen de paden er weer netjes bij. Niet veel later komen de eerste IVN-ers binnen lopen en na een half uurtje is het aardig druk bij de container.

Rond negenen begint de cursus. Er worden wat welkomstwoordjes gesproken en dan wordt de groep in vieren gedeeld. Om de beurt voeren de groepjes cursisten opdrachten uit op verschillende plekken in de natuurtuin. Er worden waterbeestjes geschept op de grote houten brug. Een andere groep is dan bij de zuidelijke poel bezig met het bestuderen van waterplanten. De derde groep bekijkt met verschillende technische hulpmiddelen de waterkwaliteit. Een vierde groepje krijgt een korte rondleiding door de natuurtuin waarbij wat wordt vertelt over het hoe en waarom van het beheer. De verwachte onweersbuien blijven uit en de natuurtuin is vandaag het meest intensief bestudeerde Helmond. Ik leid twee keer een groepje cursisten rond. Daarna wordt dat overgenomen door een cursusbegeleider en kan ik naar de hooiers om te kijken wat er nog te doen is.

Ik tref de hooiers bij de container terwijl ze bezig zijn hun spullen op te ruimen. Er valt niks meer te helpen want ze zijn al klaar. Net als vorige week heeft het ploegje fantastisch doorgewerkt en Wil, Wim en de drie helpers van deze week gaan aan de koffie. Ik doe mee en we babbelen wat in de container. De meesten stappen na de koffie op en ik loop met Wil nog een rondje door de tuin. We hebben nu alle tijd en de IVN cursus is na een korte pauze weer in volle gang.

Onderweg naar de houten brug treffen we Roel. Hij komt dit seizoen een aantal keren in de tuin kijken welke libellen hij kan vinden. Vandaag is de eerste keer en hij is niet ontevreden. Tot nu toe heeft hij 13 verschillende soorten libellen gezien. Hij komt terug wanneer het wat minder druk is bij de waterkant en er waarschijnlijk nog meer libellen zijn te zien. Bij de grote poel is het inderdaad druk. Mensen lopen rond met schepnetjes en meetinstrumenten. Op de houten brug staan plastic bakken waarin de vangsten worden bewaard. Ik zie een aardige verzameling waterbeesten variërend van slakken en insectenlarven tot stekelbaarsjes en een salamanderlarve. We krijgen later een uitvoerig verslag zodat we de gegevens bij die van ons kunnen voegen. Zo krijgen we een steeds gedetailleerder beeld van het waterleven. Dat is belangrijk omdat we de poelen willen laten uitbaggeren. We willen dan goed in de gaten houden wat het effect van die ingreep op het waterleven is.

Dit is een superdag voor onze tuin geweest. Dankzij de extra vrijwilligers is het hooiwerk in recordtijd klaar. Volgende week hoeven we alleen nog maar de heuvel bij de grote poel en een stuk bij de zuidelijke poel te doen. Dan is de eerste maaibeurt van het jaar helemaal klaar. Roel heeft een vliegende start gemaakt met het inventariseren van de libellen. Bovendien is de tuin vandaag intensief gebruikt door de regionale IVN opleiding. De natuurtuin heeft zijn functie als open lucht klaslokaal vandaag helemaal waar gemaakt.

hooiwerkZaterdag 27 mei 2017: De hele week is het al droog en warm. Vandaag wordt het tropisch. Afgelopen maandag heb ik de eerste veldjes gemaaid. De helling bij de ingang, het veldje achter de heuvel, het lage noordelijke veldje en de strook bij de knotwilgen. In de kruidentuin heb ik een paar stroken met Late guldenroede gemaaid. Vandaag beginnen we die stroken af te dekken met maaisel. Eigenlijk was ik van plan om vanmiddag na het hooien de andere veldjes te maaien. Vanwege de verwachte hitte doe ik dat niet en begin extra vroeg. Om 6 uur start ik de messenbalkmaaier. Twee uur later heb ik de overloop van de grote poel (inclusief de randen), het veldje daarnaast en een stuk aan de zuidkant van de houten brug klaar. Onderweg terug naar de container begint de messenbalkmaaier te sputteren. De benzine is op. Ik heb alle maaiwerk tot nu toe met één tank benzine gedaan. Ik schat dat deze maaibeurt in totaal minder dan 5 liter benzine gaat kosten.

Net als voorgaande jaren sla ik stukken over die net volop in bloei staan. De planten hebben dan tijd om zaad te produceren en zich verder te verspreiden over die delen die wel gemaaid zijn. Ook voor insecten die afhankelijk zijn van de planten is het beter om niet alles in een keer plat te maaien. De stukken die goed in bloei staan worden steeds groter. Een teken dat de graslandjes zich goed ontwikkelen en steeds bloemrijker worden.

Kort na 9 uur druppelen de helpers binnen. We hebben rondgevraagd of er mensen waren die het leuk vonden om een handje te komen helpen bij het hooien. Vandaag maken we een vliegende start met maar liefst 6 hulpkrachten. Het is zelfs even zoeken naar gereedschap omdat ook nog een van de hooiharken kapot blijkt te zijn. Samen met mijzelf, Wil en Wim werken we op een gegeven moment met 9 mensen tegelijk. De ene na de andere kruiwagen wordt op de dumpplekken met Late guldenroede geleegd. Op het ongelooflijke tijdstip van 11 uur is het werk af. Het maaisel dat ik vanmorgen geproduceerd heb blijft nog een week drogen. We nemen afscheid van onze lieve helpers en hopen dat ze het leuk genoeg vonden om nog eens terug te komen.


spinselmotjes op vogelkersZaterdag 20 mei 2017: Mooi weer en niet veel te doen. Morgen hebben we open dag dus beginnen we pas volgende week met de voorzomer-maaibeurt. Er hebben zich aardig wat mensen aangemeld om een handje te komen helpen met het hooien en afvoeren van het maaisel. Als het weer niet teveel tegen zit krijgen we deze maaibeurt in 2 of 3 weken klaar. Sneller dan ooit. En hoe korter het maaisel blijft liggen hoe beter de bloemrijke graslandjes zich ontwikkelen. Voor ons betekent het ook dat we meer tijd krijgen om de planten en beesten in de natuurtuin in kaart te brengen. Een belangrijk klusje waar we nu te weinig aan toe komen.


In een hoekje van de bijentuin hebben we stekken van de meidoorn staan. Wim gaat alle groen rondom de stekjes weghalen zodat ze weer vrij komen te staan. Terwijl hij aan het werk gaat komen enkele dames van het jeugd-IVN binnen. Volgende maand organiseren zij de jaarlijkse slootjesdag in de natuurtuin en we hebben afgesproken dat even door te spreken. Ze hebben drie kinderen meegebracht. Die krijgen schepnetjes en een plastic bak waarna we naar de grote poel lopen. Onderweg treffen we nog twee kleine bezoekertjes en die sluiten zich meteen bij de beestjesscheppers aan. De jeugd vermaakt zich prima en we kunnen in alle rust de slootjesdag bespreken.


Wanneer we klaar zijn willen de beestjesscheppers van geen ophouden weten en gaan nog een tijdje door. Ze vangen veel kikkervisjes, slakken, larven van libellen en waterjuffers, stekelbaarsjes, een salamanderlarve en allerhande klein spul. Intussen is Wil komen aanlopen en bekijken we de graslandjes. Vorige week maakte ik mij nog zorgen over de Echte koekoeksbloemen. Ik had er nog niet één gezien terwijl ze op andere plekken allang bloeiden. Afgelopen week hebben ze de achterstand weggewerkt. Overal op de graslandjes staan ze in bloei en zo te zien worden het er nog veel meer.


Begin dit jaar zagen we al nestjes met rupsen op de Vogelkersen. Het lijken inderdaad de bekende spinselmotjes te zijn. Net als een aantal jaren geleden zullen ze alle Vogelkersen kaalvreten en inspinnen in een spookachtig web. De rupsen kunnen zich daaronder vrij bewegen en zijn veilig voor hongerige vogels. De bomen zien er dan uit alsof ze dood zijn maar volgend jaar zullen ze weer uitlopen alsof er niets gebeurd is. Dat gaat een mooi schouwspel worden.


De eerste lichting beestjesscheppers is vertrokken. Een moeder met kind hebben hun plek ingenomen en roepen ons erbij. Ze hebben een raar dier gevonden. Het blijkt een kokerjuffer. Kokerjuffers zijn de larven van een schietmotje. Ze leven onder water en bouwen rond hun lijf een beschermende huls van stukjes stengel, steentjes of ander spul. Aan dat langwerpige huisje dankt het beestje zijn naam. Door al die ontdekkingen is het alweer ruim na twaalven geworden voordat we onze spulletjes bij elkaar zoeken en naar huis gaan..

 

 


WaterviolierZaterdag 13 mei 2017: Het wordt een warme lentedag. Er flitst iets langs me. Ik kijk en zie een eekhoorn op de dikke wilg naast me. Iets hoger dan mijn hoofd. De eekhoorn is in een overmoedige bui. Met een noot in de bek maakt hij een sprongetje in mijn richting en zit nu helemaal aan mijn kant van de boomstam. Hij kijkt me twee seconden recht aan, vindt het dan welletjes, klimt via de achterkant van de wilg naar een hogere tak en knabbelt daar aan zijn noot. Nu klinkt het geluid van vechtende vogels. Hoog in een boom net buiten de tuin. Ik weet dat daar een eksternest zit. Het gevecht gaat door. Geen geschreeuw maar fel klappende vleugels, even stil en weer vleugelgeklap. Dat gaat een tijdje door. Ineens schiet een vogel weg. Geen ekster, dat kan ik nog net zien.


De groene kikkers zijn er ook weer. Een paar jaar geleden hebben ze hun gebied uitgebreid. Ook dit jaar zitten ze niet alleen in de grote poel maar is het gekwaak ook in de zuidelijke poel te horen. De bruine kikkers en de padden doen het ook goed. In de grote poel zijn bij zonnig weer enorme scholen kikkervisjes te zien die vlak onder het wateroppervlak zwemmen.


Ik maai de graspaden. Door het nieuwe maaischema besparen we zeker 75% van de brandstof die de gazonmaaier gebruikt terwijl de paden prima beloopbaar blijven. Wim en ik sjouwen de laatste partij palen weg van het stenen muurtje langs de bijentuin. Daarna gaat Wim de paden nalopen en overhangende takken weg knippen. Egbert gaat aan het werk in de bijenstal en er komen een paar keer wandelaars de tuin binnen. Wil ontdekt twee parende Lieveheersbeestjes op een wilgentak. Ze zijn verschillend van kleur en wij wisten niet dat verschillende soorten Lieveheersbeestjes met elkaar paren. Thuis zoek ik op internet en ik denk dat het wel degelijk om één soort gaat. Het Veelkleurige Aziatische Lieveheersbeestje is een paar jaar geleden ingevoerd als milieuvriendelijke ongediertebestrijding in de kassen. Het diertje is ontsnapt en doet het uitstekend in de vrije natuur. Het eet niet alleen bladluizen maar ook larven van andere kevers en vlindereitjes. Het is afwachten hoe schadelijk dit landbouwexperiment uitpakt.


Volgende week is de open zondagmiddag van de maand mei. Ik vraag mij af of de Echte koekoeksbloemen niet teveel geleden hebben van de hoge waterstanden afgelopen jaar. Normaal wisselen die nu de Pinksterbloemen af als opvallendste bloeier maar ik zie er nog niet één. Vergeet-mij-nietjes komen wel steeds meer in bloei, net als boterbloemen en de minder opvallende Zeggen.


Een fotografe heeft de Waterviolieren ontdekt in de greppel langs het wilgenbosje. De bloemen van Waterviolieren staan in kransen op de stengel. Het midden van de bloemen is geelgroen en naar buiten zijn ze lila tot wit. Lastig om daar in de volle zon een foto van te maken. Ze is zeker een half uurtje zoet met de plant maar vermaakt zich blijkbaar prima. Zoals altijd wordt het vanzelf twaalf uur en sluiten we af.

 

BoomhommelZaterdag 6 mei 2017: Het is lekker weer maar mijn trui hou ik toch maar aan. Ik begin met het opruimen van de palenvoorraad vlakbij de container. Wim loopt de paden na en knipt overhangende takken weg. Daarna pakt ook hij een kruiwagen en we rijden de ene na de andere vracht palen weg. Wil gaat met een kapmes naar de rij knotwilgen aan de westkant. Twee winters geleden hebben we die gesnoeid. De kronen zijn flink aan het uitgroeien maar uit de stammen komen veel zijtakken. Dat willen we niet. Over een paar jaar snoeien we de kronen van de knotwilgen weer. De takken hebben we nodig om de houtwal rondom de tuin te onderhouden. Wanneer de zijtakken niet worden weggehaald krijgen we een wirwar waar nauwelijks een zaag tussen te krijgen is.

De palen die we nu weg kruien zijn door de gemeente gebruikt als steun voor nieuw geplante bomen. Toen ze daarvoor niet meer nodig waren kregen wij ze. We hebben er heel wat gebruikt om de houtwallen te versterken. De palen die over zijn staan al jaren overbodig en slordig tegen een muurtje. Als voer voor paddenstoelen en insecten zijn ze veel nuttiger. Daarom leggen we een deel op de grond onder tegen de houtwal in het berkenbosje en het elzenbosje. De rest gaat op de houtstapel vlakbij de grote poel. Het zijn een paar honderd palen en we zijn er een tijdje zoet mee.

Tegen elven begint het wat warmer te worden en scharrelen een paar bezoekers door de tuin.

De meeste palen zijn weg, we gaan aan de koffie en voorzitter Kees komt binnen. Wil vertelt dat hij in een van de wilgen een nest ontdekt heeft. Hij kon niet zien wat het precies was. We gaan met zijn allen kijken. We zoeken de boom op en Wil timmert met het bijltje tegen de stam. Er klinkt boos gezoem en we zien steeds meer beestjes vliegen We worden het niet eens of dit nu bijen of hommels zijn. Wespen sluiten we uit. Die zouden veel agressiever zijn. Deze beestjes blijven vlakbij de knotwilg rondzwermen maar ze zijn te snel om te zien wat ze wél zijn. Na een paar minuten lost het zwermpje op en verdwijnen de beestjes weer in het gat in de knotwilg en weten we het nog niet. Eén eigenwijze blijft op de stam zitten en dan zien we dat het een klein hommeltje is. Hij blijft lang genoeg zitten voor een foto. Thuis opzoeken: achterlijf grotendeels wit, schouderstuk oranje/bruin behaard: Boomhommel. Als dat klopt doet hij zijn naam eer aan.

Na de hommelexpeditie versjouwen we nog wat palen. Tegen twaalven staat er nog een beetje en dat bewaren we voor volgende week.


graslandje met PinksterbloemenZaterdag 29 april 2017: Nu begint de tijd van het jaar dat we ogen tekort komen. Overal schiet het groen uit de grond en de bomen zitten steeds dikker in het blad. Elke week zijn er nieuwe planten die in bloei komen. Dat is het moment waarop de soortnaam van veel planten het beste is op te zoeken. Voor sommigen is dat niet moeilijk. Van een afstand is te zien dat de lage graslandjes vol staan met bloeiende Pinksterbloemen. Ik heb de indruk dat ze het beter doen dan vorig jaar en zich uitbreiden. Ze staan mooi verspreid over de veldjes en zo gauw de zon schijnt zijn er vlinders als de Oranjetipjes te zien. Tien jaar geleden waren we blij wanneer we één Oranjetipje zagen. Nu is het normaal om er verschillende tegelijk te zien fladderen. In de schaduw van de bosjes komen flinke groepen Look-zonder-look op. Die rare naam heeft de plant omdat de blaadjes min of meer naar ui of knoflook ruiken wanneer je ze kneust. Look is een oud woord voor ui. Of het Oranjetipje van knoflook houdt weet ik niet maar de vlinder bezoekt Look-zonder-look vaak. Nu zijn lievelingsplanten het zo goed doen zal het aantal Oranjetipje misschien ook toenemen. Biodiversiteit in ontwikkeling.


Niet alle planten bloeien zo opvallend als de Pinksterbloem. In het Berkenbosje staan een paar zomereiken te bloeien. Dat valt pas op wanneer je met je neus toevallig vlak voor een laaghangende tak staat. En lang niet alle planten geven hun naam makkelijk prijs. Paardenbloemen kent iedereen. Maar tussen alle tinten groen van de graslandjes staan nu verschillende soorten Zeggen in bloei. Zeggen lijken van een afstand op gras. Ze hebben lange groene stengels en bladeren. Het zijn typische planten van natte gebieden en voelen zich in de Natuurtuin goed thuis. Ze bloeien met lange aren in donkere kleuren, vaak bruin of zwart. De verschillende soorten lijken veel op elkaar en kunnen ook nog afwijken van de omschrijvingen in de boekjes. Ik ben vastbesloten om een kleine soort die ik vorig jaar ook gezien heb dit jaar op naam te brengen. Ik maak verschillende foto's nu hij in bloei staat. Later in het seizoen ga ik weer kijken naar de zaadjes. Nootjes heten die bij Zeggen. Pas daarmee kun je de naam van een Zeggeplant betrouwbaar vaststellen, meestal.


Quirin komt binnengewandeld en later voorzitter Kees. We kletsen wat en bespreken de tuinperikelen. Ik ga vandaag met Wil waterbeestjes scheppen. We hebben drie poelen in de Natuurtuin en we willen die uit laten baggeren. Liefst dit najaar nog, als dat lukt. De poelen stammen uit de begintijd van de Natuurtuin en zijn nooit fatsoenlijk uitgebaggerd. Stromend water blijft vanzelf open. Water in poelen stroomt niet dus alle zand, blaadjes en takjes die er in vallen blijven liggen en na verloop van tijd slibt een poel dicht. Om het rijke waterleven in onze poelen te behouden moeten ze eigenlijk om de vijf tot tien jaar schoongemaakt worden. Nu zijn we zo'n schoonmaakbeurt aan het voorbereiden. Voor er gebaggerd wordt brengen we zo precies mogelijk in kaart wat er in het water leeft en groeit. De drie poelen worden voor de helft uitgebaggerd. Daarna gaan we opnieuw beestjes scheppen en planten kijken om te zien hoe het waterleven reageert op de schoonmaakbeurt. Waterbeestjes scheppen is een leuke bezigheid. Voor we het weten is het twaalf uur en moeten we sluiten.

 

 

smeerwortelZaterdag 22 april 2017: Afwisselend weer vandaag. Het is kil wanneer het bewolkt. De zon komt regelmatig door tussen de wolkenvelden. Uit de wind is het dan best lekker. De lente blijft in hoog tempo doorgaan. Het gras schiet omhoog en er staan honderden Pinksterbloemen in bloei. Zo gauw de zon schijnt zijn hier vlinders als het oranjetipje en een witje (ik kan niet zien welke soort) druk bezig met de bloemen en elkaar. In de kou onder de dikke wolkenvelden zijn ze ineens verdwenen. Waar ze blijven weet ik ook niet. Het heeft vannacht geregend en het gras is behoorlijk nat. Eigenlijk wilde ik de graspaden vandaag maaien. Morgen is het open zondagmiddag. Ik besluit dat werkje uit te stellen tot morgen. Dan kan het gras drogen.


Ik bespreek met Wim wat we gaan doen vandaag. Teruglopend naar de container zien wij ineens een ree. Een flinke bok. Dofbruine vacht. Niet de mooie roodbruine kleur die ze later in het jaar hebben. Hij heeft ons niet meteen in de gaten en draaft langs de groet poel tot voor het elzenbosje. Daar blijft hij even staan, ziet ons en verdwijnt zonder paniek tussen het kreupelhout. Wim gaat thuis een goede fietspomp halen. Wanneer de wielen van de kruiwagens weer op spanning zijn lopen we naar het noordelijke veldje. We graven hier nog enkele kruiwagens grond weg en brengen die naar het dammetje bij de heuvel. Vorig jaar hebben we hier een bruggetje opgeruimd. In plaats daarvan ligt hier nu een dammetje en dat is wat ingezakt. Na een paar kruiwagenladingen is het weer op de goede hoogte. Wil is intussen begonnen de twijgen die uit de stammen van de knotwilgen groeien af te kappen.


We drinken koffie en struinen het laatste uurtje door de tuin om de lenteontwikkelingen te bekijken.



 

Zaterdag 15 april 2017: Bij binnenkomst valt de grote struik in de bosrand meteen op. Vogelkers. Jarenlang stond er alleen een groepje Vogelkersen achter het elzenbosje. Nu is de vroege bloeier op steeds meer plekken te zien. Het groepje achter de elzen is topzwaar geworden en tijdens een storm zijn er enkele omgewaaid. Het blijkt de Vogelkersen niet te hinderen. De toppen, die nu tegen de grond liggen hebben genoeg licht om in blad te komen en staan gewoon volop in bloei. Ook vanuit de liggende stammen schieten nieuwe takjes en bloeistengels uit. Op andere plekken moeten we flink kappen en snoeien om verjonging in de bosjes te krijgen. Hier regaangevreten Gele liselt de Vogelkers het helemaal zelf. Zeker nu ze in bloei staan een mooi gezicht.

Ook op andere plekken komt de Vogelkers en binnenkort Meidoorn en Lijsterbes in bloei. Allemaal kleine bomen die profiteren van het kapbeleid waar we nu enkele jaren mee bezig zijn. De bosjes zijn hierdoor een stuk levendiger geworden. Door hun uitbundige bloei en de vruchten zijn ze van groot belang voor allerlei organismen. Van insecten tot vogels en kleine zoogdieren.

Tussen de takken van enkele Vogelkersen is spinsel te zien waarin tientallen kleine rupsjes zitten. Misschien zijn dit de rupsjes van het Spinselmotje. Als dat zo is gaan ze de hele Vogelkers van top tot een omhullen met spinsel waarin de rupsjes beschermd zijn tegen hongerige vogels. De Vogelkers wordt helemaal kaalgevreten door de rupsjes en ziet er dan uit als een grijze spookboom. Dat kan een mooi schouwspel worden. De boom lijkt af te sterven maar schiet het volgende jaar uit alsof er niets gebeurd is.

slakjeNiet alleen de spinselmotjes houden van het groen in de natuurtuin. Bij de noordelijke poel zitten tientallen slakjes op de verse blaadjes en laten het zich goed smaken. Midden in het wilgenbosje zie ik enkele bladen van de Gele lis op de grond liggen. Een raar gezicht. Wat is daar gebeurd? Ik loop er heen en zie dat er aan de plant geknaagd is. Precies op de plek waar de bladen uit de grond komen. Op de rand van blad en wortel. Te moeilijk voor een ree en zelfs voor een konijn een lastige plek. En kieskeurige muis? Het is in ieder geval een fijnproever geweest. De afgeknaagde bladen liggen rondom en er is vooral van het binnenste van de plant gesnoept. Ik zie geen sporen en kom er niet achter.

 

Er is in deze tijd van het jaar weinig werk. Will van Berkel komt binnen met zijn laptop en laat ons de foto's en presentaties zien die hij heeft over vlinders en libellen. Zijn materiaal is misschien goed te gebruiken wanneer we een open dag organiseren over insecten. Daarna gaan Wil en ik aan de slag in de bijentuin. Er staat een strook Late guldenroede die we willen bedekken met zwarte folie. Als het goed is kunnen we met deze methode de plant goed wegkrijgen. Verderop in de tuin, voor de rij knotwilgen, staat nog een strook. Die dekken we niet af maar nemen wij mee in het maaibeheer. Zo kunnen we bekijken welke van de twee methodes het beste is.

insecten op Late guldenroedeTot nu toe waren wij best tevreden met de Late guldenroede. Hij bloeit in de nazomer uitbundig en zit dan vol insecten. Enkele weken geleden kregen wij bezoek van iemand van de gemeente die ons voor de plant waarschuwde. Het blijkt een invasieve soort te zijn. Een ingevoerde plant die flink kan woekeren. Instanties als het waterschap zijn veel geld aan de bestrijding. En inderdaad heeft de plant al flinke plakken van de natuurtuin bezet. Geen goed idee dus om hem in de Bundertjes zijn gang te laten gaan. Dat is het vervelende met deze mooie importplanten. Ze worden niet in toom gehouden door andere organismen. Het is een beetje hetzelfde verhaal als de Reuzenberenklauw. Ook een schitterende plant, maar een woekeraar die hele vlaktes overneemt en alle variatie vernietigd. We hadden er vrij veel van in de natuurtuin maar na enkele jaren eenvoudige bestrijding met de schoffel zo goed als verdwenen. Hopelijk lukt dat met deze plant ook zo goed.


de eerste PinksterbloemenZaterdag 8 april 2017: Het beloofd een mooi voorjaarsweekend te worden en ook deze ochtend is het al lekker weer. Het water trekt steeds meer weg van de veldjes. De sloten staan nog allemaal vol. Ik loop weer een rondje om te kijken welke planten er in bloei zijn gekomen. Het lijkt er op dat de Pinksterbloemen er vroeg bij zijn dit jaar. Ik zie er nu ruim 20 in bloei en nog veel meer die nog moeten uitgroeien. Het lage noordelijke veldje is bedekt met een grassoort die ik zeker nog op naam wil brengen. Dit veld stond de hele winter onder water en vroor niet helemaal dicht in de kou. Waarschijnlijk door relatief warm kwelwater. Al die tijd lag het gras frisgroen te zijn alsof het gewoon doorgroeide. Nu bezet dit gras een flink deel van dit veldje en is al enkele decimeters lang. Weer een van die natuurverschijnselen die je niet verwacht en die vragen om onderzocht te worden. Wanneer het gras in bloei komt zal ik proberen de naam te ontmaskeren.

Er is verder nog niemand en ik besluit om de graspaden te maaien. De eerste keer dit jaar. Vorig jaar hebben we besloten om minder vaak te maaien. Daardoor verkleinen wij de milieubelasting van ons werk. Nu het groeiseizoen is losgebarsten zullen we om de 14 dagen maaien in plaats van elke week. Later, in de nazomer, zal het nog minder vaak gebeuren. We zijn minder tijd en benzine kwijt en de paden blijken net zo goed beloopbaar te zijn.

Wanneer ik net klaar ben komt iemand van het IVN Laarbeek binnen om de vogels in de tuin te bekijken. We lopen rond en hij herkent allerlei vogels. We kijken nog of er Oranjetipjes (vlindersoort) op de Pinksterbloemen te zien zijn maar we vinden er geen. Ik moet vandaag jammer genoeg vroeg weg. Wim is binnen maar hij heeft geen sleutels en gaat weg, net als de IVN-er uit Laarbeek. Ik ben de container op slot aan het draaien wanneer imker Egbert met allerlei materiaal komt aangesjouwd. Hij heeft wel een sleutel dus de anderen hadden gewoon kunnen blijven. Zo lopen de dingen in de Natuurtuin altijd weer anders dan verwacht. Volgende week weer iets anders.

bloeiende SleedoornZaterdag 1 april 2017: Het is al de hele week lekker voorjaarsweer. Het water is gezakt en de paden zijn drassig maar beloopbaar. Twee weken geleden zag ik de eerste kikkerdril. Ik hoorde dat de kikkers op andere plekken in de Bundertjes al een paar weken eerder te zien waren. Dat verbaasd mij niet. Door de hoge bomen is de natuurtuin schaduwrijk en koel. Ook veel planten bloeien hier later dan buiten de tuin. Wat later dan verwacht lag er toch een groot plakkaat kikkerdril vlak langs de brug over de grote poel. Nu is de kikkerdril veranderd in een krioelende massa van duizenden en duizenden minieme kikkervisjes. Door alle activiteit drijft er schuim op het water. Waarom de bruine kikkers dit jaar precies deze plek hebben uitgekozen om kikkerdril af te zetten weet ik niet. De padden hebben deze plek al eerder ontdekt. Een paar jaar al zijn ze om deze tijd van het jaar te vinden tussen het riet. Vanaf de brug zijn de snoeren met paddeneitjes goed te zien tussen de rietstengels onder water. Ook dit jaar zijn ze er weer. Precies op dezelfde plek tussen het riet. De bruine kikkers hebben jarenlang de meeste kikkerdril halverwege de overloop van de grote vijver gelegd. Nu ligt daar niets meer en hebben ze er voor gekozen om naast de padden te gaan zitten. Waarom? Geen idee.


Voorzitter Kees brengt twee bouwstempels die hij geleend heeft van zijn buurman. Egbert, Wil en ik gaan testen of we deze stempels kunnen gebruiken om de bijenstal op te krikken. Tussen de opgestapelde kisten en rommel stellen we de stempels op met een stevige plank er tussen. Die drukken we tegen de dakbalken en draaien dan de stempels met de handvaten omhoog. Het lukt niet. We zien het dak moeizaam omhoog gaan maar de muren blijven op hun plaats. We draaien de stempels los en besluiten om toch maar de stal van onderop omhoog te krikken. Het zal sowieso nog even moeten wachten omdat het water nog steeds erg hoog staat en de bodem doornat is. We moeten zeker 50 centimeter diep kunnen graven om de nieuwe fundering te maken. En dat gaat niet wanneer zo'n kuil meteen volloopt met water.


Intussen zijn er verschillende mensen van het IVN in de tuin aangekomen. Iemand is bezig met het voorbereiden van een cursus voor natuurgidsen en wil de natuurtuin graag gebruiken als openlucht klaslokaal. Twee anderen hebben we uitgenodigd om eens te kijken of het iets voor hen is om bij het hooiwerk in mei/juni te komen helpen. Er wordt kennis gemaakt en informatie uitgewisseld. Voor we het weten is het al voorbij twaalf uur en sluiten we af.

 

 

kikkerdrilZaterdag 18 maart 2017: Het regent al de hele nacht en nog steeds. Er is niet veel dat we kunnen doen. Het groenonderhoud is klaar tot half mei en andere klusjes worden te lastig in deze nattigheid. Ik verwacht vandaag alleen watermonsters te kunnen nemen. Dan maak ik toch een rondje door de tuin. Om te kijken welke planten er in bloei gekomen zijn en of er kikkers in het water zitten. Onderweg zie ik de reiger weer bij de overloop van de grote poel op wacht staan. Wanneer ik te dicht in de buurt komt vliegt hij met tegenzin weg. De Gagelstruik bloeit. Net als de Sleedoorn, maar op zonnige plekken ook honderden piepkleine plantjes tussen het gras, Kleine veldkers.


De meeste bomen hebben nog geen blaadjes maar er zijn vroege uitlopers die nu opvallen. Hazelaars en Meidoorns bijvoorbeeld. In het elzenbosje vormen ze de hoofdmoot van de struiklaag. Samen met de Wilde kamperfoelie. Ik tel zo een tiental exemplaren die zich rond dunne boomstammetjes en takken omhoog gedraaid hebben.


In het berkenbosje groeien veel Vlierstruiken. Vorig jaar zagen ze er uit alsof ze het allemaal zouden begeven maar ze schieten toch weer uit. Vlier zie er vaak slecht uit en heeft veel dode takken maar blijkt dan toch vol leven te zitten.


In het wilgenbosje vallen de (inderdaad rode) takken van de Rode kornoelje op. Ook hier staan een paar Meidoorns en natuurlijk de Pachysandra. Een plant die een beetje groeit als de Klimop en ook wintergroen is. De Pachysandra is een ontsnapte tuinplant die zich jammer genoeg goed thuis voelt in het wild en hele plakkaten vormt. Dat is precies de reden waarom hij door veel tuiniers wordt gebruikt om lastige donkere stukken te beplanten. Zoals vaker met huisdieren en planten die buiten de tuin losgelaten worden heeft de Pachysandra hier nauwelijks natuurlijke vijanden. Planten en bomen die hier van nature groeien hebben hele lijsten van organismen die er gebruik van maken. Maar niemand lust Pachysandra of gebruikt hem ergens voor. De plant vult alle plekken waar hij zich thuisvoelt en verhindert de groei van inheemse planten die wel bijdragen aan het biologische netwerk. Het ziet er groen uit en is handig in de tuin maar daarbuiten een verarmt hij onze leefomgeving.


Wanneer ik terug ben bij de container zie ik de reiger weer bij het water staan. Ik pak de verrekijker er bij om hem eens goed te bekijken. Net op tijd, zijn lange snavel schiet als een speer naar beneden en komt met een dikke kikker omhoog. Een paar keer schudt de reiger de spartelende kikker door elkaar en slokt hem dan in één keer naar binnen. Ik ben net op zoek geweest naar kikkers en kikkerdril maar heb niets gevonden. De reiger heeft beter opgelet. Op de plek waar hij zojuist zijn buit heeft verorbderd zie ik de eerste klompen kikkerdril van dit jaar. Ertussen wriemelen bruine kikkers. Wat verderop tussen het riet is ook het zachte geknor van padden te horen. Het amfibieënseizoen is begonnen in de natuurtuin.


Met Egbert en Wil bespreek ik de nieuwste ideeën voor de inrichting van de bijentuin en de plannen om de poelen uit te baggeren. Al pratend en wandelend door de tuin wordt het na twaalven wanneer we naar huis gaan.

 

elzenbomenZaterdag 4 maart 2017: Vandaag krijgen we een vroege lentedag met temperaturen tot misschien wel 15 graden. De bruine kikkers hebben het weerbericht niet gehoord. De overloop van de grote poel is al jaren de plek waar deze amfibieën beginnen met het afzetten van kikkerdril. Altijd op een koude dag, veel te vroeg is voor koudbloedige dieren zitten ze er ineens massaal. Vandaag is er geen spoor van kikker of dril te zien.

Binnenkort gaan we materiaal halen om de bijenstal beter te funderen. Verder is er tot half mei, de eerste maaibeurt, weinig te doen in de natuurtuin. Ik noteer de eerste bloeiende “planten”. De Hazelaar en de Zwarte els staan vol katjes en vlak bij de poort zie ik een Madeliefje. Buiten het hek Sneeuwklokjes en natuurlijk Krokussen. Grote en kleine vogels zijn vormen koppels en kibbelen met concurrenten. Er worden nesten gebouwd, groeiknoppen van bomen en struiken staan op springen en de eerste blaadjes komen voorzichtig te voorschijn. Het voorjaar staat in de startblokken.

Het is druk met bezoekers vandaag. Verschillende keren wandelen voorbijgangers naar binnen om een kijkje te nemen. Een moeder met twee kleine kinderen gaat beestjes scheppen maar het waterleven heeft meer tijd nodig om op gang te komen. De vangst bestaat uit één leeg slakkenhuisje.

Egbert en Wim snoeien nog wat struiken in de buurt van de bijenstal. De takken werken we in de wal. Tussendoor bespreken we nog een keer hoe we de bijenstal gaan funderen. Ook de plannen om rondom de bijenstal en langs de voorkant van de tuin allerlei inheemse struiken te planten beginnen langzaam maar zeker vorm te krijgen. Al klussend en buurtend is het alweer ruim na twaalf uur voordat we weggaan.

paddenstoelen op boomstompZaterdag 25 februari 2017: Ruziënde reigers zijn geen sensationeel schouwspel. Er zitten er nu twee in de tuin. De voortplantingswatertjes van amfibieën lokken en hongerige reigers delen niet. Ze houden elkaar een paar momenten in de gaten. Dan vliegt de een sloom in de richting van de ander. Die houdt het meteen voor geien en vliegt zonder haast over de bomen weg. Einde gevecht. De winnaar landt en blijft meteen stokstijf staan, loerend naar prooi in het gras. Lang kan hij niet van zijn overwinning genieten. Ik loop kriskras door de natuurtuin. Een keer om watermonsters te nemen en nog een keer om ruim 50 bodemmonsters te nemen. Meteen bij de eerste ronde gaat de reiger er vandoor. Een paar keer deze ochtend vliegt hij over om te kijken of we al weg zijn.


Ik was van plan een paar kruiwagens grond naar lage stukken in de paden te rijden maar de afgraafplek staat weer onder water. Dan maar meteen aan het monsteren. Op een plattegrond heb ik alle punten genoteerd waar ik een bodemmonster wil nemen. Thuis kan ik die doormeten op zuurgraad en opgeloste voedingsstoffen. Wanneer we dit een paar keer per jaar doen leren we veel over de toestand van de bodem. Zuurgraad en voedingsstoffen in de bodem bepalen voor een groot deel de (on)mogelijkheden voor groenbeheer. We willen daar dus meer over te weten komen om te kijken of we ons groenbeheer moeten aanpassen.


Wil gaat het materiaalhok opruimen en zaagt nog wat takken van een knotwilgje langs de grote poel. Egbert werkt rond de bijenstal. Tussendoor bepraten we wat nieuwe plannetjes die we aan het voorbereiden zijn. Wanneer ik eindelijk klaar ben met alle grondmonsters is het ruim na twaalf uur.

 

 

Paddenstoelen op boomstompZaterdag 18 februari 2017: Er kan vandaag zonder jas (maar met trui) gewerkt worden. Het water is wat gezakt dus onze graafplek bij de noordelijke poel is iets minder modderig. Ik wil het ophogen van de nieuwe paden vandaag afronden dus ga ik meteen grond kruien. Na een uurtje komt Wim binnen en ook hij gaat kruien. Het werk aan de paden schiet zo lekker op. We steken de kanten van ons graafwerk af zodat er een glooiing ontstaat. Dat is makkelijk wanneer we later met een maaimachine hier doorheen moeten. Egbert gaat verder met het klein maken van het hakhout. Wat later komt ook Wil er bij. Hij neemt het kruiwerk van Wim over die naar huis gaat.


Wanneer we klaar zijn met kruien gaat Wil een van de kettingzagen opmeten om te kijken of we een hardstalen zaagketting kunnen bestellen. Die moet natuurlijk precies passen. Intussen maak ik de hopen grond op de nieuwe paden min of meer egaal. Echt beloopbaar wordt het pas wanneer het verder opgedroogd is en er gras op gaat groeien. Nu zijn het meer dikke modderstroken.


Voorzitter Kees komt even voorbij om de voortgang te bespreken van de projecten die we bij de gemeente hebben ingediend. Het gaat om het opschonen van de poelen, het volgen van veiligheidscursussen en de aanplant van een meidoornhaag aan de buitenkant van de tuin. We besluiten om binnenkort bij elkaar te komen om te zorgen dat al die plannen praktisch goed worden uitgevoerd.


Wil is er achter gekomen dat we al tijden niet met de juiste zaagkettingen werken. Hij gaat een boodschappenlijstje maken met de goede ketting en bijbehorend slijpgereedschap. Tot slot lopen we langs de houtwal om te kijken hoeveel voorbereidend werk er te doen is wanneer we hier de meidoornhaag gaan aanplanten. Imker Egbert is al naar huis maar op de deur van de bijenstal zit zij sleutelbos nog. We proberen de deur op slot te krijgen maar dat lukt niet echt goed. Reden temeer om de verzakte bijenstal binnenkort op te krikken en weer waterpas te krijgen. Dat is de eerstvolgende grote klus.

 

sneeuwlaagje in de natuurtuin

Zaterdag 11 februari 2017: Het sneeuwt. Niet hard, maar toch. Er ligt een wit laagje over de veldjes en op het dunne ijslaagje van de poelen. Het ijs is aan het smelten en het beetje sneeuw verdwijnt in de nattigheid. In het ijs is een raar verschijnsel te zien waar we ons in vorige jaren ook al over hebben verbaasd. Verspreid over de ijsplaat zitten gaten. Net alsof iemand met een stok door het ijs gestoken heeft. Rond die gaten zit een krans van dunne gleufjes die zich in het ijs lijken te vreten. Hoe die gaten ontstaan is niet duidelijk.


Ik weet dat op verschillende plekken in de natuurtuin grondwater boven komt. Dus ook in de poelen. Grondwater is het hele jaar door ongeveer 10 graden Celsius. Mij theorie is dat dit “warme” water bovenop het koude poelenwater tegen het ijs gaat drijven. Dat ijs is niet regelmatig. We hebben gezien dat het doorzeefd is met grotere en kleinere gasbellen. Op de dunste plekken breekt het ijs het eerst en komen die gaten. Van daar uit vreet het “warme” water zich door het ijs. Wanneer het erg hard vriest zal dat niet gebeuren. Maar nu met temperaturen net boven nul wel.


Ik krui nog een paar wagens grond van het noordelijke veldje naar het nieuwe pad. Dat schiet niet echt op. De grond is ontdooit maar het water staat nog hoog. Ik ben dus vooral in de modder aan het graven. Na een kruiwagen of vijf vind ik het wel genoeg. Wil heeft de gebruiksaanwijzing van de Hitachi kettingzaag gevonden en we bekijken de mogelijkheid om het onderhoud aan deze machine zelf te doen. Dat gaan we ook doen met de gazonmaaier. We noteren de maat van de ketting en Wil zal informeren of een hardstalen zaagketting iets voor ons is. Daarmee kan veel sneller gezaagd worden en dat spaart tijd en benzine. Het blijft miezerig en kil weer. Ruim voor twaalf uur besluiten we om de zaak dicht te dien en naar huis te gaan..

 

 

 overzicht graslandjes

Zaterdag 4 februari 2017: We hebben een paar lenteachtige dagen achter de rug. Het ijs op de poelen waar we vorige week nog overheen liepen is bijna weg. In de koudste hoeken ligt nog een dun vlies op het water. De grond is ook ontdooid. Komende week wordt het opnieuw winter maar de vogels doen vandaag alsof het helemaal geen februari is. Overal tussen de kale bomen en struiken is gefluit en getjilp te horen. Twee spechten roffelen tegen elkaar op, hoog in de enorme boom die op de hoek buiten de natuurtuin staat. Eerst een roffel op de ene tak en dan antwoord een andere specht met een roffel op een andere tak die duidelijk een ander geluid geeft. Dat gaat zo heen en weer. Een roffel van de ene kant van de boomkroon, enkele seconden stilte, een tegenroffel als antwoord, enkele seconden stilte en dan de eerste weer. Het blijft doorgaan in hetzelfde tempo. Ze maken geen haast en ze geven geen van beiden op. Is het een  koppeltje dat samen een terrein opeist? Of twee concurrenten  die elkaar weg willen jagen?


We zijn klaar met ons kapwerk. Ik heb de monteur gebeld dat hij onze machines voor onderhoud kan komen ophalen. Egbert gaat met een flinke bijl het hakhout bij de container te lijf en klieft het tot blokken voor de kachel. Ik sjouw nog een paar kruiwagens grond van het noordelijke veldje naar het nieuwe pad langs de elzen. Er komen een paar keer bezoekers de tuin binnen die een praatje maken dus veel grond krijg ik niet verzet. Later komt Wil helpen en brengen we de klompen grond die we langs de elzen gestort hebben een beetje in model. Het lijkt nu meer op een pad maar goed begaanbaar is de vettige leem nog niet. Wanneer het nieuwe pad begroeid raakt met gras zal het vaster worden en dat zal nog wel even duren. Het is nog lang geen voorjaar.

reageerbuisjes met watermonsters

 

 

Zaterdag 28 januari 2017: Het vriest niet meer. Het kan een graad of 9 worden vandaag. Ik probeer met de steekschop of het mogelijk is om grond af te graven. Dat kan. Bij de noordelijke poel zijn de bovenste centimeters nog hard bevroren maar daaronder is de grond zacht. Ik krui een paar kruiwagens naar het nieuwe pad langs het elzenbosje. Wanneer stagiaire Mathijs aan komt maken we ons gebruikelijke rondje om watermonsters te nemen. Op de poelen ligt nog dik ijs. Ik heb de kloofbijl meegenomen en kap gaten. Mathijs schept met de plastic monsterflesjes water op. Een paar jongetjes vragen of ze de tuin in mogen. Ik waarschuw ze om niet het ijs op te gaan omdat me dat niet sterk lijkt.

Het afgeplagde stuk ten noorden van de natuurtuin is nog een ijsvlakte. Het er der verspreid liggen stukken ijs en andere rommeltjes die er door kinderen op zijn gegooid. Midden op de vlakte ligt een winkelwagentje. Mathijs en ik lopen er heen. Het wagentje is nog in orde en de wielen zitten er nog allemaal aan. De munt is weg. We stallen het wagentje voorlopig in de tuin. Quirin, Wil en voorzitter Kees komen bijna tegelijk binnen. De jongetjes lopen de tuin weer uit. Kees heeft voorkomen dat ze met een blok hout de sterkte van het ijs wilden testen.

Ik zet water op voor de thee en koffie. Een donkerbruine eekhoorn sprint vlakbij over het gras naar het wilgenbosje. Even later piept een iets lichter gekleurd exemplaar om de hoek van een dikke wilg. Hij hipt eekhoornachtig in en uit het zicht, kijkt in onze richting en roffelt een paar keer met zijn voorpootjes op de boombast. Het lijkt alsof hij ons uitdaagt maar waarschijnlijk zitten wij tussen hem en de andere eekhoorn in.

Quirin, Wil en ik gaan verder met het ophogen van het nieuwe pad. Quirin voelt zich niet zo goed en gaat naar huis. Mathijs heeft vandaag zijn laatste uurtjes als stagiaire volbracht en neemt afscheid. Kees gaat ook en brengt gelijk de winkelwagen terug naar de Plus. Na een paar kruiwagens vinden Wil en ik het ook mooi en stoppen er mee. We lopen nog een rondje en ontdekken dat het ijs overal dik genoeg is om op te lopen.

Ondertussen lopen weer nieuwe onderzoekertjes de tuin in. Deze keer de twee meisjes die laatst een gevonden egel kwamen brengen. Ze lopen met ons over het ijs van de zuidelijke poel en scharrelen dan, net als de jongetjes een paar uur eerder, wat door de tuin. Wanneer we afsluiten moeten we ze naar buiten roepen. Ze bekijken het informatiebord bij de ingang en zien een foto van de ijsbaan. Ze hebben nog lang niet genoeg ontdekt vandaag. Waar is dat? We wijzen ze de weg en gaan naar huis.

 

gasbelletjes in het ijsZaterdag 21 januari 2017: Er is niet veel dat we kunnen doen vandaag. Het winter-kapwerk is zo'n beetje klaar. Het is deze week flink koud geweest en ook nu vriest het nog een paar graden. De bodem is keihard dus graafwerk om het nieuwe pad te verhogen zit er ook niet in. Ik neem op de vaste plekken watermonsters. Op de poelen ligt ijs en ik ben net bezig een gat te kappen in de grote poel wanneer stagiare Mathijs aan komt. Wanneer we klaar zijn met de watermonsters harken we een berg bladafval weg uit de regenwatersloot buiten de tuin. De pijp onder het pad was verstopt maar stroomt nu weer door.


We zoeken twee snoeischaren en knippen een paar jonge takken van een meidoorn. De takken neem ik mee naar huis om er winterstekken van te maken en op een beschutte plek te laten overwinteren. In de natuurtuin staan ook een aantal stekken en met de stekken in mijn garage erbij is de kans groot dat we komend voorjaar een stukje meidoornhaag kunnen zetten.


Mathijs gaat naar huis wegens vorstverlet en even later komt Wil binnen. We lopen een rondje en proberen de sterkte van het ijs uit. Niet echt betrouwbaar. Het is interessant om te zien hoe hele stroken ijs wit lijken door de ingesloten gasbelletjes. Je zou verwachten dat alle leven in winterrust zou zijn. Voor de planten is dat ook zo maar de gasbelletjes wijzen op flink wat bacterieleven, ondanks de lage temperatuur.


Er rest ons niet veel anders dan aan de koffie te gaan. Voorzitter Kees is er ook en we bespreken wat plannen die we hebben bedacht in het kader van het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid. Wanneer de koffie op is stappen we weer op.

 

bosrandbeheer langs het elzenbosje


Zaterdag 7 januari 2017: Een rare dag. We zitten op de overgang tussen koud en nat weer. Onderweg was het op sommige plekken spekglad en straks wordt nog meer gladheid verwacht. Ik denk niet dat er veel vrijwilligers zullen zijn vandaag. Intussen bedenk ik wat er te doen is. Het heeft de afgelopen dagen flink gevroren. Grond afgraven voor het nieuwe pad zal wel niet mogelijk zijn. Het kapwerk bij de bosrand is klaar. Alleen bij de bijenstal ligt nog een boomstam die opgeruimd moet worden.


Ik loop een rondje en neem op de vaste plekken watermonsters. Met een stuk ijzer moet ik gaten in het ijs slaan om de monsterflesjes te kunnen vullen. Op de meeste plekken is het ijs enkele centimeters dik en ik vraag mij af of je er op zou kunnen staan. Ik ga het niet proberen.


Onderweg van de ene poel naar de andere zie ik een paar keer vossensporen in het sneeuwlaagje. Blijkbaar hoort de natuurtuin tot zijn territorium en vindt hij het makkelijk op zijn patrouilles onze paden te gebruiken. Nu, in een vers laagje sneeuw laat hij sporen achter. Hij is afgelopen nacht hier geweest. In de zomer vinden we regelmatig zijn drollen. Dat is alles wat hij tot nu toe van zich laat zien. Vossen houden er een verborgen levensstijl op na.


Wanneer ik het gereedschapshok binnenstap komt een andere vaste bezoeker van de tuin mij achterna. In tegenstelling tot de vos doet hij geen enkele moeite zich te verbergen en zoekt hij juist graag ons gezelschap. Een roodborst is achter mij naar binnen gehipt en wil weten wat ik doe. Het vogeltje is onze vaste werkbegeleider geworden. Hij heeft geleerd dat waar wij graven en takken verslepen makkelijk voedsel is te vinden. Roodborstjes zijn van zichzelf al niet schuw en dit exemplaar zoekt ons meteen op wanneer wij de tuin binnenkomen. Ik wil hem op de foto zetten maar zodra ik mij in zijn richting draai vliegt hij weg.


Ik probeer om een schop in de grond te steken bij onze afgraving. Dat valt reuze mee en ik krui een stuk of vier kruiwagens naar het nieuwe pad langs het elzenbos. Egbert is intussen ook aangekomen en hij gaat verder met het opruimen van de boomstam. Een jongen uit de buurt loopt een rondje en voorzitter Kees trekt een slee met twee kleinkinderen door de tuin. We maken het niet al te laat. Ruim voor twaalf uur houden we het voor gezien en gaan voorzichtig op weg naar huis.

 

omgezaagde elzenZaterdag 31 december 2016: Afgelopen woensdag heb ik met Wil een rijtje elzenbomen omgezaagd. Vorige winter hebben wij die geringd. Dat betekent dat we de stam rondom insnijden zodat de sapstromen worden onderbroken. Geringde bomen sterven langzaam af. Daarom kunnen ze veel langer gebruikt worden door organismen die dood hout gebruiken. Dat zijn er nogal wat. Mossen, paddenstoelen en insecten tot nestelende spechten en eekhoorns. Maar we hebben een nieuw pad vlak langs het elzenbosje. Om te voorkomen dat iemand een stuk stervende boom op zich krijgt hebben we besloten om dit rijtje toch maar om te zagen.

Vandaag hebben we alleen nog wat opruimwerk te doen. Van het omgezaagde hout laten we het meeste liggen. Vooral de dikke stammen. Een paar daarvan sjouwen we het elzenbosje in. De rest mag door de paddenstoelen worden opgegeten. De komende jaren kunnen we zien hoe de liggende stammen gekoloniseerd worden en langzaam verdwijnen.

We zijn snel klaar met opruimen. Terwijl Egbert een boom in de voormalige kruidentuin om zaagt lopen Wil en ik een rondje met Frank van de IVN vogelwerkgroep. We pakken een schoffel, een heggenschaar en strimmer en maken de ijsvogelwand vrij van begroeiing. Ook daar zijn we met zijn drietjes snel kaar mee. Volgens Frank kunnen ijsvogels erg vroeg in het voorjaar al gaan nestelen dus zijn wij mooi op tijd.

Egbert heeft de omgezaagde boom in stukken gezaagd en wij sjouwen de losse takken naar de houtwal aan de buitenkant van de tuin. Om twaalf uur is alles opgeruimd en is het werk in de natuurtuin gedaan voor dit jaar.




houtblokken met boomstronk

Zaterdag 24 december 2016: Het is grijs, een graad of 12 en winderig. Ik begin maar meteen met houtblokken wegkruien bij de bosrand. Met dit weer moet je niet te lang stil blijven staan. Het is de dag voor kerst. Mensen zijn druk met van alles en het lijkt er op dat ik vandaag als enige kom werken. Na een paar vrachtjes houtblokken besluit ik verder te gaan met Quirin's afgraving. Quirin heeft het dammetje langs de wijksloot opgehoogd. Vorige week is hij begonnen met het ophogen van een ander dammetje tussen die wijksloot en een oude afwateringssloot van de natuurtuin. De benodigde grond graven we weg tussen de noordelijke poel en het lage veldje aan de noordkant van de tuin.


Ik gebruik de afgraving om grond naar het nieuwe pad langs het elzenbos te brengen. Dat pad ligt nogal laag en zal bij nat weer overstromen. Theo komt binnengewandeld om eens een kijkje te nemen. Terwijl ik met Theo de veranderingen in de tuin bediscussieer zie ik ineens een staalblauwe stift horizontaal tussen de elzen door schieten. Een ijsvogel. Hij vliegt het elzenbosje uit, over de nu kale bosrand en verdwijnt achter de rietkraag van de grote poel. De ijsvogels hebben nog steeds interesse in de natuurtuin. De kans dat ze komend voorjaar weer broeden in onze ijsvogelwand is dus groot.


Na de nodige sterke verhalen en levenswijsheden gaat Theo naar de markt en ik weer aan het graafwerk. Wim komt binnen. We gaan proberen of het lukt om winterstekken van de meidoorn te nemen. Die stekken willen we op een beschutte plek in de grond steken. Als ze aanslaan gebruiken we ze om stukken van de houtwal rondom de tuin te vervangen door een meidoornhaag. Wim gaat op zoek naar een snoeitang en een meidoorn. Ik doe nog wat grondverzet en wat later komt ook Wil aan. Wim heeft een forse meidoorntak met veel zijscheuten buitgemaakt en knipt stekken van verschillende grootte. Samen met Wil steekt hij de experimentele stekken in de grond voor de stenen muur bij de container. Als finishing touch wordt bladafval over de scheuten gestrooid om bescherming tegen de ergste kou te geven. Volgend voorjaar weten we of we het goed gedaan hebben.

 

Zaterdag 17 december 2016: Meteen na binnenkomst gaat Quirin verder met zijn grondverzet aan de noordkant van de tuin. Ik sleep takken weg bij de bosrand. Om negen uur komt stagiaire Mathijs meehelpen. Later komen Wil, Egbert en Wim binnen. Egbert zaagt de stammen op de grond in handzame stukken om weg te kruien. Wil maakt zich klaar om nog één els om te zagen. We hebben hem van alle kanten bekeken en denken dat hij toch te veel schaduw gaat geven. Wil zaagt aan een zijde van de boom de valkerf zodat de els straks veilig het graslandje op valt. Vlak langs de els is spontaan een hulst gegroeid en die willen we behouden. Maar het maken van de laatste zaagsnede lukt niet.

De motor loeit op zijn best maar de zaag produceert nauwelijks zaagsel en ineens zijn er vonken zichtbaar. Wil stopt en we komen allemaal eens kijken. Dan zien we ineens het probleem: er zit prikkeldraad in de boom. De draad is jaren geleden om de boom gespannen en er helemaal ingegroeid. Daar komt een kettingzaag niet door heen. En bovendien wordt hij er snel bot van. Egbert zaagt met zijn kettingzaag een stuk boven het prikkeldraad en na korte tijd valt de els op het graslandje. De hulst is keurig gespaard gebleven en kan nu ongehinderd doorgroeien. Nu is het kapwerk in dit strookje helemaal klaar.

We willen net verder gaan met opruimen wanneer twee meisjes binnen komen lopen. Ze hebben een egel gevonden en vragen zich af wat ze er mee moeten doen. De egel is waarschijnlijk al half in winterslaap en lijkt zich prima op zijn gemak te voelen in de zorgzame armen van een van de meisjes. Voorzitter Kees, die toevallig tegelijkertijd is aangekomen helpt ze om een goede overwinteringsplaats voor de egel te vinden. Onder een takkenstapel bij de bosrand lijkt iedereen een goed idee.

We gaan naar de container. Egbert en Wil zijn druk bezig met het opnieuw scherp vijlen van de kettingzagen. Voorzitter Kees en Penningmeester Ton doen verslag van een gesprek bij de gemeente. We zijn gevraagd om zinnige projecten te bedenken in het kader van het duurzaamheidsbeleid van Helmond. We hebben allemaal wel wat ideeën en zullen die de komende tijd uitwerken. We ruimen nog wat op bij de bosrand en daarna gaan we naar huis.


werken aan de bosrandZaterdag 10 december 2016: Het is niet zo koud als vorige week. Lekker werkweer. Verder met het rijtje bomen voor de bosrand. Ik pak de kettingzaag en begin bomen om te zagen. Egbert verzaagd de stammen tot blokken en brengt ze met de kruiwagen naar de container. Met twee kettingzagen schiet deze klus snel op. Halverwege de ochtend staat er, volgens plan, alleen nog een wilgenstruik op het ene en een groepje elzen op het andere eind. De wilgen laten we een paar jaar uitgroeien. Ze houden weinig zonlicht tegen en breken de wind een beetje. De bosrand krijgt hierdoor niet alleen meer zon maar blijft ook wat beschut. Als de zon schijnt warmen insecten zich hier graag op. Over een jaar of vijf maken we deze hele strook opnieuw kaal. Zo onderhouden we hier een bosrand.


Of het door het geluid van de kettingzagen komt weet ik niet maar er dwarrelen vandaag regelmatig bezoekertjes binnen. Meestal buurtkinderen die het spelen even onderbreken voor een rondje door de natuurtuin.


Ik ruim mijn zaag op en help Wim en Wil die de takken van de omgezaagde bomen het elzenbos in sjouwen. Egbert heeft nog volop werk met het aan blokken zagen van de stammen. Een aantal stukken laat hij liggen en die leggen we op de bodem van het elzenbosje. Voer voor de paddenstoelen, mossen en allerlei dieren die van dood hout leven.


We gebruiken veel takken om de houtwal in het elzenbosje sterker te maken. Het hout van vorige winters is al aardig aan het verteren en op sommige plekken zijn door eigenwijze wandelaars doorgangen gemaakt. Ieder ontwikkelt spontaan zijn eigen methode. De een duwt complete takken in de wal, zodat een kluwen van takken en zijtakjes ontstaat. De ander zaagt zoveel mogelijk in stukken en gebruikt dat dan als bouwmateriaal. Zo hebben onze houtwallen een interessante mix van bouwstijlen.


Quirin heeft de hele ochtend aan de noordkant van de tuin gewerkt. Het dammetje dat we langs de wijksloot hebben aangelegd wordt door hem opgehoogd. Het dammetje is zo'n meter of vier, vijf lang, maar op het eind van de ochtend heeft Quirin over bijna de hele lengte zijn ophoging klaar. Aan de linkerkant wil hij nog een paar kruiwagens grond storten maar dat bewaart hij voor volgende week. Wij houden er allemaal mee op en zullen het opruimwerk bij de bosrand volgende week afronden.

Witte waas over de graslandjes 

Zaterdag 3 december 2016: Ik probeer een kettingzaag aan de praat te krijgen. Dat lukt niet. Meer dan wat gepruttel komt er niet uit. Is er iets kapot of is het de kou? Afgelopen nacht is het verrassend koud geworden en nu vriest het nog een paar graden. Er hangt een witte waas over de graslandjes en op de grote poel ligt zelfs een paar centimeter ijs. Geen weer om lang aan een koppige machine te prutsen. Stagiaire Mathijs komt binnen en ik ben al aan het bedenken om de bomen die we nog willen omgooien met de hand om te zagen. Dat schiet niet echt op maar je blijft er wel warm bij.

Voorzitter Kees komt binnen gefietst en vraagt of Mathijs zin heeft met de zwerfvuilgroep op pad te gaan. Daar heeft Mathijs wel zin in. Wanneer de twee weg zijn trek ik nog maar eens aan het startkoord. De kettingzaag slaat meteen aan en de motor blijft stabiel draaien. Wordt er toch nog gekapt vandaag. Ik span de ketting een beetje strakker en vijl de tanden. Wil en Quirin komen binnen en we ruimen vandaag een stevige eik op. Hij ligt snel op de grond maar zoals gewoonlijk is het wegslepen van alle zijtakken het meeste werk.

Het kapafval dumpen we in het elzenbosje. Ook dat is bewust beleid. Veel wil er niet groeien onder de donkere elzenbomen maar schimmels en mossen doen het prima in de vochtige schaduw. Takken en stukken boomstam op de bodem zijn snel begroeid. Talloze kleine organismen gebruiken het dode hout als woonplaats of restaurant. Reeën rusten vaak in het elzenbos en de wirwar van takken biedt hen extra beschutting.

Imker Egbert komt een handje helpen. Een deel van de eikenhouten stammen wordt door hem gered en naar de container gekruit om te drogen. Ook houtkachels houden van dood hout. Intussen krijgen we bezoek van Wim van Loon en zijn vrouw. Ze hebben schepnetjes gerepareerd en komen die nu terugbrengen. De netjes worden in de zomer intensief gebruikt en dan sneuvelt er wel eens een. Het duurt nog lang voor het weer zomer is maar wij zijn er al klaar voor.

doorkijkje bij ZuidpoelZaterdag 26 november 2016: Ik maak het laatste rondje van dit jaar met de gazonmaaier over de graspaden. Sinds kort maaien we de paden niet meer elke week en dat voldoet prima. Het spaart flink benzine, tijd en geld. Met de gps op mijn mobiel probeer ik de afstand te meten die ik afleg tijdens het maaien. Wanneer ik klaar ben staat de teller op anderhalve kilometer. Dat lijkt mij wat veel maar je kunt je lelijk vergissen in het schatten van een afstand. Dit moeten we komend seizoen nog eens een paar keer opmeten. Wij moeten blijven kijken of ons werk efficiënter en met minder milieubelasting gedaan kan worden.


Ik loop met stagiaire Mathijs langs de watertjes in de tuin en we nemen watermonsters. Daarna gaan we verder met het opruimen van een groepje bomen en struiken vlakbij het elzenbosje. Net als vorige week zagen we de dunne takken en stammen met de handzagen weg. Wat later komen Quirin en Wil er bij. De grotere takken slepen we het elzenbosje in en kleiner spul laten we liggen op de pas gemaaide bosrand. Tegen het einde van de ochtend staan alleen de dikkere stammen er nog. Die kunnen we later met de kettingzagen te lijf gaan.


Met Egbert bespreken we de mogelijkheden om de bijenstal op te krikken en opnieuw te funderen. Wil komt op het idee om met stempels en balken de stal van binnen op te tillen. Dan kunnen we gaten graven, funderingen plaatsen en de stal daar op laten zakken. Een goed plan dat toch zal moeten wachten tot de bodem droog genoeg is om te graven.


Wat later lopen we nog eens rond de tuin en bekijken de houtwal. We gaan proberen van de Meidoorns en Sleedoorns winterstekken te nemen. Wanneer dat lukt willen we een deel van de houtwallen rond de tuin vervangen door hagen. Die houden “het verkeer” ook goed tegen en vragen veel minder onderhoud. Daarbij zijn ze een mooie aanvulling op de natuurlijke variatie. Bovendien kunnen wandelaars makkelijker naar binnen kijken en wordt de uitstraling van de tuin wat opener en vriendelijker.

 

water op de lage graslandjes


Zaterdag 19 november 2016: Het is droog maar afgelopen week heeft het flink geregend en dat is te merken. Het water in de poelen is merkbaar omhoog gekomen en op de lage veldjes staat water. Het valt mij ineens op dat het water in de sloot langs de overloop hoger staat dan in de overloop zelf. Het scheelt zeker 10 centimeter. Dat is raar want grondwater en regenwater stroomt hier van zuid naar noord. Nu staat het water “stroomafwaarts” duidelijk hoger. Er zou opwaartse druk van het grondwater kunnen zijn maar de grote poel heeft een behoorlijk volume en daar kan veel water in voordat de overloop vol loopt. Er blijft nog veel te leren over dit moerasgebied.


Ook het proefkuiltje dat Egbert bij de bijenstal gegraven heeft is volgelopen met water. Het funderingswerk voor de stal zal moeten wachten tot het droger is. Er is nog veel te knippen en te snoeien. Egbert gaat daar weer mee verder. Wim en stagiaire Mathijs ruimen het maaisel op dat nog steeds in de voormalige kruidentuin ligt.


Een paar weken geleden hebben we met Frank van de IVN-vogelwerkgroep afgesproken dat we de ijsvogelwand kaal zouden maken. Ik heb net het harnas van de bosmaaier aangetrokken wanneer iemand van het IVN Laarbeek komt aangelopen. Zij hebben een aanbod gekregen om het beheer over een weiland op zich te nemen en zijn informatie aan het verzamelen over graslandbeheer. Quirin en ik lopen met hem naar de heuvel en vertellen hem het een en ander over ons maaibeheer. Later maai ik alsnog de ijsvogelwand. Dat is een karweitje van amper een kwartier. Wim, Wil, Mathijs en Quirin zijn intussen druk bezig met het eerste snoeiwerk bij het bomenrijtje dat we gaan opruimen. Het rijtje staat pal voor de bosrand van het elzenbosje en geeft in de ochtend schaduw op de bosrand en later op het grasland vlak langs de overloop. Alleen een flinke wilg zal blijven staan. Die wordt intensief gebruikt door allerlei vogels die de tuin oversteken. We gaan wat laat met zijn allen aan de koffie en tegen twaalf uur ruimen we het gereedschap weer op. Volgende week verder.



 

KnuppelbruggetjeZaterdag 12 november 2016: Het is koud, we hebben de eerste nachtvorst gehad. Het water in de poelen is nog niet echt afgekoeld dus ijs ligt er nauwelijks. Alleen langs de zuidkant van de grote poel ligt een dun laagje. Gelukkig is de grond nog zacht en kunnen we verder met ons graafwerk achter de bijenstal. Ik diep de ruimte onder het knuppelbruggetje bij het wilgenbosje verder uit. Om te voorkomen dat de onderdoorgang dichtslibt stapel ik een rechthoek van klinkers. We hebben nu allebei de knuppelbruggetjes op deze manier uitgediept en verstevigd. Quirin graaft aan het andere eind van het greppeltje verder richting de zuidelijke poel. De randen van de greppel steken we schuin af zodat we er makkelijk met de maaimachine doorheen kunnen lopen. Egbert en Wil beginnen de strook pal achter de bijenstal vrij te maken. Dat is nodig om later de stal goed te kunnen funderen.

Intussen hebben we bezoek gekregen van Harrie, die ons enkele weken geleden heeft rondgeleid op de Strabrechtse Heide. Nadat Theo hem op paddenstoelen-expeditie heeft meegenomen kunnen we soep eten. Een goed idee van Kees, passend bij het wat winterse weer. We vertellen Harrie over het werk in de natuurtuin en tegen twaalven nemen wij afscheid. We hebben nu een greppel vanaf de zuidelijke poel rechtstreeks naar het wilgenbosje. Eigenlijk was ons plan om ook voor langs de bijenstal een greppel te graven maar Egbert stelde voor om eerst eens af te wachten wat het water deze winter gaat doen. Voor dit jaar is het drainagewerk dus klaar. We moeten nu op zoek naar grote betontegels die we kunnen gebruiken om de bijenstal op te funderen. Wanneer we die hebben kunnen we meteen aan de slag.

Paddenstoelen op dood houtZaterdag 5 november 2016: Er worden veel buien verwacht dit weekeinde maar vanochtend hebben we geluk. Ik pak een steekschop en een kruiwagen en ga verder met het drainagewerk bij de bijenstal. Eind augustus, voordat het maaiwerk op de graslandjes begon, hebben we daar een begin mee gemaakt. Het drainagewerk is nodig voor de bijenstal. Die is zeven jaar geleden gebouwd. Wij hebben toen zelf het grondwerk gedaan en dat niet zo slim aangepakt. De bijenstal is niet gefundeerd. We hebben gewoon een laag gele grond gestort met daarop betontegels. Daar is de houten constructie van de stal op gezet. Dat leek ons toen een goed idee maar in feite “rust” de bijenstal op moerasgrond. Sinds een paar jaar is hij merkbaar aan het verzakken. Dat wordt verergerd doordat er tegenwoordig meer water over en door de grond van de tuin stroomt.


Kees en Wim zijn naar de natuurwerkdag van het IVN en stagiaire Mathijs is ziek. Wil ruimt de laatste resten van het snoeiwerk bij de bosrand op. Er moeten nog een paar stammen worden weggezaagd om plaats te maken voor het wandelpad dat we pal langs de bosrand willen laten lopen. Egbert snoeit de struiken langs het pad rondom de bijenstal. Quirin en ik werken verder aan de eerste drainage-greppel. De bedoeling is om vlakbij de bijenstal greppels te graven zodat het daar iets minder drassig wordt. Wanneer dat klaar is willen we de stal zelf funderen op de leemlaag die ongeveer een halve meter diep ligt. Ik graaf de greppel verder tot het wilgenbosje. Daar kan het water straks in verder stromen. Quirin steekt de kanten schuin af zodat we er straks met de maaimachines gewoon door kunnen lopen. De vrijgekomen grond kruien we naar de bosrand langs het elzenbosje . Zo wordt het nieuwe stuk pad meteen verhoogd.


Frank van de IVN vogelwerkgroep komt binnengewandeld. We lopen een rondje en bespreken wat van onze onderhoudsplannetjes en de effecten daarvan op het vogelleven. Wij willen een groep bomen vóór het elzenbosje kappen maar Frank wijst er op dat de wilgen daar druk door allerlei vogels worden gebruikt als tussenlandings-plaats. We besluiten alleen de hoge bomen weg te halen en de wilgen gefaseerd te snoeien zodat er altijd een flinke struik blijft staan. Bij de ijsvogelwand spreken we af dat wij de aanvliegroute zullen vrijhouden. Dat betekent een paar keer per jaar het riet wegmaaien. Al klussend en kletsend is het zo'n twaalf uur geworden. We ruimen alle spullen op en gaan naar huis.

 

 


 
Stichting Natuurtuin Helmond

Cookies helpen ons onze services te leveren. Door onze services te gebruiken, geeft u aan akkoord te gaan met ons gebruik van cookies. OK